Rijksmuseum in renovatie

In december 2003 begon het Rijks­museum de grootste verbouwing en vernieuwing in zijn geschiedenis. Niet lang daarvoor had het zijn tweehonderdjarig jubileum en voorlopig afscheid gevierd met de majestueuze tentoonstelling Glorie van de Gouden Eeuw. Toen de objecten en kunstschatten waren weggehaald maar de slopers nog niet binnen waren, vroeg de Rijksgebouwendienst fotografe Wij­nanda Deroo het interieur van het lege gebouw vast te leggen. De Nederlandse Deroo (1955) woont Upstate New York, maar voor haar foto’s van interieurs en landschappen, verlaten ruimtes en gebouwen bereist ze de wereld. In Arnhem opgeleid tot schilder koos zij de fotografie als middel voor haar ‘portretten zonder personen’. Of ze nu in Mexico werkt, in Nederland, Indonesië, New York, Berlijn of Praag: wie eenmaal werk van haar heeft gezien, herkent een Deroo daarna onmiddellijk. In zwart-wit of kleur, ze lijkt altijd de bewegingloze stilte van de allereerste aanblik vast te leggen, of misschien juist die van de allerlaatste, die van het afscheid. Alsof ze de ruimte betrapt en ziet wat een ander ontgaat. ‘Ik wil de kijker de ruimte intrekken, er bijna in laten stappen,’ zei ze ooit in Vrij Nederland. Dat doet ze met haar schildersoog, beschikbaar licht en technische camera. ‘Ik voeg niets toe en haal niets weg.’

Gek van dat metselwerk

Een eervolle opdracht, het Rijks, vond Deroo. Nerveus makend ook. ‘Ik mocht er twee weken rondlopen. Mijn idee vooraf om in zwart-wit te werken heb ik snel laten varen. De kleuren waren daarvoor te belangrijk. Vervaagd, de muurschilderingen zo mooi beschadigd. De mobiele hangwanden van de laatste tentoonstelling, in prachtig felle kleuren stonden er nog. Daar móést ik mee werken. Die twee weken waren een afgerond project. De foto’s zijn later tentoongesteld in The New Rijksmuseum, het houten gebouwtje naast het museum. Maar toen ik daar was, dacht ik meteen al: niet stoppen! Het leek mij bijzonder om dat proces, de metamorfose, te volgen. Het museum dat langzaam teruggebracht werd naar Cuypers. Hoe de ruimtes tot op het bot werden ontmanteld en afgepeld, nieuwe lagen en kleuren tevoorschijn kwamen. Schilderingen, ornamenten. Zoals de oorspronkelijke eregalerij zich toonde. Dat dit gigantische gebouw zich ging openbaren.

In het begin vond ik het erg ingewikkeld. In de loop der jaren waren er zo veel tussenruimtes, gangetjes en hokjes gemaakt, het was een labyrint. Alles leek wel aan elkaar geplakt. Later, naarmate het strippen vorderde, werd het makkelijker en zag je hoe bijzonder het in elkaar zit. Alles is er symmetrisch, zeer degelijk, heel religieus ook. Een kathedraalachtige bouw. Net als het Centraal Station in Amsterdam.’

Deroo kreeg toestemming om door te gaan. Jaar na jaar kwam ze terug en werkte ze verder aan haar verhaal van de metamorfose. Van de legerscharen arbeidskrachten en restaurateurs zijn op haar foto’s slechts hun werktuigen en sporen te zien. Het zijn klassieke stillevens, soms bijna abstracte schilderijen.

‘Veel van wat ik heb gefotografeerd is inmiddels niet meer te zien,’ vertelt Deroo telefonisch vanuit New York. ‘De muurschildering die nu in Vrij Nederland staat bijvoorbeeld, is weg. Hij kán ooit terug, maar is weggewerkt. Wegens ruimtegebrek. Bij de onttakeling waren ook alle oorspronkelijke ramen opengemaakt. Een aantal is later weer afgedekt. Al dat licht is niet goed voor kwetsbare werken. Wanden zijn later grijs en zwart gespoten. Mooi. Hoe hoger je komt, verdieping na verdieping, steeds lichter wordt het grijs. Je wordt anders ook wel gek, hoor, van dat metselwerk van Cuypers. Er zijn maar weinig mensen die hebben gezien wat ik heb kunnen zien. Met mijn foto’s kan ik het nu vertellen.’

Zwarte doos

Zelf had Deroo, uiteraard, het verlangen hier ooit een boek van te maken. Toen kwam het verzoek van het Rijksmuseum: een uitgave met een selectie van honderd foto’s. Zou dat niet mooi zijn, ter gelegenheid van de heropening? Het fotoboek van Deroo is bijna klaar. Irma Boom, veelgelauwerd vormgever en verantwoordelijk voor de huisstijl van het vernieuwde Rijksmuseum, maakte er een kunstwerk op zich van. Op haar bureau aan de Amsterdamse Koninginneweg pakt Boom een ingenaaide en opengesneden proef uit de bijbehorende zwarte doos. Het formaat is kloek, het losse omslag zwart (‘de huiskleur van het museum’) met zilveren opdruk. Op de korte inleiding van directeur Wim Pijbes na geen tekst. Wél meer dan tweehonderd pagina’s foto’s. Uitklapbladen tonen de Eregalerij in verschillende stadia en verschijningsvormen, ertussendoor verrassen indexpagina’s met rijke reeksen afdrukken, chronologisch per jaar gekozen, afgewisseld met grotere beelden, twee aan twee. Vernuftig en helder van opzet, met niet te nadrukkelijk beeldrijm, is het een boek om steeds opnieuw in te willen kijken. Boom is uitgesproken trots op het resultaat. ‘Ik werk al twintig jaar voor het Rijksmu­seum, heb er van alles gedaan, maar dit is mijn eerste boek voor het museum. Terwijl ik boekontwerper ben!’

Toen ze Deroo ontmoette, wilde ze om te beginnen álles zien. ‘Dat wil ik altijd. Ik moet weten waar we mee werken. Het waren,’ lacht ze, ‘dus héél veel foto’s. Zo zijn al snel de indexpagina’s ontstaan, waarop je de ontwikkelingen per jaar ziet. In 2004 was het nog een en al kleur, het jaar daarop was dat veelal al weg. Door die chronologische reeksen kleinere beelden krijg je grip op het geheel. Ik ben dol op beeldrijm, Wijnanda minder, maar ik heb me toch aardig kunnen uitleven in beeldcombinaties. Dat vind ik ook de kick. Je moet die pagina’s willen omslaan. Dus als ik verschillende lichtpartijen kan associëren, abstracties kan versterken, vind ik dat prachtig.’ Met spiedend oog bladert ze door de versgedrukte pagina’s. ‘Het is die specifieke abstractie die zij ziet. Haar foto’s zijn zó precies gekaderd, niets hoefde afgesneden. Ik heb er een handje van in te willen zoomen of andere uitsneden te maken; hier hoefde ik niets aan te doen. Dit waren de foto’s. En het museum zal er nóóit meer zo uitzien. Je gelooft straks je ogen niet als je ziet hoe het museum is veranderd.’

‘Rijksmuseum Wijnanda Deroo’, paperback, nai010, € 29,50; gelimiteerde oplage van 100 exemplaren, genummerd in doos en met gesigneerde afdruk: € 1500.

Een selectie van twintig foto’s is van 6 april tot en met 11 mei te zien in de tentoonstelling ‘Wijnanda Deroo: Het lege museum’, Wetering Galerie, Lijnbaansgracht 288, Amsterdam, vr-za, 13-18 uur