Lang was Diana Matroos bang om te praten over racisme. Een bezoek aan Suriname veranderde haar houding. Nu zet ze zich in voor meer kleur op redacties, maar ook andere bedrijven. ‘Het gaat heel vaak niet om bewuste discriminatie.’

De eerste keer dat Diana Matroos bij RTL Nieuws aan de hoofdredactie vroeg waarom de redactie waar ze werkte zo eenzijdig was samengesteld, was in 1999. Zij zelf was bruin, de rest was wit. Waarom waren er niet meer mensen zoals zij? ‘Dat zou goed zijn,’ kreeg ze als antwoord, ‘maar die zijn er niet.’ Zestien jaar later is dit nog steeds de reactie, niet alleen bij RTL, ook bij de publieke omroep, bij kranten en magazines, overal. Ze zijn er niet – maar het is een ‘kulargument’, vindt Matroos, intussen redacteur en presentator bij BNR Nieuwsradio, RTL Nieuws, RTL Z en Editie NL.

Ze wijst op het onlineplatform De Correspondent dat twee redacteuren zoekt met een niet-westerse achtergrond en driehonderd reacties kreeg. ‘We moeten af van de gedachte dat ze er niet zijn. Ze zijn er wel, maar het punt is: één niet zo’n succesvolle ervaring met iemand met een andere culturele achtergrond straalt vaak af op de hele groep.’ Wat hoofdredacteuren tot haar ergernis bovendien zeggen: ‘Wij selecteren op kwaliteit.’ Ze snapt niet waarom zo’n tekst nodig is. ‘Het is een heel rare opmerking. De suggestie is: deze mensen voldoen niet aan de kwaliteitsnormen.’

Dat is toch niet wat er wordt bedoeld? Hoofdredacteuren die dit zeggen, willen niet aan positieve discriminatie doen, want dat is ook discriminatie.
‘Als je kijkt hoe er nu wordt geselecteerd, levert dat witte positieve discriminatie op.’

En uw redenering is: dat kan worden rechtgetrokken door een tijdje aan zwarte positieve discriminatie te doen?
‘Ja, dat vind ik een interessant gezichtspunt.’

Moeten mensen die om die reden zijn aangenomen, bijvoorbeeld bij De Correspondent, zichzelf niet enorm bewijzen? Is dat niet een druk?
‘Het is moeilijk hoe je dit moet oplossen. Ik vind Canada een mooi voorbeeld, waar premier Justin Trudeau een heel divers kabinet heeft samengesteld. Op de vraag waarom hij dit heeft gedaan, heeft hij twee dingen gezegd: ‘Het is 2015,’ en ‘Ik wil graag een kabinet presenteren dat echt lijkt op Canada.’ Dat is volgens mij de basis van dit hele verhaal. Als je goed wilt berichten over wat er in de samenleving gebeurt, heb je een redactie nodig die een waarheidsgetrouwe afspiegeling is. Hoe je het ook organiseert.’

Een ieniemienie revolutie

Diana Matroos (44) zwengelde onlangs de discussie over meer diversiteit op redacties aan door te vertellen over twee incidenten die ze meemaakte bij RTL. Vorig jaar strooide een leidinggevende pepernoten over het bureau voor haar uit en zei: ‘Voor de enige Zwarte Piet op de redactie.’ De andere ervaring sloeg op de keer, in 2013, dat ze een mail las die niet voor haar ogen was bestemd, waarin stond dat zij en een zwarte collega beter niet te vaak samen een programma konden presenteren. Twee donkere presentatoren, dat zou te ‘heftig’ zijn.

‘Dus praat je niet over dit soort dingen, want die worden gezien als gezeur.’ Foto: Jeroen Hofman

Matroos heeft deze casussen genoemd om duidelijk te maken wat eraan schort op Nederlandse redacties. Wat bij RTL speelt, speelt overal, legt ze uit achter een kop koffie in het Amsterdamse CitizenM Hotel. ‘Mijn verhaal is geen incident, ook buiten de media niet. Dit soort dingen gebeurt overal.’ Steeds meer mensen delen ook openlijk hun ervaringen op dit gebied. Matroos kan bevestigen wat cabaretier Soundos El Ahmadi onlangs bij Pauw zei: er is sprake van ‘een ieniemienie revolutie’.

