interview

Nog niet zo lang geleden liep imam Yassin Elforkani over straat in zijn woonplaats Amsterdam toen een langsjoggende jongeman hem herkende van zijn preken in de moskee. ‘Imam!’ sprak de jongeman hem aan. ‘Ik wil u wat zeggen: u vertelt onwaarheden.’ Elforkani was benieuwd wat hij fout deed en al lopend volgde er een gesprek van anderhalf uur. De jongeman bleek een Marokkaanse-Nederlandse hbo-student met tamelijk radicale godsdienstige opvattingen. Hij vond het niet kunnen dat Elforkani vrouwen een hand geeft. Hij zei ook: ‘U maakt de dingen zo complex. Het is toch simpel? Ongelovigen mogen de moslims niet, dat kunnen we overal in de wereld vaststellen en het staat ook in de Koran.’

Tijdens het gesprek viel Elforkani iets op. De jongeman hield zich bezig met de meest complexe theologische vraagstukken, maar de simpelste rituelen van zijn geloof kende hij niet. Al-Fatiha, het eerste vers uit de Koran dat veel moslims kunnen opdreunen zoals christenen het Onze Vader, was hem volslagen onbekend. Nog een constatering: de jongeman zag theologie als een stelsel van absolute waarheden. Elforkani probeerde hem aan het verstand te krijgen dat er in godsdienst geen absolute waarheden bestaan, alleen maar meningen en inzichten. Hij zou eens wat kritischer naar religieuze teksten moeten kijken en zélf moeten nadenken.

Geert Wilders en andere islamcritici zeggen dat voor moslims de Koran inderdaad de absolute waarheid is. Maar u zegt: je mag gerust interpreteren?

‘Wat zo grappig is: hierin vinden Wilders en de extreme moslims elkaar. Ze doen allebei alsof er in de islam geen interpretaties bestaan. Maar er zijn duizend-en-één islamitische theologen die voortdurend met een nieuwe uitleg van de Koran zijn gekomen en tot op de dag van vandaag gebeurt dat nog steeds.’

Zelfs profeet Mohammed zou zich hebben uitgesproken voor de interpretatie van de Koran, toch?

‘Klopt. Volgens een hadith, een overlevering over hem, heeft hij gezegd dat er elke honderd jaar iemand komt die vernieuwend zal zijn en de religieuze teksten zal plaatsen in een nieuwe context.’

Waarom richten radicaliserende jongeren zich nooit naar dit soort passages maar alleen naar de negatieve en gewelddadige?

‘Ze hebben weinig kennis van de islam en ze zijn boos op de samenleving en hun leefsituatie. Dat maakt dat ze vatbaar zijn voor extremistische religieuze teksten.’

Er zijn nogal wat niet-moslims die vinden: als jij opgroeit in een schotelwijk of bij sollicitaties wordt geweigerd, hoef je nog geen hoofden te gaan afhakken in de Islamitische Staat. Met andere woorden: moslims, kijk eens kritisch naar je eigen geloof.

‘Ze hebben een punt. Alleen: het is én én. Ik spreek veel jongeren en ik merk dat ze het gevoel hebben dat ze in Nederland niet thuishoren omdat ze overal worden geweigerd. Ze vinden dat er met twee maten wordt gemeten: Wilders mag alles zeggen en zij niet. Bovendien komen ze vaak uit gebroken gezinnen. Je hebt veel echtscheidingen in de moslimgemeenschap en die worden meestal niet netjes afgehandeld, het is knokken. Als jongeren uit dit soort situaties in aanraking komen met een extremistische ideologie, is dat een gevaarlijke cocktail. Maar ik zeg ook: moslims moeten durven reflecteren op hun geloof. Zeggen dat IS géén product is van de islam, is onzin.’

