Liever luisteren? We hebben dit verhaal ook voor je ingesproken.
Nu de incidenten over grensoverschrijdend gedrag zich blijven opstapelen wordt steeds duidelijker dat het niet om incidenten gaat, maar juist om structuren die in de samenleving besloten liggen. Met iedere journalistieke scoop over een ‘angstcultuur’ of een ‘burn-outfabriek’ worden deze structuren verder blootgelegd en uitgediept. ‘De tijd van onderzoek naar sociale veiligheid is voorbij,’ zo zei minister Robbert Dijkgraaf dan ook. Het is nu tijd om dat onderzoek om te zetten naar de praktijk. ‘Niets doen is geen optie,’ zo vulde regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag Mariette Hamer aan in haar laatste handreiking.
Maar met de maatregelen die nu voorliggen zal grensoverschrijdend gedrag niet worden aangepakt of in de toekomst worden voorkomen. Wat ze namelijk vooral doen, is de verantwoordelijkheid bij de slachtoffers neerleggen, terwijl ze de onderliggende structuren die grensoverschrijdend gedrag veroorzaken intact houden.
In de aanpak tegen grensoverschrijdend gedrag gaat het vaak om het creëren van een ‘aanspreekcultuur’, om het openen van ‘loketten’ waar mensen met hun klachten of meldingen terecht kunnen, zoals door het aanstellen van vertrouwenspersonen in alle organisaties, wat de motie van GroenLinks-Kamerlid Senna Maatoug tot beoogt. Natuurlijk kunnen al deze interventies en maatregelen geen kwaad en is het een goed streven om te zorgen voor een open cultuur waarin mensen zichzelf durven uit te spreken. Maar nog belangrijker is dat die signalen vervolgens opgevolgd worden – en juist daar zit vaak het probleem. Wat al deze interventies namelijk negeren zijn alle klachten die wel worden geuit, alle meldingen die wel worden gemaakt, alle signalen die wel worden afgegeven, maar waar vervolgens niets mee wordt gedaan, zoals onderzoeker Sara Ahmed uitgebreid beschrijft in haar in 2021 verschenen boek Complaint!
Ook in Nederland hebben we hier de afgelopen tijd te veel voorbeelden van gezien. Zo was journalist en oud-profwielrenster Marijn de Vries in haar tijd bij NOS Sport slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag. Ze sprak zich uit tegen haar directe collega, ‘niet één keer, maar wel tien keer’, zonder resultaat. Vervolgens sprak ze zich uit tegen de eindredacteur, zonder gehoor. Daarna nog een keer tegen de hoofdredacteur, weer zonder gehoor. Ook presentatrice Aïcha Marghadi sprak zich uit, en ook zonder gehoor. In veel gevallen kunnen mensen zich dus al uitspreken, en ze doen het ook, alleen komen ze erachter dat het geen effect heeft. Het probleem zit hem dan dus niet zozeer in de afwezigheid van een aanspreekcultuur, maar in afwezigheid van de wil om toxische patronen te doorbreken – en dat is niet iets wat het openen van nog meer loketten of het aanstellen van vertrouwenspersonen zomaar oplost.
Veel actieprogramma’s, interventies, trainingen en cursussen voor sociale veiligheid leggen de verantwoordelijkheid bij de slachtoffers om zich uit te spreken, zonder dat ze de oorzaken van grensoverschrijdend gedrag wegnemen.
Vaak is het trouwens niet eens nodig om je uit te spreken, een melding te maken of je verhaal te doen bij de vertrouwenspersoon. In veel gevallen speelt het grensoverschrijdende gedrag zich namelijk voor ieders ogen af; hoorbaar, zichtbaar en voelbaar voor iedereen die er rondloopt, zoals bij De Wereld Draait Door het geval was, en bij NOS Sport, en bij het debatcentrum Pakhuis de Zwijger. In hun onderzoek naar het ‘angstregime’ bij de Amsterdamse dienst Monumenten en Archeologie onder Jerzy Gawronski concluderen Parool-journalisten dan ook: ‘Iedereen wist het.’ ‘Het geschreeuw, de uitbarstingen, het is onmogelijk om het niet te horen. Maar volgens de (oud-)werknemers grijpen [zijn directeuren] stuk voor stuk nauwelijks in.’
En als iedereen het al weet, waarom zou je het dan nog melden?
Hier schuilt dan ook het tekort van alle actieprogramma’s, interventies, trainingen en cursussen voor sociale veiligheid: ze pakken het probleem niet bij de wortel aan, maar richten zich vooral op de symptomen. Ze leggen de verantwoordelijkheid bij de slachtoffers om zich uit te spreken (wat ze vaak al doen), zonder dat ze de oorzaken van grensoverschrijdend gedrag wegnemen.
