Even lijkt het alsof het trommelgeluid voortkomt uit de pruttelende vrachtwagens die voorbij rijden. Maar ter hoogte van de entree begint de muziek het verkeersgeluid te overstemmen. In de donkere gang versmelten verschillende ritmes en geluiden tot een echoënde kakofonie. De conciërge zit onder een zwak schijnsel op een stoel en laat zijn zwarte kater kunstjes doen. Het beest springt atletisch op en neer. In de gang staat een rij theaterstoelen, die zonder uitzondering gehavend zijn. Op en rond de stoelen liggen kledingstukken, schoenen, tule-rokken en bandages. Aan het eind van de gang klinkt getrippel en vanuit het donker schiet een rij kleuters in zwarte pakjes voorbij. Ze rennen opvallend gestructureerd de keizerlijke trap op. Boven het bordes hangt een grote vlag. ‘Erisioni 1885’.
Eind 19e eeuw was dit vervallen gebouw een van de grotere cultuurtempels van Tbilisi, waar bekende dans- en theatergezelschappen repeteerden en optraden. Maar na de invasie door het Rode Leger in 1921 werd het pand ingenomen door Russische militairen. Het werd een ontmoetingsplek voor hoge officieren in dienst van de Sovjet-Unie. Na de val van de Sovjet-Unie werd het ernstig verwaarloosde gebouw teruggegeven aan de cultuur. Het werd toegewezen aan Erisioni, een gecombineerd gezelschap van professionele dansers en jongeren in opleiding. Al meer dan twintig jaar dansen ze tussen de lekkages, scheuren en verzakkingen, die met het jaar ernstiger worden. Een grondige renovatie kan het gezelschap niet opbrengen.
Vooral kapot
De trap leidt naar een verdieping met een doolhofachtig gangensysteem. Er zijn meerdere zalen en bijzalen waar gerepeteerd wordt. Uit iedere hoek klinkt een ander geluid: gegiechel, gebonk, geschreeuw van een lerares of een jankende accordeon. De trap naar de bovenste verdieping is afgezet met rood lint en de deur naast de grote zaal is dichtgetimmerd. Het gebouw wordt langzaam maar zeker onbegaanbaar, maar de dansers lijken hun dansstijl er niet op aan te passen. In de grote zaal repeteert een groep stampende jongens met zwepen en zwaarden, aangestuurd door een autoritaire leermeester. De zaal ernaast is gevuld met meisjes in lange jurken die als een slang over de vloer glijden. De witte tule verhult hun vliegensvlugge passen.
Erisioni claimt het oudste volksdansensemble van Georgië te zijn. En dat moet in ere gehouden worden. De voorstellingen dragen titels als ‘Georgian Legend’ en ‘Georgian Treasure’ en artistiek directeur Jemal Chuaseli duldt geen enkele vernieuwing of verandering. Het staatsieportret met snor en kostuum lijkt de dansers vanaf de wand in de gaten te houden. Zijn twee kleindochters dansen ook bij het gezelschap. De oudste is toegelaten tot de professionele groep, de jongste danst alleen ‘om de Georgische cultuur in stand te houden.’ Ze is niet lang genoeg om professioneel danseres te worden.
Er wordt een aantal vaste dansen gedoceerd, zoals de romantische Kartulli, als lofzang op de deugdelijkheid van de vrouw of de militaristische dans Khorumi, waarin de Georgische soldaat wordt verheerlijkt. De traditionele passen, die samen de weerbarstige geschiedenis van Georgië moeten verbeelden, worden met harde hand ingestudeerd. In de meest vervallen zaal bereid een groep van dertig kleine kinderen zich voor. De meisjes draaien aan de bar hun handpalmen op en neer en de jongens zwachtelen hun voeten in met dikke katoenen lappen. De lerares klapt in haar handen: ‘Erti, ori, sami…’ Met kaarsrechte rug en gespreide armen springen de jongetjes hard op de punt van hun tenen. Het ziet er oncomfortabel uit, maar hun gelaatsuitdrukking verraadt geen emotie. Als het niet goed genoeg is trapt de lerares even op een voet of hamert ze op een klein ruggetje. Tradities moeten immers zo correct mogelijk worden overgeleverd.
Ook de kostuums zijn al decennia hetzelfde. Voor iedere dans is er een andere outfit. De nepvlechten en witte sluiers zijn bestemd voor de Kartulli, de pakken met kaplaarzen en harige mutsen voor de bergdans Kazbeguri. Er is een speciale kleermakersruimte ingericht. Het ligt er vol met mallen, stoffen en patronen. Achter de ratelende singer zit een oude man, hij is bezig met een enorme partij leren laarzen. Erisioni gaat binnenkort weer op tournee.
In de gang komt een groepje jonge danseressen naar ons toe. Waarom we zo geïnteresseerd zijn in dit lelijke oude gebouw. De ietwat bombastische uitleg over vergane glorie esthetiek, Degas-achtige sferen en de bijzondere combinatie van vitaliteit en vergankelijkheid wordt met glazige blikken beantwoord. Het gebouw is toch vooral kapot. Ook de foto’s vallen niet erg in de smaak. Of we de gaten in de muur niet een beetje kunnen photoshoppen. Ze zouden maar wat graag willen verhuizen. De directie wacht al een paar jaar op de oplevering van een nieuw gebouw aan de rand van de stad. Met fatsoenlijke kleedkamers, ventilatie, douches die werken en misschien zelfs een lift. Ze hopen volgend jaar echt te kunnen verhuizen. Of het jaar daarop. Het is onbekend wat er daarna met het oude gebouw zal gebeuren, maar het lijkt de danseressen weinig te kunnen schelen. De Georgische dans zal voortbestaan, daar hebben ze het gebouw niet voor nodig.
Meer prachtige foto’s vind je in Vrij Nederland #44 en in het filmpje hieronder.




Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.