een begrip

Yassin Elforkani (32) – donker pak, onberispelijk wit overhemd – zit in een Turks eettentje in Amsterdam-Slotervaart achter een glaasje muntthee. Het bedienend personeel kent hem, zelfs de eigenaar loopt speciaal langs zijn tafel. Elforkani is in Slotervaart een bekendheid. Hij begon er op zijn 24ste te preken in de El Ouma moskee en deed meteen van zich spreken. Anders dan zijn collegae drukte hij zich uit in het Nederlands en hij zei dingen als: ‘Als je in een Opel Kadett rijdt die je met je eigen geld hebt gekocht, is dat prima. Maak je school af, bouw een toekomst op en doe geen dingen niet mogen.’ Hij dreigde niet met hel en verdoemenis noch hield hij historische verhandelingen. Hij preekte over het alledaagse leven van Nederlandse moslims. ‘Ik heb het gevoel dat je het over mij hebt,’ hoorde Elforkani vaak na afloop.
Acht jaar later is zijn naam ook ver buiten Slotervaart een begrip, in elk geval voor degenen die enigszins thuis zijn in het islamdebat. Hij zit in besturen van uiteenlopende moslimorganisaties, maar het bekendst is hij als woordvoerder van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), dat 380 moskeeën vertegenwoordigt. Zodra er de laatste jaren iets te doen was over de islam, verscheen Elforkani in de media of bij publieke bijeenkomsten. Hij was het die de afgelopen maanden bemiddelde bij het verzet tegen nieuwe moskeeën en haatpredikers, hij was het die aankondigde dat het CMO tijdens de komende ramadan 53 imams uit Marokko laat invliegen. Maar Elforkani houdt er per direct mee op. Daar ligt naar zijn zeggen geen conflict aan ten grondslag. Het is gewoon mooi geweest. Hij is moe en wil bij het CMO ruimte maken voor iemand anders. ‘Ik wil geen dominante positie houden waarin het allemaal via mij moet gaan.’ Het is de kritiek op hem van sommige moslims, die hem inderdaad te dominant vertegenwoordigd vinden in hun maatschappelijke en religieuze organisaties. ‘Ik ben overal te vinden,’ erkent hij. En nee, antwoordt hij desgevraagd, hij stopt niet bij het CMO omdat hij in de knoop komt met zijn eigen bedrijf Vizea, dat adviseert op het gebied van diversiteit en maatschappelijke spanningen. ‘Als ik bakken met geld had willen verdienen, had ik niet zo uitgesproken moeten zijn.’

in zijn eentje naar Marokko

Yassin Elforkani werd geboren in Heerhugowaard als oudste zoon van een Marokkaanse gastarbeider die werkte bij de Melkunie. In hun familie leverde elk gezin al generaties lang een imam en dat was vaak de oudste zoon. Zo wist ook Elforkani al op zijn zesde dat hij imam ging worden, het werd hem zo’n beetje aangepraat. ‘Maar ik heb er nooit spijt van gehad dat het zo is gegaan.’ Met het oog op de toekomst van de kleine Yassin sprak het voor zich dat hij rond zijn achtste in zijn eentje naar Marokko ging, waar hij introk bij een vriend van zijn vader in een dorpje in het Rifgebergte.

Bent u daar niet vereenzaamd?

‘Jawel. In Heerhugowaard speelde ik altijd in een speeltuintje en had ik broers en zussen. In de Rif had ik niets, er was geen licht en geen stromend water. Er waren alleen ezels en paarden die ik geweldig vond, voor de rest miste ik alles en iedereen.’

Moeilijk.

‘Ik heb veel gehuild. Maar mijn vader had tegen zijn vriend gezegd: “Hou hem daar.” Als ik eraan denk…’ Hij wrijft over zijn ogen. ‘Je kon niet even een telefoontje plegen met je ouders. Als ik met mijn moeder wilde bellen, moesten we eerst 150 kilometer met de auto rijden naar Nador. Het was heftig, maar ik heb ook mooie tijden gehad. Iedereen was goed voor mij.’

