Bert Nienhuis’ ‘Over ouder worden en liefde’
‘Hij weet zich half onzichtbaar te maken, waardoor hij meer kansen krijgt,’ zegt K. Schippers. ‘Hij praat maar en hij klikt maar,’ zegt Kitty Courbois. ‘Je hebt nooit het gevoel dat je door hem gefotografeerd wordt.’ ‘Hij heeft iets verontschuldigends: sorry dat ik besta,’ zegt Frans Weisz. ‘Het wordt vast niks, maar ik doe mijn best.’
Door Bibeb geïnterviewd worden voor Vrij Nederland was een ridderslag, maar wel eentje waar de geïnterviewde zelf ook lange uren van hard werken in moest investeren. De foto van Bert Nienhuis die er onverbrekelijk bij hoorde was – daar zijn de schrijver, de actrice en de regisseur het over eens – het lintje dat het afmaakte. Je merkte er eigenlijk heel weinig van, tot je het resultaat zag.
De fine fleur
‘Ik heb echt zo’n ongelooflijke mazzel gehad,’ zegt fotograaf Bert Nienhuis zelf, terwijl hij uitkijkt over de stad die hij vanaf negenhoog in alle richtingen overziet. En dan bedoelt hij niet het prachtige appartement aan het IJ waar hij sinds kort woont, dat is niet zo uitzonderlijk in de babyboomgeneratie waartoe hij behoort. Hij heeft het over zijn loopbaan als fotograaf. En misschien ook wel over het feit dat hij deze week na een korte afwezigheid terug is in de kolommen van Vrij Nederland, zijn grote liefde, het blad waarvoor hij vele duizenden foto’s maakte .
Kijkt hij vanaf negenhoog naar het noorden, dan vaart daar nog steeds met ijzeren regelmaat de pont over het IJ van Amsterdam-Noord naar het Centraal Station en weer terug. Daar fotografeerde hij in het najaar van 1981 op een windstille maandagmorgen om kwart over zeven de passagiers van Tolhuispont nummer 16. Dat groepsportret vlak voor het neerkomen van de klep was de openingsfoto van een van de beroemde sociale reportages die hij samen met onder anderen Gerard van Westerloo voor Vrij Nederland maakte over de werkende klasse, de ruggengraat van Nederland zoals dat toen heette.
Kijkt hij naar het zuiden, dan strekt zich daar dat andere jachtterrein uit waarop hij als fotograaf actief was, en waarvan het resultaat nu op groot formaat te bekijken is in het Amsterdamse Stadsarchief. Niet de onderkant van de samenleving maar juist de elite, de fine fleur, de incrowd, de Amsterdamse grachtengordel. Daar houden veel van de schrijvers, acteurs en kunstenaars zich op die hij fotografeerde bij de interviews van Bibeb en Ischa Meijer. En dan ging hij ook nog op pad naar het Binnenhof met parlementaire verslaggevers Joop van Tijn en Max van Weezel om kleurrijke Haagse politici te portretteren als Joop den Uyl, Hans Wiegel en Dries van Agt.
‘Het waren gouden tijden voor de journalistiek, dat is wat ik met dat “mazzel” vooral bedoel,’ zegt Nienhuis. ‘Als fotografen hadden we een ongekende vrijheid. Aan de grote reportages kon je soms wekenlang werken, waarbij het principe was dat tekst en beeld allebei evenveel ruimte kregen in het blad. Daar stond wel tegenover dat er ook veel van je werd gevraagd, het was de bedoeling dat je met een eigen beeldverhaal thuiskwam en niet zomaar met een paar losse illustraties.’
