Jorien weglaseren

Feyenoord-fan: dat word je niet, dat ben je. Sinds zijn zevende maakt Ronald Wilson, geboren Vlaardinger en werkzaam in de mouterij, deel uit van het Legioen, de oertrouwe achterban van de Rotterdamse club. Uiteraard frequenteert hij alle wedstrijden van Feyenoord, inclusief Europese uit-duels in Dnjepropetrovsk en Trabzon. Hij heeft uitsluitend Feyenoord-kleding in de kast hangen. Zijn jongste zoontje heet ‘Brian Feyenoord’. Ronalds clubliefde kent zelfs geen fysieke grenzen: op zijn zestiende verbrijzelde hij op weg naar De Kuip zijn onderarm, maar hij bezocht tóch de thuiswedstrijd tegen FC Groningen – de artsen in het Dijkzigt-ziekenhuis verbijsterd achterlatend. Hij heeft er nog altijd last van.

Het meest trots is Ronald op zijn Feyenoord-tatoeages. Op zijn rechteronderarm heeft hij een Feyenoord-embleem met een draak. Op zijn rechterbovenarm: stadion De Kuip met een vuist die uit de Maas komt. Zijn rechterborst wordt gesierd door een duivel in een Feyenoord-shirt, zijn rechteronderbeen door een ‘tribal’ met een Feyenoord-embleem. Over de volle breedte van zijn buik staat, in Old English letters, de naam ‘Feyenoord’. Op zijn rechterarm prijkt een buldog met een Feyenoord-vlag. Zijn gehele rug wordt bedekt door stadion De Kuip in vogelvluchtperspectief.

De meest vreemde staat sinds een jaar of tien op Ronalds linkerbovenbeen: een levensgrote tatoeage van Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik. ‘Het begon als een grap. Ik zat bij Tattoo Bob aan de Pleinweg in Rotterdam. Die legde net de laatste hand aan de Kuip-tatoeage op mijn rug. Toen zeiden een paar maten van me: je durft toch nooit Jorien van den Herik op je been te laten zetten. “Zet hem er maar gelijk op,” zei ik toen.’ Ronald heeft nooit spijt gehad van zijn ongebruikelijke hommage aan ‘de man die onze club begin jaren negentig heeft gered’. Maar dit seizoen begon Wilson zich toch wat ongemakkelijk te voelen. Van den Herik maakte er een zooitje van, en het spel van Feyenoord was niet om aan te zien. Het Legioen morde. ‘Heb je nog steeds die vent op je poot?’ kreeg Ronald steeds vaker te horen op de tribune.

Toen de Grote Kale Leider afgelopen december werd verdreven na een supportersrevolte, wist hij het zeker: Van den Herik moest eraf. ‘Gelukkig herinnerde Tattoo Bob me eraan dat hij beloofd had de tatoeage gratis weg te halen als ik er genoeg van had.’ Eind december toog Ronald voor het eerst naar de Pleinweg voor een hyper­moderne laserbehandeling. Pijn dat het deed! ‘Heb je wel eens stroomstoot door je sodemieter gehad? Zo voelde het.’

De eliminatie van Jorien is een langdurig project: hij moet nog zeker zeven keer terugkomen, met intervallen van steeds zes weken. Pas over een jaar is de gevallen Feyenoord-preses van zijn huid geweken. En dan komt er natuurlijk een nieuwe tattoo. Welke, dat weet Ronald al precies. ‘Mijn jongste zoontje is dat jochie in Feyenoord-shirt met de opgestoken middelvinger, van de bekende foto. Die komt straks op mijn linkerbovenbeen.’

Thijs Niemantsverdriet

Bagdads dagboek

De website van de Brits/Ierse Society of Archivists is geen plek om elke dag naartoe te surfen. ‘Working for Archives, Archive Conservation and Records Management’, is de droge ondertitel van www.archives.org.uk. Maar schijn bedriegt. Klik op ‘Professional Issues’. Dan op ‘International Perspectives’. Door naar ‘A Day in the Life’. En tenslotte: ‘Diary of Saad Eskander, Director of the National Archives and Library in Iraq’. Saad Eskander, staat daar beleefd aangekondigd, ‘is zo vriendelijk een dagelijks verslag van zijn leven in Irak met ons te delen’. Het dagboek begint in november 2006.

Zondag 19 november, Bagdad. ‘Het was een zeer gespannen en lawaaiige dag. Ik hoorde meerdere explosies; sommige niet ver van mijn kantoor. Geweerschoten en sirenes volgden op de ontploffingen. Mijn staf is gewend geraakt aan deze dagelijkse gebeurtenissen en maakte grappen.’

Dinsdag 21 november. ‘Het was verreweg de slechtste dag van het jaar. Op het moment dat ik met de auto bij het hoofdgebouw arriveerde, hoorde ik twee grote explosies. (…) Nadia, een bibliothecaresse van de computerafdeling, verscheen niet op haar werk. Ik hoorde dat haar vader gisteren gewond is geraakt. (…) 11.00 a.m. Ik ontving verschrikkelijk nieuws. Ali Salih is in het bijzijn van zijn zuster doodgeschoten. Ali was een slimme jongeman. Ik heb hem naar Florence in Italië gestuurd voor een opleiding tot webdesigner. Na zijn terugkeer heeft hij samen met Nadia onze officiële website gebouwd en onderhouden (www.iraqnla.org, red.). Hij was het symbool van de modernisering en het hervormingsproces binnen het Nationale Archief. (…) Iedereen die Ali kende moest vandaag huilen.’

Woensdag 13 december: ‘Meer slecht nieuws. Een terroristische groepering heeft het huis van een van mijn stafleden aangevallen. Hij en een van zijn zoons (een student) zijn gewond geraakt, terwijl de andere zoon (een arts) is vermoord.’

