Nog nooit waren er zoveel discussiebijeenkomsten als afgelopen herfst tijdens de ramadan. Wie wilde, kon wel drie keer op een avond naar een iftar, de gezamenlijke maaltijd waarmee het vasten wordt doorbroken. Jongerencentrum Argan hield in die vastenmaand iedere week een debat over integratie of terrorisme. Eind oktober was Mohammed Cheppih, ooit beoogd voorzitter van de AEL, te gast. Cheppih keek vermoeid naar de opgewonden discussiërende jongeren. Hij praatte zachtjes, fluisterend bijna. De felheid van het publiek over moslimthema’s leek hem te ergeren. Alsof hij wilde zeggen: jongens rustig nu, verdiep je in je geloof, anders komen we nooit een stap verder.

Een paar weken na het verhitte debat in Argan kwam tout multicultureel Amsterdam weer bij elkaar voor de feestelijke oprichting van MoslimjongerenAmsterdam in Felix Meritis, en weer wat later organiseerde de groep IslaamAangegaam een goedbezochte bijeenkomst over integratie en radicalisering in Bos en Lommer.

Een man die bij al die bijeenkomsten opduikt, de ene keer als organisator, de andere keer als gespreksleider of deelnemer, is Ahmed Marcouch, nu nog ambtenaar jeugd en veiligheid van stadsdeel Zeeburg en voorzitter van de Ummao, de Unie van Marokkaanse moskeeën in Amsterdam en omstreken, maar als de PvdA de deelraadsverkiezingen wint, is hij vanaf 8 maart stadsdeelvoorzitter van Slotervaart.

Aspirant-voorzitter

Marcouch kwam in 1979 naar Nederland. Hij was tien jaar en analfabeet. Zijn moeder was acht jaar eerder gestorven en zijn vader hertrouwde. In totaal telde het gezin vijftien kinderen. Marcouch nam zijn lot al jong in eigen handen. Hij ging naar school, werkte en liet zich niet uit het veld slaan. Dat is de boodschap die hij onvermoeibaar aan anderen lijkt te willen overdragen.

Jonge Marokkanen reageerden dan ook enthousiast op zijn aspirant-voorzitterschap: ‘Gefeliciteerd Ahmed, Slotervaart,’ schreef Anass begin december op de Amsterdamse website van de PvdA. ‘Ik wens je veel succes met deze verantwoordelijkheid. Als ik moet helpen folders uitdelen… Een vredige groet!’

‘Met jou als lijsttrekker zijn we ervan overtuigd dat we actief een bijdrage kunnen leveren aan een beter Slotervaart,’ schrijft Khalil van IslaamAangenaam.

Natuurlijk, deze adhesiebetuigingen komen niet van de relschoppers uit Slotervaart, de jongens die een auto in brand staken uit woede over het dodelijke brommerongeluk van de zeventienjarige Salahedine. En het zijn waarschijnlijk ook niet de jongens die in datzelfde stadsdeel een week eerder met zijn twaalven op klaarlichte dag een vijftienjarig meisje verkrachtten.

Henk Goettsch, de huidige stadsdeelvoorzitter in Slotervaart, liet afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad weten dat hij het helemaal gehad heeft met deze raddraaiers uit zijn buurt. ‘Therapieresistent’, noemde hij ze. Wat hem betreft mogen deze gevaarlijke gekken langdurig worden opgeborgen.

Marcouch reageert verlegen als de boude uitspraken van Goettsch hem worden voorgelegd. Hij wil en hij kan niet geloven dat deze jongeren echt voor zichzelf en de maatschappij verloren zijn. ‘Als je op tijd grenzen stelt en die jongens niet meteen als psychiatrische gevallen benadert, kun je wél wat bereiken. Nu staan ze bovendien eindeloos op wachtlijsten van instellingen waar ze eigenlijk meteen terecht zouden moeten kunnen.’

Dat Marokkaanse ouders moeite hebben met de opvoeding van hun kinderen beseft Marcouch al jaren. Sterker nog: hij heeft dat aan den lijve ondervonden en weet daarom als geen ander hoe belangrijk het is om vaders en moeders aan te spreken op het gedrag van hun kinderen. In zijn huidige baan als ambtenaar veiligheid van Zeeburg ontbiedt hij daarom regelmatig de ouders van kinderen die dreigen te ontsporen. ‘Ik confronteer de ouders, zeg ze dat ze te weinig bij hun kinderen betrokken zijn. In het begin keek men daar van op, maar in mijn ervaring werkt het wel.’

Hij formuleert het mooi: ‘We moeten die lastige kinderen teruggeven aan hun ouders.’ Even is hij stil. ‘Ook al zijn het niet allemaal van die grote pedagogen.’

Levensgevaarlijke geruchten

Zelfs oud-politieman Marcouch keek op van de razernij van de jonge opstandelingen in Slotervaart en van de ongekende felheid van de grote groep eromheen. Daags na het ongeluk van Salahedine werden er in Slotervaart pamfletten verspreid met daarop de tekst ‘Salehedine is gedood’, daarmee implicerend dat de politie medeschuldig zou zijn aan het tragische ongeval.