Natuurlijk, als er iets is gebeurd moeten melders professionele ondersteuning krijgen en moeten er adequate regelingen zijn om een melding te doen. Maar we weten dat er niet zomaar dingen gebeuren: we weten dat grensoverschrijdend gedrag structureel plaatsvindt, we weten onder welke omstandigheden dat het meest gebeurt en we weten ook welke groepen er het vaakst slachtoffer van zijn. Met deze kennis moeten we ons veel meer richten op het wegnemen van de oorzaken van grensoverschrijdend gedrag zodat we het kunnen voorkomen in plaats van het slechts achteraf proberen te corrigeren.
Neem de universiteiten, de afgelopen tijd in het bijzonder onder de aandacht gebracht door het ontslag van Susanne Täuber, tot voor kort universitair hoofddocent aan de Universiteit Groningen. Naar aanleiding van een essay dat Täuber publiceerde waarin ze kritiek uit op het promotiebeleid van de universiteit begon de faculteit Economie en Bedrijfskunde een ontslagprocedure; de ‘verstoorde werkrelatie’ die zou zijn ontstaan gaf hier voldoende aanleiding toe, zo besloot ook de rechter.
Naast het ontslag zelf is het treurige aan de casus dat het bevestigt wat Täuber in haar eigen onderzoeken al vaak heeft vastgesteld: universiteiten zijn structureel onveilig door de machtsongelijkheid die er heerst. Samen met Yolande Jansen, Natalie Scholz en Remco Tuinier publiceerde Täuber vorig jaar een artikel in De Groene Amsterdammer over intimidatie en machtsmisbruik op universiteiten. Ze laten daarin zien dat het sociale-veiligheidsbeleid zoals het momenteel is ingericht, met haar vertrouwenspersonen en meldstructuren, klachtenprocedures en bewustwordingscampagnes, ‘verre van adequaat’ is. Alle ‘zorgstructuren’ die opgezet zijn om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan ‘verergeren niet zelden het probleem’, zo concluderen Täuber en haar collega’s. Waar zit dan wel de oplossing?
In een recent interview naar aanleiding van haar ontslag zegt Täuber: ‘Wij weten al een aantal jaren wat de bronnen zijn van sociale onveiligheid: hiërarchie, afhankelijkheid, interne competitie.’ Op universiteiten zijn door ‘competitiecultuur, bezuinigingen en tijdelijke contracten’ veel werkrelaties ontstaan met een ‘vergaande afhankelijkheid’, zo schrijven de auteurs verder in De Groene Amsterdammer. Racisme, seksisme en validisme vloeien zo moeiteloos de instituten binnen, aldus de auteurs: ‘Vrouwen, internationals, LHBTQI+-personen en mensen met een beperking zijn extra kwetsbaar.’
Grensoverschrijdend gedrag als machtsmisbruik
Het is dus de ongelijkheid die grensoverschrijdend gedrag mogelijk maakt en waardoor het in stand kan worden gehouden. Het is immers nooit de afwasser die de sterrenchef intimideert, of de stagiaire die de algemeen directeur aanrandt. Recent onderzoek van FNV bevestigt dit beeld. Uit hun grootschalige enquête blijkt dat 60% van de respondenten het afgelopen jaar te maken heeft gehad met pesten, (seksuele) intimidatie, discriminatie en in sommige gevallen zelfs met fysieke agressie. Ook blijkt dat vrouwen vaker slachtoffer zijn dan mannen, en mensen met een onzeker contract vaker dan mensen met een vast contract. Maar het meest schokkende resultaat? In de helft van de gevallen blijkt de leidinggevende de dader te zijn.
In ziekenhuizen blijkt de situatie niet minder ernstig. Recent hield artsenvakblad Medisch Contact een enquête onder ruim 6500 artsen en geneeskundestudenten, waaruit blijkt dat meer dan de helft van de respondenten te maken heeft gehad met vormen van grensoverschrijdend gedrag. Uit de resultaten blijkt dat vooral intimidatie en machtsmisbruik vaak voorkomen in de medische wereld, naast seksueel grensoverschrijdend gedrag, discriminatie, racisme, en pesten. En ook hier blijkt dat het de ongelijkheid binnen de ziekenhuizen is die zulk wangedrag mogelijk maakt en richting geeft. ‘Alle vormen van grensoverschrijdend gedrag komen voor in de hiërarchische situaties in ziekenhuizen,’ zo concludeert Bertho Nieboer, gynaecoloog en hoofdredacteur van het tijdschrift Medisch Contact.
Uit de enquête blijkt dat het vooral chirurgen zijn die het grensoverschrijdende gedrag vertonen, op flinke afstand gevolgd door internisten en gynaecologen. Slachtoffer hiervan zijn over het algemeen (vrouwelijke) artsen en geneeskundestudenten, die hier vaak uit angst voor mogelijke repercussies niets tegen doen. ‘Als coassistent voel je je echt niet in de positie om ertegenin te gaan omdat je zo afhankelijk bent van de beoordeling van de artsen,’ zo vertelt een jonge vrouwelijke basisarts die inmiddels buiten het ziekenhuis werkt na ervaringen van grensoverschrijdend gedrag.
