Toen hij voor een ingrijpende operatie naar het ziekenhuis moest, liet hij Mein Kampf thuis, vertelt Ewoud Kieft (1977) halverwege ons gesprek. Hij koos bewust voor wat lichtere kost: Er ist wieder da, Timur Vermes’ komische boek over de wederkomst van de Führer. Of het nu door dat boek kwam, of door zijn maandenlange onderdompeling in het magnum opus van Adolf Hitler zelf, de arme historicus werd ’s nachts geplaagd door nachtmerries. Pas toen hij de laatste hand legde aan zijn boek over Mein Kampf bedacht Kieft hoe betekenisvol die dromen waren geweest. ‘Eerst waren het koortsige marsdromen waarin rijen soldaten over me heen marcheerden. Daarna volgde een perspectiefwisseling en keek ik neer op een grote vlakte vol mensen, alsof ik de massa moest toespreken. Ergens ver in de diepte zag ik miniatuurpoppetjes zwaaien met vlaggen en vaandels, als een soort playmobilmannetjes. Nu eens lag ik eronder en dan weer stond ik erboven. Die twee perspectieven geven mijn leeservaring van de laatste maanden wel zo’n beetje weer.’
Van kaft tot kaft
De oplage van vóór 1945 – 12,4 miljoen – zal wel niet gehaald worden, maar toch is Mein Kampf ruim zeventig jaar na verschijnen – en na het verlopen van het auteursrecht – weer een bestseller. Ditmaal onder de titel: Hitler, Mein Kampf. Eine kritische Edition. Van de Nederlandse vertaling uit 1939, door nationaalsocialist Steven Barends, werden tijdens de Duitse bezetting zo’n honderdvijftigduizend exemplaren verkocht. Ewoud Kieft, die eerder onder andere Oorlogsenthousiasme schreef, over de Eerste Wereldoorlog, werd in februari 2015 door het NIOD gevraagd om een inleiding te schrijven bij een nieuwe, wetenschappelijke vertaling. Hij nam de zware taak op zich om het verboden boek van kaft tot kaft door te ploegen. Hij zou de hele tekst spellen maar ook de duizenden verwijzingen in de nieuwe Duitse editie. ‘En daarnaast las ik wetenschappelijke studies over de publieke opinie in de Weimarrepubliek, over antisemitisme, over radicalisering.’
Mein Kampf is populair in de Arabische wereld, in Turkije en in India. In Frankrijk wordt net als in Duitsland een wetenschappelijke editie voorbereid. In Nederland is het boek niet in de winkel te koop. Tien jaar geleden stemde de Tweede Kamer tegen het vrij verkrijgbaar maken van het boek. De voortdurende weerstand tegen zo’n nieuwe uitgave in Nederland werd verwoord door Kiefts vader, zoon van een Groningse verzetsman die in 1945 in Duitse gevangenschap overleed. ‘Mijn vader reageerde met afschuw toen ik voor het eerst over het plan voor de nieuwe vertaling vertelde. “Ach nee hè!”’
Hijzelf raakte juist steeds meer overtuigd van de noodzaak van een wetenschappelijke heruitgave, zegt Ewoud Kieft. ‘Mijn aanvankelijke twijfels verdwenen al snel. Zo’n nieuwe editie geeft ons de kans om de donkere kanten in onszelf en onze samenleving onder de loep te nemen. We moeten juist onderzoeken waarom de abjecte ideeën in dat boek zo’n grote weerklank hebben gekregen. We moeten die confrontatie opzoeken om het gevaar te kunnen ontmantelen.’