Matroos hoopt te bereiken dat redacties, maar ook andere bedrijven, minder eenzijdig wit worden. Ze is bezig een adviesgroep op te richten die de weg kan wijzen. Maar alles begint met bewustwording en daarom is ze blij met de woorden van hoofdredacteur Harm Taselaar van RTL Nieuws, die in NRC Handelsblad zei dat haar ervaringen bij hem dezelfde reactie hebben opgeroepen als de Zwarte Piet-discussie: ‘Een paar jaar geleden dacht ik: wat een onzin. Nu denk ik: als dat zo wordt ervaren, moeten we het veranderen.’

De grote vraag is: waarom ineens deze massale coming-out? In het geval van Matroos is het opvallend dat ze in 2011, in het boek Meerstemmig verleden. Persoonlijke verhalen over het Nederlandse slavernijverleden, nog zei geen last te hebben gehad van racisme en discriminatie. In haar Tedtalk onlangs in Hilversum was haar verhaal bepaald anders. Ze vertelde hoe ze als kind van een witte Nederlandse moeder en zwarte Surinaamse vader in Amsterdam vaak is nagestaard, hoe er stenen naar haar zijn gegooid, hoe een vader van een vriendinnetje eens vroeg: ‘Was jij jezelf elke dag met poep?’ Later kreeg ze te horen dat ze een ‘filthy nigger’ was.

Tijdens uw Tedtalk zei u dat u lange tijd bang bent geweest om over dit soort zaken te praten.
‘Racisme is iets negatiefs, het roept een naar en machteloos gevoel op waar ik niets mee te maken wil hebben. Een heleboel dingen die ik heb meegemaakt, zou ik ook niet onder het kopje racisme willen plaatsen. Dat woord gebruik ik bijna nooit omdat ik het te zwaar vind. Maar deze incidenten waren er, dat klopt, dat wist ik in 2011 ook al. Alleen: op het moment dat je ze met de buitenwereld deelt, spreken mensen je erop aan. Ik heb nu positieve reacties gekregen, maar ook negatieve. Iemand schreef me dat ik bleef hangen in het verleden, zijn eigen ouders hadden bij de Hitlerjugend gezeten.’

Hoe ging u vroeger met dit soort incidenten om?
‘Ik negeerde ze, ik gooide ze achter me neer en ging door. Will Smith, de beroemde Amerikaanse acteur, heeft in een interview gezegd: “Racisme en discriminatie bestaan niet voor mij, want als ik me daarmee ga bezighouden, leidt het af van mijn hogere doel: mijn carrière.” Zo was het ook voor mij. Ik zat in een wit systeem en daaraan heb ik me aangepast. Dus praat je niet over dit soort dingen, want die worden gezien als gezeur. “Het valt toch allemaal wel mee?” krijg je dan te horen.’

Wat heeft uw houding veranderd?
‘Het begon ermee dat ik meer te weten ben gekomen over mijn achtergrond. Mijn ouders zijn op mijn vijfde gescheiden, nadat mijn vader verslaafd was geraakt aan heroïne. Dat is hij twintig jaar gebleven en mijn broer en ik groeiden op in de witte omgeving van mijn moeder. We hebben altijd contact gehouden met mijn vader, hij kwam vaak bij ons langs, maar zijn familie in Suriname kenden we niet goed. Ik ben voor het eerst met mijn vader naar Suriname gegaan met de jaarwisseling van 2008. Ik was nooit bezig geweest met de slavernij, maar ineens stond ik op de plantages. Dat doet iets met je.’

Hebben uw Surinaamse voorvaderen daar nog gewerkt?
‘Ik weet niet of het op die plantages was, maar ik hoorde toen dat mijn oma een dochter is van een slavin en de zoon van een Duitse plantagehouder. Hij koos openlijk voor haar, met als gevolg dat zijn familie hem heeft laten vallen en hij de rijkdom van de plantage is kwijtgeraakt. Toen ik dat te weten kwam, werkte dat nogal op me in. Langzamerhand ging ik anders naar films kijken, mijn interesses werden anders.’Ik héb een bevoorrechte positie ten opzichte van zwarte mensen, want zeker vroeger betekende een lichtere huid betere carrièrekansen. 

U heeft drie jaar geleden een afrokapsel genomen, waarmee uw haar in de oorspronkelijke staat is teruggebracht. Had dat ook met deze ontwikkeling te maken?
‘Ik ging denken: waarom ben ik zo druk bezig op iemand te lijken die ik niet ben? Sinds ik jong was, wilde ik stijl lang haar hebben omdat ik in magazines alleen maar witte vrouwen zag, meestal met zulk haar. Dit soort beelden, ook in reclames, hebben een enorme invloed. Ik liet dus jarenlang mijn haar ontkroezen. Dat is een chemisch proces dat je één keer in de twee maanden moet laten doen en vervolgens moet je je haar elke dag föhnen en met de stijltang eroverheen. Het is nogal een regime waarnaar je moet leven en waarom eigenlijk?’

