Willen we Nederland nóg superder maken dan het al is, dan hebben we meer lef nodig. Iets wat schaars is, zelfs in ons superland.

Nederland is een superland. We zijn supergelukkig. We zijn supergezond. We zijn superveilig. We zijn supersociaal, supercultureel. Super opgeleid, superlekker aan het werk, supergoed verzekerd, supermilieubewust én: superrijk. We zijn de op vier na superste economie van de hele wereld.

Kan het superder? Natuurlijk. Bovenaan de lijstjes staan, betekent alleen dat we het supergoed doen ten opzichte van andere landen. In absolute termen kan het op vrijwel alle terreinen beter.

Maar hoe? Daar lopen we aan tegen de keerzijde van superland. Want het is nu voor veel mensen moeilijk voor te stellen hoe het nog superder kan. Kijk, als je nou in Slowakije woont, of in Zimbabwe, ja, dán heb je veel te verbeteren. Maar als je al een superland bent?

Is de enige weg van de top niet de weg naar beneden? Worden we straks niet minder veilig, minder sociaal, minder opgeleid en minder gezond? Met minder natuur, minder banen én minder geld? Veel Nederlanders zijn superbang.

Wie bang is, kijkt liever niet vooruit. Wie bang is, durft niet te dromen van een betere wereld. Het is de mentale decadentie die past bij een vergrijzende samenleving als de onze. Klopt. Maar toch moet het anders, waarde medebewoners van superland.

Dit is het juiste moment. We hadden het er hier vorige maand al over. De economische crisis is voorbij. Geld is praktisch gratis en volop beschikbaar. De techniek ligt klaar. Het is tijd voor groot denkwerk gericht op de lange termijn en voor weloverwogen superinvesteringen.

De werkgeversorganisaties onderschrijven deze conclusie. Met veel bombarie lanceerden VNO-NCW, MKB Nederland en LTO afgelopen week het initiatief NL Next Level. Oftewel: Nederland naar een volgend niveau.

Het idee? Miljardeninvesteringen gericht op de lange termijn. De overheid moet 5 miljard euro inleggen, zodat private partijen vervolgens een investeringsfonds van 100 miljard euro kunnen volstorten.

Fijn, maar zoals bekend, hebben we aan geld geen gebrek. En dat investeringsfonds? Hebben we met dit doel niet onlangs de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) opgericht? De 2 miljard die daarin zitten, zijn nog niet op.

Geld is het probleem niet. Het ontbreekt ons aan plannen waaraan we al die euro’s durven uit te geven. NL Next Level blijft daarover ook nog vaag. De acht ‘investeringsprogramma’s’ gaan over de bekende zaken: de overgang van fossiele naar duurzame energie, de digitale infrastructuur, dijken, de havens, Schiphol, ‘bruisende binnensteden’, internationale handel en investeringen in kennis.

Mooi, edoch niet concreet genoeg om er geld in te kunnen steken. Dat we moeten omschakelen naar duurzame energie is evident. Dat we daarin moeten investeren ook. Pas als er concrete plannen liggen, wordt het interessant. Want welke investering is dan het meest rendabel? Waar ga je voor? Dan is, behalve verbeeldingskracht, ook iets anders nodig.

Iets wat schaars is, zelfs in ons superland. Het is een mentaliteit. Het zijn de karaktertrekken waarvan psychologen als William James, Martin Seligman, Angela Duckworth en Carol Dweck hebben laten zien dat ze mensen succesvol maken. Het zijn de eigenschappen die ons land nodig heeft om écht naar het volgende niveau te komen. De Amerikaanse psychologen noemen het grit. Voor NL Next Level kunnen wij dit vertalen met: moed, doorzettingsvermogen en veerkracht.

Willen we Nederland écht opstoten in de vaart der volkeren, dan hebben we hier een groeimentaliteit nodig. In de terminologie van VNO-NCW: een NL Next Level Mindset. Het investeringsprogramma dat daarvoor nodig is, kunnen psychologen zo optikken. En de werkgevers mogen daar dan gerust een paar miljard insteken.