Fabeltjeskrant
Een kleine veertig jaar lang was Bert Nienhuis (70) fotograaf van Vrij Nederland. Dat begon in 1975, toen de toenmalige staffotograaf van het blad Willem Diepraam samen met Gerard van Westerloo op reportage naar Suriname vertrok. Dat kon in die tijd zomaar een maand of wat in beslag nemen, en ondertussen moest er toch elke week iets te zien zijn in het blad. Diepraam, de koning van de grofkorrelige zwart-witfoto’s met doorgedrukte wolkenluchten, die het respect voor de fotografie er bij de nogal op letters gefocuste redactie had ingehamerd – sindsdien was het lange tijd taboe om een foto ook maar een millimeter aan te snijden – zocht naar een tijdelijke opvolger.
Bert Nienhuis was eenendertig, hij had een afgebroken medicijnenstudie achter de rug, enige verloren jaren op de kunst- en de filmacademie en losse klusjes bij De Fabeltjeskrant en als assistent van collega-fotograaf Ed van der Elsken.
‘Van Ed heb ik veel geleerd,’ zegt Nienhuis. ‘Dan was hij bijvoorbeeld aan het werk in een bar in Napels. Hij sprak geen Italiaans maar trok de aandacht met een soort dans met geluidjes, patatie-patata. De klandizie dacht waarschijnlijk: wat een vreemde kabouter, maar hij doet geen kwaad, dus laat hem zijn gang maar gaan. Praten en mompelen onder het fotograferen, ik doe het ook en het werkt. Het zijn een soort bezweringsformules.’
Na zijn avonturen met Van der Elsken was Nienhuis wel toe aan een vaster dienstverband. ‘Willem Diepraam belde me en zei: “Jij moet mij maar vervangen.” Die simpele zin veranderde alles. Het Vrij Nederland van die dagen was voor mij de Olympus, met journalisten als Rinus Ferdinandusse, Joop van Tijn en Martin van Amerongen.’
Een paar dagen later al maakte Nienhuis op de redactie aan de Amsterdamse Raamgracht kennis met hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse. ‘Toen ik Diepraam na afloop bedankte dat hij mij daar had geïntroduceerd, zei hij: “Graag gedaan, en nu moet er maar eens gewérkt worden.” Dat heb ik heel letterlijk opgevat. Alle of in ieder geval de meeste uitjes, pleziertjes, verhoudinkjes en andere onzin heb ik toen opzij gezet om me totaal op het fotograferen te storten. Mijn eerste foto staat nog steeds op mijn netvlies, hij ging over het cao-overleg in de metaalsector. Niet direct dat je zegt een glamoureus onderwerp, maar ik vond alles geweldig.’
Vrij Nederland was meer dan alleen werk, zegt Nienhuis terugkijkend. ‘Het was een way of life. Als “de krant” belde, moest alles daarvoor wijken.’ De cultuur op de redactie was in die tijd: de krant gaat altijd voor, ook voor je gezin. ‘Natuurlijk vervloekte ik het als ik weer eens gebeld werd om midden in de nacht een foto te maken ergens in Zuid-Limburg, maar het gaf wel een kick als het tegen alle verwachtingen in toch nog lukte. Net over de deadline heen werken werd gecultiveerd, dat leverde extra spanning op en daardoor ook een sterk verbond. Je was met zijn allen aan het werk voor dat ene doel dat alle middelen heiligde, de krant van die week.’
Een echte platencamera
Bert Nienhuis groeide op in Amsterdam, in een omgeving van intellectuelen en kunstenaars. Zijn vader, de architect Bert Nienhuis, had in Moskou zijn moeder Anka Szymelmic ontmoet en terug in Nederland raakten ze bevriend met ontwerper Dick Elffers en fotografen als Cas Oorthuys, Ad Windig en Aart Klein. ‘Het voorbeeld van al die beroemde fotografen heeft lang zwaar op mijn schoudertjes gedrukt,’ zegt Nienhuis.
Voor zijn negende verjaardag was zijn grootste wens een eigen fototoestel. ‘Ik kreeg zo’n nepgeval en was erg teleurgesteld. Een jaar later hebben mijn ouders samen met Cas Oorthuys een echte platencamera voor me uitgezocht. Oorthuys heeft een grote invloed om me gehad, net als ikzelf later was hij een echte veelfotograaf. Ik was bevriend met zijn dochters, als jongetje ging ik bij ze spelen maar vaak zat ik tot hun ergernis Cas’ archiefboeken door te bladeren.’