In de Rif begon u met de Koran uit het hoofd te leren. Wat is het nut daarvan?

‘Vooral in de Marokkaanse gemeenschap moet je als volwaardige imam de Koran kunnen memoriseren. Het is een schande in onze imamcultuur als je op de preekstoel een koran in je hand hebt, zoals het ook een schande is in de journalistiek om stukken van anderen over te schrijven.’

Maar vindt u het nuttig om de Koran van buiten te kennen?

‘Heel nuttig. Als je de Koran kunt dromen, joh, dan krijg je heel veel inzicht.’

Je bevraagt die teksten wel als je ze in je hoofd stampt?

‘Op een gegeven moment wel. Als ik nu de Koran reciteer, is het alsof ik adem. En elke keer als ik de Koran opzeg, kom ik tot nieuwe ontdekkingen.’

Wat bent u gaan doen nadat het gelukt was met de Koran?

‘Ik ben naar Meknes gegaan, waar mijn vader een huis had. Ik woonde daar met mijn oma en ik ging er naar een traditionele imamschool. Op mijn zestiende ben ik teruggekomen in Nederland en daarna heb ik nog overal studies gevolgd, in Egypte, Dubai, Nederland.’

Hoe bent u in Nederland gaan preken?

‘Ik kreeg een baan bij de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam, ik spoorde uitkeringsfraude op. Ik ging wonen in Slotervaart en bezocht de El Ouma Moskee. Op een dag moest de imam met spoed weg en hij vroeg of ik de preek wilde doen. Dat heb ik gedaan en dat sloeg aan. Ik ben best een goeie spreker.’

Hoe kwam u op het idee om het in het Nederlands te doen?

‘Daar ben ik meteen mee begonnen: het eerste deel is altijd in het Arabisch, het tweede deel in het Nederlands. De jongeren zagen het als aangenaam en hen wilde ik ook bereiken.’

de krokodil en de aap

Met de populariteit kwam ook de keerzijde: hij kreeg bakken vol kritiek over zich heen, tot op de dag van vandaag. Radicale moslims zijn kwaad op Elforkani omdat hij niet hun strikte lezing van de religieuze teksten volgt. Via allerlei fora schelden ze hem uit voor ‘misselijkmakende figuur’, ‘huichelaar’ of erger. Bijna dagelijks krijgt hij de boodschap dat hij spoedig aan zijn einde zal komen. Eind vorig jaar preekte hij wekenlang niet omdat het te gevaarlijk voor hem werd. Intussen is hij op vrijdagen weer te beluisteren in moskeeën in Utrecht en Amsterdam, maar overal waar hij gaat, let hij op. ‘Ik betaal een hoge prijs voor wat ik doe,’ zegt hij.
Aan de andere kant van het spectrum staan de critici die in hem een wolf in schaapskleren zien, een moslim die een menselijke islam voorstaat maar stiekem heult met de radicalen en intussen geld verdient aan zijn positie. Publicisten als Carel Brendel en Annabel Nanninga lieten zich in deze trant uit. Elforkani: ‘Bij alles wat ik zeg, zeggen zij altijd: ja maar… Deze mensen hebben geen probleem met mij, ze hebben een probleem met de islam en het maakt niet uit wat ik zeg.’ Hij heeft hun verwijten zo vaak gelezen dat hij precies weet wat er gaat komen. Hij zou bijvoorbeeld de oerconservatieve Egyptische theoloog Yusuf al-Qaradawi bewonderen. ‘Ik heb daar één keer iets over opgemerkt en het blijft me achtervolgen,’ zegt hij met een lachje.

U bent geen blinde bewonderaar van hem?

‘Ik ben tegen blinde bewondering van wie dan ook.’

Hij heeft vreselijke dingen gezegd over joden.

‘Dat komt doordat hij is geïnspireerd door de Moslimbroederschap waardoor hij Hamas blijft steunen.’

Is dat voor u niet genoeg reden om te zeggen: ik wil niets met die man te maken hebben?

