Op de jeugdfoto heeft hij zo’n oer-Hollandse jongenskop. Het stevig ingeplante haar is met gel naar achteren gekamd. Daaronder kijken vriendelijke ogen de wereld in, vergezeld van een brede lach in een dito kaak. Het is een vertrouwenwekkende blik: deze man wil je wel geloven. De foto staat op de eerste pagina van De moordmakelaar, het boek dat vorige week bij Just Publishers zou verschijnen en dat grotendeels bestaat uit de kluisverklaringen van kroongetuige Fred Ros.
Zou verschijnen. Want de rechter heeft de distributie van het boek voor een periode van zes maanden verboden. Een uitzonderlijke gelegenheidscoalitie van moordverdachten en het Openbaar Ministerie eiste dinsdag 21 oktober in kort geding een verbod op de uitgave. Publicatie dreigde volgens hen de waarheidsvinding en de kans op een eerlijk proces te hinderen. Ze kregen gelijk van de rechter, althans voor een half jaar. Deze week proberen auteur en uitgever in hoger beroep alsnog hun gelijk te halen.
Hij zat tot zijn oren in het milieu. Dus hoezo heeft Ros geen herinnering meer aan de dag dat Van Hout werd ‘gedaan’?
Het akkefietje is typisch voor de niet-aflatende stroom controverses rond het liquidatieproces, de monsterrechtszaak die al sinds begin 2009 loopt. Bij de rechtbank zijn vorig jaar sommige verdachten veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen. Anderen, de vermeende opdrachtgevers, werden vrijgesproken van moord, tot frustratie van justitie. Dat was toch grotendeels aan justitie zelf te wijten. De aanklagers hadden hun bewijsvoering gebaseerd op de omstreden verklaringen van kroongetuige Peter la Serpe, die zelf bloed aan zijn handen heeft en op belangrijke punten aantoonbaar onbetrouwbaar is gebleken.
Slecht nieuws
Justitie en verdachten zetten in op een herkansing, dus begon dit jaar het circus opnieuw in hoger beroep. Dat ging in relatieve stilte. Tot vrijdag 12 september. In een bijkans verlaten zittingszaal op de extra beveiligde rechtbank Schiphol toverde het OM een nieuw konijn uit de hoge hoed. Ook de voor moord veroordeelde Frederikus Willibrordus Christianus Ros, geboren op 26 oktober 1968 in Hilversum, bleek een contract te hebben gesloten met de Nederlandse staat. In zijn cel was de Gooise beroepscrimineel eind 2013 tot nieuwe inzichten gekomen. Als zogenaamde ‘moordmakelaar’ zat Ros een gevangenisstraf uit van dertig jaar, onder meer voor zijn aandeel in de liquidatie van kroegbaas Thomas van der Bijl. Eerder had hij vooral gezwegen over zijn misdaden, maar in ruil voor strafvermindering en bescherming bleek Ros uitvoerig te hebben verklaard over de moordpraktijken van hem en zijn medeverdachten.
‘De getuige met wie de overeenkomst is gesloten kan uit eigen wetenschap belastend verklaren over de rol van opdrachtgevers,’ klonk het die vrijdagmiddag omineus uit de mond van de advocaat-generaal. Het was slecht nieuws voor die vermeende opdrachtgevers, zijnde Dino Soerel, Ali A. en – daar was hij weer – Willem Holleeder. De laatste staat nog niet terecht voor de reeks moorden, maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd. Althans, als we de aanklagers mogen geloven. Die schrijven in een toelichting: ‘Het OM acht de verklaringen van Ros mede noodzakelijk om een doorbraak in het onderzoek naar de betrokkenheid van Holleeder te verwezenlijken.’
‘Een kroonleugenaar’
Justitie noemt Ros ‘betrouwbaar’. Iemand die spreekt ‘van binnenuit’, die vertelt hoe hij persoonlijk liquidatieopdrachten kreeg van zijn ‘broeders in het kwaad’. Daarmee gaan de verklaringen van Ros een stapje verder dan die van zijn voorganger La Serpe, de andere pratende moordenaar. Die stond blijkbaar toch een treetje lager in de hiërarchie, want hij kreeg zijn klussen indirect aangereikt. Nee, dan Ros. Die mocht ‘Dien’ zeggen tegen onderwereldbaas Dino Soerel. ‘Ik zeg tegen Dien, ik zeg: “Goh, ik wordt gek van Ali. Die belt me om de haverklap.” En Dien begon te lachen en zei: “Nee joh, eerst Van der Bijl.”’ Twee opdrachtgevers en een slachtoffer in één citaat uit de kluisverklaringen. Soerel die beslist dat Van der Bijl eerst dood moet voordat zijn kompaan Ali A. aan de beurt komt. En Fred Ros die dat rechtstreeks van hen hoort.