Dit soort geruchten zijn levensgevaarlijk, vindt Marcouch. Ze gaan een eigen leven leiden en voor je het weet is het waarheid geworden. Dus werd na een paar dagen een grote bijeenkomst gehouden in het Piet Mondriaan College, een middelbare school midden in de wijk. Het was een geëmotioneerde bijeenkomst waar zeshonderd jongeren hun hart konden luchten, vertelt Marcouch, die hen vanzelfsprekend weer toesprak.

Een hardnekkig probleem is dat de overheid voor veel Marokkaanse gezinnen de natuurlijke vijand is. Marcouch hoorde tijdens zijn rondgang door de buurt in de afgelopen weken een ander, steeds sterker wordend, gerucht. Marokkaanse ouders waren ervan overtuigd dat Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming hun kinderen wilden afpakken. Vierhonderd gezinnen in Amsterdam-West worden op dit moment door Bureau Jeugdzorg begeleid, en tweehonderd kinderen staan onder hun toezicht.

De ouders waren ervan overtuigd dat Jeugdzorg met voorbedachten rade te werk ging. Hun redenering was als volgt: door in Slotervaart veel kinderen uit huis te halen, wilde Jeugdzorg goedmaken wat ze elders in Nederland, in gezinnen waar een kind door mishandeling om het leven was gekomen, had verzaakt.

De angst onder de Slotervaartse Marokkanen groeide buiten proportie en Marcouch besloot om samen met vrouwencentrum Nisa voor Nisa en de moskee een avond te organiseren in buurtcentrum Eigenwijks. ‘Die kloof moest gedicht. Instellingen zoals Jeugdzorg en de kinderbescherming moeten we vertrouwen, anders kunnen ze in zo’n buurt niet functioneren.’

Het initiatief van Marcouch had ook een pedagogisch doel: ‘Ik wil dat ouders leren zelf hun mond open te doen, ze moeten niet alleen op geruchten afgaan. Dan gaan ze roepen: zie je wel, die Nederlanders hebben het op ons gemunt. Als je niet bereid bent uit te zoeken wat er werkelijk aan de hand is, verval je heel snel in die slachtofferrol.’

Er kwamen zo’n honderd boze ouders, de kinderrechter was aanwezig, er waren imams, en er waren vertegenwoordigers van de Jeugdzorg en de kinderbescherming. De hele geruchtenmachine was op gang gekomen, zo bleek, toen bij twee gezinnen kinderen naar het idee van de ouders onterecht waren weggehaald. De ouders legden geëmotioneerd, en in hun eigen taal, uit hoe schandelijk, misdadig ze die ingreep hadden gevonden.

De ouders konden ook hun grieven kwijt. De rechter had niet verwacht dat het wantrouwen van de Marokkaanse ouders tegenover alles wat met de overheid te maken heeft, zo diep geworteld zit. De vaders en moeders begrepen ook helemaal niet hoe het hulpverleningssysteem hier werkt, zo bleek. In Marokko is het ondenkbaar dat je kind uit huis wordt weggehaald, daar bestaat geen bureau jeugdzorg. ‘Marokkaanse ouders hebben ook een andere zienswijze op de opvoeding en daar begrijpen de Nederlandse instanties weer niet veel van.’

Ouders beklaagden zich erover dat de jeugdzorgwerkers wel erg Nederlands en erg jong waren. Meisjes van drie-, vierentwintig hadden de gotspe hun te vertellen dat ze hun kinderen niet goed grootbrachten!

Zelfkritiek

Dit soort bijeenkomsten zou Marcouch vaker willen houden. De confrontatie opzoeken, een sociaal netwerk weven. Bruggenbouwer Marcouch gelooft erin. ‘Ik wil dat de Marokkaanse gemeenschap ervan doordrongen raakt dat ze de moeilijke situatie die in sommige wijken in Amsterdam is ontstaan, zélf moeten oplossen.’

Veel jonge mannen en vrouwen, zegt hij, lopen de laatste tijd ‘met een knoop in hun maag’. Ze willen graag wat doen, maar vragen zich af wát. Het waren deze mensen, volgens Marcouch ‘het middenkader’, die zondag een strikt besloten bijeenkomst in Bos en Lommer organiseerden, waar burgemeester Cohen ook even te gast was.

Tot grote opluchting van velen brachten de meesten het op de eigen gemeenschap kritisch onder de loep te nemen, ze legden de schuld van de problemen niet alleen buiten zichzelf. Er is een gebrek aan stages en banen, natuurlijk, dat zal niemand ontkennen. Maar er vielen ook harde woorden over ouders die zich te weinig van hun kinderen aantrekken. Die wel een mooi huis in Marokko laten bouwen maar geen geld willen besteden aan een sportclub voor hun zoon. Er was openlijke minachting voor de jongens die willekeurige meisjes op straat voor hoer uitmaken. En een van de jeugdige aanwezigen vroeg zich zelfs af waarom sommige Marokkanen toch zoveel kinderen krijgen. Toen er werd gevraagd wie hij daarmee bedoelde, wees hij tot grote hilariteit van de zaal een vader van elf kinderen aan die een paar rijen verder zat.

Marcouch was laatst met een delegatie jongeren op bezoek in het Europarlement. Bij aankomst vroegen de jongens en meisjes meteen aan de parlementariërs wat die voor hen konden doen.

Marcouch kwam meteen tussenbeide: ‘Ik probeerde hun uit te leggen dat ze zelf het heft in handen moeten nemen. Word lid van een politieke partij, zei ik ze, dan kun je zelf invloed uitoefenen.’