Fout gezelschap
Een complot tegen de Slavische bloedbroeders
Vorige week was ik uitgenodigd voor het tv-programma Sudite sami, ‘Oordeelt u zelf’. Vijfendertig miljoen kijkers, uitgezonden in elf tijdzones. Het thema was de onafhankelijkheid van Kosovo. Ik wilde niet, want ik wens voor het graf nog een paar leesbare romans te schrijven. ‘Maar u zit daar met bekende Russische schrijvers. Komt u alstublieft!’ Bij de grime in het Ostankino-complex begreep ik dat ik samen met de ‘bekende Russische schrijvers’ – onder wie de eminente Boelgakov-biograaf Sokolov – verzeild was geraakt in verkeerd gezelschap. Vrienden van Europa, maar dan van de artistieke, zeg maar gekke soort.
In ‘Oordeelt u zelf’ moet een team van vier man het een uur lang verbaal opnemen tegen een ander team. In dit geval ging het tussen ons schrijvers en leden van de Servische ambassade, een oud-communistische hoofdredacteur en de Russische onderhandelaar op de Balkan. Ik vertelde dat ik de onafhankelijkheid van Kosovo helemaal niet voorstond. Maar het was al te laat, de live-uitzending zou zo beginnen.
Hoewel ik trachtte te wijzen op een derde standpunt – in Europa was lang niet iedereen blij met de genomen beslissing – was ik als westerling bij voorbaat door het publiek veroordeeld. Er klonk boe-geroep. Ik maakte deel uit van het westerse complot om Rusland en de Slavische bloedbroeders op de knieën te dwingen. Terwijl Sokolov naast me grinnikte, werd ik steeds beroerder. In de taxi terug naar huis voelde ik me vies. ‘Weet u dat Medvedev ook een Jood is?’ begon de chauffeur tegen me. Nee, dat feit was me onbekend. ‘Natuurlijk, een smous!’ Hij vertelde dat hij juist met zijn vrouw en kinderen naar de Egyptische Rivièra was geweest. ‘Apen daar, die Arabieren!’ Maar het ergste waren de Amerikanen. Dood aan de VS! Het gaat economisch goed – we beleven geen Weimarrepubliek. Toch doen de opstijgende menselijke moerasgassen de aardbol stinken. In dat opzicht loopt Rusland keurig in de pas met – bijvoorbeeld – Nederland.
Pieter Waterdrinker
Tot smurfs!
De smurf krijgt weer eens positieve aandacht
De caissière bij Albert Heijn kijkt alsof het gedoe met zegeltjes en bonuskaarten haar met groeiende weerzin vervult. ‘Tot smurfs!’ meldt niettemin een guitige button die ze heeft opgespeld. ‘Tot smurfs!’ zegt de klant die zojuist z’n boodschappen afrekende. Hij kijkt het meisje achter de kassa verwachtingsvol aan en buigt zich dan bemoedigend naar haar over: ‘Nu moet jij “tot smurfs” terugzeggen.’ De caissière schudt haar hoofd. ‘Doe ik niet. Het staat op die button, dat is meer dan genoeg.’ In 2006 raakte Albert Heijn zo snel door zestien miljoen wuppies heen, dat de grootgrutter zich met het vooruitzicht op de Smurfen-actie (bij besteding van vijftien euro krijgt de klant een smurfpoppetje cadeau) in een voorraad van negenentwintig miljoen stuks stak: bijna twee per Nederlander. Op de Smurfenbeurs waar verzamelaars elkaar volgende maand te Utrecht treffen, kan het uitwisselen van dubbele of ontbrekende AH-varianten beginnen. Sommige smurfpuristen gaan schouderophalend aan de rage voorbij. De supermarktsmurf is namelijk twee centimeter kleiner dan gangbare modellen. Bovendien strookt het harde plastic niet met het buigzame materiaal dat tot dusver bij de fabricage van smurfen werd aangewend. Toch wil Henk Plat van de Stichting van Smurfenverzamelaars er niets naars over zeggen. ‘De smurf wordt op een positieve manier onder de aandacht gebracht,’ vindt hij. De stichting noteerde in één week veertien nieuwe leden, dat schiet op. Ons land telt zo’n vijftienhonderd smurfencollectionneurs die popelen om álle (meer dan zeshonderd soorten) smurfen uit de afgelopen vijftig jaar aan hun stal toe te voegen. Toen zijn zoontje met een McDonald’s-smurf thuiskwam, was dat voor Plat reden om de smurfen die hij ooit bij bezinepomp BP had gekregen, van zolder te halen. Zo groeide hij uit tot een hartstochtelijk verzamelaar. Het warme contact tussen de Stichting van Smurfenverzamelaars en Albert Heijn is ondanks een dreigende vertrouwensbreuk hersteld. Plat: ‘Wij wisten dat die smurfenactie er zat aan te komen. We hadden beloofd daar geen ruchtbaarheid aan te geven. Iemand die er off the record van ons over had gehoord, is met de pers gaan kleppen, met als gevolg dat het nieuws over de smurfen eerder in de krant stond dan de bedoeling was. Wóést waren ze, bij Albert Heijn. We hebben het uitgelegd. Als een eenling iets stoms doet, dan kun je daar niet een hele stichting voor verantwoordelijk stellen.’