Een heus arsenaal
Die onwetendheid van Ros is gek. Ten eerste zat hij tijdens de moord op Van Hout tot aan z’n oren in het milieu, en daarnaast ging hij ook nog eens intensief om met de mensen die hij nu als moordenaars aanwijst. Hij zorgde onder meer voor de communicatie van de criminele organisatie. ‘Ik had de telefoons en piepers. Die dingen had ik in mijn zak.’ Dus hoezo heeft hij geen herinnering meer aan de dag dat Van Hout werd ‘gedaan’? De politiemensen die hem er over ondervragen kunnen het ook moeilijk geloven.
Daarbij komt dat Ros al jaren door verschillende mensen is aangewezen als een van de daders. Onder meer de rechercheurs die de moord onderzochten, waren overtuigd van zijn betrokkenheid. Uit een proces-verbaal van 2008 blijkt dat ze de – zwijgende – verdachte Ros het vuur na aan de schenen leggen. ‘Wij hebben informatie dat jij daar bij betrokken zou zijn,’ zeggen z’n ondervragers. Ze vinden het opvallend dat Ros kort voor de aanslag op Van Hout samen met zijn maatje Jesse R. in Amsterdam is aangehouden in een Opel Vectra, waarin de politie een wapen vindt. Een paar dagen na de moord gebeurt dat opnieuw. Deze keer vinden de agenten nog meer schiettuig in de auto. Ros wordt aangehouden en in zijn woning in Vinkeveen stuit de politie vervolgens op een heus arsenaal. Hij zou er lange tijd voor vastzitten, hoewel geen van de wapens is te linken aan de aanslag. ‘Ik ben niet zo’n prater,’ zegt hij in 2003 tijdens een verhoor.
Maar heeft hij tussen de aanhoudingen voor wapens door misschien toch niet ook Cor van Hout vermoord? Jaren later vragen de politiemensen het nog maar eens. Of heeft hij daar misschien bij geholpen als ‘communicatieman’? Want hoe kan het anders dat een mobiele telefoon die de politie bij Ros in de auto heeft gevonden, op de dag van de liquidatie in verbinding stond met de zendmast vlakbij de plaats waar de vluchtmotor is gedumpt? Weet hij bijvoorbeeld of er bij de moord telefoons zijn gebruikt om seintjes te geven, proberen de rechercheurs. Ros: ‘Nee, weet ik niet. Ik weet dat echt niet.’
Op de motor
Hij zet zichzelf neer als een loopjongen die pas later een belangrijker positie zou ververven in het milieu. Rond de dood van Van Hout was hij ‘slechts’ een enforcer, een gespierde kleerkast die hard op tafel sloeg als schuldeisers niet wilden betalen. ‘Ik kon de kutklusjes doen’ en ‘Ik hing er een beetje bij’. Dat verhaal detoneert met de verklaringen van anderen, onder meer die van collega-kroongetuige Peter la Serpe. Die zei eerder: ‘De liquidatie van Van Hout is gedaan door Sjaak B., als schutter vanaf de motor, Fred Ros, als bestuurder van de motor en Jesse R. is de organisator geweest.’
Da’s andere koek. En er zijn meer getuigen die Ros plaatsen op de motor die voor de aanslag is gebruikt. Daar ligt vruchtbare grond voor de advocaten in het liquidatieproces. De rechercheurs die hem tijdens zijn recente ‘biecht’ daarover hebben ondervraagd, weten het ook. ‘Er zijn mensen die in de toekomst hierover misschien veel vervelender vragen gaan stellen, daarom stellen wij ze maar vast.’
Aan de moord op de criminele Amsterdamse kroegbaas Thomas van der Bijl ‘dankt’ Fred Ros voor een belangrijk deel zijn eerdere veroordeling tot dertig jaar cel. Daar is geen speld tussen te krijgen. Niet alleen Peter la Serpe maar ook de mannen die de liquidatie daadwerkelijk hebben uitgevoerd, wijzen Ros aan als opdrachtgever. Daarbij zou Ros slechts als go between hebben gefunctioneerd: justitie vermoedde dat de opdracht afkomstig was van Dino Soerel. Ook de naam Willem Holleeder is eerder al door meerdere getuigen genoemd. Die had immers het beste motief: Van der Bijl had in het geheim belastend verklaard over zijn kwelgeest Holleeder.