‘Theologisch gezien vind ik het een interessante man, maar zijn opvattingen over waar het met de wereld naartoe moet, vind ik vreselijk. Hij en veel andere geleerden hebben opgeroepen tot de jihad in Syrië, een kwalijke zaak. Je moet geweld niet met geweld bestrijden. Overal waar dat na de Arabische Lente is gebeurd, is het een zootje geworden.’

Bent u betrokken bij de FION, de Federatie Islamitische Organisaties Nederland, die de Nederlandse tak van de Moslimbroeders zou zijn?

‘Nee, daar ben ik nooit bij betrokken geweest.’

U was in 2010 wel op een congres van de FION.

‘Ja, daar was ik, Carel Brendel heeft erover geschreven. Hij hanteert de volgende redenering: een krokodil komt een aap tegen, ze praten met elkaar en dus zijn de krokodil en de aap hetzelfde. Ik was op dat congres om te horen wat daar gaande is. En als ik voor de Moslimbroeders zou zijn, zou ik dat zeggen. Waarom zou ik dat verbergen?’

Misschien omdat u dan bij nog veel meer mensen verkeerd valt?

‘Nederland heeft toch een AIVD? Ik ben kind aan huis bij verschillende ministers. Dus ja.’

Nog een punt van kritiek: u bent in 2010 en 2011 betrokken geweest bij de bouw van de Blauwe Moskee in Slotervaart en Koeweit heeft daaraan tussen één en twee miljoen euro meebetaald.

‘Ik ben trots op die moskee, een van de weinige in Nederland met vrouwen in het bestuur en waar Nederlands wordt gesproken. We hebben in alle transparantie geld uit Koeweit gehaald, waar onze gesprekspartner de overheid was en we hebben afgesproken dat er geen bemoeienis komt. De enige Koeweiti die nu nog bij de moskee betrokken is, zit niet in het moskeebestuur maar in het bestuur van de eigenaar, Europe Trust Nederland.’

Is dat verstandig in deze tijd?

‘Ik heb me uit het moskeebestuur teruggetrokken, maar mocht ik opnieuw in zo’n proces terechtkomen, dan zou ik alles in het werk stellen om Nederlandse financiering te krijgen om commotie te voorkomen. Ik ben van het principe: niet alles wat mag, hoef je te doen.’

Publiciste Nausicaa Marbe noemt u een man van vage antwoorden.

‘Dat is onzin. Vage antwoorden, daarvoor word je niet bedreigd. Als er iemand kritisch tegenover de islam staat, ben ik het. Ik heb al zo vaak gezegd dat de Moslimbroeders, de salafisten en al dat soort orthodoxe gasten eens moeten gaan nadenken. Zij zorgen ervoor dat de islam over honderd jaar failliet is als ze zo doorgaan. Een wolf in schaapskleren? Ik ben een beschaafd iemand en de islam is niet los te maken van mij. Ik zal mijn fundamenten blijven verdedigen en ik heb tegen mezelf gezegd: ik ga nooit het salafisme tevreden stellen, als ik op de preekstoel sta, ga ik nooit mijn luisteraars tevreden stellen en ik ga nooit Carel Brendel, GeenStijl of Wilders tevreden stellen.’

U vindt toch dat Wilders dezelfde tactieken gebruikt als radicale moslims? Ze gaan nooit in discussie, ze schelden alleen maar.

‘Ik heb Wilders vaak benaderd. Ik zou graag met hem willen praten, maar hij gaat niet op mijn uitnodigingen in. Het levert hem geen politiek gewin op om met mij te praten. Hij is op zoek naar extremisten, want die vertegenwoordigen de islam waarover hij het heeft.’

U heeft hem een schijtbak genoemd.