Wanneer dacht u: en nu ga ik me inspannen voor meer diversiteit op redacties en andere plekken?
‘Een aantal maanden geleden heb ik een lezing gehouden, waarbij een zwarte vrouw opstond die mij met tranen in de ogen bedankte omdat ik nieuwspresentator ben. “Daardoor geloof ik dat het ook voor mij mogelijk is,” zei ze. Maar ze vertelde ook wat haar moeder tegen haar had gezegd: “Vergeet het maar, want jij bent zwarter dan Diana.” Ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan denk, ik vind het zo erg. Ik dacht: ik moet een keer zeggen wat ik hiervan vind. Toen ik daarna ben gekozen tot nummer één van de Kleurrijke Top 100, een lijst met invloedrijke mensen op het gebied van diversiteit, heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen.’

Had die moeder een punt?
‘Toen mijn moeder zwanger was van mij, hebben Surinaamse familieleden tegen haar gezegd dat ik een goed kind zou worden omdat ik een lichtere huidskleur en zachter haar zou hebben dan zij. Ik héb ook een bevoorrechte positie ten opzichte van zwarte mensen, want zeker vroeger betekende een lichtere huid betere carrièrekansen. Toen mijn vader in 1965 in Nederland kwam, kon hij elke sollicitatie wel vergeten zodra hij op gesprek mocht komen en duidelijk was dat hij zwart was.’

Foto: Jeroen Hofman

Waarom komen er steeds meer mensen die zich net als u hierover uitspreken?
‘Op het moment dat je nog bezig bent met de ontwikkeling van je carrière, is het niet heel fijn om dit soort dingen aan de orde te stellen. Dan word je er continu mee geassocieerd. Maar nu steeds meer mensen dwars door alle barrières heen zijn gebroken en succes hebben, denken zij misschien ook: oké, het is tijd om mijn mond open te doen.’

Waarvan heeft deze groep nu precies last?
‘Ik vind het moeilijk om voor iedereen te spreken, ik heb er geen onderzoek naar gedaan. Maar als ik naar redacties kijk, zie ik vrij homogene groepen mensen die over een heterogene samenleving berichten. Dat is een probleem, omdat het betekent dat je als journalist met een andere culturele achtergrond minder kansen hebt. Maar het is ook niet goed voor de redacties zelf. De samenstelling van onze bevolking verandert razendsnel, als het publiek zich niet meer in een bulletin of krant herkent, haakt het af.’

Wat zouden media kunnen doen om meer van dit soort journalisten binnen te halen?
‘Als ze niet voldoende van de opleidingen journalistiek komen, kunnen redacties talent gaan scouten, bijvoorbeeld bij studies rechten of economie. Ze kunnen kijken bij een Marokkaanse studentenvereniging. Misschien moet je als redactie traineeships aanbieden. Er is van alles mogelijk.’

Het is volgens u in het belang van de media zelf om redacties veelzijdiger samen te stellen, geldt dat ook voor andere bedrijven?
‘Het is in het belang van alle bedrijven om meer mensen met verschillende culturele achtergronden aan te nemen. Elk bedrijf heeft klanten en als je je klanten niet begrijpt, wordt het lastig. Uit onderzoek van McKinsey blijkt ook: hoe meer etnische diversiteit op topposities, hoe hoger de winstcijfers. De raad van bestuur van ABN Amro heeft het goed begrepen, die heeft zich vier jaar geleden gecommitteerd aan een diverser personeelsbestand. Daar zijn nu twee mensen fulltime mee bezig en nog veel meer mensen werken eraan.’

Moet je dit per se regelen met aparte functionarissen? Bij RTL komt nu ook een commissie die zich buigt over diversiteit.
‘Er zijn wel bedrijven die erop letten bij sollicitaties, maar het aannemen van nieuw personeel komt toch vaak tot stand via netwerken. Als er op hoge posities alleen maar witte mensen zitten, komen er ook witte mensen binnen. Sowieso hebben mensen de neiging zichzelf aan te nemen, dat betekent dus vaak: witte mensen. Als je als bedrijf écht iets wilt veranderen, moet je niet pas bij sollicitaties denken: o ja, diversiteit is ook belangrijk. Maak het tot prioriteit. Bij ABN Amro werkt het, stapje voor stapje.’

