Randstadbestuur

Eén Randstadbestuur dat daadkrachtig en met durf de grote problemen van dat gebied aanpakt, daarvoor pleit de Commissie Versterking Randstad in haar gelijknamige advies. Onder voorzitterschap van oud-­premier Wim Kok wordt een ‘ingrijpende bestuurlijke reorganisatie’ voorgesteld.

Bestuurskundige prof.dr. Michiel de Vries (Radboud Universiteit Nijmegen) ziet er niets in. Dat komt in de eerste plaats, zegt hij, omdat het rapport niet aangeeft op welke wijze de problemen van de Randstad samenhangen met bestuursproblemen. Toch is het de ‘bestuurlijke drukte’ die volgens de commissie-Kok voorkomt dat urgente kwesties als slechte bereikbaarheid en een ondermaats woon- en werkklimaat worden opgelost. Vier provincies, vijf grote steden, vier regionale besturen en 168 gemeenten moeten het eens zien te worden. Dat zijn er te veel.

De Vries: ‘De commissie noemt als voorbeeld de A4 tussen Rijswijk en Schiedam, waar al veertig jaar over wordt gesteggeld. Maar ze zegt zelf dat de aanleg daarvan hapert door de tussenkomst van de Tweede Kamer en door allerlei milieuregels. Dat heeft dus niets met bestuurlijke drukte te maken, maar met regels, wetgeving en belangen. Ook Schiphol wordt genoemd, maar in dat geval gaat het om afstemming tussen verschillende beleidsterreinen: ruimtelijke ordening en milieu, economie, en verkeer en vervoer. De tegengestelde belangen die daar een rol spelen, hebben niets te maken met bestuurlijke problemen. Want afstemmingsproblemen hou je altijd.’

Nederland functioneert perfect, oordeelt De Vries. ‘De stroperigheid waar de commissie tegenaan loopt, creëert draagvlak en zorgt ervoor dat de kwaliteit van de besluitvorming in ons land heel hoog is. Een goede, moderne bestuurder moet veel en vaak overleggen en mensen serieus nemen. Door rekening te houden met elkaar, is ons beleid gematigd en stabiel. Maar dat kost tijd, en daar willen ze nu blijkbaar vanaf. Langdurig en met veel mensen overleggen is niet zakelijk genoeg. Nou, dat klopt. Maar het is wel maatschappelijk belangrijk. Bovendien, als je níét zo te werk gaat, pluk je daar achteraf de zure vruchten van. Dan krijg je te maken met weerstand tegen genomen besluiten. Dat kost je veel meer geld en tijd.’

De Vries vindt het enthousiasme van de werkgeversorganisaties voor de plannen van de commissie-Kok dan ook niet toevallig. ‘Die denken: we hebben jarenlang moeten overleggen omdat dat nu eenmaal moest, maar eigenlijk willen we gewoon onze eigen gang gaan. Wij willen niet gestoord worden met dat soort overleg.’

De professor heeft iets heel anders in zijn hoofd. We moeten überhaupt af van het hele idee van bestuurlijke vernieuwing, vindt hij. ‘Laat die overlegstructuren bestaan. En hef alle provincies op. Provincies doen geen zinvol werk. Ze dringen zichzelf op om te regisseren en te coördineren, maar in feite doen ze alleen wat kleine dingen: de ambulancediensten, de streekplannen. Ze willen zichzelf groot maken, maar ze stellen niet veel voor.’

Nederland is zelf één grote provincie, stelt De Vries. ‘Laat het rijk bovengemeentelijke problemen oplossen. En kwesties tussen gemeenten kun je voorleggen aan teams die op projectbasis samenwerken. Een nieuwe bestuurslaag hebben we helemaal niet nodig. En zeker niet als dat een extra bestuurs­laag wordt – en die kans is zeker niet uitgesloten.’