‘Is-ie ook. Hij is laf. Maar ik heb bij Jinek ook gezegd dat ik respect heb voor die man. Hij wordt bedreigd en toch heeft hij de ballen om te zeggen waar hij voor staat. Dat hij onzin uitslaat, is een ander vraagstuk. Maar ik voel waar die man in leeft en dat gun ik hem niet.’

U vindt wel dat Wilders en andere islamcritici een punt hebben: moslims moeten kritisch gaan nadenken over hun geloof.

‘Ja, want IS beroept zich wel degelijk op theologische interpretaties die moslims verdedigen. Toen IS die Jordaanse piloot verbrandde, schrok de hele Arabische wereld. Maar die daad was gewoon gebaseerd op een interpretatie van een theoloog uit de dertiende, veertiende eeuw die wij allemaal hoog hebben zitten: Ibn Tajmijja. Dus zegt IS: waar hebben jullie het over met jullie geschreeuw?’

Kortom: radicalisering komt volgens u overduidelijk óók voort uit de islam zelf. Ontkennen veel moslims dat?

‘Het punt is dit: al dit soort teksten wordt bestudeerd aan onze universiteiten, in Saoedi-Arabië, Egypte, Marokko, overal. We leiden er nog steeds onze imams en theologen mee op. Maar op die universiteiten wordt geen kritische geest gekweekt waardoor studenten zeggen: “Wacht eens even, wat deze meneer zegt, kan toch niet?” O wee als je Ibn Tajmijja ter discussie stelt, dat is een heilige theoloog. Wanneer vonden we dit soort teksten pas eng? Toen IS ze in praktijk ging brengen.’

Bent u tijdens uw studie deze gekkigheid ook tegengekomen?

‘Ja, maar ik ben tussen de andere studenten altijd een rare vogel geweest. Ik stelde vragen die in andere studenten niet eens opkwamen. Ik heb een deel van de basisschool in Nederland gevolgd, de kracht daarvan moet je niet onderschatten. Ik heb er de kritische westerse geest tot mij genomen en ik word alleen maar kritischer.’

Zijn er ook theologische interpretaties die gaan over hoofden afhakken?

‘Ja, er zijn allerlei dogmatische interpretaties waarvan je schrikt. Nog zoiets: moslims verdelen al eeuwen de wereld in moslims aan de ene kant en ongelovigen met wie je oorlog mag voeren aan de andere kant. Dat is een fundamenteel concept, alle moslims kennen het en IS-leider Al-Baghdadi herhaalt het in al zijn preken. Ik ben niet tegen ons geloof, maar we moeten eerlijk en rechtvaardig zijn. Daarom zeg ik: alle moslims zijn verantwoordelijk voor de komst van IS. Wij hebben IS gecreëerd, ik loop daar niet voor weg.’

Als ik dat als niet-moslim zou zeggen, zou de hel losbarsten.

‘Er zijn meer oorzaken voor het ontstaan van IS. Ook het Westen is schuldig met zijn steun aan dictators in de Arabische Wereld. Maar waar het mij om gaat: veel moslims doen alsof IS uit de lucht komt vallen en dat irriteert mij.’

Wat kunnen individuele moslims nu dan doen?

‘Je kunt niet elke moslim persoonlijk aanspreken, want die lieve Fatima en Ahmed moeten een diploma halen en werk vinden. Maar instituties en imams moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Ze moeten onder ogen zien dat er een probleem is in de geesten van theologen. Die worden opgeleid met het idee: ik vertel de mensen hoe het zit. Als je geen theoloog bent en je gaat tegen zo iemand in, zegt hij: “Snotneus, wie denk je wel dat je bent.”’

Hoeveel theologen denken nu hetzelfde als u?

‘Ik zie veel theologen die het debat op gang brengen. Ik was pas geleden in Marokko op een conferentie voor imams waar ik het heb gehad over de noodzaak om concepten die niet meer van deze tijd zijn, te herzien. Na afloop ontstond een heftige discussie, veel imams riepen hetzelfde als ik. Het leeft.’

Leeft het ook in Nederland?

