Om Afghanistan tot ontwikkeling te brengen, omarmden de Amerikanen in 2011 een plan om de legendarische Zijderoute nieuw leven in te blazen. Maar inmiddels bouwen de Chinezen een eigen Zijderoute naar Europa.

Als je het probleem in volle omvang wilt aanschouwen, neem je de Karakoram Highway. ’s Werelds hoogst gelegen – en wellicht ook mooiste – autosnelweg slingert zich vanaf de West-Chinese stad Kashgar door een adembenemend gebergte met helblauwe meren en eindeloze rotsvlaktes omhoog. Op 3100 meter hoogte kom je aan in Taxkorgan. Ooit was dit bergdorp een belangrijk handelsknooppunt op de Zijderoute, maar vandaag de dag herinnert alleen de ruïne van een fort nog aan die roemruchte geschiedenis. Bij de toegangspoort wijst een suppoost naar een smal voetpad aan de overkant van de snelweg dat tegen een berg omhoog loopt. ‘Dat is de Zijderoute naar Europa,’ zegt hij. ‘Aan de andere kant van die berg begint Afghanistan, maar die grensovergang is al meer dan honderd jaar gesloten.’ Liever kijkt hij naar de vrachtwagens vol producten made in China die over het keurige asfalt van de Karakoram Highway hun weg naar Pakistan vervolgen. ‘Dat deel van de oude handelsroute is nog steeds intact,’ glimlacht hij.

Visionair plan
Als het aan de Amerikanen ligt, rijden de vrachtwagens uit China straks – net als de kamelenkaravanen in de Middeleeuwen – weer via Afghanistan naar het westen. Om uit de misère te geraken, moet Afghanistan zich ontwikkelen tot de glorieuze handelsnatie van weleer. Brein achter deze ‘Nieuwe Zijderoute Strategie’ is de Amerikaanse hoogleraar Stephen Frederick Starr. Al jarenlang betoogt hij dat Centraal-Azië een steeds strategischer positie verwerft als gevolg van de opkomst van China en India in het oosten en Turkije met het welvarende Europa in het westen. De Amerikanen zouden daarvan gebruik moeten maken in Afghanistan, vindt hij. In 2010 verscheen zijn rapport The Key to Succes in Afghanistan waarin hij het land voorzag van een nieuwe toekomst als commerciële hub in plaats van broeinest voor religieus extremisme.

Afghanistan krijgt een toekomst als commerciële hub in plaats van broeinest voor religieus extremisme.

Natuurlijk, Afghanistan moest nog wel een paar stappen zetten om te veranderen in het beoogde internationale handelsknooppunt. Wegen en spoorwegen moesten worden gebouwd, telefoon- en internetverbindingen aangelegd en er moest een einde komen aan de trage bureaucratie, de woekerende corruptie en de rechteloosheid. Het visionaire plan werd omarmd door zowel de Afghaanse president Hamid Karzai als de Amerikaanse opperbevelhebber David Petraeus. Die laatste had in 2009 al de nodige ervaring opgedaan, toen zijn troepen in Noord-Afghanistan een nieuw netwerk van snelwegen hadden aangelegd om zich vanuit de buurlanden te kunnen bevoorraden. Toen al was duidelijk dat de nieuwe infrastructuur een positieve uitwerking had op de lokale economie.

Bureaucratische barrières
Op een klamme woensdagmiddag in juli 2011 gaf Hillary Clinton het plan vleugels. In een overvolle stadsbibliotheek in de Zuid-Indiase miljoenenstad Chennai hield ze, staande naast een Amerikaanse vlag, een gloedvol betoog over de toekomst van Afghanistan. ‘Laten we samen bouwen aan een Nieuwe Zijderoute. Afghanistan kan zijn geld verdienen met de doorvoer van gas uit Turkmenistan naar India en Pakistan. Katoen uit Tadzjikistan kan over het Afghaanse wegennet naar India worden vervoerd om er lakens van te maken. Meubels en fruit uit Kaboel moeten hun weg vinden naar de markten van Astana, Mumbai en verder. We moeten spoorwegen, snelwegen en energie-infrastructuur aanleggen. Het is hoog tijd om de bureaucratische barrières weg te nemen die het vrije verkeer van mensen en goederen belemmeren.’

