TWINTIG APRIL, REPETITIEZAAL TONEELGROEP AMSTERDAM, STADSSCHOUWBURG. Figo, de teckel van Hans Kesting en zijn Braziliaanse echtgenoot Marcio, ligt te slapen naast de tafel waar Ivo van Hove, regisseur en directeur van Toneelgroep Amsterdam, op gedempte toon in gesprek is met een regieassistent. Ze zijn gebogen over het script van Kings of War. Daarin zijn de Shakespeare-stukken Henry V, Henry VI en Richard III samengevoegd in een bijna vijf uur durende voorstelling over leiderschap. De bezetting is groot. Veertien acteurs spelen vijfendertig rollen. Ramsey Nasr is Henry V, Eelco Smits Henry VI en Hans Kesting is Richard III.
In werkelijkheid schijnt de verminkt geboren Richard, die over Engeland regeerde van 1483 tot 1485, helemaal niet zo’n beroerde koning te zijn geweest. Shakespeare maakte van hem een geslepen, gewelddadig monster, een door zijn lelijke uiterlijk gefrustreerd en tegelijk narcistisch geworden machtswellusteling. Hij manipuleert, liegt, huichelt en ruimt alles en iedereen (zijn broer bijvoorbeeld) zonder gewetenswroeging uit de weg om te krijgen wat hij wil. Een feest voor een acteur.
In de repetitieruimte houdt een crew van een man of twintig zich bezig met de voorbereiding, aan tafels in de half duisternis enkele meters voor het podium. Geluids- en lichttechnici, cameramensen, assistent-scenografen, de dramaturg, kleedsters. Een man is op een laptop bezig met het ontwerp van de wijnvlek die het gezicht van Kesting zal ontsieren. Uit onzichtbare boxen komen onheilspellende geluiden. Overal en nergens duikt de Vlaamse scenograaf en lichtontwerper Jan Versweyveld op met een fotocamera die twee keer zo groot is als zijn hoofd. Hij vormt al jaren een hecht team met Van Hove.
In afwachting van de aanvang van de repetitie bewegen de acteurs met een rol in Richard III zich tussen de decorstukken op het podium. Drie leren bankstellen en een stoel rond een salontafel met een kersenvlaai. Rechts een tafel met daarop drie ouderwetse telefoons in de kleuren wit, groen en rood. Aan weerszijden van de ruimte hangen spiegels. Deze zijn voor Kesting. De beroemde monologen van Richard houdt hij niet, zoals meestal gebeurt in uitvoeringen van dit stuk, tegen het publiek, maar tegen zijn spiegelbeeld. Een slimme keuze van Van Hove. Het werkt goed. Toen de regisseur een paar weken eerder de cast uitlegde wat zijn bedoeling was met de voorstelling, zei Kesting over ‘zijn’ Richard en de spiegels: ‘Ik ben mijn eigen beste vriend’. Daaraan valt toe te voegen: zijn enige vriend. De megalomane gesprekken met zichzelf, overtuigend creepy gespeeld door Kesting, maken duidelijk hoe eenzaam hij is – voor, tijdens en na zijn zo gewilde koningschap.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.