Maar het was het OM niet gelukt om de grote namen aan de moord te plakken. Ze moesten het doen met middle man Ros. En die zweeg. Tot een klein jaar geleden. Nu heeft hij Soerel aangewezen als de man die hem heeft gevraagd om Van der Bijl ‘op te ruimen’. ‘Ik heb alles met Dino besproken,’ zegt Ros in een van zijn kluisverklaringen. ‘Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen.’
Een latent mooie score voor justitie. Maar en passant maakt de kroongetuige zijn eigen sturende rol een stuk kleiner dan tot nu toe gedacht. Hij beweert tegen Dwight S. en Remy H., de twee uitvoerders, te hebben gezegd dat ze de moordopdracht niet meer hoefden uit te voeren toen het te lang duurde. ‘Toen heb ik gezegd: “Laten we er mee stoppen. […] Ik regel het allemaal zelf, want dit wordt niks.”’ Maar het duo wilde volgens hem coûte que coûte doorgaan.
Beide hitmen, die lange gevangenisstraffen kregen voor hun daad, hebben een andere lezing. In verhoren lieten ze weten door Fred Ros onder druk te zijn gezet. Toen ze op een gegeven moment de opdracht wilden teruggeven, zou hij hen hebben bedreigd met een vuurwapen en hebben gezegd: ‘Kijk hoe makkelijk het is, ik kan je nou zo afschieten, er is geen haan die ernaar kraait.’ Bij een andere gelegenheid dreigde hij volgens een van de schutters om diens familieleden ‘af te maken’.
Het zijn misschien slechts details in het licht van de moorddadige gebeurtenissen, maar ze kunnen belangrijk zijn om de betrouwbaarheid van de kroongetuige te toetsen. Dus reken maar dat de verdediging ook de uitvoerders Dwight S. en Remy H. opnieuw uitvoerig aan de tand wil voelen over het verhaal van Ros.
Ook toen zou Ros in zijn eigen woorden slechts hebben gezegd: ‘Die kan doodvallen. En niet van: die moet dood.’
Nee, George van Dijk is geen lieverdje. Hij zat ooit lange tijd in de gevangenis nadat hij zijn vriendin had vermoord. In de gevangenis kreeg hij bezoek van Fred Ros. Ze waren in die tijd beiden bevriend met de bekende beroepscrimineel en ‘pater familias’ Greg R.. Tijdens die ontmoeting was het volgens Van Dijk misgegaan tussen hem en Fred Ros. Daarna ontstond bij de laatste het plan om Van Dijk ‘een nekschot’ te geven. Althans, dat vermoedde het beoogde slachtoffer.
Over wat er daarna is gebeurd, lopen de meningen uiteen. In ieder geval was het OM er tot voor kort volledig van overtuigd dat Fred Ros heeft geprobeerd om een Albanese huurmoordenaar op zijn vijand Van Dijk af te sturen. Het stond pontificaal op de tenlastelegging bij de eerste ronde van het liquidatieproces. Daarbij leunde justitie zwaar op de verklaringen van Peter la Serpe, die verklaarde dat hij als intermediair heeft gediend tussen opdrachtgever Ros en de beoogde killer. Ros zou er uiteindelijk ook voor worden veroordeeld.
Maar nu, bijna twee jaar na de vonnissen, gaat het OM mee in een geheel nieuwe versie van de gebeurtenissen. Wat vertelt Ros nu? Dat hij via La Serpe contact heeft gezocht met Albanezen omdat La Serpe wapens van de Oost-Europeanen wilde kopen. ‘Daarom heb ik het telefoonnummer met Pata (een van de Albanese criminelen, red.) op een briefje gegeven.’ Dat La Serpe meende een moordopdracht te krijgen, is een misvatting van zijn collega-kroongetuige, beweert Ros. Hij zou slechts over het vermeende slachtoffer George van Dijk hebben gezegd: ‘Dat is een dorpsgek, die kan ook doodvallen.’ Dat La Serpe zo’n opmerking ziet als een uitnodiging om een liquidatie uit te voeren, is zijn probleem. Ros bedoelde er niets mee. ‘Het is meer een stopwoordje, als ik iemand niet moet.’
Nog laakbaarder
En zo zijn er meer ‘misverstanden’. Ros dist het ‘doodvallen-excuus’ ook op in een andere casus. In 2006 zit hij samen met een kennis in de auto en rijdt in Aerdenhout langs een huis van een bekende Turkse drugshandelaar. Ook toen zou Ros in zijn eigen woorden slechts hebben gezegd: ‘Die kan doodvallen. En niet van: die moet dood.’
Dat die criminele kennis vervolgens bij de recherche opbiecht met Ros op verkenning te zijn geweest, waarbij deze hem een huis zou hebben aangewezen waar iemand woonde ‘die eveneens geliquideerd moest worden’, is slechts een onfortuinlijk misverstand in de beleving van de nieuwe kroongetuige. Net als de toch dreigend overkomende boodschap van Ros aan diezelfde kennis: ‘Als ik je het (het huis van de Turkse crimineel, red.) laat zien dan zit je erbij in en kan je niet meer terug, behalve dan door de kogel.’