Premier Rutte zegt dat de niet-witte Nederlanders in de minderheid zijn en zich dus maar moeten invechten. Wat zegt u daarvan?
‘Dat gebeurt ook, we vechten ons ook in. Maar als je er niet tussen komt en je weet zeker dat het niet met je kwaliteit te maken heeft, voelt dat niet goed.’Er staat geen boze zwarte vrouw in mij op of zo, ik ben zwart én ik ben wit.

U bent een boegbeeld aan het worden op dit gebied, u geeft lezingen over diversiteit, richt een adviesgroep op. Het legt u geen windeieren, neem ik aan.
‘Dat is niet waarvoor ik het doe. Ik hoop dat mensen zoals ik op een gegeven moment niet meer nodig zijn en dat ook zo’n Kleurrijke Top 100 kan ophouden te bestaan. Ik hoop dat we het hier over een tijdje niet meer over hoeven te hebben en ons met elkaar verbinden.’

Is dat niet heel politiek correct om te zeggen?
Ze lacht. ‘Ik geloof heel erg in verbinding, want die zit in mij. Er staat geen boze zwarte vrouw in mij op of zo, ik ben zwart én ik ben wit. Laten we elkaar proberen te begrijpen.’

Veel witte Nederlanders denken dat de discriminatie in dit land wordt overdreven. Snapt u dat?
‘Het gaat heel vaak niet om bewuste discriminatie, dat is het punt. Veel mensen denken: wel grappig om tegen een gekleurd iemand iets te zeggen over Zwarte Piet. Ik heb een dame gesproken die bij een gerenommeerd overheidsbedrijf de vraag kreeg: “Goh, woon jij in een boomhut en slinger jij je van boom tot boom?” Dat was ook een grap, van iemand die op hoog niveau werkte, hoor. Het is toch niet normaal?’

Homo’s of mensen met rood haar krijgen ook dit soort grappen te horen, is dan het verweer.
‘Er zijn genoeg homo’s en andere mensen die mij hebben aangesproken omdat ze herkennen wat ik vertel en mij steunen. We hebben allemaal frames waarin we zitten zonder het door te hebben. Mensen zoals ik krijgen vaak de tekst: “Goh, wat spreek je toch goed Nederlands.” Ik heb hem ook gehad. Dan denk ik: ja, ik ben geboren en opgegroeid in Amsterdam, waarom zeg je dit tegen mij? Die mensen bedoelen het aardig, maar het is een vooroordeel van jewelste.’

En daarom worden veel witte mensen boos over deze discussie, omdat ze niet doorhebben dat ze vooroordelen hebben die niet grappig zijn?
‘Ik denk het, maar het gaat om meer dan grappen. Als bepaalde groepen al dan niet bewust uitgesloten worden van invloedrijke posities, begint het echt kwalijk te worden. Het is de combinatie van alles en er moeten van beide kanten stappen worden gezet. Zo’n moeder die tegen haar zwarte dochter zegt dat het haar toch niet lukt, ontneemt haar kind een droom. Als ouder moet je je vertrouwen in je kind uitspreken.’

Foto: Jeroen Hofman

Mogen witte mensen zich wel bemoeien met dit debat? Er zijn ook donkere mensen die vinden dat dat niet kan, konden we laatst lezen in NRC.
‘Dat artikel ging over de white helpers, dacht ik.’

De ‘helper whitey’.
‘Ja, weet ik veel. Ik zit niet goed in deze terminologie. Ik geloof niet in wij-zij. Hoe meer mensen zich in deze discussie mengen, hoe beter.’

Waardoor bent u, ondanks alle tegenslag blijkbaar, zo goed terechtgekomen?
‘Ik dacht vroeger al: de situatie waarin ik zit, is niet voor mij bestemd. Ik droomde en ben altijd blijven dromen. En mijn ouders stimuleerden mij, ook mijn verslaafde vader. “Ik geloof in jou, jij gaat er komen,” zei hij tegen mij.’

Uw ouders lieten u ook zien dat je jezelf op elk moment kunt herpakken toch?
‘Jazeker. Mijn moeder is arts geworden op haar vijftigste en mijn vader kickte rond die tijd af. Het is heel knap wat zij hebben gedaan. Altijd doorgaan, dat is wat ik van hen heb geleerd. Ik vond het kwalijk toen ik las dat ik een programma niet mocht presenteren vanwege mijn kleur, maar ik dacht wel: doorgaan, gewoon doorgaan.’