Fenomenologie van het wachten
Op zijn dagelijkse fietstochtje onder het Rijksmuseum door bedacht Erwin Olaf (55) dat hij nog het meest had geleerd van de grote meesters die daar hangen. En vooral van Vermeer, vanwege het licht en de compositie, maar ook omdat hij zo verhalend schildert. Dus besloot hij dat zijn nieuwe boek Erwin Olaf Volume II, dat deze week verschijnt bij de Amerikaanse uitgeverij Aperture, in het museum moest worden gepresenteerd.
Er zou een tijdelijke installatie worden gebouwd in de hal van de nieuwe vleugel van het Rijksmuseum. Met aan de buitenkant foto’s uit de nieuwe serie Waiting en binnenin twee videoschermen met de films die hij van dezelfde scènes had gedraaid. Het ging niet door omdat de brandweer vond dat het bouwwerk niet veilig genoeg viel in te passen in de toch royale entreehal, zegt de fotograaf een beetje beteuterd. ‘Zet er maar niet als kop boven “Rijksmuseum te klein voor Erwin Olaf”,’ voegt hij eraan toe. ‘Ik wil graag nog eens een keer echt exposeren in die Philipsvleugel.’
Net te kalig
In zijn nieuwe serie kijkt Erwin Olaf als fotograaf maar ook als filmer naar drie vrouwen in een door hemzelf bedachte setting: een viersterrenhotel ergens midden in niets, met bovenin een restaurant ‘waar jan boerenlul veel te chic gaat eten’. Hij komt er zelf nogal eens terecht, onderweg naar tentoonstellingen in het buitenland, zoals laatst in de Hongaarse stad Debrecen of in het Poolse Gdansk, en ook in China, ‘in zo’n grote provinciestad waar het heel goed met iedereen gaat, maar waar kraak noch smaak aan is.’ Hij bepaalde zorgvuldig de inrichting van het speciaal voor dit in scène gezette wachten gebouwde decor. ‘Net te kalig moet het zijn, er moet net niet die ene lekkere stoel staan.’ Het raam biedt uitzicht op omringende flatgebouwen, wat het er ook al niet gezelliger op maakt. Het is een tijdloze wereld die in het nu kan zijn maar ook in de toekomst, zegt Erwin Olaf. ‘Het belangrijkste is dat je je realiseert dat je naar een volstrekt onechte wereld zit te kijken maar wel degelijk een echte emotie ziet. Dat het me ondanks die kunstmatigheid toch lukt om je bij je kloten grijpen.’
eINDELIJK EEN DATE
In zijn melancholische laboratorium dropte Erwin Olaf achtereenvolgens drie verschillende vrouwen: een blanke actrice, een zwart fotomodel en een vrouw zonder noemenswaardige cameraervaring die net uit China naar Den Haag was verhuisd. ‘Ze kent daar nog niemand, dus de scène raakte iets in haar. Zij schoot het allermeeste in haar rol, zij is mesmerising, met haar te hoog opgeknipte pony.’
De vrouwen kregen voor hij met ze aan het werk ging een kort verhaal van hem te horen. ‘Laat die fantasieën maar aan mij over.’
Hij beschreef hoe ze na een maandenlange liefdevolle chatrelatie eindelijk een date hadden. Hoe de hoop en het verlangen plaats maakten voor een langzaam intredende teleurstelling. ‘Het eindigt als een no show maar ik liet ze een beetje in de waan dat er nog een man zou kunnen opdagen. Als je echt een leuke chat hebt gehad, is drie kwartier volgens mij de maximum tijd is dat je op een date wacht. Niet dat ikzelf ooit heb hoeven wachten, trouwens.’
Ze werden vervolgens aan het wachten gezet in het decor aan een tafeltje, terwijl de fotograaf aan het werk ging en één filmcamera heel langzaam, in een tijdsbestek van precies vijfenveertig minuten, door de ruimte reed terwijl een ander het model in close-up nam om elke beweging en gezichtsuitdrukking te kunnen opvangen. ‘Dat Chinese model was zo waanzinnig, de close-upcamera stond recht op haar gezicht en je ziet dat ze heel langzaam maar zeker instort. Je kunt niet liegen als een camera zo dicht op je staat.’
een soort halfdode
Het was de hoogste tijd voor een grondig onderzoek naar het echte wachten, een fenomeen dat volgens de fotograaf aan het verdwijnen is. ‘Ik wil het zuivere wachten laten zien, iets dat je bijna niet meer tegenkomt nu iedereen voortdurend connected is. Als je in de tijd vóór de smartphone ergens onbespied in een onbekende omgeving in je eentje aan het wachten was, dan was je een soort halfdode. Het wachten kent een heel rare choreografie, een eigen lichaamstaal die je meteen als zodanig herkent.’
Hij zocht ook naar de grenzen van de fotografie, vertelt hij, terwijl hij af en toe een gespeeld gegeneerde blik werpt op de laptop waar de shots van drie kwartier te zien zijn. ‘Verveelt het je nog steeds niet? Ik gebruik het ongemonteerd, dat is meedogenlozer voor degene die poseert en voor mij ook moeilijker.’ Straks staat de muziek van Sebastiaan van Roestenburg eronder, geïnspireerd op een requiem van Arvo Pärt. ‘Het is muzakkerig maar ook dramatisch, want het leidt ondertussen wel de ondergang in van die vrouw.’
De foto’s en de film, samengevoegd in een driehoekig bouwwerk, vormen de installatie Waiting. In de ruimte binnenin die taartpunt hangt een klok die in drie kwartier terugtikt naar nul. De toeschouwer kan een snelle blik werpen maar kan ook meewachten met de vrouw in de film. Drie kwartier kan dan erg lang duren, geeft Erwin Olaf toe. ‘Het heeft iets meditatiefs. Maar je hoeft het niet uit te kijken hoor, het is voor mijzelf al een ramp om deze film helemaal uit te zitten.’
‘Erwin Olaf Volume II’, 104 pagina’s, € 58,99.
Voor een preview van de video ‘Waiting’ zie:
vn.nl/Erwin Olaf.
De installatie ‘Waiting’ is begin volgend jaar te zien in galerie Hasted Kraeutler in New York.
‘Karussel – Solo-exhibition Erwin Olaf’, Modem Museum, Debrecen (Hungary) tot 01-02-2015.
©Erwin Olaf, Courtesy: Flatland Gallery, A’dam
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.