De gesprekken van de dag, volgens de redactie. Vandaag: aanpassen is als fietsen door een mijnenveld. Wie aan wie, wat en hoe en wie wanneer?
Aman heeft een nieuwe fiets. Het was even wennen voor de Syrische vluchteling: slingerend, meanderend, met z’n benen wijd om de klappen op te vangen waagde hij zijn eerste ritje. Vanaf de zijlijn kreeg hij instructies van de Nederlandse Radboud Spruit. ‘Ho! Where are you going? Rrrrechtdoor! Niet naar links! Rrrrrechtdoor!’
Aman verblijft in het azc in Wassenaar. Radboud helpt waar hij kan. ‘Ik heb mijn vriend Aman een goeie fiets gegeven die ik over had,’ schrijft hij. ‘Nu kan hij eropuit, en tip 4 van het Doe-het-zelf-handboek voor vluchtelingen in Vrij Nederland in praktijk brengen.’
Nu fietst Aman naar zijn taallessen. De rit kost de gemiddelde Nederlander een half uurtje. Aman, die het fietspad al wiebelend nog in volle breedte gebruikt, ruim een uur. Hij past zich aan, met een beetje hulp van iemand die van wanten weet. In Nederland stap je op de fiets, dus slingert hij zich een weg naar het Nederlanderschap.
Op de A10 fietsten gisteren twee Grieken. Bij Knooppunt Amstel, keurig aan de kant van de weg, dat wel. Op hun rode toeristenfietsen staken ze meerdere rijstroken over; het was nu eenmaal de kortste route, volgens de navigatie op hun telefoons. Politie Amsterdam-Amstelland schrok zich rot, riep ‘levensgevaarlijk!’, gaf het stel een waarschuwing en wees ze de weg naar het fietspad. In oktober fietsten er drie Syrische vluchtelingen op de A67 bij Venlo, op weg naar Zaltbommel, 100 kilometer verderop.
Ik kan me voorstellen dat je als fietsende vluchteling een tikkie gefrustreerd (bovenop het leed dat al was) van de weg wordt gehaald. Dan stáp je op de fiets, dan héb je het onder de knie, is het nog niet goed. Aanpassen is als fietsen door een mijnenveld.
Op het Rijswijks Lyceum werkte tot een dag geleden een Islamistische docent Engels, die in elke dag twee minuten van zijn pauze gebruikte om te bidden. Een schande, volgens de directie. Leerlingen en hun ouders maken zich goed kwaad. Tijdens de lunchpauze lieten ze luidkeels van zich horen, en op Facebook woedt een protestactie om hun ‘geliefde docent’ terug te krijgen. ‘Hij bidt notabene op een plek waar niemand het ziet! Niemand heeft er last van!’
Waarom zitten die twee minuten in dat achterkamertje de directie dan wel in de weg? ‘Religieuze uitingen zijn privé en moeten privé uitgeoefend worden,’ leggen ze uit. ‘En een docent die per se in het schoolgebouw wil bidden, past niet bij die opvatting.’
Wie moet zich hier aanpassen? Is het de docent, voor wiens manier van zingeving geen plek is binnen ‘de opvatting’? Zijn het de kinderen en hun ouders, die zich niet kunnen vinden in ‘de opvatting’ van hun eigen vertegenwoordigers? Of is het de directie, die met het grootste gemak ‘de opvatting’ een beetje bij kan schaven?
Zoveel moeite kost het niet om hier en daar wat mijnen te ruimen. De bereidheid zich aan te passen staat mensen goed. Of het nu Aman is op zijn wiebelfiets, een docent die bidt in een achterkamertje of een groep pubers die de schoolleiding bij een boterham met pindakaas wijst op een portie hypocrisie. Wie de ander onwil verwijt, moet zelf ook bereid zijn toe te geven.
Lees deze tweet van Ronald Plasterk en zie: Nederlanders moet zich evengoed aanpassen aan het Nederlanderschap.
Het lijkt 1984 wel, toen Mehmet Pamuk een onsje aardappels bij de groenteboer bestelde. ‘Een ding valt mij op. Dat Nederlanders steeds vaker onzorgvuldig hun moedertaal beginnen te spreken. Tot genoegen, mijne heren.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.