Rudie Kagie
Hedgen en switchen
De familie laat de deur naar Obama graag open
Arnold Schwarzenegger won de slag om Californië van een Democraat en werd de invloedrijkste gouverneur van de Verenigde Staten. Nu verleent hij publieke steun aan John McCain, die andere eigenzinnige Republikein. Schwarzeneggers tegenstander in 2006, de Grieks-Amerikaanse Phil Angelides, is op zoek naar een political afterlife. Tijdens een recente politieke salon bij de familie Getty in Pacific Heights in San Francisco, hoog boven de gelijknamige baai met prachtig uitzicht op de Golden Gate-brug, vertelt Angelides dat hij Hillary Clinton steunt: ‘Ze benaderde me al vroeg in de race.’
Hij was gevleid, legt hij uit. De middelbareschoolvergelijking is ook hier van toepassing: ‘I like girls that like me.’ Aan ‘zijn’ dinertafel en naast mij, een lokale, eveneens Grieks-Amerikaanse, financier die in 2006 tien miljoen dollar doneerde aan Angelides’ mislukte gouverneursrace. Hillary Clinton is ook háár kandidaat. Die steun blijkt niet alleen uit de Hillary-broche die ze op haar galajurk draagt, maar vooral ook uit haar financiële inspanningen: ze bundelde al meer dan een miljoen dollar.
Door de verminderde kansen van Hillary is ze wel aan het hedgen: haar broer is eropuit gestuurd en heeft inmiddels uitbundig de kandidatuur van Obama omarmd. Een salondame lispelt dat de familie graag een ‘achterdeur’ open laat naar Obama: zo is er wellicht tóch nog uitzicht op een ambassadeurschap.
Hedging is het electorale modewoord, geboren uit noodzaak: wie kon immers de opmars van de onbekende Obama voorspellen toen, vroeg in het seizoen, de cheques van twee keer 2300 dollar (één voor de huidige voorverkiezingen en één voor november) werden geschreven? ‘Something’s happening in America, en sommigen onder ons zagen het niet aankomen,’ verkondigde burgerrechtenheld, fameus en zwart congreslid John Lewis toen hij zijn publieke steun voor Hillary introk. ‘Barack Obama heeft bijzondere krachten aangeboord.’ Lewis moest wel om, zijn district in Atlanta koos tijdens de voorverkiezing in Georgia voor Obama. Politieke of financiële noodzaak leidt overal tot hedgen en switchen, want de Amerikaan wil maar één ding: winnen. En daarbij is geen plaats voor loyaliteit.
Michiel Vos
Daniel Day-Lewis
Van aandoenlijke jongen tot superster
De bioscoopzaal is een kwartier voor aanvang van There Will Be Blood al tot de nok toe gevuld. Ongetwijfeld allemaal fans van Oscar-winnaar Daniel Day-Lewis. De film waarmee hij bekend werd, My Beautiful Laundrette – regie Stephen Frears, script Hanif Kureishi – zal altijd mijn favoriet blijven. Plaats van handeling: Zuid-Londen, eenzelfde soort wijk als waar ik de jaren daarvoor had gewoond. De beelden van de harde én swingende sfeer doen me terugverlangen naar die tijd. Daniel Day-Lewis is hartveroverend in zijn rol van voormalig bendeleider. Je kunt als kijker alleen maar vertederd raken door zijn smalle, delicate gezicht, zijn mooie ogen, zijn prachtige lach.
Ondanks de zware thema’s die de film aanroerde, werd het verhaal erover juist licht en zinnelijk gebracht. Ver voor al het multiculturele gebabbel kwam in deze film alles al aan de orde: de ontworteling van mensen die in een andere cultuur terechtkomen; het belang van begrippen als ‘eer binnen de familie’; de ongelijkheid tussen man en vrouw. Tot verdriet en ontzetting van de familie van Hanif Kureishi (Pakistaanse vader, Engelse moeder) werd in de film homoseksualiteit openlijk beleden – nog wel tussen een Pakistaanse en een Engelse man. Kureishi schreef het scenario in Pakistan waar de islam oprukte, maar het geloof speelde geen rol in de film. Niemand leek in die tijd te bidden of naar de moskee te gaan.
