Wachten op Wilders
‘Straks vreten de extreme randen het politiek midden op’’
Zijn fans – vooral vrouwen – klampen Paul Scheffer aan als hij het Islamitisch College in Amsterdam binnenstapt. Sinds het verschijnen van zijn boek Land van Aankomst (dertigduizend exemplaren verkocht, tientallen lezingen) is hij een echte ster.
Vanavond is hij gast van stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch in Slotervaart en mag hij in debat met coryfeeën als Tariq Ramadan, Mohammed Cheppih en Job Cohen. Alleen zit Ramadan helaas vast op vliegveld Heathrow en is dus vertraagd.
Musa, student bouwkunde en begeleider van Turkse scholieren in Internaat Ekmel, dat pal tegenover het Islamitisch College ligt, weet niet wie Paul Scheffer en Tariq Ramadan zijn. Zijn vrienden kijken hem bevreemd aan. ‘Ik heb het te druk,’ verzucht Musa, vroom moslim.
De zaal zit tjokvol, het beloofde optreden van de beroemde moslimdenker Tariq Ramadan is de grote trekpleister.
Job Cohen bijt het spits af en pleit voor ‘burgerfatsoen’ in het debat. ‘De tóón is zo belangrijk.’
‘Hij is góéd!’ fluistert Musa enthousiast.
Paul Scheffer uit zijn ongenoegen over het feit dat er in de media voortdurend over de film van Wilders wordt gesproken. ‘Het lijkt of we allemaal wachten op Wilders. Wachten tot er iets gebeurt. Terwijl we hem vóór zouden moeten zijn, door te bepalen wat we willen verdedigen. Slagen we daar niet in, dan vreten de extreme randen het politieke midden op.’ Laten we van de nood een deugd maken, gaat Scheffer verder.
‘Wat is dat voor spreekwoord?’ vraagt Musa, die pas op zijn tiende uit Afghanistan naar Nederland kwam. ‘Wat bedoelt hij?’ Publiciste Nahed Selim, de volgende spreker, waarschuwt dat moslims zich veel te snel gekwetst voelen. ‘Sommigen hebben charisma, anderen niet,’ constateert Musa.
In de pauze is Tariq Ramadan er nog steeds niet. Musa bekijkt diens uitgestalde boeken naast de aula en zegt gedecideerd: ‘Ik wil hem horen spreken.’
Terwijl Marcouch op vertrouwde wijze op ‘de kernwaarden van onze samenleving’ hamert en Scheffer ervoor pleit de kiezers van Wilders en Verdonk heel serieus te nemen, horen we dat Ramadan is geland op Schiphol. Pas als Marcouch afsluit en aankondigt dat er die zondag multicultureel zal worden gewandeld rond de Sloterplas, ‘iedereen is welkom’, is duidelijk dat Ramadan echt niet meer mee zal debatteren. ‘U kunt nog met hem praten tijdens het koffiedrinken,’ zegt gespreksleidster Leila. Maar Musa gelooft er niet meer in.
Margalith Kleijwegt
Jong schrijftalent
‘Ik ben gewoon een ?beetje raar, ik heb een obsessie voor woorden’
Vroeger wilde ze paus worden. De eerste vrouwelijke paus. Omdat haar ‘geloofsding’ afzwakte, begon ze aan een nieuwe missie: voor haar achttiende gaat ze een boek uitbrengen. Amber-Helena Reisig werd deze maand zestien.
