De rechter wordt steeds harder

‘Het jachtseizoen is geopend’. Die omineuze tekst verscheen in mei van dit jaar op websites, posters en T-shirts. Het was een reactie op het nieuws dat Volkert van der G. vrijkwam, een oproep tot eigenrichting. Daarmee leek het sentiment in tien jaar tijd weinig veranderd. Toen de moordenaar van Pim Fortuyn in 2003 werd veroordeeld, had het Openbaar Ministerie levenslang geëist. De rechters dachten daar anders over en veroordeelden Van der G. tot achttien jaar gevangenisstraf – na aftrek zou dat feitelijk neerkomen op twaalf jaar.

Het zette de discussie over de strafhoogte op scherp. Twaalf jaar was veel te weinig voor een misdaad die de samenleving zo had geschokt, vonden niet de minsten. Johan Remkes, indertijd minister van Binnenlandse Zaken: ‘Ik heb mij enigszins verbaasd over het vonnis en dat is een understatement.’ Remkes kreeg steun vanuit zijn eigen partij, de VVD. ‘De moord op Fortuyn en het vonnis hebben een enorm maatschappelijk debat op gang gebracht,’ zei het Tweede Kamerlid Clemens Cornielje. ‘De politiek kan dan niet zeggen: “We kunnen niets zeggen.” Dat zou wel heel formeel geredeneerd zijn.’
Straft de Nederlandse rechter streng genoeg? Het afgelopen decennium kwam die vraag regelmatig naar voren – en niet alleen in verband met de moordenaar van Fortuyn. Wie het de rechters zelf vraagt (Vrij Nederland doet dat elke vijf jaar), krijgt steevast dezelfde reactie. De magistraten menen elke keer opnieuw dat ze streng genoeg zijn en dat de straffen hoger zijn dan voorheen. Neem de enquête van 2008. Een ruime meerderheid (75 procent) vond de roep om strengere straffen ‘onterecht’ dan wel ‘zeer onterecht’.
Dat kan zo zijn, maar ondertussen dringt het publieke gemor wel degelijk door tot in de rechtszalen. ‘Ik denk dat we ons bewust zijn van de geluiden uit de samenleving over de hoogte van de straffen,’ zegt de Amsterdamse strafrechter Jan Moors. ‘We discussiëren er zelf ook over. We realiseren ons heel goed dat we moeten uitleggen waarom we een uitspraak doen. Als je een beslissing neemt die mensen minder gemakkelijk zullen begrijpen, moet je meer je best doen om dat te motiveren.’
Onder meer daarom zijn uitspraken de afgelopen jaren begrijpelijker en toegankelijker geworden. Waren het voorheen vooral stukken voor juristen onderling, tegenwoordig kan ook het publiek snappen waar het over gaat, welke partij gelijk krijgt van de rechter, waarom iemand wel of niet wordt veroordeeld in een strafzaak en welke straf daar dan bij past. Of dat in de praktijk ook tot echt meer begrip leidt, is natuurlijk de vraag.
De elf rechters die we voor ons boek De naakte rechter spraken, zien vooral een onrustige samenleving. Ze horen een steeds luidere roep om vergelding, om hardere maatregelen. Ook al heeft de wetgever de maximumstraffen voor bijna alle delicten recent nog flink opgeschroefd.

Onderbuikgevoelens

‘Als je nu kijkt naar de media en de politiek, dan is de kritiek toch nog steeds dat wij te laag straffen,’ zegt de Haagse strafrechter Elianne van Rens. ‘Terwijl we dat helemaal niet doen. Ik denk elke keer weer als ik dat lees: iedereen mag blij zijn met de onafhankelijke rechters die we in Nederland hebben.’ De Brabantse rechtbankpresident Christa Wiertz haakt in: ‘Hoeveel druk er ook op een zaak is, we doen ons werk zoals we dat altijd doen. Onderbuikgevoelens tellen niet mee.’
Sommigen van de geïnterviewden verwijzen naar de discussie over het proefverlof van Volkert van der G. In 2013 wees staatssecretaris Fred Teeven dat verlof aanvankelijk af, na kritiek vanuit de maatschappij. ‘Van der G. heeft zijn straf gehad,’ zegt Betteke Boogaard, president van het gerechtshof in Den Bosch. ‘En ik vind dat de tenuitvoerlegging van die straf net zo hoort te gaan als bij anderen in dergelijke omstandigheden zou gebeuren.’
Peter Lemaire, raadsheer bij het Arnhemse hof, wijt de ontstane onrust aan de politiek zelf. ‘Het is net als met het tbs-systeem. Politici reageerden heel verontwaardigd op proefverloven, maar daarmee draaien ze het systeem de nek om en wordt het probleem alleen maar groter. Het wordt een genadeloze maatschappij op deze manier. De gedachte “eens een dief, altijd een dief” neemt de overhand. Zeker de tolerantie voor veroordeelden in zedenzaken is enorm teruggelopen. Zedendelinquenten kunnen na hun straf bijna nergens meer wonen. Dat komt door een samenleving die alle mogelijke risico’s wil uitbannen.’
Waarom zijn de Nederlanders zo bang, vraagt Menno Zandbergen zich af. ‘Negen op de tien burgers denken dat de wereld om ons heen met de dag misdadiger wordt en dat de rechters in ons land te mild straffen,’ zegt de raadsheer van het hof in Leeuwarden. ‘De meeste mensen weten niet eens welke straffen rechters waarvoor opleggen. Hoe kan een hogere straf ze dan afschrikken? Wat krijg je voor meineed, of voor je tweede winkeldiefstal? Hoeveel voor het in elkaar trappen van je buurman? En hoe lang zit je dan echt vast?’ Wendy Vierveijzer, kinder- en strafrechter in Gelderland: ‘De roep om zwaarder te straffen klinkt wel heel luid. Gek, hè, dat de beeldvorming anders is dan de werkelijkheid.’