Clinton liet geen twijfel bestaan over de Amerikaanse motieven. Nu het Amerikaanse leger was begonnen met de terugtrekking uit Afghanistan, had haar regering behoefte aan een hoopvolle toekomstvisie voor het worstelende land.

Om de Amerikaanse strategie uit te rollen, stelde het ministerie van Clinton een coördinator aan: Richard Ponzio. De keuze lag voor de hand. Ponzio werkte al sinds 2004 bij de Verenigde Naties aan het versterken van de positie van Afghanistan als ‘landbrug’ tussen Pakistan en India aan de ene kant en Iran en Turkije aan de andere.

Falende Staten
Tegenwoordig woont en werkt Ponzio in Nederland. We ontmoeten hem in de statige Haagse villa van The Hague Institute for Global Justice waar hij de afdeling global governance leidt. Hij gaat gekleed in een typisch Amerikaans all occasions suit met stropdas. Ponzio is een bedachtzaam spreker, maar zijn toon wordt uitdagend en scherp als hij zijn vorige werkgever en de internationale gemeenschap bekritiseert. ‘Laat mij duidelijk zijn: Afghanistan heeft enorme problemen. Maar er liggen ook kansen. Het land beschikt over een enorme hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen. Bovendien zijn Afghanen van oudsher handelaren die hun talen spreken. Dat komt doordat de Afghaanse talen verwant zijn aan alle buurtalen.’

De nieuwe Zijderoutes vormen de inzet voor een nieuw strategisch schaakspel om de macht in Centraal-Azië. Beeld: Frédérik Ruys/Vizualism
De nieuwe Zijderoutes vormen de inzet voor een nieuw strategisch schaakspel om de macht in Centraal-Azië. Beeld: Frédérik Ruys/Vizualism

Desondanks ontwikkelt het land zich tergend langzaam. Ponzio: ‘Als je ziet hoeveel geld er in veiligheid is geïnvesteerd, dan zou de economische ontwikkeling veel verder moeten zijn.’ De oorzaak ligt volgens hem grotendeels in de onderlinge conflicten tussen de buurlanden. ‘Probleem nummer één: Pakistan en India leggen hun ruzies niet bij. Iedereen heeft daar last van. Ik ben ervan overtuigd dat Pakistaanse ondernemers willen dat hun regering toenadering tot India zoekt. Alleen zo kunnen ze toegang krijgen tot de Centraal-Aziatische markt. De Nieuwe Zijderoute-strategie presenteert een integrale visie die toenadering mogelijk maakt. Het gaat nu om de vraag hoe je die visie verkoopt.’

Ponzio stelde alles in het werk om internationale steun te vergaren voor de Nieuwe Zijderoute. In 2011 bereikte de Amerikaanse inspanningen een hoogtepunt. Op 22 september van dat jaar presenteerden buitenlandministers Hillary Clinton (Verenigde Staten), Guido Westerwelle (Duitsland) en Zalmai Rasul (Afghanistan) het plan gezamenlijk aan 27 collega-ministers uit Centraal-Azië tijdens een conferentie in het Duitse Huis in New York. De Amerikanen hadden inmiddels ook een budget beschikbaar gesteld: 4,5 miljard dollar. Dat is ongeveer het jaarlijkse Nederlandse budget aan ontwikkelingshulp, maar veel minder dan de 100 miljard dollar die de Amerikanen dat jaar in Afghanistan besteedden aan het leger.

