Arnon Grunberg lost lezersproblemen op.
‘Laatst las ik het wéér: mensen hebben op hoge leeftijd het meest spijt van a): dat ze zich te veel hebben aangetrokken van wat anderen vonden, en b): dat ze te hard hebben gewerkt voor één loopbaan en niet meer hun dromen hebben gevolgd.
Nu heb ik twee vragen: zou dit generatiegevoelig zijn (zou kunnen dat sociale druk verandert) en waarom weten we dit en doen we er niks aan, met andere woorden: hoe zorg ik dat mij dit niet overkomt?’ – Naam en adres bij de redactie bekend
Sociale druk is er altijd geweest en zal er vermoedelijk altijd zijn. Misschien moest je in de jaren zeventig in Amsterdam aan zogeheten sleutelfeesten deelnemen en moest je in de jaren negentig weer aan heel andere feesten deelnemen, maar de druk an sich blijft hetzelfde. Sociale druk is een bindmiddel waarbij mensen proberen om hun twijfels over hun eigen keuzes, of het noodlot, die twee zijn soms moeilijk van elkaar te scheiden, te overwinnen. Sociale druk drijft op angst, de angst om buitengesloten te worden, dus om aangewezen te zijn op jezelf.
Wat betreft het vervullen van dromen: Udo Jürgens heeft een aardig liedje getiteld ‘Ich war noch niemals in New York’, over een man die ’s avonds de deur uitgaat en denkt: wat als ik alles achterlaat, ik ben nog nooit in New York geweest, maar na een serie van overpeinzingen en dagdromen, beter gezegd avonddromen, bij vrouw en kind terugkeert. Zijn vrouw zegt: ‘Waar was je? Wedden dat begint zo.’ Of woorden van soortgelijke strekking.
In al zijn banaliteit vat deze schlager een menselijk dilemma heel goed samen: het verlangen naar veiligheid staat haaks op het verlangen naar spanning en avontuur. De mens heeft doorgaans goede redenen de veiligheid hoger aan te slaan dan het avontuur.
Zelf heb ik nooit echt in veiligheid kunnen of willen geloven. De radicale keuze voor veiligheid heeft mij altijd een illusie geleken, maar dat zegt meer iets over mij, mijn opvoeding en mijn preoccupaties. Ik ben niet zo beperkt te denken dat de keuzes die ik heb gemaakt voor iedereen de juiste zijn. Misschien zijn ze zelfs niet voor mij de juiste.
Het getuigt van oppervlakkigheid om die mogelijkheid bij voorbaat uit te sluiten. Maar waarom zou je je verliezen in spijt? Omdat je achteraf vindt dat je meer angst had moeten overwinnen, tsja. Dat kan, maar dan zou ik die angst nu maar meteen overwinnen. Overigens kan een loopbaan ook een droom zijn die andere dromen in de schaduw stelt.
Een droom najagen heeft iets destructiefs en angst is niet per definitie een slechte raadgever. Zie wederom Udo Jürgens: de man gaat niet naar New York, omdat hij een offer moet brengen. Denk aan Abraham en Isaak. In Abraham is iets gebroken na de tocht op de berg, maar hij heeft zijn droom, de liefde van God, nagejaagd, misschien vervuld. De vraag die u mij stelt ,is eigenlijk: wat moet ik opofferen voor mijn dromen? Welk offer ben ik bereid te brengen? Hoe rücksichtslos moet ik zijn?
Die vraag moet u zelf beantwoorden. Ik weet hoe rücksichtslos ikzelf ben, ik weet ook dat die wetenschap met pijn gepaard gaat. Vervul uw dromen niet en leef met spijt. Of vervul uw dromen en voel de ijswind die Abraham voelde toen hij het mes hief om zijn zoon te offeren.
Misschien moet u een munt opgooien. Voor belangrijke beslissingen kunnen we beter de hulp inroepen van het toeval, onze schouders zijn daarvoor te zwak.
‘Heeft u wel eens aan teamsport gedaan? Moet u dat niet doen?’ – Marije, Hans en Michiel (13 jaar oud)
Van mijn moeder mocht ik niet op voetbal – mijn ouders waren tegen contactsport – maar ik heb als kind veel op straat gevoetbald. Uw vraag lijkt te suggereren dat ik egocentrisch ben en dat ik niet goed zou kunnen samenwerken.
Schrijven is geen teamsport. Ja, ik ben een eenling, maar indien nodig ben ik bereid mijn geliefde met uw voltallige gezin te delen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.