‘Er ontstaat een zekere volwassenheid in de moslimgemeenschap. Veel moskeeën hebben statements gemaakt tegen radicalisering, dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Maar echte reflectie is nog lastig, daar maak ik me zorgen over. Zelfs in Saoedi-Arabië is dat anders, daar heeft meneer Al-Kalbani, die volgens heel Nederland een haatprediker is, hele vooruitstrevende dingen gezegd. Hij heeft het verbod op muziek binnen het salafisme ter discussie gesteld. En hij heeft gezegd dat het salafisme zich moet herzien omdat het IS heeft gecreëerd.’

Deze man is volgens u geen haatprediker?

‘Ik vind dat niet, nee. Je wilt niet weten wat die man in Saoedi-Arabië heeft meegemaakt, hij is vanwege zijn uitspraken uit zijn functie gezet. Hij moet uitkijken. En dat zo’n persoon in de Arabische context soms uitingen doet die voor ons niet acceptabel zijn…’

Over christenen en joden bijvoorbeeld…

‘Dat soort uitspraken accepteren we niet als hij in Nederland komt.’

Hoe staat u in de kwestie van de haatpredikers?

‘Op dit terrein ben ik zeer teleurgesteld in de overheid. Het weren van predikers, zoals nu in een paar gevallen is gebeurd, is een abnormale interventie.’

Wat mij verbaast: het CMO wil op het gebied van de islam samenwerken met Marokko, maar Marokko pakt de radicalen keihard aan. Waarom is het dan zo erg als Nederland een haatprediker weigert?

‘Ik vind dat elke haatprediker mag worden geweerd, van welk geloof dan ook. Maar wat is een haatprediker? Dat is een lastig probleem en de overheid wil niet aan ideologische toetsing doen. Kortom: we moeten het zelf oplossen en dat doen we ook, we hebben een lijst met criteria opgesteld. Maar ook de salafisten in Nederland moeten hun verantwoordelijkheid nemen, zíj nodigen die predikers uit.’

Kijken de salafisten in Nederland even kritisch naar zichzelf als meneer Al-Kalbani?

‘Nee, dat doen ze niet. Ze zouden net als hij moeten pleiten voor een herziening van het salafisme. Ik vind dat orthodoxie mag, daarom blijf ik de salafisten verdedigen, maar ze prediken uitsluiting: jezelf superieur voelen, neerbuigend doen tegen de rest. Dan is het nog maar een kleine stap naar IS. En wat hoor je ze zeggen? “Iedereen is tegen ons.” Ze moeten uit die slachtofferrol, zich distantiëren van voormannen als imam Fawaz die schuldig zijn aan extremisme en radicalisering, en het probleem oplossen. Er moet een opstand komen in het salafisme.’

Iets anders: het CMO nodigt tijdens de ramadan 53 imams uit Marokko uit, is dat nou slim? Iedereen is bang voor de lange arm van dat land.

‘Het is niet de ideale situatie, het beste is dat er imams in Nederland worden opgeleid. Maar dat is nog niet het geval. Dus heeft het CMO gezegd: we hebben last van radicalisme, een groot, hardnekkig probleem waarbij veel Marokkaanse Nederlanders zijn betrokken. We gaan zoeken naar imams die ons kunnen helpen en we tolereren niet dat er een lange arm is.’

Maar veel jongere Marokkaanse Nederlanders verstaan geen Arabisch, die spreken Nederlands en Tamazight (Berbers). Wat heb je dan aan die imams?