Ponzio: ‘Je kan een oorlog niet eindeloos volhouden. Die 100 miljard militaire uitgaven was de top, en iedereen wist dat. Dat is het moment dat de overheid een ontwikkelingstype naar voren schuift. Iemand zoals ik.’ Volgens Ponzio had de opbouwstrategie al veel eerder moeten worden ingezet. ‘In de toekomst hebben we een mechanisme nodig om met falende staten om te gaan. Het is onvoldoende om te zeggen: we bombarderen en dan gaan we weg.’

Kostbaar tijdverlies
De Nederlandse oud-minister Joris Voorhoeve had al in 2007 in zijn rapport From War to the Rule of Law geen goed woord over voor de internationale interventie in Afghanistan. Volgens Voorhoeve was het effect van de oorlog vooral grote economische en humanitaire schade en ontbrak het aan een eenduidige visie die inzette op het creëren van een rechtsstaat met betrouwbare politie en rechters, die noodzakelijk is om een vrijemarkteconomie tot bloei te brengen.

Dat de Amerikanen pas tien jaar na de eerste bombardementen op Afghanistan een samenhangende ontwikkelingsstrategie hebben omarmd, heeft geleid tot kostbaar tijdverlies.

‘Probleem nummer 1: Pakistan en India leggen hun ruzie niet bij. Iedereen heeft daar last van.’

Afgelopen maand verscheen een alarmerend opinieartikel op de Central Asia-Caucus Analyst, een webmagazine van het onderzoeksinstituut van Starr. De Amerikaanse strategie moet dringend worden bijgesteld, schrijft politiek en militair strateeg Richard Weitz. De Amerikaanse invloed in Centraal Azië is volgens hem tanende omdat de VS alleen ‘relatief onbelangrijke projecten’ in de regio financiert, waaronder het Special American Business Internship programma, dat elk jaar een paar managers uit Central Azië naar de VS haalt voor training bij Amerikaanse bedrijven. Ook politieke steun voor de regio ontbreekt volgens Weitz. Hoewel president Obama en zijn ministers zich vaak in Afghanistan en India laten zien, reizen ze nooit door naar Centraal-Azië, ‘in tegenstelling tot de frequente bezoeken van Russische en Chinese presidenten en premiers.’ Weitz doet een dringende oproep: om te zorgen dat de regio zich ontwikkelt tot stabiele markteconomie en rechtstaat, ‘moeten westerse politici zich veel vaker persoonlijk met de regio bemoeien.’

Pilotenbril
De 38-jarige Wahid Waissi werkt voor het Afghaanse ministerie van Buitenlandse Zaken als directeur-generaal economische samenwerking. Daarnaast is hij als onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep van – jawel – de Amerikaanse hoogleraar Starr. Op zijn Skype-profielfoto kijkt Waissi vanachter een pilotenbril stoer de wereld in. Hij lijkt meer op een vrijheidsstrijder dan op een ambtenaar. ‘Als ik moet kiezen tussen wetenschap en openbaar bestuur? Over tien jaar zie ik mezelf werken voor een internationale organisatie die zich richt op economische ontwikkeling.’ Waissi spreekt plezierig, foutloos Engels dat door de moeizame internetverbinding in horten en stoten binnenkomt.

Van China naar Spanje: De goederen vanuit Yiwu rijdt in 21 dagen naar Madrid. Foto: Imaginechina/HH
Van China naar Spanje: De goederen vanuit Yiwu rijdt in 21 dagen naar Madrid. Foto: Imaginechina/HH

