Wat is een goede column en wie is de beste in zijn vak? Rob Hoogland vindt Remco Campert de absolute meester. ‘Die kan dingen zo mooi klein beschrijven.’

Rob Hoogland schrijft een dagelijkse column voor De Telegraaf. Voor hem geldt maar één criterium: hij wil iets leesbaars op papier zetten.

Dat klinkt wel erg breed, erkent hij zelf, ‘maar dat móét met een dagelijkse column. Ik schrijf over van alles; van politiek en sport tot de lotgevallen van mijn hond. De beste stukken schrijf ik snel. Als ik ’s ochtends al weet waar ik over ga schrijven, kan ik meteen gaan rammen. Maar het komt ook voor dat ik om zes uur ’s avonds nog met de handen in het haar zit. Toen ik in 1989 met die column begon, lag ik er nog wel eens wakker van.

Vroeger had ik ook reservecolumns achter de hand. Nu niet meer. Want na zesduizend columns weet ik dat het altijd goed komt. Ik weet van tevoren waar ik over ga schrijven, maar dat idee kan zich schrijvend verder vormen. Bij mijn eerste regel weet ik echt niet wat de laatste zal zijn. Mijn column staat op een nieuwspagina, dus kan ik mij niet helemaal aan het nieuws onttrekken. Maar de grootste ramp die een columnist kan overkomen, is een ramp. Wat kun je daar nou nog aan toevoegen? Stilistische zeggingskracht vind ik veel belangrijker dan engagement. Engagement vind ik eerder een beetje eng.

Ik wil onafhankelijk zijn in mijn denken, vind ook niet dat mijn columns de Telegraaf-mening verkondigen. Ik schrijf soms columns die dwars tegen het hoofdredactioneel commentaar ingaan. Ik ben totaal geen moraalridder. Wat ik wel belangrijk vind, is dat ik het licht houd. De kracht zit ’m toch heel vaak in het kleine, in dat ene schitterende detail. De absolute meester daarin was en is Remco Campert. Die kan dingen zo mooi klein beschrijven. En ik ben een groot bewonderaar van de Zeer Korte Verhalen van A.L. Snijders. Prachtig eigengereid en stilistisch briljant. Ik vind Snijders De Beste in zijn Vak.

Foto: Joost van den Broek / Hollandse Hoogte.