Zoals meer beginnende fotografen legde hij eerst zijn directe omgeving vast: zijn zusje Maryla, zijn vrienden. Hij was kind aan huis bij Henny en Meik de Swaan aan de Amsterdamse Keizersgracht, in de jaren vijftig en zestig een ontmoetingsplaats van linkse intellectuelen en kunstenaars. Bert was bevriend met de zoon des huizes, de latere hoogleraar Bram de Swaan. Ergens in het grachtenpand studeerde altijd wel Han de Vries, pleegzoon van de De Swaans, op zijn hobo. In het souterrain stond een vleugel en daar, omringd door heiligenbeelden, speelde de latere dirigent en kunstpaus Reinbert de Leeuw de godganse dag Liszt. ‘Reinbert leefde als een soort zombie ondergronds, soms kwam hij even boven om te eten. Dan was hij heel gezellig, maar hij dook al snel weer die gewijde muziekkelder van hem in om verder te spelen.’
Huize De Swaan
Als Bert Nienhuis ergens spijt van heeft, dan is het dat hij het bijzondere dagelijks leven in en rond ‘Huize De Swaan’ nooit heeft gefotografeerd, zegt hij. ‘Iemand noemde het daar eens een soort nieuwe Muiderkring, een fotoserie daarover had een mooi tijdsbeeld kunnen geven van links Nederland vlak voor het uitbreken van de jaren zestig.’
Hij heeft het in de loop der tijd meer dan goed gemaakt.
Het idee van een portrettengalerij van zo’n culturele elite is ook terug te vinden in de negentien portretseries op de tentoonstelling in het Stadsarchief.
Nienhuis ging voor zijn tentoonstelling terug naar schrijvers, regisseurs, acteurs en politici die hij zo’n dertig jaar geleden portretteerde, meestal omdat ze voor Vrij Nederland waren geïnterviewd door Bibeb of door Ischa Meijer. ‘Kinderen en geliefden waren die eerste keer niet in the picture, terwijl die liefdes voor iemands wordingsgeschiedenis juist van groot belang zijn. Dat heb ik met mijn nieuwe foto’s geprobeerd te corrigeren. Je ziet nu het voorbijgaan van de jaren in de geportretteerde en hun geliefde, hun kind of kleinkind. Ze horen allemaal een beetje bij mij, je ziet het portret van een generatie waar nu het patina van de tijd overheen ligt.’
Een jaar na zijn aantreden bij Vrij Nederland was Nienhuis als vaste fotograaf aan topinterviewster Bibeb gekoppeld. Hij was de opvolger van Lon van Keulen, de man van schrijfster Mensje. Als Bibeb alle sessies van soms wel zes uur lang achter de rug had, belde ze uitvoerig met de fotograaf. ‘Zij vertelde wat er was besproken, wat ik beter wel of niet te berde kon brengen. Die voorbereiding maakte mijn werk heel ontspannen.’
Ze gingen bijna nooit tegelijk op pad, behalve als het niet anders kon, zoals toen Andy Warhol geïnterviewd kon worden. ‘Die hebben we samen gedaan, althans, Bibeb was nog bezig toen ik binnenkwam. Tell me about your father, hoorde ik haar nog vragen, maar het was al te laat. Vanaf het moment dat ik er was, had hij alleen nog aandacht voor de camera: ‘Ah, we are going to take photies.’
Nogal verlegen
Het cliché over fotografen klopt, Bert Nienhuis is eigenlijk nogal verlegen. ‘Hij kiest uit verlegenheid de vlucht naar voren en omhelst je daarom heel stevig,’ zegt Frans Weisz daarover. ‘Mijn bril zit altijd scheef na een begroeting van Bert.’ Zijn camera is het perfecte alibi, zegt Nienhuis daar zelf over. ‘Het was de manier om in contact te komen met mensen die ik bewonderde, want als Vrij Nederland bij je langs kwam, had je echt iets te betekenen. Het vuile werk werd opgeknapt door de redacteuren, die legden het contact. Dat er een foto bij moest, was vanzelfsprekend, dus mij moesten ze sowieso ook toelaten, ik hoefde nooit te vechten voor zo’n portret.’