Nee, de Pakistanen in My Beautiful Laundrette waren keiharde huisbazen of ze smokkelden drugs in een lange nep-baard, en naast hun traditionele vrouw hadden ze minstens één Engelse maîtresse. Het was een ijzersterk trio, Day-Lewis, Kureishi en Frears. Kureishi kreeg een Oscar-nominatie voor zijn filmscript. Frears werd buitengewoon succesvol als regisseur. En Daniel Day-Lewis won vorige maand zijn tweede Oscar voor zijn rol als nietsontziende oliebaron. Van de aandoenlijke jongen uit My Beautiful Laundrette is weinig over. De kracht die hij in There Will Be Blood uitstraalt, is bijna intimiderend. Zouden mijn drie helden niet nog één keer kunnen samenwerken? En zo’n Londense wijk waar het islamisme de kop opsteekt als uitgangspunt nemen? Of is die gedachte ingegeven door pure nostalgie?
Margalith Kleijwegt
Kitsch in China
Shanghai lijdt massaal aan valse weemoed
‘Het is alsof je rondloopt in het charmante oude Shanghai,’ schreef recensent Fei Lai. Hij toonde zich laaiend enthousiast over de ‘Voedselrepubliek’, een verzameling restaurants in de luxe wijk Gubei waar eten uit alle delen van China werd verkocht. Kosten noch moeite waren gespaard om het roemruchte Shanghai uit de jaren twintig te doen herleven: personeel in klederdracht, oude posters, art-decolampen, glas-in-loodramen, traditionele driewielers. Het adres van de Voedselrepubliek, kondigde de deceptie al enigszins aan. ‘Gubei Carrefour Winkelcentrum, eerste verdieping.’ Ik kon het niet nalaten te gaan kijken. Nadat ik mijn fiets bij het enorme winkelcomplex had geparkeerd, ging ik op zoek naar dit stukje ‘authentiek Shanghai’. Achter de winkels van Nokia, Eagle Golf en supermarkt Carrefour vond ik ten slotte de Voedselrepubliek. Uit de boxen klonk operettemuziek en lichte jazz uit de jaren twintig. Maar ‘authentieke sfeer’?
Het geheel van restaurants en eettafels had meer weg van een gepimpt Hema-restaurant dan van een oud-Chinese straat. Een gezin – man, vrouw, zoontje – sjokte met volle boodschappentassen tussen de houten tafels door, lurkend aan een beker met fluorescerende groene drank. Even verderop zat een man noedels te eten uit een plastic bak die zo versierd was dat het op porselein moest lijken.
Ik had het kunnen weten. ‘Authentiek’ of ‘historisch’ betekent in China iets heel anders dan in Europa. Volgens een bekend Chinees gezegde moet, om het nieuwe te krijgen, het oude verdwijnen. Nu de slopersbal zo’n beetje alle historische gebouwen in Shanghai tegen de grond heeft geslingerd, lijden de Chinezen aan valse nostalgie.
Overal in de stad zie je het. Het bekendste voorbeeld is Xintiandi, een complete uitgaanswijk die in oude stijl is opgetrokken.
‘Wat wil je eten?’ roept een serveerster. Ze leunt verveeld tegen een tafeltje waarop een antieke grammofoon staat te verstoffen. ‘Xiexie, Zai Jian!’ zeg ik. Bedankt en tot ziens.
Michiel Hulshof
Pyramide-klucht
De treden zijn verzakt, de obelisk staat scheef
Aan de provinciale weg tussen Zeist en Woudenberg ligt een van de merkwaardigste monumenten van Nederland: de Pyramide van Austerlitz. Twee eeuwen geleden gebouwd door de Franse generaal Auguste de Marmont, als eerbetoon aan keizer Napoleon. En een geliefde bestemming voor dagjesvolk, omdat je vanaf de top een fraai uitzicht hebt over de Utrechtse Heuvelrug – tot het IJsselmeer aan toe.
Maar de Pyramide beklimmen zit er niet meer in. Er staat een groot hek omheen, met prikkeldraad. Het monument zelf ziet er afgetrokken uit: de treden zijn verzakt, de obelisk staat een beetje scheef en overal liggen onbestemde hopen zand. De afgelopen zeven jaar heeft zich een klucht afgespeeld rond de trots van generaal Marmont. In 2001 werd een begin gemaakt met een restauratie.