In Kaboel is Waissi verantwoordelijk voor de Nieuwe Zijderoute, al ziet hij de term vooral als een label. ‘De Nieuwe Zijderoute is een concept dat verschillende projecten samenbrengt om van Afghanistan het knooppunt van de internationale handel te maken. Het gaat om bruggen, wegen en spoorlijnen, maar ook om snelle internetverbindingen en simpele douaneprocedures.’ De taak van Waissi is het overzicht op al deze projecten te bewaren en hun vorderingen te controleren – van de nieuwe gaspijplijn tussen Tadzjikistan en India tot het nieuwe elektriciteitsnetwerk tussen Kirgizië en Pakistan en allerlei handelsovereenkomsten met de buurlanden. ‘Het uiteindelijke doel is onze historische positie als handelsnatie terug te krijgen,’ zegt Waissi. ‘Dat is behoorlijk ambitieus. We hebben gebrek aan relevante middelen en technische kennis om dat zelf voor elkaar te krijgen. Dat geldt ook voor onze buurlanden. Bovendien zijn de politieke systemen in de regio zo verschillend dat het moeilijk blijkt om goede afspraken met elkaar te maken.’

Steun vanuit de rest van de wereld is volgens hem dan ook onontbeerlijk. Ook Waissi vindt dat de VS meer zou moeten doen om de Nieuwe Zijderoute te realiseren. ‘De Afghaanse overheid zoekt nu ook naar andere partners. We zouden graag Chinese investeringen aantrekken, maar tot nu toe is dat niet gelukt.’ Hij ziet wel lichtpuntjes: ‘De route van Centraal- naar Zuid-Azië loopt via Afghanistan. Alle landen realiseren zich inmiddels dat de regio zich niet economisch kan ontwikkelen zonder goede verbindingen.’

Wakker geschud
Het is inmiddels akelig stil geworden rondom de Amerikaanse plannen. Maar dat wil niet zeggen dat de wedergeboorte van de Zijderoute van de baan is. Integendeel, het lijkt alsof Hillary Clinton met haar speech de regio heeft wakker geschud: Turkije, Turkmenistan, Kazachstan en China hebben inmiddels elk hun eigen plannen gelanceerd. Opmerkelijk feit: de nieuwe Zijderoutes sluiten lang niet allemaal op elkaar aan. Ze vormen de inzet voor een nieuw strategisch schaakspel om de macht in Centraal-Azië.

De Turkse regering probeert de deur naar Centraal-Azië vanuit het westen te openen. Dit ‘Istanbul Overleg’ is uitgegroeid tot een succesvol samenwerkingsverband tussen Afghanistan, Azerbeidzjan, China, India, Iran (!), Kazachstan, Kirgizië, Pakistan, Rusland, Saoedi-Arabië, Tadzjikistan, Turkije, Turkmenistan, de Verenigde Arabische Emiraten en Oezbekistan. Westerse landen en organisaties volgen het proces op afstand als ‘ondersteunende partij’. Waarnemers noemen het Istanbul Overleg het meest veelbelovende vehikel voor economische ontwikkeling van de regio. De landen praten over alles, van handelsbelemmeringen tot onderwijs en van infrastructuur tot de aanpak van drugshandel.

China is in dertig jaar tijd opgeklommen van ‘failed state’ tot wereldmacht.

Vanuit het oosten bouwen de Chinezen aan hún nieuwe Zijderoute. In 2013 kondigde president Xi Jinping tijdens een bezoek aan Kazachstan het eigen plan aan: de Zijderoute Economische Gordel. China wil zich op alle mogelijke manieren, dat wil zeggen via land, zee en lucht, met het Europese continent verbinden. Afgelopen najaar stortte China veertig miljard dollar in een nieuw Zijderoutefonds dat infrastructuur in de regio zal financieren.

Helaas voor Afghanistan laat de Chinese route het land grotendeels links liggen. De hoofdader loopt door Kazachstan en lijkt zich dan te splitsen in een noordelijke route via Rusland en een zuidelijke via Turkije. In tegenstelling tot de Amerikanen hebben de Chinezen voldoende capaciteit en ervaring om met hun enorme staatsbedrijven de benodigde infrastructuur zelf aan te leggen. De eerste tastbare resultaten daarvan zijn zichtbaar in Horgos, een West-Chinese grensstad die in de oudheid eveneens op de Zijderoute lag – in het lokale dialect betekent ‘Horgos’ letterlijk ‘stad met veel kamelenpoep’. De stad telt nu slechts vijfentachtigduizend inwoners, maar volgens de huidige uitbreidingsplannen wordt Horgos twee keer zo groot als New York. De stad moet een belangrijke schakel vormen in de landbrug tussen China en Europa. Er wordt op dit moment volop gebouwd aan gaspijpen, spoor- en snelwegen.