Minimumstraffen

Zij zijn rechtvaardig én streng, luidt de eensgezinde opinie van de Nederlandse magistraten. Steeds strenger zelfs. En dat detoneert dus met het beeld dat bij grote delen van het publiek en de politiek leeft. Niet voor niets zijn minister Opstelten en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie voor de invoer van minimumstraffen. Daarmee willen de bewindslieden voorkomen dat rechters wegkomen met een mild oordeel en een dito straf. Hun wetsvoorstel haalde het niet, maar de toon was gezet. Wie heeft er gelijk? Voor De naakte rechter keken we naar eerdere onderzoeken, legden de cijfers naast elkaar en sloegen zelf aan het rekenen.
Allereerst de positie van Nederland ten opzichte van andere West-Europese landen. We staan in de top drie als het om de hoogte van (netto)straffen gaat. Om te beginnen is ‘levenslang’ in Nederland echt tot de dood erop volgt, in tegenstelling tot de landen om ons heen. Van 1945 tot 1970 legden rechters in Nederland veertien keer een levenslange veroordeling op (oorlogsmisdadigers niet meegerekend). Sommigen van de veroordeelden zijn in gevangenschap gestorven, anderen kregen later gratie. Vanaf 1970 heeft geen enkele levenslang veroordeelde gratie gekregen. In de jaren tachtig spraken rechters nog drie keer levenslang uit. In de afgelopen vijftien jaar – sinds de eerste Vrij Nederland-enquête in 1991 – legden ze maar liefst 36 maal de hoogste straf op.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tikte Nederland onlangs op de vingers vanwege de levenslange straf. Die was volgens de Europese rechters onmenselijk omdat er geen zicht is op een vervroegde invrijheidstelling. Er moet altijd een glimp van hoop zijn, menen de hoogste rechters. In de buurlanden is die er wel. In België mag een levenslang veroordeelde na vijftien jaar een verzoek tot invrijheidstelling indienen. Of hij wordt vrijgelaten is een tweede, maar hij kan in elk geval een kans wagen. In Duitsland buigen drie onafhankelijke rechters zich na vijftien jaar automatisch over de levenslange straf; ze kunnen laten onderzoeken of de gedetineerde eventueel vervroegd kan worden vrijgelaten.

Koppositie

Eerder bekeken de criminologen Paul Nieuwbeerta en Sigrid van Wingerden de periode 1993-2004 en constateerden dat er inderdaad sprake is van een stijgende lijn in de hoogte van de straffen. Ook de Raad voor de rechtspraak boog zich over de strafhoogte. Bij zijn afscheid in 2010 zwaaide voorzitter Erik van den Emster met exacte cijfers waaruit bleek dat er steeds strenger werd gestraft in Nederland. ‘In het oude Europa nemen we inmiddels een koppositie in,’ zei hij. Hij baseerde zich op het aantal gevangenen in ons land. ‘In 1975 telde Nederland nog 35 gedetineerden op 100.000 inwoners, in deze eeuw is het aantal toegenomen tot boven de 130.’ Nog niet zoveel inmates als in de Verenigde Staten of Rusland, maar toch. Van den Emster verklaarde de stijging uit het feit dat tegenwoordig ook voor lichte vergrijpen steeds vaker gevangenisstraf wordt opgelegd. ‘Ook straffen we strenger. Vanaf 2000 is de straf voor vergelijkbare ernstige delicten elk jaar met zo’n 3 procent gestegen.’
Vervolgens sloeg de Volkskrant aan het rekenen. De krant bekeek 770 rechtbankuitspraken in de periode 2006- 2010. De conclusie: voor moord zitten de daders in 2010 twee jaar langer vast dan in de geturfde voorgaande jaren. Ook kregen ze vaker tbs opgelegd. De gemiddeld opgelegde straf was op dat moment 14,7 jaar voor moord. Voor doodslag gold 10,7 jaar.
Het Volkskrant-onderzoek beperkte zich tot uitspraken in eerste aanleg. Daarna kunnen de procespartijen – de verdachte en het OM – nog in beroep. Dan wordt bij het hof de hele zaak opnieuw gedaan. De vraag is of de raadsheren (zoals de rechters bij het hof heten) ook harder zijn in hun oordeel, net als hun collega’s bij de rechtbanken. Daarom bekeken we voor ons boek de definitieve uitspraken van het hof voor moord en doodslag van 2006 tot en met 2013. Het gaat om in totaal 348 arresten: 98 maal doodslag en 250 keer moord. De raadsheren legden in die periode enkele zeer zware veroordelingen op. Zes keer klonk het ‘levenslang’. In de andere gevallen strafte het hof een moordenaar met gemiddeld 13,7 jaar cel. Voor doodslag lag het gemiddelde op 9,9 jaar. Opvallend: in twintig moordzaken was de uiteindelijke straf die de raadsheren oplegden hoger dan de eis van de aanklager.
Als we vervolgens nog een uitsplitsing maken tussen de gemiddeld opgelegde moordstraf in de periode vóór 2010 (het jaar van het Volkskrant-onderzoek) en de drie jaar erna, blijken ook de raadsheren inmiddels daders langer naar de cel te sturen. Tot 2010 lag het gemiddelde op 10,1 jaar. Vanaf januari 2011 zat het hof ook op een gemiddelde van 14,7 jaar gevangenisstraf voor dit zwaarste levensdelict, 4,6 jaar meer dan ervoor. Ook hoven straffen dus strenger, in elk geval als het gaat om moord.

