In de Eerste Kamer heeft het kabinet steun nodig van de oppositie. Dat is geen gelopen race.

La Chambre de Réflection. Het is een gevleugelde uitdrukking voor de Eerste Kamer der Staten Generaal.

Op gepaste afstand de kwaliteit van het werk van de Tweede Kamer beoordelen, zoals Rudolph Thorbecke het ooit heeft bedoeld: een laatste check op de wetgeving door hooggeleerde professoren die toevallig ook nog eens lid zijn van een politieke partij.

De werkelijkheid anno 2012 is anders: de senaat lijkt eerder een ordinaire politieke arena waar de leden zich beslist niet de wet laat voorschrijven door wat er aan ‘de overzijde’ allemaal wordt bedisseld. En die houding is van belang: het kabinet Rutte II beschikt in de Tweede Kamer over een meerderheid, in de eerste kamer bij lange na niet.

Bij de Algemene Beschouwingen in de senaat lieten diverse fracties dat dinsdag goed merken aan het nieuwe kabinet. De PVV diende al meteen een – overigens kansloze – motie van wantrouwen in. Maar ook CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman –broodnodig voor een meerderheid – sloeg een stevige oppositionele toon aan. Zijn partij is fel tegen de nivellerende maatregelen die het kabinet op voorspraak van de PvdA neemt omdat die de middengroepen treffen: ‘Dit hele kabinet wil over hun ruggen gelijkheid zaaien, maar het zal bonje oogsten.’ Hij maakte zonneklaar dat eventuele steun van het CDA niet gratis is: ‘Rekent u zich niet te vroeg rijk bij ons. Werken in deze Kamer is meer dan bij het kruisje tekenen.’ Zelfs coalitiegenoot Marleen Barth van de PvdA zette de deur open voor alternatieven voor het regeerakkoord. Ze riep het kabinet uitdrukkelijk op ‘draagvlak’ te zoeken in de samenleving.

Senator Roel Kuiper (ChristenUnie) kwam met een interessante verklaring voor de kritische houding van de Eerste Kamer. Zoals bekend heeft de Tweede Kamer de regie over de formatie voor het eerst overgenomen van de koningin. ‘Daarmee is de afstand van de Eerste Kamer tot het door de Tweede Kamer geformeerde kabinet groter geworden.’ Wat Kuiper echter naliet te vermelden is dat de senaat dat min of meer heeft laten gebeuren. Vlak na de verkiezingen voerde ‘verkenner’ Henk Kamp namens de Tweede Kamer een gesprek met voorzitter Fred de Graaf (VVD) van de Eerste Kamer. Of een kabinet van VVD en PvdA op moeilijkheden in de senaat zou gaan stuiten? Nee hoor, antwoordde De Graaf geruststellend: de senaat stelt zich ‘pragmatisch’ op als beoordelaar van ‘rechtmatigheid, uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid. Dat is onze taak, ongeacht de samenstelling van het kabinet.’

Daar denkt de Eerste Kamer zelf dus een tikkeltje anders over.