Het is de finale van schrijfwedstrijd Write Now in uitgaansgelegenheid Off Corso in Rotterdam en Amber-Helena doet mee. Ze draagt een rode jurk met witte stippen. Daar overheen een zwart vestje met een rood lint om haar middel. Haar donkere, glanzende haar is kortgeknipt in een asymmetrisch kapsel. Aan haar voeten draagt ze hoge, rode lakschoenen waarop ze wankel de trap naar het podium bestijgt. Presentator Jeroen Rozendaal maakt een kletspraatje met de nerveus heen en weer schuivende kandidaten. ‘Denk je dat je een grote kans maakt?’ ‘Wat zijn je sterke punten?’ ‘Wat zijn je zwakke punten?’ en: ‘Vond je het moeilijk om de tekst voor de finale te schrijven?’ Amber-Helena wachtte net zo lang tot ze wel móést beginnen met schrijven. Een avond van tevoren sloot ze zich op in haar kamer en schreef ze ‘De Illusionist’. Een bloemrijk verhaal over de door incest geteisterde Aloïsius d’Ouille die met zijn vader een opera bezoekt en daar een bijzondere ontmoeting heeft met een illusionist.
Toch sluimerde ergens diep in mij nog de hunkering naar liefde, diep ingekapseld onder het flegmatieke schild van verdringing. Waar haalt een meisje van zestien uit vier vwo, liefhebster van mode en uitgaan, zinnen als deze vandaan? ‘Ik heb een obsessie voor woorden en lezen. Wanneer ik een woord niet begrijp, zoek ik het op. Ik ben ook gewoon een beetje raar.’
Het liefst leest Amber-Helena Maarten Biesheuvel. ‘Ik houd van complexe en gestoorde personen, vandaar.’ Zelf schrijft ze het liefst over ‘hoe mensen denken en op elkaar reageren’ en ‘aantrekkingskracht’.
Als het tijd is voor de prijsuitreiking houdt de jonge schrijfster stevig een kleine knuffelbeer vast. Een mascotte? ‘Zo moet je dat niet zien. Het is eerder iemand die ik troost. Je kent dat gevoel wel, als het slecht gaat met iemand anders, voel je jezelf beter.’
Maartje Wortel wint de finale. De jury prijst haar om haar sobere schrijfstijl. Het tegenovergestelde van Amber-Helena’s verteltrant: kleurrijk en met veel beeldspraak. Het verlies is even slikken, maar de motivatie om te schrijven niet minder.
Toekomstplannen: een studie woord en beeld volgen aan de Rietveld Academie in Amsterdam, over tien jaar minimaal vier boeken hebben uitgegeven en eigenares zijn van een tweedehandswinkel in kunst, boeken en kleding. ‘Maar schrijven is mijn belangrijkste doel. Mijn hoofd zit zo vol, als ik niet schrijf, ontplof ik.’
Kim Bos
Neelie Kroes op het schavot
‘Nu even alléén maar vragen van dames over vrouwen aan de top’
‘Als mevrouw Kroes opkomt, wil ik dat jullie hard klappen,’ roept de opnameleider van de NOVA College Tour. In de tot studio omgebouwde gymzaal zijn in een U-vorm tribunes geplaatst, waarop zo’n tweehonderd studenten zitten. Aan het plafond bungelen studiolampen. Het experiment van de actualiteitenrubriek doet de Erasmus Universiteit in Rotterdam aan. Op een klein podium in het naar linoleum en zweet ruikende zaaltje zal presentator Twan Huys eurocommissaris Neelie Kroes interviewen.
Als voormalig correspondent in de Verenigde Staten kent Huys het concept van townhall meetings uit de Amerikaanse verkiezingen. Daarbij laten presidentskandidaten zich interviewen door een zaal vol publiek. Onder de naam ‘College Tour’ kopieerde de Amerikaanse televisie de formule met uiteenlopende gasten en studentenpubliek. Twan Huys bracht het format naar Nederland.
Applaus! De presentator komt op: ‘Goedenavond, welkom bij NOVA College Tour.’ Het is elf uur ’s ochtends, van sommige studenten zijn de haren nog nat. Het gevraagde applaus barst los wanneer Neelie Kroes op stilettohakken de sportzaal in loopt. Ze ziet er lichtelijk nerveus uit als ze plaatsneemt op het zwarte podium. Ondanks haar ervaring lijkt het toch alsof ze een schavot beklimt.