‘De meerderheid kan het Arabisch wel volgen en zeker de ouders van de jongeren. En die imams zijn hier maar tijdelijk, hè? We denken niet dat we zo het probleem definitief kunnen oplossen.’

chillen tot 3 uur ’s nachts

Goed, Elforkani draagt het zijne bij. Hij laat moslimjongeren zien wat de islam volgens hem betekent: vrijheid, beschaving, rechtvaardigheid, barmhartigheid. Hij werkt aan hun houding. Hoe kunnen ze kritisch zijn ten aanzien van religieuze dogma’s? Hoe moeten ze omgaan met islamofobie? Hoe worden ze weerbaar? Dergelijke vragen behandelt hij tijdens preken in de moskee en lezingen voor studentenverenigingen en universiteiten. Op middelbare scholen geeft hij zogeheten socratische lessen die hij sinds 2009 verzorgt via zijn bedrijf Vizea. Met open vragen probeert hij de leerlingen te dwingen tot zelfreflectie.
Zo stapt hij op een zonnige ochtend een vmbo-school in Amsterdam binnen – waarvan de naam niet mag worden genoemd. ‘Ha Yassin!’ zegt een jongen met oortjes in. De les die hij gaat geven, wordt voorgezeten door Fahd, een collega van Elforkani.
De leerlingen, een gemengd gezelschap van tien meisjes en één jongen, hebben mobieltjes en blikjes frisdrank in de hand. Het duurt even voor ze loskomen. Gespreksonderwerp is hun levensloop, die ze voor deze les op papier moesten zetten, en Fahd resumeert: ‘Jullie zijn door diepe dalen gegaan, hebben pijn en verdriet meegemaakt, maar er waren ook mooie momenten. Jullie verhalen hebben me heel erg geraakt.’
Daarna staat Elforkani op en begint heen en weer te lopen door de klas. ‘Ik heb ADHD,’ zegt hij.
Dit is de kwestie die hij vandaag aan de orde wil hebben: ‘Hoe kunnen we met elkaar een stap maken om een betere toekomst te krijgen? Wat zijn onze verbeterpunten?’ Een meisje met hoofddoek en lange rok antwoordt: ‘Ik heb geen band met mijn vader, ik wil graag anders tegen hem doen.’ De reden voor de slechte verhouding is dat ze naar een internaat in Turkije wil om ‘Korandingen’ te doen, maar haar vader verbiedt het.
‘Waarom vind je het zo belangrijk om met de Koran bezig te zijn?’ vraagt Elforkani.
‘Voor mijn geloof,’ zegt het meisje.
‘Waarom is geloof voor jou zo belangrijk?’
‘Dat weet ik niet.’
Elforkani: ‘Als ik het geloof weghaal, wat blijft er dan van je over?’
Het meisje: ‘Moeilijke vraag. Ik krijg zelfvertrouwen door mijn geloof. Ik voel me niet alleen, want Allah is altijd bij me.’
Elforkani zwenkt naar anderen die ‘pedagogisch werk’ willen doen of kraamverzorgster of kapster willen worden. Maar ze vinden het frustrerend dat hun omgeving soms zegt dat het hun niet gaat lukken. ‘Wat moeten jullie doen om toch te bereiken wat je wilt?’ vraagt Elforkani. Ze moeten zich niet gek laten maken door dat soort opmerkingen. Maar al gauw dringt tot de dames en heer door dat ze ook iets aan zichzelf moeten doen. Sommigen zitten ’s nachts tot drie uur te ‘chillen en te drinken’. De volgende dag op tijd op school zijn is dan lastig. ‘Puberachtig gedrag,’ vat een meisje haar lethargie samen.
Elforkani: ‘Kunnen jullie elkaar ook inspireren? Geven jullie elkaar wel eens complimenten?’ Hij is duidelijk bezig met de operatie: hoe zet ik negatieve gevoelens om in positieve. Hij vertelt over zichzelf, hoe hij ‘een gat in zijn leven heeft gekregen’ doordat hij als kind naar Marokko werd gestuurd. ‘Ik heb heel veel meegemaakt. Maar je moet vechten voor je succes en als het eenmaal is gelukt, zul je zien dat andere successen volgen.’