Een stuk dichterbij
Hij was nog maar net tot die conclusie gekomen, toen het NIOD besloot om toch niet door te gaan met een nieuwe geannoteerde versie. De weerstand bleek nog steeds groot en uit respect voor de slachtoffers van de nazi’s, en vanwege de hoge kosten en het gevoel te dubbelen met de Duitse uitgave, zag het instituut voor oorlogsdocumentatie af van een Nederlandse editie. Mai Spijkers rook mogelijkheden: bij zijn uitgeverij Prometheus verschijnt binnen afzienbare tijd een vertaling door Mario Molegraaf met een inleiding van de Leidse historicus Patrick Dassen. Eerst baalde Kieft, ‘maar eigenlijk bleek het een blessing in disguise’. Hij sprak met het NIOD af om zijn inleiding om te werken tot een zelfstandig boek waarin hij op een veel persoonlijker manier over Mein Kampf kon schrijven dan in een inleiding had gekund. ‘Ik besloot om er zo eerlijk mogelijk over te schrijven. Dat bood me de kans om verder te onderzoeken hoe dicht Mein Kampf bij onszelf staat. En dat bleek een stuk dichterbij te zijn dan we zouden willen.’
Ik heb nog nooit iemand gesproken die Mein Kampf helemaal heeft gelezen en toch weet iedereen dat het onleesbaar is.
‘Het is niet wat je zegt a good read. Dat hele boek lezen was extra zwaar omdat ik mezelf dwong om het serieus te nemen. De meeste mensen die Hitlers racistische taal lezen, zullen daar al snel lacherig of melig van worden, of het walgend wegschuiven. Maar ik dwong mezelf om telkens de vraag te stellen: hoe kan het dat dit heeft gewerkt? Iets proberen te begrijpen wat je verafschuwt, dat is loodzwaar.’
Waarom wilde je die racistische waanideeën per se serieus nemen?
‘We houden alles wat we verafschuwen graag kunstmatig op afstand, vanuit een soort gemakkelijk wij-zij denken. “Wij” de beschaafde wereld, tegenover “zij” de barbaren. Het druist tegen je intuïtie in om zoiets serieus te gaan nemen. Als je het toch probeert, komt al dat vijandige toch iets dichterbij, en weg zijn die grenzen die zo prettig overzichtelijk waren.’
Hitler toont volgens jou in het boek heel duidelijk hoe hij aansluit bij bestaande vooroordelen.
‘Hij gebruikt vaak iets concreets als aanleiding en verbindt daar vervolgens haatdragende spookbeelden aan. Dat verklaart voor een deel de kracht van zijn argumentatie. De lichte oververtegenwoordiging van Joden in de Duitse socialistische partij was zoiets concreets. Dat greep hij aan om socialisten en Joden op één hoop te gooien. Die truc werkt ook in deze tijd. Er is terechte kritiek op de EU mogelijk, en veel populistische partijen gebruiken die onvrede om de regeneratie van de natiestaat en het herinvoeren van de gulden te bepleiten. Dat zijn geen echte oplossingen, maar door aan te haken bij reële en breed gedeelde bezwaren scoor je er toch mee.’
Was je niet bang dat je dus een soort gids voor populisten aan het schrijven was?
‘In Parijs sprak ik met een team van jonge frisse academici die met een Franse editie bezig zijn. Die stelden mij ook die vraag: geef je het ze niet op een presenteerblaadje? Nogmaals, ik heb het idee dat het gevaarlijker is om het weg te schuiven dan om het onder ogen te zien. Als het om racisme en antisemitisme gaat: mijn boek zal echt niemand over de streep trekken.’
Jouw analyse maakt zijn werkwijze toegankelijker, óók voor extreem-rechts.
‘Het motto van het boek is “ken je vijand”, en daar kies ik consequent voor. Dat belang vind ik groter dan het gevaar wat je beschrijft. De behendige nationaal-populisten van nu beheersen alle tips en tricks allang, daar hebben ze Hitler echt niet voor nodig. Juist degenen die zich soms wat kunnen verliezen in nuances kunnen door mijn boek een beter beeld krijgen van de aantrekkingskracht van dat nationalisme en populisme. Dat is het grootste belang op dit moment.’
De propagandamachine van IS lijkt volgens jou nog het meest op die van Hitler en ‘Mein Kampf’.
‘Zeker. Als er al overeenkomsten zijn met de PVV, Le Pen of met Trump, dan moet je daar wel aan toevoegen dat de overeenkomsten met IS nog veel groter zijn. Het is misschien logisch om meer aandacht te besteden aan de PVV en aan Trump omdat ze net als destijds Hitler voortkomen uit ons eigen parlementaire stelsel. Maar ik zou het vervelend vinden als mijn boek door gebrek aan evenwicht of fairheid wordt weggeschoven als Wilders bashen.’