Het kan natuurlijk. Dat je elkaar niet begrijpt. Toch heeft dat ‘onbegrip’ vervelende consequenties gehad voor Fred Ros. Het is mede op basis van deze getuigenverklaringen dat de ‘moordmakelaar’ is veroordeeld tot dertig jaar gevangenisstraf. Het oordeel van de rechters luidde in januari 2013: ‘bewezen is verklaard dat hij twee liquidaties heeft geprobeerd uit te lokken en een derde, geslaagde, liquidatie heeft georganiseerd en aangestuurd. De manier waarop de uiteindelijk uitgevoerde moord door Ros is aangepakt is zo mogelijk nog laakbaarder dan bij dergelijke liquidaties gebruikelijk. Verdachte heeft de moord aanvankelijk willen laten uitvoeren door een tot dan toe tamelijk onschuldige vriend van hem. Toen die zich terugtrok, heeft hij twee willekeurige in het criminele milieu nog onbekende jongens, die hij bij toeval tegen het lijf liep, gerekruteerd om de moord uit te voeren tegen een forse geldelijke beloning. Toen die jongens al enigszins geïnvolveerd waren, heeft hij ze onder druk gezet door dreiging met grof geweld.’
Dat is de man met wie het Openbaar Ministerie eind 2013 in zee is gegaan. De Hilversumse beroepscrimineel die ze eerder neerzetten als een scrupuleuze moordenaar, krijgt nu de kans om zijn versie van de waarheid over het voetlicht te brengen. Dat is een variant waarbij de kroongetuige weliswaar nog steeds betrokken is bij de moord op Thomas van der Bijl – dat valt ook nauwelijks te ontkennen – maar waarin hij bij alle andere liquidaties of pogingen daartoe toch nauwelijks een rol van betekenis heeft gespeeld. Aldus Ros.
Steunbewijs?
Het schuurt dat hij op meerdere punten wezenlijk anders verklaart dan meerdere collega-verdachten, inclusief de tot op heden zo cruciaal geachte medekroongetuige Peter la Serpe. Het Openbaar Ministerie neemt het op voorhand niet zo zwaar op en spreekt over ‘interpretatie- en belevingsverschillen’ tussen de verschillende verdachten. Die staan volgens het OM vooralsnog niet in de weg om Ros het predicaat ‘betrouwbaar’ te geven. Het deed advocaat Nico Meijering verzuchten: ‘De gegevens verpletteren de betrouwbaarheid van Ros. Hebben wij misschien een ander dossier dan het OM?’
Het zal hoe dan ook aardige semantische discussies opleveren tussen de procespartijen, onder meer over de betekenis van de term ‘doodvallen.’ Maar goed, de essentie zit natuurlijk in de verklaringen die de kroongetuige heeft afgelegd over de twee hoofdverdachten: Dino Soerel en Ali A. Beiden zijn eerder vrijgesproken van moord. Mocht het hof in hoger beroep het verhaal van Ros accepteren, dan hangen ze. Het gaat om ontmoetingen die ze zouden hebben gehad met Ros. De vraag is of daar ‘steunbewijs’ voor is. Zijn er telefoontaps, telecomgegevens of videobeelden van die rendez-vous? Vermoedelijk niet, want anders was dat materiaal ongetwijfeld eerder al ingebracht door het OM. Mogelijk duiken er nog nieuwe getuigen op die de versie van Ros kunnen staven. Zo niet, dan geldt het woord van de kroongetuige tegen dat van de verdachten. En als Ros dan aantoonbaar heeft gelogen in andere zaken, is zijn uitgangspunt – en dat van het OM – niet sterk.
Daarmee zet het Openbaar Ministerie een risicovolle stap. In de strijd tegen de georganiseerde misdaad ‘balanceren we soms op het randje van wat mag’, zei OM-baas Herman Bolhaar eerder in Vrij Nederland. We moeten wel, beweerden de advocaten-generaal onlangs in het liquidatieproces. ‘Het is van groot maatschappelijk belang dat niet slechts de uitvoerders en tussenpersonen van moorden veroordeeld worden voor hun aandeel, maar ook de opdrachtgevers.’ Toch lijken ook de aanklagers niet honderd procent zeker van hun zaak, gezien de toegevoegde disclaimer: ‘De komende maanden is er een toetsing van de verklaringen. Als Ros heeft gelogen zal het OM daar de ogen niet voor sluiten.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.