Vanuit het publiek worden vragen op haar afgevuurd: over het bierkartel, over particuliere schadeclaims. De eurocommissaris neemt de tijd met haar antwoord, veel woorden en ondersteunende gebaren. Haar roodgelakte nagels steken keer op keer de lucht in. De onderwerpen stuiteren door de sportzaal. Nu lijkt Twan Huys nerveus te worden. ‘Ik wil even alléén vragen van dames over het onderwerp vrouwen aan de top,’ zegt hij nadrukkelijk. Met een kwinkslag naar mannelijke studenten die moeten wachten: ‘Meteen een goede oefening in emancipatie.’
Er volgt een vraag over het glazen plafond, door de studente per ongeluk ‘het ijzeren gordijn’ genoemd. Dan weer applaus. Voor de aftiteling dit keer. ‘De aankondiging moet over, hij stond er niet goed op,’ roept de regisseur als Neelie Kroes de gymzaal weer heeft verlaten.
‘Vanavond op de Erasmus Universiteit in Amsterdam…’ begint Twan Huys. Boegeroep barst los. Hij kondigt haar opnieuw aan, nu in de juiste stad.
Nicole Cartier
Lucht tegen de zwaarte
‘Als één iemand geraakt wordt door een dichtregel, dan is dat hoopvol’
Er hangen enorme ballonnen in de zaal van het Haagse literatuurfestival Winternachten, roze, oranje, groen, blauw. Bungelend aan hun draden deinen ze zachtjes boven de hoofden van de bezoekers.
Na een vrijdagavond in het teken van de ‘Angst’ zijn wetenschappers, politici, schrijvers en muzikanten op de zaterdagavond samengekomen om over ‘Hoop’ te praten.
Michael Zeeman stelt vragen. Zijn wij hoopvolle mensen? Hoe onderhoud je hoop? Is hoop heel hard geloven? Is er literatuur die hoop biedt?
Aan minister Plasterk van OCW de vraag: ‘Is er hoop te vinden in het oplossen van problemen?’ Is dat waarom de wetenschapper de politiek is ingegaan? De minister denkt na. Problemen en hoop: als sociaal-democraat zijn ze voor hem onverbrekelijk met elkaar verbonden. Maar de minister is voorzichtig. Oplossingen en vooruitgang, het zijn ingewikkelde zaken. En bovendien: er zijn altijd tegenbewegingen. ‘Want hoe kan het,’ vraagt Plasterk zich af, ‘dat in het land dat Goethe en Einstein heeft voortgebracht, ook de ?nazi’s zijn opgestaan? Dat geeft twijfel aan de hoop, aan het vooruitgangsdenken.’
Ambiguïteit, heen en weer zwenken. Als het om hoop gaat, is er altijd sprake van dubbelheid. Wanhoop, angst en twijfel gaan hand in hand met optimisme, schoonheid en geloof. Moeten we dromen of toch vooral realistisch zijn?
Adriaan van Dis, ‘de grote, witte man in Afrika’ (Michael Zeeman), spreekt wijze woorden. Het gaat volgens hem om de metamorfose. ‘De plek waar we zijn, bepaalt hoe we lopen, bewegen, praten. We passen ons aan en veranderen. Precies die verandering is hoop. Als één iemand geraakt wordt door de schoonheid van een dichtregel, en de wereld wil veranderen, dan is dat hoopvol.’
Verandering, lucht en schoonheid. In de zaal schommelen de ballonnen nog steeds heen en weer, alsof ze dansen op onhoorbare muziek. Nu eens tikken ze elkaar aan, dan weer drijven ze uit elkaar. Het tempo is oneindig traag, de beweging herhaalt zich voortdurend. Een beetje goede hoop hangt in de lucht. Boven in een zaaltje, tegen de zwaarte.
Rachel Visser
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.