Oorlogskas
Terwijl de VS worstelt met de rol van wereldpolitiemacht, spreiden de economische tentakels van China zich steeds verder uit. De waarschuwingen van Amerikaanse leiders dat China zich niets aantrekt van milieu- of mensenrechten bij de ontwikkeling van zijn Zijderoute, klinken weinig overtuigend; ze komen immers van politici uit een land dat oorlogen in Irak en Afghanistan begon, Guantánamo Bay inrichtte en de afgelopen eeuw voorop liep in milieuvervuiling.

Voor veel bestuurders en inwoners van Centraal-Azië vormt China een aanlokkelijk voorbeeld. Het land is in dertig jaar tijd opgeklommen van failed state tot wereldmacht met een beleid dat zwaar leunde op de aanleg van infrastructuur, het stimuleren van internationale handel en het aantrekken van buitenlands kapitaal.

De oude Zijderoute. De weg van China naar Pakistan is nog steeds in tact. Foto: David Samuel Robbins/Corbis/HH
De oude Zijderoute. De weg van China naar Pakistan is nog steeds in tact. Foto: David Samuel Robbins/Corbis/HH

In december vorig jaar vond hoog overleg plaats tussen Chinese en Turkse experts om de twee Zijderoute-plannen op elkaar af te stemmen. China heeft inmiddels beloofd 30 miljard dollar te steken in de aanleg van zevenduizend kilometer hogesnelheidsspoor in Turkije.

China wint de strijd ook op het vlak waar de Amerikanen normaal gesproken zo goed in zijn: public relations. Terwijl informatie over de status van de Amerikaanse plannen maar moeilijk te vinden is, gaan de Chinese staatsmedia vol op het orgel met dagelijks Engelstalige updates over laatste successen van de Zijderoute Economische Gordel.

Afgelopen maand leidde de Chinese aanpak zelfs tot barstjes tussen de Amerikanen en de Europeanen. Ondanks Amerikaanse waarschuwingen sloten Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Italië zich dit jaar aan bij de door de Chinezen gestarte Asian Infrastructure Investment Bank met een startkapitaal van honderd miljard dollar. Ook premier Rutte liet zich tijdens zijn bezoek aan Peking graag overtuigen en kondigde aan ‘geen belemmeringen’ te zien voor Nederlandse deelname. Samen met het Zijderoutefonds vormt het kapitaal van de AIIB een flinke oorlogskas om overal in Centraal-Azië snelwegen, spoor, kabels en pijpleidingen aan te leggen. Het ligt voor de hand dat de Chinezen als initiatiefnemer en grootste donor grotendeels willen bepalen waar dat geld terecht komt.

Een potje Risk
Voor wie dit geopolitieke spel te veel begint te lijken op een potje Risk: de eerste effecten van de nieuwe Zijderoute kunnen we al zien in Europa. In december 2014 reed de eerste goederentrein vanuit de Chinese industriestad Yiwu de Spaanse hoofdstad Madrid binnen. De afstand van meer dan dertienduizend kilometer was afgelegd in 21 dagen, zo’n tien dagen sneller dan het vervoer over zee zou hebben gekost.

Ook Antwerpen heeft sinds een paar jaar een rechtstreekse spoorverbinding met China. Sara Landuyt werkt voor de provinciale ontwikkelingsmaatschappij van Antwerpen. Haar kantoor bevindt zich in hetzelfde gebouw als de permanente vertegenwoordiging van Chongqing, met 35 miljoen inwoners de grootste stad van China. ‘Ik heb het idee dat het kantoor voor het grootste deel van het jaar leegstaat,’ zegt Landuyt, ‘maar het is wel een krachtig symbool, zo van: we zijn hier aanwezig.’