angstbeleid

Later vertelt Elforkani over de boodschap die hij zelf thuis meekreeg. Studie en werk, die twee dingen waren belangrijk. ‘Daar werd geen compromis over gesloten.’ Constant zei zijn vader: ‘Succes heb je zelf in de hand, doe er iets voor.’ Maar op een ander vlak vonden zijn ouders het lastig hun kinderen te begeleiden in de Nederlandse samenleving. Van zijn moeder kreeg Elforkani vaak te horen: ‘Yassin, je mag geen varkensvlees eten want jij bent moslim. Jij bent anders dan de christenen en de joden. Met hun leefwijze hebben we niets te maken.’ Hij zegt: ‘Mijn moeder bedoelde het goed, maar zij was bang dat ik mijn identiteit zou verliezen en dus ging ze een angstbeleid voeren.’

Ze dacht: straks wordt hij westers en gaat hij aan het bier.

‘Precies. Maar ze legde nooit uit hoe het zat, waaróm ik anders was. Ik hoorde niets over de fundamentele waarden van de islam. Dat miste ik in mijn opvoeding en datzelfde merk ik bij andere moslimkinderen van de tweede generatie.’

Dus daardoor weten deze kinderen zo weinig van de islam, wat u steeds beweert?

‘Ja, veel moslimkinderen krijgen de islam mee van vriendjes en vriendinnetjes op straat en lezen op internet religieuze teksten die bij elkaar zijn geplakt en geknipt. En dan vindt een meisje van vijftien op Facebook haar droomprins, een jongen met een lange baard en een kalasjnikov. Dit soort jongeren wil op religieus gebied iets goeds doen, maar slaat de plank volledig mis.’

Hoe kun je verliefd worden op een vent met een kalasjnikov? Hoe kun je een ideologie van de dood aanhangen?

Hij is even stil. ‘Ja, onbegrijpelijk. Ik snap het ook niet. We moeten vechten tegen de keiharde campagne van IS. In Nederland is de aanhang van IS nu nog klein, ik denk dat hooguit drie procent van de moslims sympathiseert met dat gedachtegoed. Maar de aanhang is aan het groeien, écht aan het groeien.’

U wilt moslimjongeren meer kennis van de islam geven zodat ze weerbaarder worden tegen extremisme. Maar is dat de oplossing? Als die jongeren willen, kunnen ze best zachtaardiger religieuze teksten vinden.

‘Goed punt. Maar ik kan iets doen op het gebied van kennis. Als deze jongeren opgroeien in gebroken gezinnen of worden geweigerd bij sollicitaties omdat ze Ahmed of Fatima heten – daar moeten anderen iets aan doen.’

Als u ziet wat mensen voor verschrikkelijks doen in de naam van uw geloof, twijfelt u dan wel eens?

‘Als ik niets wist over de islam, zou ik twijfelen. Echt, het is een ramp wat je moslims ziet doen. Maar omdat ik weet dat ons geloof anders in elkaar steekt, ben ik ervan overtuigd dat de islam in de Nederlandse samenleving ooit een toegevoegde waarde zal hebben. De islam moet harmonie creëren.’

Dan is er nog een lange weg te gaan.

‘Op korte termijn komen we denk ik niet in rustiger vaarwater. Maar voor de lange termijn ben ik ervan overtuigd dat de evenwichtige krachten in de samenleving het gaan winnen van de radicalen. En in dat proces moeten ook mensen die angst zaaien voor de islam hun verantwoordelijkheid nemen.’

Bent u wel eens bang in verband met de dreigende teksten die u krijgt?

‘Ja. Ik heb twee kleine kinderen, ik heb een vrouw en ouders. Los daarvan: ik krijg veel shit over me heen en er gebeurt om de haverklap wat. Het is zwaar, echt. Maar het geeft ook voldoening dat ik kan bijdragen aan een gezonde samenleving. Als je vernieuwend wilt zijn, is dit de weg.’

Ook al stopt u bij het CMO, u wilt de islam niet overlaten aan een stelletje wilden?

‘Absoluut niet.’