De beste in zijn vak: radiopresentatoren
Felix Meurders
Felix Meurders (66) begon zijn loopbaan als deejay. Totdat hij halverwege de jaren zeventig werd gevraagd voor het politieke VARA-radioprogramma In de Rooie Haan. Daar leerde hij het vak, zegt Meurders. ‘Vooral van de voorbesprekingen. Alle mogelijke scenario’s van een interview werden uitvoerig doorgenomen. “Als hij ‘ja’ zegt, zeg je dat. En als hij ‘nee’ zegt, zeg je dat.” Als deejay leerde ik improviseren. Bij Radio Luxemburg nam ik zes programma’s achter elkaar op, voor de hele week. Ik moest soms zes keer op een dag dezelfde plaat aankondigen. En ja, daar probeer je dan toch steeds een andere kleur aan te geven. De crux van goede radio is dat luisteraars blijven hangen en de volgende keer weer terugkomen. Dat bereik je door te spelen met alle elementen die er zijn; met de gast, het publiek, de muziek of met de verslaggever. Je probeert een personality te zijn. Je moet het persoonlijk maken, zodat de luisteraar het gevoel krijgt dat je het aan hém vertelt. Rob Trip kan dat heel goed – jammer dat-ie geen radio meer doet – en Bas van Werven ook. Nooit uitgeschreven zinnen uitspreken, spelen met je tempo en je toon. Het gaat om flair, om fris en brutaal uit de heup kunnen schieten. Dat is het leuke aan radio: je kunt lekker onvoorspelbaar zijn. Bij televisie is elke onvoorspelbaarheid per definitie bedacht en komt het vooral aan op acteren. Presenteren is een vak. Luister maar eens naar Joost Eerdmans, die elke dag opnieuw laat horen hoe het klinkt als je dat vak niet beheerst.
Paul van Liempt is echt een goede presentator, en Tijs van den Brink een prima interviewer. Clairy Polak vind ik een wereldinterviewer. Ook Chris Kijne vind ik zeer aangenaam, met een goede stem en veel verstand van zaken. Maar de beste vind ik Jurgen van den Berg. Hij is iemand die het spelen met het medium echt beheerst.’
Mieke van der Weij
Toen Mieke van der Weij (59) begin jaren tachtig Nederlands studeerde, bekroop haar op de fiets door Amsterdam soms een raar gevoel. ‘Dan was ik op weg naar de UB en dacht ik: ik begraaf me de hele dag in de late Middeleeuwen terwijl ik door een stad rijd waar van alles aan de hand is. Dáár wilde ik iets mee doen. Noem het een ontwakend journalistiek bewustzijn.
Radio is niet wezenlijk anders dan televisie. Alleen is de omgeving veel meer ontspannen. Die ontspanning leidt vaak tot betere gesprekken. Gasten zijn niet zo bezig met hun uiterlijk. Bij televisie gaan ze eerst in de schmink. Waarmee je dus eigenlijk zegt: “U bent niet goed genoeg zoals u bent.” Soms kan de ontspanning bij radio wel doorslaan. ’s Nachts bij Casa Luna wordt het in het tweede uur – als luisteraars mogen bellen – soms wel een beetje leuterkousen. Dan kan het medium opeens juist heel traag worden.
Je moet de presentator proberen te zijn naar wie je zelf graag zou willen luisteren. Ik vraag alles wat ik wil, ook als ik iets niet weet. Want als ik iets niet weet, zullen veel luisteraars het ook niet weten.
Een aangename stem is heel belangrijk. Een prettige radiostem is niet te hoog, juist ook voor een dame. Er moet warmte in zitten, energie. Meer dan bij televisie. Er komt bij radio veel meer accent te liggen op de inhoud. Wat je zegt, bepaalt alles. Mensen horen vaak beter wat een presentator zegt als ze hem of haar niet zien.
Wie ik bewonder is Felix Meurders. Hij heeft een prettige toon en is altijd helder. Als ik naar hem luister en hij heeft tien mensen in de studio zitten, dan weet ik toch precies wie er aan het woord is. Maar mijn nummer één is Chris Kijne. Een uitstekende interviewer. Geestig en erudiet. Een genot om naar te luisteren.’
Jurgen van den Berg
Jurgen van den Berg (47) begon zijn radiocarrière in 1987 bij Radio Noord. Maar hij was al veel eerder met radio bezig. ‘Vanaf mijn zevende speelde ik radiootje op mijn kamer.’ Toen hij op zijn zeventiende bij een deejaywedstrijd een auto won, ruilde hij die in om van het geld een studiootje te bouwen. ‘Je hebt dat liedje over Australiërs die elkaar overal ter wereld herkennen. Dat geldt ook voor radiofreaks als ik. Rob Stenders, Felix Meurders, Giel Beelen: allemaal zijn ze begonnen met bandjes op hun slaapkamer. Dat oergevoel heb ik nog steeds: onder de douche verslag doen van een wieleretappe.