Was het toch niet één groot feest der herkenning in deze tijd van Erdogan, Poetin, Trump?
‘Ik schreef dit boek in 2016, een krankzinnig jaar. Het populisme zal blijven spelen maar vorig jaar leek het één grote aardverschuiving te gaan worden. Het zou raar zijn om de vergelijkingen met het heden, die iedereen denk ik vanzelf al zal maken, te negeren. Ik vind het wel belangrijk om dat op een constructieve manier te doen. Daarvoor gebruik ik de definitie van de Engelse historicus Roger Griffin. Hij geeft een algemene, niet historisch gebonden definitie van fascisme: “Een ultranationalistische, antidemocratische, revolutionaire beweging die gebruik maakt van regeneratiediscoursen.” Dat van die regeneratie valt eenvoudig aan te wijzen bij Trump. “Make America great again”? Check.’
‘Mein Kampf’ haakt in op sentimenten die jijzelf ook zegt te hebben.
‘Ik merkte dat ik toch een sterke neiging heb om die gedachten op afstand te houden: zo zijn we niet opgevoed, dat stadium hebben we overwonnen. Maar ik vermoed dat ik uiteindelijk ook niet vrij ben van racisme of antisemitisme. De walging die ik voelde, het niet serieus willen nemen, leek soms verdacht veel op een soort afweerreactie uit zelfbescherming. Die afweerreactie maakt deel uit van het racistische probleem.’
Dwong je jezelf om Hitler als het ware het voordeel van de twijfel te geven?
‘Nee, dat voordeel van de twijfel had hij allang verspeeld toen hij zijn boek in 1925 begon te schrijven. Er waren 350 politieke moorden gepleegd en Hitler had al dat geweld toen al aangemoedigd. Rathenau was vermoord door mensen van de Ehrhardt Brigade, een van de vrijkorpsen die zich net bij de nazipartij hadden aangesloten. Als je kijkt naar het antisemitische geweld begin jaren twintig, zie je dat Mein Kampf niet alleen theorie was, maar al praktijk. Voortdurend legt dat boek een verband tussen marxisten en Joden. In de ogen van nationalistische Duitsers stond lid zijn van een socialistische partij gelijk aan desertie en op desertie staat executie. Die gedachte was vlak na de Eerste Wereldoorlog nog springlevend. Vernietiging werd zo verbonden met marxistische landverraders en later wordt daar dan steevast aan toegevoegd: marxisten zijn allemaal Joden. Daaruit volgt dat de Joden moeten worden vernietigd – dat was ook wat Hitler en zijn mannen tijdens de putsch van november 1923 van plan waren met hun Joodse gijzelaars.’
Antisemitisme was niet specifiek Duits, het was wijd en zijd verbreid in vooroorlogs Europa.
‘Ja. En in de mainstream cultuur in Duitsland politiseerde dat tijdens de Eerste Wereldoorlog van een wat algemeen christelijk antisemitisme tot: Joodse Duitsers zijn socialisten, zijn landverraders, zijn in tijden van oorlog en crisis vijanden van het volk. De Duitse militaire cultuur was door en door antisemitisch, net zoals de Russische en Oostenrijkse trouwens.’
Je beschrijft het gevoel te zijn opgegroeid in een laatste periode van vanzelfsprekende verlichting.
‘We hebben lang geleefd met een aantal vaste waarden. Dat we een open samenleving zijn, dat internationale samenwerking noodzakelijk is, dat we vluchtelingen helpen als ze in grote nood zijn, dat er integratie mogelijk is. Dat is allemaal niet meer vanzelfsprekend. Het ideaal van een open samenleving is inmiddels niet meer het uitgangspunt van de politieke strijd maar de inzet. We kunnen niet achteroverleunen, er moet voor gevochten worden.’
Je ziet ook een parallel tussen onze slachtoffercultuur en de nasleep van de Eerste Wereldoorlog.