Een van de eerste vrouwen die hij fotografeerde voor VN was actrice Kitty Courbois. ‘Bert is de enige die je nooit iets probeert op te leggen: kijk niet zo streng, kan er geen lachje af? Hij danst om je heen, praat, mompelt en schiet ondertussen maar raak. Je merkt niet dat je gefotografeerd wordt. Dat zie je ook op de foto met mijn dochter Gijsje en mijn kleindochter Sid. Die trekt normaal altijd gezichten, ze wil nooit poseren.’
Het gezelschap dat nu in het Stadsarchief te zien is, is door de beperkte ruimte verre van volledig. Judith Herzberg ontbreekt, net als onder anderen Peter van Straaten, Jan Mulder, Kees van Kooten, Freek de Jonge, Rem Koolhaas, Jeroen Krabbé, Bram de Swaan, Willem Diepraam, Jan Timman. Bert Nienhuis voelt wel wat voor uitbreiding van de tentoonstelling tot een boek, dat dan één groot familieportret zou worden van de generatie waarmee hij zich verbonden voelt. ‘Ik ken ze allemaal, ik voel me thuis in hun gezelschap, ik had mezelf er zo tussen kunnen hangen,’ zegt de fotograaf. ‘Ik weet niet hoe je deze verzameling zou moeten noemen. Is er een woord tussen kennissen en vrienden in?’
De portretten waren een voortzetting van zijn reportagewerk, zegt Nienhuis. Misschien dat hij daarom zoveel foto’s maakte, daardoor ontstond steeds een ‘portretreportage’ waarvan één beeld werd uitgekozen voor bij het interview. ‘Het mooiste was het als mensen zeiden, we zagen de foto en we hoefden de tekst niet meer te lezen. Wat natuurlijk nooit echt kan, net zomin als ik volgens mij iemands “wezen” of “ziel” laat zien. Wat ik doe is eerder weergeven dan blootleggen.’
Dat ging beter bij iemand thuis dan voor een wit laken. ‘Ik had het idee dat ik er in hun eigen omgeving meer kon uithalen.’ Huisgenoten moesten dan liefst de deur uit zijn. ‘Als er nog iemand in de ruimte is, gaat die zich bewust stilhouden, kruipt in een hoekje en verstoort juist daardoor de concentratie.’
Hernieuwde kennismaking
Na zijn recente afscheid als vaste Vrij Nederland-fotograaf was het vanzelfsprekende van het fotograferen tijdelijk verdwenen, zegt Bert Nienhuis. ‘Ik heb het heel erg gemist. Er gebeurt iets met mezelf als ik fotografeer, het windt me op, het is als het bespelen van een instrument. Dat plezier is terug, dankzij dit project. Ik kan ook weer met tevredenheid terugkijken en zien dat Vrij Nederland echt mijn levensvervulling is geweest: dat kunnen niet veel mensen zeggen over hun werk. Dit is een mooie afsluiting, of misschien wel een hernieuwde kennismaking.’
Voor de tentoonstelling zocht hij in zijn geheugen naar wat hem was bijgebleven uit die tientallen jaren portretfotografie. Soms kijk je daardoor nu net náást de foto’s die ooit in Vrij Nederland werden gepubliceerd.
