Handel
Het land tussen de Handelse boerderijen en landerijen is plat. In het dorp is een voetbalvereniging, een ponyclub, een kerk en een café met kaartende mannen die aan hun stoelen lijken vastgeplakt. Het buurthuis heet ’t Kooike en de peuterspeelzaal ’t Kneuterhofke. De inwoners hangen een bourgondische levensstijl aan, ‘vatten’ graag een ‘pilske’ en houden van gezelligheid met een zachte ‘g’. Op het eerste gezicht gewoon een typisch Brabants dorp, volgens documentaire- en portretfotograaf Joost van den Broek (winnaar Zilveren Camera 2011). Hij woonde er vanaf zijn negende, maar in 1986 vertrok hij voorgoed – niet uit rancune, maar omdat hij ging studeren aan de kunstacademie in Tilburg en niets behalve zijn jeugd hem aan Handel bond.
Van de pelgrimstochten merkte Van den Broek tijdens zijn jeugd weinig; soms was het op straat iets drukker dan anders. Afgelopen juni keerde hij terug om tijdens het weekend van de Handelse processie het dorp vast te leggen. Toen werd hem de omvang van de bedevaartcultus pas echt duidelijk. In een rumoerige optocht kuieren pakweg vijftienhonderd pelgrims elk voorlaatste weekend van juni door het Brabantse land. Op zaterdag wordt de veertig kilometer van Valkenswaard naar Handel afgelegd, op zondag gaat het in omgekeerde richting. De deelnemers dragen stevige wandelschoenen en kleurige vaandels of banieren die aangeven bij welke vereniging ze horen.
Van den Broek vergelijkt de uitgelaten sfeer tijdens de mars met die van de Nijmeegse Vierdaagse. In plaats van het populaire wandelliedje ‘Een potje met vet’ klinkt er vroom gezang met lange uithalen: ‘Kinderen van Maria, zwaait de zegevaan, zingen wij het Halleluja, nooit zult gij vergaan!’ Ongeveer vijfentwintig stevige Belgische knollen vergezellen de stoet en trekken huifkarren met daarin proviand en deelnemers die hun blaren niet de baas kunnen. Bij aankomst zijn er geen medailles, maar begroeten jonge, dartelende ‘bruidsmeisjes’ in witte jurken de pelgrims traditiegetrouw. De drommen mensen worden geherbergd waar het kan: in hotels, kamers die bewoners elk jaar ter beschikking stellen, het buurthuis of de gymzaal.
Pelgrimages op kleinere schaal zijn er in Handel het hele jaar door. In ‘Mariamaand’ mei heerst er topdrukte, dan is er bijna om de dag een mars. De bedevaarttraditie zou dateren uit de dertiende eeuw, toen een schaapherder nabij Handel een Mariabeeld ontdekte in een doornstruik of, zoals een andere legende vertelt, het beeldje vond in een nis in een boom, ontstaan door een blikseminslag. Dat was voor de bevolking het signaal om ter plaatse een kapel te bouwen. Er volgde nog een mirakel: omdat men bij de bouw gebrek had aan water zorgde Maria, zo wil het verhaal, subiet voor een waterbron. Daar is nu het ‘wonderbare putje’, het water schijnt ook nog eens een geneeskrachtige werking te hebben. De tochten naar Handel werden echt populair in de zeventiende eeuw. Het was in de luwte van de Tachtigjarige Oorlog en de geestelijkheid in Valkenswaard had behoefte aan een heropleving van het geloof. De lokale bevolking werd daarom gestimuleerd om de Handelse wonderen te aanschouwen.
Brazilianen
Van den Broeks serie bestaat uit foto’s die samen Handel portretteren: de bedevaart, ‘mensen met kleine verhalen maar een grote invloed op de samenleving’ (zoals de orgelrestaurateur die verantwoordelijk is voor de restauratie van het oudste Brabantse kerkorgel), een puberende scholier en kleutermeisjes, maar ook de plaatselijke dieren en het Brabantse landschap. Zijn foto’s tonen in het Handel van nu een opmerkelijke samensmelting van traditioneel religieus met hedendaags. ‘Het dorp verschilt enerzijds weinig van hoe ik het vijfentwintig jaar geleden heb ervaren. De sfeer is hetzelfde en ook uiterlijk is er, op wat clusters nieuwbouwwoningen na, weinig veranderd.’ Van dichterbij bekeken ontwaarde hij toch opmerkelijke veranderingen. ‘In de kerk zag ik Jesaï Miango, een geboren Congolees en nu misdienaar tijdens de zondagmis in Handel. Dat was in mijn tijd onvoorstelbaar. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een getint persoon in Handel heb gezien.’ Een andere verandering die nauw aanleunt bij de huidige tijdgeest ontdekte Van den Broek in het plaatselijke klooster. ‘Daar wonen sinds drieënhalf jaar twee Brazilianen. Door hun kerk in Brazilië zijn ze naar Nederland gestuurd omdat er lokaal amper aanwas is.’
Ondanks de veranderingen keert na de bedevaarthectiek de rust terug in het Brabantse dorp. Terwijl in de verte de wegtrappelende hoeven van de Belgische knollen klinken, laat Jolijn haar Shetlandpony uit. De kaartende mannen speelden al die tijd onverstoorbaar verder, ze laten zich niet gek maken.
Joost van den Broek maakte zijn serie in Handel in het kader van ‘PS Camera’, een initiatief van onder anderen fotograaf Koos Breukel, dat belangrijke camera’s uit de fotografiegeschiedenis opnieuw tot leven wil laten komen door hedendaagse fotografen ermee te laten werken. Van den Broek maakte een eerbetoon aan Martien Coppens (1908-1986), een van Nederlands meest vermaarde fotografen. Het bekendst zijn Coppens’ Noord-Brabantse reportages zoals ‘Rond de Peel’, indringende portretten van boeren en arbeiders met vaak diep gegroefde gezichten door het harde leven in de Peel (‘Peelkoppen’), een grotendeels verdwenen hoogveengebied op de grens van Noord-Brabant en Limburg. Van den Broek kreeg Coppens’ Kalloflex, een klassieke tweeogige rolfilmcamera, in bruikleen. In 2013 worden de resultaten van ‘PS Camera’ naar verwachting voor het eerst geëxposeerd.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.