‘Onze herdenkingscultuur kent ook een soort wij-zijdenken. Alles wat tot relativering van de tweedeling dader-slachtoffer zou kunnen leiden, bijvoorbeeld het proberen te begrijpen van de aantrekkingskracht van het nazisme, staat daar in spanning mee. In Nederland kreeg het herdenken een bijna heilige status, waar we allemaal in mee gingen. Ik zie Thom de Graaf nog voor het Anne Frankhuis waarschuwen voor de opkomst van Fortuyn. Achteraf had ik pas door hoe belachelijk dat was.’
Nazi-vergelijkingen zijn zinloos, concludeer je. Toch trek jij zelf ook parallellen met het nationaalpopulisme van vandaag.
‘Vaak is het een zwaktebod dat nooit leidt tot zelfonderzoek en het debat frustreert. Meestal ontaardt het in scheldpartijen en het zoeken van parallellen bij de ander – nooit bij jezelf. Tegelijkertijd wist ik dat iedereen bij sommige passages uit Mein Kampf, het wegzetten van bevolkingsgroepen of het presenteren van alternative facts, aan Trump of Wilders zal denken. Dan kun je dat niet negeren. Mijn voorstel is dus: het moet over structurele parallellen gaan, niet over de toevallige overeenkomsten die alleen maar tot jij-bakken leiden.’
Bijvoorbeeld: parlementaire democratie is te ingewikkeld voor het volk.
‘Tijdens de verkiezingen bestrijd je elkaar en daarna onderhandel je met elkaar, veel mensen kunnen dat niet volgen en zien het als een vorm van verraad. Dat speelt populisme in de kaart, zag Hitler al.’
Nog eentje: alleen de leider heeft een directe verbinding met het volk.
‘Dat zag je vooral bij Trump, de miljardair met een direct lijntje met de volksgemeenschap. Daarmee ontkende hij alle diversiteit in de samenleving. Door dat te zeggen verklaart hij het parlement tot overbodig instituut en elk idee van een tegenmacht als hinderlijk en overbodig. Dat is trouwens helemaal niet voorbehouden aan rechts-nationalisme. Vroeger waren het vooral linkse politici die met precies deze zelfde retoriek kwamen: wij vertegenwoordigen het volk tegen de elite. Het is een dunne lijn, maar wel heel belangrijk om erop te blijven wijzen: zo doen wij dat niet in een democratie.’
Terwijl je Hitler las, nam je ook liedjes op met je band, De Harde Liefde. Werkte dat op elkaar in?
‘Er is altijd wel een wisselwerking, merk ik. Per boek is mijn schrijverschap veranderd, of in ieder geval mijn wereldbeeld en mijn mensbeeld. Die werden door dit boek niet veel optimistischer. Mijn behoefte aan een vorm van hoop is er ook groter van geworden en als het om mijn liedjes gaat, voel ik steeds meer bij hoopvolle muziek. Ik zoek in mijn muziek ook vaak donkere dingen op, dat gaat vanzelf. Maar mijn neiging om daar iets positiefs tegenover te stellen, is steeds natuurlijker geworden.’
Het boek heeft je strijdlust aangewakkerd, is een van je conclusies.
‘Ik had de neiging om wat schamper te doen over mensen die zeventig jaar na dato nog eens tegen het nazisme aanschoppen. Maar ik ben erachter gekomen dat het wel degelijk zin heeft om met iets als een weerwoord te komen. Tenslotte is het nazisme nooit politiek verslagen, alleen militair. Als de oppositiepartijen zich destijds nu eens níet vrijwillig hadden ontbonden, maar maandenlang protestmarsen hadden gehouden of stakingen georganiseerd?’
Is het gelukt om je vader ervan te overtuigen dat het belangrijk was om ‘Mein Kampf’ te bestuderen?
‘We hebben een traditie van discussies en onenigheden, dus het is niet uitzonderlijk dat hij kritische vragen stelt over wat ik vind of wat ik doe. Maar op dit punt was hij het al snel met me eens. Hij heeft het manuscript meegelezen en heel opbouwend meegedacht. Je moet het kwaad in de ogen kijken, dat sprak hem als ex-gereformeerde uiteindelijk wel aan.’
Ewoud Kieft, Het verboden boek. Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme. Atlas Contact, €18,99
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.