Ik heb altijd veel naar anderen geluisterd: naar Frits Spits, Felix Meurders en Leo van der Goot. Die mensen hoorden bij mijn leven. En later naar mensen als Kees Sorgdrager en Rob Trip. Bij Trip vond ik het zo mooi dat hij zowel die prettige buurman als die scherpe interviewer kon zijn. Wat me in een presentator aanspreekt, is of het écht is. Dat het geen toneelstukje is. Echte betrokkenheid, werkelijk willen weten hoe het zit. Ik hoorde een keer iemand zeggen: “Ik ben patholoog-anatoom.” Waarop de presentator zei: “Prima, en dan nu de opgave van vandaag…”
Radiomensen zijn toch anders dan televisiemensen. Iets gewoner, behept met iets minder ego. Jammer genoeg zijn radiomensen vaak geneigd tot calimerogedrag; alsof de televisie méér zou zijn.
Ik vond Ferry Maat vroeger heel goed vanwege zijn timing, en Felix Meurders vanwege zijn veelzijdigheid. In alles goed zijn, dat wilde ik ook. Iemand in wie voor mij alles op radiogebied samenkomt, is Frits Spits. Dat spelen met het medium, dat enthousiasme, die creativiteit is voor mij echt een voorbeeld geweest. Hij is voor mij de beste.’
Harmke Pijpers
Harmke Pijpers (66) begon haar omroeploopbaan in 1968 bij de NRU, werkte daarna meer dan twintig jaar bij de VPRO en presenteert sinds 2007 programma’s bij BNR. ‘Toen ik net begon, dacht ik: wat leuk dat ik nu bij het decor van het dagelijks leven van veel mensen hoor. Je weet dat je het tegen de stofzuiger opneemt, maar je komt wel in die kamers binnen.’
Pijpers wordt regelmatig herkend aan haar stem. In het begin had ze nog een opvallend hoog geluid. ‘Die stem is nu veel lager. Met de leeftijd zakt alles. Lage stemmen zijn absoluut uit, ook in de reclame. Het gaat om jong en fris.’ Terwijl mensen vaak totaal niet op hun stem lijken, merkte Pijpers als ze bij de VPRO her en der een studio in loerde. ‘Hoorde je een bekende stem, keek je door dat patrijspoortje en pats, weer een illusie aan diggelen. Ik riep bij de VPRO door mijn stem zowel adhesie als felle haat op. “Da’s vast een struik van een wijf, met een bodywarmer en een plooirok en penny shoes.” De combinatie van “netjes” en “een beetje gek” raakte pas door Adriaan van Dis en vogue.’
Het gaat in haar vak om inlevingsvermogen en eindeloos veel voorbereiding, zegt Pijpers. ‘Je interviewt mensen vaak over onderwerpen waar je geen verstand van hebt. Dus dan moet je je enorm goed inlezen. Dat is cruciaal. Ik heb maar één keer in mijn leven iemand geïnterviewd van wie ik de tentoonstelling niet had gezien. Ik werd er echt niet goed van.
Radiopresentatoren zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. Ik vind Paul van Liempt erg goed. Er gebéúrt iets in zijn interviews met CEO’s. Maar de beste vind ik Chris Kijne. Zonder opdringerig te zijn is hij heel efficiënt in zijn vraagstelling. Daar hou ik van.’
Klaas Drupsteen
Klaas Drupsteen (45) studeerde in 1988 aan de School voor de Journalistiek af op een radioprogramma over God. ‘Ik interviewde allerlei mensen, van Freek de Jonge tot Nel Benschop. Prachtig om te doen.’ Zijn sollicitatiebrief aan de NCRV bestond maar uit één regel: ‘Naar aanleiding van uw advertentie solliciteer ik hierbij naar de functie.’ ‘Ik lag al op de stapel “afvoeren”, maar omdat ik net een redelijk testje bij Radio 3 had gedaan mocht ik toch langskomen. En ze namen me aan.’
Drupsteen ging bij de NCRV zowel radio als televisie maken. ‘Radio is minder gespannen dan televisie. Je kunt er wat makkelijker bijzitten. Mijn motoriek is niet zo geweldig. Daar heb je bij radio geen last van. De sfeer bij radio is heel anders. Het is kleinschalig, dicht bij elkaar. Bij Casa Luna zitten we op een schommelstoeltje bij een nep-haardvuurtje. Hoe meer je je onbespied waant, hoe losser het gesprek wordt. Het is mooi dat je bijna vergeet dat je aan het werk bent. Op televsie ben je je altijd bewust van dat oog dat meekijkt. In Casa Luna voer je heel persoonlijke gesprekken. Daarbij is het maken van contact essentieel. Soms lukt het niet. Jan Wolkers vertelde fantastisch, maar sprak over je heen. En Cruijff keek alle kanten op, behalve naar mij.