Misschien onthult dat wel meer over de geïnterviewden dan de portretten van destijds. Er zijn een paar mooie voorbeelden van die bijvangst: Wim Kok in liefdevolle omhelzing met zijn zoon André, Kitty Courbois die poseert met haar dochter Gijsje, K. Schippers (pseudoniem van Gerard Stigter) die danst met Ischa Meijer. ‘Dat moment dat Gerard Stigter en Ischa Meijer een dansje maken, was in mijn herinnering een van de mooiste fotomomenten,’ zegt Nienhuis. ‘Op de contactafdrukken van de hele serie kun je goed volgen hoe dat ontstond. Ischa legde tussen de schuifdeuren uit hoe iemand op het toneel kan worden weggedrukt door een collega-acteur.’
Bijna dertig jaar later danste Gerard Stigter nog een keer voor Nienhuis, nu samen met zijn vrouw Erica. ‘Ik kan heel goed met Bert praten,’ zegt Stigter. ‘We halen herinneringen op, vaak aan onze vriend Ischa, en ondertussen werkt hij. Het is bij hem nooit: ga nou eens stil staan of poseren. Nee, hij laat het er zo’n beetje vanaf hangen. Dat is zijn kunde, dat hij je een bepaalde kant opdwingt maar dat je dat in het geheel niet zo voelt.’
Ze zouden naar de Albert Cuyp, waar de Stigters bij het sluiten van de markt weleens reigers gaan kijken bij de viskramen. Nienhuis voelde meer voor de automatiekzaak Febo. ‘Bert heeft een goed oog voor iets ordinairs erbij, maar dan moet het wel kloppen. Gelukkig houden Erica en ik erg van kroketten en patat met mayonaise. Bert was volkomen in zijn element, zelfs in die helverlichte snackbar wist hij half en half te verdwijnen.’
Toen ze uit de automatiek naar buiten liepen, stond daar in de schemer een reiger, vertelt Gerard Stigter. ‘Bert had gemakkelijk kunnen zeggen: ik heb het erop staan, ik ben klaar. Maar hij haalde al zijn spullen weer tevoorschijn en dirigeerde ons de schemer in, naar die reiger. Niet naar de reiger willen, dan opperste vreugde over het idee van die snackbar, en tenslotte staat die reiger daar tóch. En Bert pakt verdomd de boel weer uit. Dat vond ik wel een mooi beeld van hém.’
Gedigitaliseerde collecties
Boegbeelden
De collectie van Bert Nienhuis is ondergebracht bij het Maria Austria Instituut (MAI) in Amsterdam. In nauwe samenwerking met het Stadsarchief Amsterdam is in 2013 een plan ontwikkeld om een groot deel van de collecties te digitaliseren en toegankelijk te maken via een eigen beeldbank. Als start van dit project werd gekozen voor de collecties van de fotografen Paul Huf, Bert Nienhuis en Lex van Rossen. Onder de titel Boegbeelden en met steun van het Mondriaan Fonds, het VSB Fonds, het SNS Reaal Fonds en het Prins Bernhard Cultuur Fonds worden de collecties van deze drie fotografen toegankelijk gemaakt voor een breed publiek.
Een serie portretten uit het archief van Bert Nienhuis van bekende Amsterdammers is voor de tentoonstelling Over ouder worden en liefde nu gecombineerd met recente portretten van dezelfde negentien schrijvers, kunstenaars en politici en hun geliefden: K. Schippers, Bettine Vriesekoop, Hedy d’ Ancona, Mensje van Keulen, Remco Campert, Reinbert de Leeuw, Youp van ’t Hek (foto), Jan Cremer, Frans Brüggen, Nelleke Noordervliet, Anna Enquist, Erwin Olaf, Kitty Courbois, Adelheid Roosen, Ed van Thijn, Frans Weisz, Jeroen Henneman, Wim Kok en Han de Vries.
www.maibeeldbank.nl
Nee
De tentoonstelling ‘Over ouder worden en liefde’, foto’s van Bert Nienhuis toen en nu, is te zien in de centrale hal van het Stadsarchief Amsterdam, gratis toegang, 28 maart t/m 25 mei 2014.Op 6 april gaat Youp van ’t Hek in gesprek met Bert Nienhuis, 15.00 uur in het Stadsarchief.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.