Als we de oorzaken van grensoverschrijdend gedrag moeten zoeken in hiërarchie, afhankelijkheid en interne competitie, dan is het ook daar waar we moeten gaan zoeken naar de oplossingen.
Natuurlijk is de strikte ongelijkheid in de vorm van een machtspiramide binnen ziekenhuizen niet de enige oorzaak. Een machocultuur, een overschot aan mannen, tijdsdruk, stress, competitiviteit, de aard van het werk en bepaalde persoonlijkheidskenmerken zijn allemaal factoren die een rol spelen in de toxische omgeving van ziekenhuizen – en in omgevingen daarbuiten. Maar het is de machtsongelijkheid die deze factoren versterkt en zo de weg vrijmaakt voor grensoverschrijdend gedrag.
‘Wij staan wel bekend om bepaald gedrag,’ zo geeft een chirurg toe in een uitzending van Nieuwsuur naar aanleiding van de enquête van Medisch Contact. ‘Maar ik denk eerlijk gezegd dat dat niet anders is dan gedrag in een willekeurig bedrijf waar machtsverhoudingen spelen, bijvoorbeeld in de advocatuur, in de topsport of in de mediawereld,’ zo voegt hij er terecht aan toe.
Niet alleen maakt (machts)ongelijkheid grensoverschrijdend gedrag makkelijker mogelijk, ook in de nasleep ervan blijft het een bepalende rol spelen, zoals Bryce Covert in het online-magazine The Intercept beschrijft over veel Amerikaanse #MeToo-slachtoffers. Zij spraken zich publiekelijk uit tegen daders van seksueel misbruik, maar omdat de politie niet genoeg bewijs vond, of het te druk had, of andere zaken belangrijker achtte, is het in veel gevallen niet tot een formele veroordeling gekomen. Hierop sloegen de daders terug: met dure advocaten in de hand beschuldigden ze de slachtoffers van smaad en laster met grote geldbedragen als eis, wetende dat de slachtoffers vaak niet de financiële middelen hebben om zich ertegen te verweren, laat staan het geëiste bedrag te betalen. ‘The accused have turned around and sued their accusers, effectively silencing them,’ zo concludeert Covert in haar artikel.
een ‘sociaal veiliger klimaat’
Als we de oorzaken van grensoverschrijdend gedrag moeten zoeken in hiërarchie, afhankelijkheid en interne competitie, dan is het ook daar waar we moeten gaan zoeken naar de oplossingen. Een voorbeeld van een oplossing in die richting is recent gekomen van De Jonge Akademie, die met hun project ‘Iedereen professor!’ af wil van de hiërarchische structuur binnen universiteiten. Alle rangen – van universitair docent tot universitair hoofddocent tot hoogleraar – zouden samengevoegd moeten worden tot één functie, zo luidt het voorstel: iedereen professor. In de praktijk doen ze vaak toch al hetzelfde werk, zo stellen ze, en we kunnen wetenschappers ook op basis van ervaring of prestaties periodiek laten doorgroeien in salaris zonder het rangensysteem in stand te houden. Het voorstel neemt alle afhankelijkheidsrelaties weg: de formele afhankelijkheidsrelaties door iedereen dezelfde rechten te verlenen, en de informele afhankelijkheidsrelaties door iedereen dezelfde status toe te kennen. Het opheffen van de ‘cosmetische verschillen’ tussen de rangen zal bijdragen aan het ‘afvlakken van de hiërarchische structuur’, schrijft De Jonge Akademie, en dus aan een ‘sociaal veiliger klimaat’ op universiteiten, waarin ‘jongere academici zich uit durven te spreken zonder bang te zijn voor de gevolgen als hoogleraren het niet met hen eens zijn’.
Het project van De Jonge Akademie is slechts een aanzet, een voorstel tot verbetering. Met het invoeren ervan zal grensoverschrijdend gedrag op universiteiten niet zomaar verdwijnen. Maar wat het project wel doet, is de oorzaken ervan in kaart brengen om vervolgens oplossingen te formuleren die zulke oorzaken wegnemen, en juist dat is waar het de meeste andere voorstellen en interventies aan ontbreekt. Het is een concrete, praktisch toepasbare oproep tot echte verandering – en alleen al om die reden zouden we het serieus moeten nemen als we grensoverschrijdend gedrag werkelijk tegen willen gaan.
In haar handreiking schrijft Mariëtte Hamer dat het doel is om een ‘cultuurverandering in organisaties’ te realiseren. Maar als we de oorzaken van grensoverschrijdend gedrag moeten zoeken in formele en structurele kenmerken van organisaties, zoals hiërarchie, afhankelijkheid en interne competitie, dan is het ook daar waar we moeten gaan zoeken voor de oplossingen. Het gaat, kort gezegd, in eerste instantie niet zozeer om een verandering van de cultuur, maar vooral van de structuur van organisaties – dan verandert de cultuur vanzelf mee.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.