Eerste stap: een fikse ontbossing. In de loop van twee eeuwen was de Pyramide namelijk overgroeid geraakt en had zo haar functie als landmark verloren. Dus kapte de provincie Utrecht alle bomen op het monument en binnen een straal van enkele tientallen meters. Vervolgens werden de treden bedekt met honderdduizend nieuwe graszoden. Alles liep keurig op schema voor de spectaculaire viering van het tweehonderdjarig bestaan van de Pyramide in 2004.
Maar met één ding hadden de ingenieurs geen rekening gehouden: de regen. En regenen deed het, die winter van 2004. Dus kwamen de plaggen massaal naar beneden gegleden. Binnen een paar weken was de Pyramide gereduceerd tot een vormeloze homp aarde. Alle lustrumfestiviteiten moesten worden afgeblazen.
Toch gloort er nu weer hoop in de Zeister bossen. Onlangs stelde de provincie Utrecht 1,2 miljoen euro ter beschikking voor een verse reddingsoperatie. Een nieuwe constructie – matjes met gaatjes, die de aarde op zijn plaats houden terwijl het gras rustig kan groeien – moet voorkomen dat het bouwwerk straks ten tweede male erodeert.
In juni zal de Pyramide dan écht feestelijk geopend worden, zegt een pr-medewerker van de provincie. Het fiasco van vier jaar geleden heeft de ambities niet getemperd. Integendeel. Naast de Pyramide komt een informatiecentrum over de Franse tijd, en de opening zelf zal worden opgeluisterd met militaire exercities van de Napoleontische Associatie der Nederlanden. Nu maar hopen dat het niet gaat regenen.
Thijs Niemantsverdriet
Plataforma
De menigte deint als één groot lichaam op en neer
‘Estamos Listas!’ De lift van het trendy restaurant Torre de Altamar Barcelona zakt naar de begane grond. Het personeel in de hippe, zwarte outfits kwekt opgewekt. Het werk zit erop. Ronaldinho was vanavond niet in ‘De Toren’. Jammer. Hij is altijd zo aardig en toegankelijk. Wel de gebruikelijke jetset van Barcelona: veel bruine gezichten, glimmende nagels, goud en Valentino. De liftdeur gaat open. Sommige personeelsleden pakken hun scooters, anderen blijven dralen. Entonces que hacemos? ‘Wat gaan we doen,’ vraagt receptioniste Eva aan hostess Tessa op straat. ‘Gaan we naar Otto Zutz?’ Fancy club, goede muziek. Nee, zegt Tessa. Daar staat altijd zo’n lange rij. Vooral als er vips komen. Shakira zou er laatst naar toe gaan. De hele tent in rep en roer. Niet gekomen natuurlijk. Zo gaat dat.
‘Waarom gaan we niet naar Plataforma?’ vraagt Marta. No! gillen Tessa en Eva. ‘Niet naar Plataforma!’ Si, si vamos a Plataforma, roept Marta. Tessa en Eva laten zich overhalen. Op de stoep voor Plataforma fluisteren de portiers ‘Ssht!’ tegen de feestgangers, om de buren niet wakker te maken. De rij is niet zo lang. ‘Wacht maar tot je de rij voor de meisjes-wc ziet. Je wacht zomaar drie kwartier,’ lacht Eva.
Plataforma is donker. Broeierig. Vies. Veel alternatief geklede Spanjaarden. Een grote biljarttafel en een reusachtig televisiescherm. Op het scherm slaan Amerikaanse honkbalspelers als in slowmotion tegen ballen. ‘Spanjaarden en televisieschermen. Wie heeft het ooit begrepen,’ vraagt Tessa zich hardop af.
De drankjes worden in lange, plastic glaasjes geschonken. Salut por força canut! Naar de dansvloer! Het personeel van De Toren wurmt zich naar achter. Daar wacht het échte Plataforma, een ruimte die nog het meest op een grot lijkt. Een massa mensen tegen elkaar geplakt. Ruimte voor een individuele danspas is er niet. De menigte deint als één groot lichaam op en neer. Een voortdurende beweging binnen het publiek dat zich van de periferie naar de kern beweegt, en weer terug. Veel ellebogen en knietjes, maar iedereen lacht.
Bij de muur blaast een enorme blower warme lucht de ruimte in, alsof het nog niet warm genoeg is. Een lied van de Spaanse band El Mago de Oz klinkt. Het Toren-personeel in zijn nette kleding gaat uit zijn dak.
Rachel Visscher
Dit is de laatste aflevering van De kleine wereld. De eerste verscheen op 1 oktober 2005
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.