Je moet kunnen luisteren, en vooral ook heel erg van vragen stellen houden. En als je echt van interviewen houdt, dan is een gesprek voeren altijd leuk. Zelfs als het over LED-lampjes of irrigatiesystemen gaat. Hardlopen doe je het liefst in mooie landschappen. Maar wie echt van hardlopen houdt, draait ook zijn hand niet om voor de Gotthardtunnel.
Wie ik op de radio heel sfeervol vind is Stefan Stassen. En Jurgen van den Berg is weer heerlijk soepel en snel. Maar wie ik de beste vind is Lucella Carasso; ze luistert goed en onbevooroordeeld en stelt altijd de goede vragen, op de juiste toon.’
Lara Rense
Lara Rense (40) presenteert elke ochtend het NOS-Radio 1-Journaal. Ze is een laatbloeier in het radiovak. Naast haar studie sociologie werkte ze als redacteur bij een lokaal radiostation. ‘Toen op een ochtend de nieuwslezer er niet was, keek iedereen opeens naar mij. Ik voelde mijn hart bonken, kon pas na zes zinnen weer ademhalen. Echt een magisch moment in mijn leven. Ik zat in een soort bezemkast, drukte op een knopje en was zomaar te horen. Onvergetelijk.’ Bij BNR Nieuwsradio leerde Rense vervolgens de basisprincipes van het vak. ‘Wanneer breng je iets? Hoe doe je dat? Er werd ons steeds voorgehouden: “Nee, geen knerpend grindpad, dat is Radio 1.”‘ Inmiddels werkt ze al een paar jaar bij datzelfde Radio 1. ‘Dat knerpende grind bleek sterk overdreven. Maar het is wel een totaal andere manier van radio maken. Bij de NOS is de redactie veel groter. De handelingssnelheid ligt daardoor lager. Voordeel is wel dat je meer invalshoeken kunt bestrijken. Bij BNR scheerden we langs onderwerpen, nu duiken we erin. Ik ben enorm verliefd geworden op dat prachtige theater van de geest dat radio kan zijn. Het gaat bij ons niet om visagie of camerastandpunten. Het is veel minder gepolijst en daardoor sneller en adequater. Het is beslist een moeilijk vak. Je moet de luisteraar drieënhalf uur door het nieuws loodsen. Het meeste kun je niet voorbereiden. Ik heb in één uitzending wel eens 23 livegesprekken gevoerd.
Mijn collega Marcel Oosten is een heel complete presentator die goed interviewt. Ik geniet ook erg van Max van Weezel, met zijn droge humor waar veel venijn in zit. Maar degene aan wie ik me altijd het meest heb opgetrokken is Harmke Pijpers. Door haar eigenheid en humor. Bij haar voel je dat er elk moment iets kan gebeuren.’
Paul van Liempt
Paul van Liempt (50) maakt sinds vijf jaar een dagelijks liveprogramma op BNR. Hij heeft altijd live-radio gemaakt. ‘Ik hou van de extreme scherpte en de concentratie die het van je vergt. Ik voel me in de allereerste plaats journalist. Vervolgens is radio het medium dat het best bij mij past. Het is bij uitstek een eerlijk medium dat de snelheid van denken en je directe nieuwsgierigheid volop recht doet. Ik heb vanaf mijn vijftiende naar de radio geluisterd. Ik ging vaak naar Eik en Linde om Ischa Meijer aan het werk te zien. Een schoolvoorbeeld van iemand die geleerd heeft om over zijn verlegenheid heen te stappen. Hij kon ongelofelijk goed luisteren en wist een gesprek een verrassende wending te geven. Dan vertelde een gast dat hij projectontwikkelaar was. Tien minuten later ging het over drinken en twee minuten daarna over opera. Ischa kon die drie dingen vervolgens in één zin samenvatten waaruit bleek dat hij alles ook echt gehoord had.
Vijf keer per week tweeëneenhalf uur live-radio vergt veel van je. Door de week drink ik geen druppel. En veel beweging is ook belangrijk. Ik sta ook in de studio. Letterlijk. Dat geeft meer energie dan zitten. Freek de Jonge zei ooit na een interview: “En moet jij nu nog twee uur lang blijven stáán?” Geestig, van iemand die zelf toch ook altijd staat. Ik wil als presentator de nieuwsgierige vragensteller blijven, maar wel een met een mening. Ik hou van provoceren. Ik mag een CEO graag even prikkelen en voor het blok zetten. Onverwacht uit de hoek komen, dat maakt radio voor mij spannend. Wie ik goed vind is Rens de Jong van BNR. Die heeft een vrolijke energie. De allerbeste is Petra Grijzen. Enorm leergierig, gedreven en met een prettige ironie.’