Guurder

Dat zijn de cijfers voor moord en doodslag. Maar ongeacht het misdrijf is het voor alle gedetineerden vanaf 1 januari 2013 sowieso allemaal nog een tikje strenger geworden. Veroordeelden moeten nu hun hele straf uitzitten. Het automatisme dat je na tweederde van de celstraf naar huis mocht, is vanaf die datum definitief komen te vervallen. Vervroegde invrijheidstelling – een derde mindering – moet je ‘verdienen’. En het gevangenisregime is ook nog eens versoberd.
Het is echt guurder geworden, concludeerde eerder dit jaar ook de Leidse rechtseconoom Ben van Velthoven. Hij analyseerde alle door de rechter opgelegde hoofdstraffen voor de aaneengesloten periode 1995-2012. Die cijfers bevestigen de gesignaleerde trend: er wordt in Nederland zwaarder gestraft.
Ze zijn streng. De rechters hoeven het niet eens zelf te vertellen, de cijfers wijzen het uit. Maar helpt het? Is er meer gezag en minder misdaad sinds de straffen hoger zijn en de overheid een lik-op-stukbeleid hanteert? Naar aanleiding van de incidenten met Oud en Nieuw hield Ivo Opstelten begin 2014 een persconferentie. Ondanks het feit dat de overheid streng had opgetreden, waren er meer ongeregeldheden dan bij eerdere jaarwisselingen. Toch hield de bewindsman vast aan zijn mantra dat het zerotolerancebeleid zinvol is. ‘Door de inzet van tienduizend politiemensen zijn ernstige onlusten in de kiem gesmoord; als de rechter tweehonderd procent strafverhoging oplegt, komt het wel goed,’ schreef criminoloog Bas van Stokkum cynisch in NRC Handelsblad. Hij benoemde Opstelten als een aanhanger van de ‘straf helpt’-orthodoxie. ‘Stapels onderzoeken die het tegendeel aantonen legt hij rustig terzijde.’
Het is de politieke werkelijkheid waar ook familierechter Betteke Boogaard af en toe met verbazing naar kijkt. ‘Ik vind dat de samenleving op een heel breed terrein veel te veel uit wantrouwen handelt. Aan de ene kant moeten rechters harder straffen en iedereen vasthouden. Maar als achteraf een verdachte toch niet wordt veroordeeld, krijgen de rechters weer het verwijt dat ze mensen te lang hebben vastgehouden en dat er daarom schadevergoedingen moeten worden betaald.’
Ook de Arhemse raadsheer Peter Lemaire waarschuwt voor de Haagse neiging om hem en zijn collega’s als soft weg te zetten: ‘Daarmee breng je burgers op het idee dat dát de werkelijkheid is, maar dat is niet zo. De huidige politici hebben de neiging om bij elk incident de strafmaxima te verhogen of om wetten in te voeren om dat te counteren. Dat kan zo niet langer doorgaan.’

Vrij Nederland 6 september 2014

Vrij Nederland 6 september 2014

Vrij Nederland 6 september 2014

Dit artikel is een bewerking van een hoofdstuk uit ‘De naakte rechter: over de storm in de Nederlandse rechtszaal’ van Marian Husken en Harry Lensink, dat deze week bij uitgeverij Balans verschijnt.
Op dinsdag 9 september vindt in De Balie in Amsterdam het debat ‘Rechtspraak in gevaar’ plaats naar aanleiding van het boek.