De brexit-soap gaat door. Eind 2017 schreef ik in de jaarlijkse voorspellingsgekte: ‘De Noord-Ierland – Ierland-kwestie is in december 2017 allerminst opgelost en heeft nog voldoende potentie om, naarmate de zandloper leegloopt, de dealbreaker van 2018 te worden. En om ook in Westminster voor ernstige problemen (nieuwe verkiezingen?) te zorgen. En wat als Jeremy Corbyn die eens zou winnen?
Nu is het dan, een jaar later dan voorspeld, bijna zover. En sterker nog: er wordt in Ierland na het verraad van premier Johnson, die een grens trok in de Ierse zee tussen het eiland en de rest van het voorlopige Verenigd Koninkrijk, nu openlijk nagedacht over een hereniging van Ierland.
Zelfs de meest verstokte unionisten voelen zich door Johnson in de najaarsuitverkoop gedaan. Wat twintig jaar geleden nog ondenkbaar was (aansluiting bij het katholieke zuiden) is nu – zolang je het geen ‘aansluiting’ maar ‘vrede’ noemt – plotseling een mogelijkheid. Wat Ierse rugby- en hockeyploegen al in de praktijk brengen, waar zelfs de voetballers al over één Iers elftal nadenken, gaan de politici dat misschien ook wel doen: hun knopen tellen.
kwetsbaar zorgenland
Als Boris Johnson erin slaagt om op 12 december de verkiezingen te winnen is niets onmogelijk. Ook de Schotten zullen dan nog van zich laten horen. Little Britain is dan over een jaar of tien geen hersenspinsel meer.
Een herenigd Ierland zal niet zonder prijs zijn. Het katholieke zuiden is twee keer zo rijk als het noorden en de adoptie zal de zuiderling tot in lengte der tijden gemiddeld 2.000 euro per jaar kosten. Maar het vangnet van de EU biedt een veilige gedachte, terwijl het vooruitzicht van een arm Engeland het vertrouwen van de verstokte orangisten in een Brits vangnet er niet groter op zal maken. Al helemaal niet als na een zege van Johnson de kabinetssteun van de Noord-Ierse Democratic Unionist Party (DUP) niet meer nodig zou zijn in het Britse Lagerhuis: Johnson laat de DUP dan waarschijnlijk als een baksteen vallen.
Ik vond destijds dat de Ieren het volste recht hadden om Lissabon te verwerpen en zich weer over te geven aan pubs, schaapskooien en whiskey.
We moeten het rijkere Ierland natuurlijk ook weer niet romantiseren. Het is een kwetsbaar zorgenland dat het infuus van Brussel niet kan missen. Pakweg tien jaar geleden was het bijna ten prooi gevallen aan crisis en armoe, maar Dublin is toen door de Europese Unie, belastingtrucs en vooruit, gezond verstand, er weer bovenop gekomen.
fraaie ja-lobby
Nóg ietsje langer geleden haalde het land de rest van de Europese Unie het bloed onder de nagels vandaan door per referendum – ook door gekkies hier te lande toegejuicht – tégen het Verdrag van Lissabon te stemmen (53 procent tegen, 47 procent voor bij een opkomst van 53 procent van de bevolking). Even leek het zo dat in naam van de democratie een majority van (slechts) 862.000 Ieren konden blokkeren dat een half miljard andere Europeanen zouden doorgaan met het Verdrag van Lissabon.
Van dat verdrag kon je vinden wat je wilt. De Fransen eisten boos en onterecht een onmiddellijke hertelling – alsof die een andere uitslag zou opleveren. Ik vond destijds weliswaar dat Ieren het volste recht hadden om Lissabon te verwerpen en zich weer over te geven aan pubs, schaapskooien en whiskey, maar ik vond het ook raar dat we ooit überhaupt hadden afgesproken dat zesentwintig lidstaten niet verder zouden mogen gaan als eentje dat niet wilde.
Anders gezegd: dat een land met 1 procent van de Europese bevolking de wil van zesentwintig andere landen met 99 procent van de onderdanen zou tegenhouden. Daar werd toen een list op gevonden. Met een inlegvelletje, een weinig fraaie ja-lobby en veel geld van onder andere Ryanair werd een geitenpaadje gevonden en Dublin weer bij de les gehaald.
Nu, elf jaar verder, staat de EU (weer) voor de vraag of het de Ieren paait of in de Atlantische golven dumpt ter wille van de deal die Johnson verzon.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.