Lucella Carasso
Lucella Carasso (40) werkt sinds 1995 bij de NOS, waar zij onder meer het NOS-Radio 1-Journaal presenteert. Ze was al van jongs af aan vertrouwd met de radio. ‘Mijn vader ging op vrijdag later naar zijn werk zodat hij naar Harmke Pijpers kon luisteren.’ Radio is het mooiste medium dat er is, vindt Carasso. ‘Daar voel ik de magie van de intimiteit, van de macht der verbeelding; je denkt er zelf de beelden bij.
Een goede radiopresentator moet in de eerste plaats nieuwsgierig zijn, naar mensen en naar processen. Je moet goed contact kunnen maken, enthousiast zijn en goed kunnen luisteren. De juiste toon kunnen kiezen in ieder gesprek, daar draait het om. Je geeft jezelf behoorlijk bloot op zo’n zender. Het duurt even voordat je dat durft.
Het lot van een radiopresentator is dat mensen altijd vragen: “En waarom eigenlijk geen televisie?” Dat is nooit een ambitie van me geweest. Bij televisie komt het visuele erbij; hoe zit je erbij, knik je wel of niet met je hoofd en zit je rechtop? Dat zou voor mij ballast zijn die me afleidt. Op de radio interview je veel meer dan op televisie. Twee, drie uur live op de zender zijn, dat gebeurt niet vaak op televisie.
De valkuil voor een presentator is dat hij maniertjes gaat ontwikkelen. Ik heb een tijd gehad dat mijn vragen steeds omhoog eindigden. In het begin luisterde ik mezelf elke dag terug: hoe deed ik het vandaag? Een mooie stem hebben is handig, maar dat blijft subjectief. Ik kan nog wel eens schrikken van mijn eigen stem. Dat je denkt: wát? Ben ík dat?
Het is moeilijk om in dit vak “de beste” aan te wijzen. Tijs van den Brink vind ik een erg goede radio-interviewer. Petra Possel maakt ook mooie interviews en heeft sfeer. Maar mijn nummer 1 is toch Tom van ’t Hek. Altijd enthousiast, nieuwsgierig en heel dicht bij zichzelf.’
Tijs van den Brink
Toen Tijs van den Brink (42) in 1996 bij de EO begon, werd hij al direct verslaggever, bij het politieke radioprogramma Wandelgangen. Kort daarna ging hij ook voor televisie werken, bij Twee Vandaag. ‘Een goed interview op de radio verschilt nauwelijks van een tv-interview. Je moet iets meer letten op kleding, op mimiek. Toen ik begon, kwamen er veel reacties op mijn uiterlijk, op mijn kleding en op het brilletje dat ik toen droeg. Nu heb ik op tv lenzen in, en is er een mevrouw die kleding voor me uitkiest. Bij radio speelt dat allemaal geen rol. Al heeft de webcam daar ook volop zijn intrede gedaan.
Presenteren is praten tegen de luisteraar, interviewen is praten met de gast. Ik vind mezelf veel meer een interviewer. Van interviewen word ik echt gelukkig. In feite draait het om goed luisteren en om een goede voorbereiding. Het is heel moeilijk te leren. Je kunt het of je kunt het niet. Bij nieuwe mensen voel je dat onmiddellijk: hij snapt waar het om gaat, hij begrijpt wat hij moet vragen en vooral ook wannéér. Ik streef altijd naar een golfbeweging in gesprekken; dan weer spanning en dan weer even een lach. Bij geschreven interviews speelt dat minder een rol. Bij ons moet het in tien minuten gebeurd zijn. Zo niet, dan is het gebéurd met je gesprek. Radio is per definitie intiemer, maar tv heeft weer een veel grotere impact. Dat is toch ook aantrekkelijk. Tv voegt ook iets toe aan een gesprek: een traan, iemand die wegkijkt.
Ik vind Dolf Jansen in Spijkers met Koppen vaak erg verrassend. En Ger Jochems slaagt er geregeld in om me aan het lachen te maken. Maar de beste vind ik Lucella Carasso; zij is het meest compleet en het meest gedegen.’
In de serie ‘De beste in zijn vak’ neemt Vrij Nederland steeds een beroepsgroep onder de loep, beurtelings geportretteerd door Mischa Cohen en Coen Verbraak. Wat drijft de toppers in een vakgebied, over welke eigenschappen moet je beschikken om op hun terrein te slagen, wie beschouwen zij als de beste in hun vak – behalve zichzelf dan? Eerdere delen in de serie: columnisten, uitgevers, officieren van justitie, architecten en neurochirurgen (zie ook www.vn.nl).
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.