Asielbeleid
Met het bewind van IJzeren Rita achter de rug en een generaal pardon in het vooruitzicht, zou je bijna geloven dat de problematiek rond asielzoekers binnenkort is opgelost. De werkelijkheid ligt anders. Nog dagelijks melden zich vreemdelingen bij de grens. Ieder met hun eigen verhaal.
Neem de familie Flores uit El Salvador. Vader Jorge (30) werkte als politieagent in hoofdstad San Salvador. Hij staat, zegt hij, op de dodenlijst van de beruchte bende Mara Salvatrucha. De leden daarvan zijn te herkennen aan tatoeages over hun hele lichaam, gezicht inbegrepen. Ze leven van drugshandel en mensensmokkel, terroriseren de samenleving in een aantal Midden-Amerikaanse landen en zijn verantwoordelijk voor het extreem hoge aantal moorden: zo’n vierduizend per jaar in El Salvador – een land met nog geen zeven miljoen inwoners.
Toen Jorge Flores na een bloedig vuurgevecht assisteerde bij de arrestatie van een aantal bendeleden, droeg hij niet, zoals zijn collega’s, het gebruikelijke gezichtsmasker. ‘Sindsdien ben ik meerdere malen met de dood bedreigd. Ze weten wie ik ben. Ook mijn familie loopt gevaar.’ Het is volgens hem niet ongewoon dat politieagenten in El Salvador op klaarlichte dag worden geliquideerd. Hij besloot te vluchten, samen met zijn zwangere vriendin Keney (28) en hun twee zoons van 8 en 10 jaar.
Grootmoeder
De meeste Salvadoranen die een beter heenkomen zoeken, vertrekken naar de Verenigde Staten, waar ze een bestaan opbouwen in de illegaliteit. Dat was aanvankelijk ook het plan van het gezin Flores. Maar Jorges grootmoeder en oom, die al meer dan twintig jaar in Zweden wonen, wisten hen ervan te overtuigen de oversteek naar Europa te wagen. Als de Zweedse autoriteiten het vluchtverhaal zouden horen, zeiden ze, dan kreeg het gezin vast en zeker een verblijfsvergunning. Dat zou kunnen kloppen. Het Zweedse toelatingsbeleid is een stuk ruimhartiger dan dat van de meeste andere Europese landen.
De familie in Zweden legde geld bijeen voor vier tickets richting Göteborg. Jorge, Keney en hun kinderen pakten hun koffers. Op 25 februari 2007 stapten ze op het vliegtuig.
Bij hun overstap op Schiphol ging het mis. De familie werd tegengehouden door de marechaussee. Officiële reden: ze beschikte niet over een visum voor Zweden. Eigenaardig, want volgens de Zweedse ambassade hebben inwoners van El Salvador helemaal geen visum nodig. Maar de Nederlandse autoriteiten zagen het anders. Het gezin moest terug naar huis, en wel met het eerstvolgende toestel.
Na een nacht met zijn vrouw en kinderen te hebben doorgebracht op de plastic kuipstoeltjes op Schiphol, vroeg Jorge Flores om een gesprek met de autoriteiten. Hij kon, zei hij, echt niet terug naar zijn eigen land. Er ontspon zich een dialoog die typerend is voor de kafkaëske werkelijkheid waarin asielzoekers in Nederland soms terechtkomen. ‘Als het zo onveilig is in El Salvador,’ vroeg de ambtenaar van dienst, ‘waarom gaat u dan niet in Mexico wonen?’
‘Wat heb ik daar te zoeken?’ vroeg Jorge. ‘Ik wil naar mijn familie in Zweden.’
‘Wat gaat u dan in Zweden doen?’
‘Asiel aanvragen.’
‘Dat kunt u ook in Nederland.’
‘Misschien moet ik dat maar proberen.’
‘Wij geven u weinig kans op een verblijfsvergunning. Volgens onze informatie is El Salvador een veilig land.’
Kom daar maar eens uit. Jorge Flores: ‘We hebben toch maar asiel aangevraagd in Nederland. Het was op dat moment de enige uitweg.’
Geen bescherming
Het is drie maanden later als we de familie Flores ontmoeten bij het asielzoekerscentrum in Alkmaar. Moeder Keney is inmiddels in een Nederlands ziekenhuis bevallen van een dochter, Alicia. In hun nieuwe onderkomen voelen ze zich veiliger dan in El Salvador, maar ze hadden liever bij hun familie in Zweden gezeten dan tussen de Irakese en Somalische vluchtelingen. ‘We hebben hier niets,’ zegt Jorge, terwijl Keney haar dochter de borst geeft. ‘Niemand spreekt Spaans, we brengen de tijd door met wachten.’ Hoe anders had hun situatie kunnen zijn als ze een rechtstreekse vlucht hadden genomen.
Nu is hun toekomst onzeker. Het is waarschijnlijker dat ze geen verblijfsvergunning krijgen dan wel. Alleen als ze kunnen aantonen dat de Salvadoraanse overheid hun geen bescherming kan bieden, hebben ze een kans. Maar dat is lastig te bewijzen.
Flores is hoe dan ook niet van plan terug te keren naar El Salvador. Maar wat dan? Geld om met zijn vijven door te reizen naar een ander Europees land hebben ze niet. Spullen trouwens ook niet, want hun koffers hebben de familie in Zweden wél bereikt. Een illegaal bestaan in Nederland is ook geen rooskleurig vooruitzicht. Zeker niet nu staatssecretaris van Justitie Nebahat Albayrak gemeentes vraagt te stoppen met de opvang van alle vreemdelingen die niet onder het generaal pardon vallen. De Amsterdamse wethouder Marijke Vos schetste deze week al schrikbeelden van rondzwervende gezinnen.
Jorge Flores bereidt zich voor op een langdurig verblijf in Nederland. Hij heeft een aantal boeken aangeschaft om zich de taal meester te maken. Hij kent al twee Nederlandse woorden: ‘goedemorgen’ en ‘gesloten’.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.