Het plan om Chongqing per spoor met Europa te verbinden werd in 2007 voor het eerst gelanceerd door de voormalige burgemeester van de stad, de kleurrijke Bo Xilai, die inmiddels een levenslange gevangenisstraf uitzit wegens corruptie. Het oorspronkelijke plan betrof een spoorverbinding tussen zijn stad en de Rotterdamse haven, maar toen die niet snel genoeg toehapte, leek Antwerpen een goede tweede. ‘Wij merkten veel interesse van bedrijven uit onze regio. Het vervoer per schip tussen Antwerpen en Chongqing kost 45 tot 50 dagen. Per spoor kan het in achttien dagen. Die tijdwinst is voor veel bedrijven wat waard.’

Van China naar Kazachstan: Elk land heeft zijn eigen plan met de nieuwe Zijderoute. Foto: Wang Jianmin/Imagine China/HH
Van China naar Kazachstan: Elk land heeft zijn eigen plan met de nieuwe Zijderoute. Foto: Wang Jianmin/Imagine China/HH

Computerfabrikant HP, dat in West-China computers laat maken voor de Europese markt, vervoert inmiddels in de zomermaanden laptoponderdelen van Chongqing per trein naar Duisburg. Toch zal het nog even duren voordat de lijn rendabel is, omdat de treinstellen leeg terugmoeten naar China. Het Antwerpse ontwikkelingsbedrijf onderzocht de mogelijkheden om farmaceutische producten en voedingsmiddelen naar China te vervoeren – enkele van de weinige Europese producten die volop in China worden verkocht. Grootste probleem bleken de extreme weersomstandigheden op het lange tracé via Duitsland, Polen, Wit-Rusland, Rusland en Kazachstan naar China. Het Vlaams Instituut voor de Logistiek ontwikkelde samen met een aantal grote farmaceutische bedrijven zoals BASF, MSD en Pfizer het idee voor een Transpharma Express, een trein met speciale klimaatwagons die het lange tracé kunnen afleggen zonder dat geneesmiddelen bederven. Kazachstan, dat hoopt te profiteren van de nieuwe spoorverbinding, heeft inmiddels tweehonderd van de gloednieuwe wagons besteld.

Landuyt: ‘Wij zien in de toekomst een realistisch tracé, maar de vraag moet uit de markt komen.’ Tot nu toe lukte het slechts één keer een volle trein van Antwerpen naar Chongqing te laten rijden. ‘Daar zaten auto-onderdelen in, maar die werden besteld door de Chinese autoriteiten. Daar zat geen business model achter.’

Kleine lichtpunten
Chinees prestigeproject of niet, die Nieuwe Zijderoute komt eraan. Maar of Afghanistan binnen afzienbare tijd zijn positie als handelsknooppunt herovert? Dat lijkt niet waarschijnlijk. De Amerikaanse inspanningen om het land te revitaliseren, blijven daarvoor te vaag. Inmiddels keren zelfs de Europese coalitiepartners de VS de rug toe en investeren gretig in het Chinese traject.

De Afghaan die hunkert naar een welvarende toekomst voor zijn land moet hopen dat China voldoende vertrouwen heeft in het einde van de burgeroorlog om de grensovergang bij Taxkorgan na honderd jaar weer te openen. De nieuwe Afghaanse president Ghani bracht eind 2014 een bezoek aan Peking. Zijn vraag om een snelweg naar China werd voorlopig niet gehonoreerd, maar hij werd uiterst hartelijk ontvangen. En anders brengen wellicht de Amerikaanse presidentsverkiezingen hoop: misschien wordt het wel Hillary Clinton.

Het zijn kleine lichtpunten, maar wie weet.