Zo gaat het verder, eindeloos en uitzichtloos. Ondanks aansporingen van zijn medewerkers om het land te verlaten en zijn hachje te redden, blijft Eskander op zijn post en houdt hij de archieven en de bibliotheek open. Wie weet wat er zich in de archiefdozen bevindt, wat hij bewaakt. Zal het Nationale Archief er wat mee opschieten als straks de door Bush beloofde twintigduizend extra soldaten in de stad arriveren?

Henk van Renssen

IJsland smelt

IJsland kan zich geen betere promotor wensen dan Anneke Dekker. De directeur van Iceland Tours, een klein, zelfstandig reisbureau, is charmant, zakelijk en bevlogen. Begin jaren tachtig verloor ze haar hart aan het land. Sindsdien is ze er honderdvijftig tot tweehonderd keer geweest. Ze roemt de ongerepte natuur met zijn gletsjers en heetwatermeren, het uitgaansleven in Reykjavik, dat je móet zien omdat het zoveel extremer is dan in Nederland. ‘Als wij een slok op hebben, hebben zij er drie op.’

Folders tonen de bezoeker stille meren, de middernachtszon, het Ice Hotel. Ook dit jaar verwacht het verkeersbureau weer een toename van het aantal bezoekers. Dat groeit gestaag met zeven procent per jaar. Het land krijgt jaarlijks meer toeristen – zo’n vierhonderdduizend – dan het inwoners telt.

En dat terwijl de meest voor de hand liggende attractie tanende is. ‘In de reiswereld van Groenland, IJsland en Spitsbergen merken we dat geen bestemming meer sneeuwzeker is,’ zegt Dekker. Sneeuwscooteren, een van de grootste toeristentrekkers, kan ze haar klanten niet garanderen. Voor een bezoek aan een gletsjer moet je verder reizen dan tien jaar terug.

De klimaatverandering brengt haar in een lastig moreel pakket. ‘Als je het bericht de wereld inbrengt dat er in 2040 geen ijsbergen of beren meer te zien zijn, denkt iedereen: daar moet ik naartoe, nu het nog kan! Dan denk je: wat is mijn taak?’

Als ik het niet verkoop, doet een ander het, dacht ze. ‘Ik promoot het, omdat ik het een fantastische bestemming vind. Maar ik probeer mensen wel te beïnvloeden in hóé ze het doen.’ Op haar website buitelen de milieukeurmerken over elkaar: Trees for Travel, Green Globe, Environment and Food Agency of Iceland.

De ironie wil dat toerisme naar IJsland juist werd gepromoot om de bevolking voor de gevolgen van een eventuele milieuramp te behoeden. IJslanders waren lange tijd afhankelijk van de visvangst. Na de van Engeland gewonnen kabeljauwoorlogen, tussen 1958 en 1976, boden de territoriale wateren voldoende inkomsten. Maar toerisme bleek een goudmijn, vooral de laatste vier jaar. De hervatte walvisvangst, vorig jaar, heeft de publieke opinie wel iets geschaad, maar tot een terugloop in de bezoekersaantallen leidde dat niet.

Ook onder Nederlanders is het land populair. Vanaf deze zomer vliegt prijskraker Iceland Express van Eindhoven naar Reykjavik. Voor nog geen 120 euro, drie maanden in het jaar, twee keer per week. Dat betekent het einde van de natuurlijke selectie die ontstond omdat reizen naar IJsland zo duur was. ‘Vroeger moest je er vijf jaar voor sparen.’ De rustzoekers van nu zullen gezelschap krijgen van cityhoppers. ‘Ach ja,’ zegt Anneke Dekker, ‘het is ook een fantastische bestemming.’ Ze haalt haar schouders op. ‘En zwemmend kom je er niet.’

Maartje Duin

Nu de wc-pot nog

Het kan natuurlijk aan mij liggen, maar als ik word uitgenodigd voor een bijeenkomst van het ‘Europese project Pariteia’ getiteld ‘Mannen aan zet voor gender equality’, dan verwacht ik (1) veel vrouwen (mannen komen nooit naar zoiets) en (2) een handvol blanke mannen die zó verschrikkelijk graag laten zien dat ze het goed met vrouwen voor hebben, dat je als vanzelf verlangt naar een echte, ouderwetse macho.

Ik reken zeker niet op mannen van Arabische afkomst, laat staan driekwart zaal vol. Dat al die allochtone mannen serieus luisteren en ook nog begrijpen wat hoogleraar Jan Willem Duyvendak over zijn onderzoek naar zorgende mannen vertelt – dat kun je als inwoner van een land waarin IJzeren Rita furore maakt, nauwelijks geloven.

Turken en Marokkanen sláán hun vrouwen toch alleen maar? Wat hébben allochtone mannen in het Haagse Laakkwartier met gender equality?

Heel simpel. De 2500 mannen van vijftig verschillende nationaliteiten die het Vadercentrum Adam bezoeken om daar een cursus te doen of iets anders te ondernemen, drijven samen dat centrum. Ze koken (de lunch die werd geserveerd was om van te watertanden), ze dweilen, ze zetten hun eigen overhemden en broeken in elkaar. Naaien is er mannenwerk.

Het vader/kind-zwemmen, de cursus coachend vaderschap, het Van Harte Resto restaurant en niet te vergeten het – landelijk bekende – Marokkaanse Buurtvaderproject, het zijn maar een paar activiteiten van ‘Adam’. ‘Werk en zorg zichtbaar maken’ is één van de pijlers van het Vadercentrum. Geen wonder dat Pariteia daar zijn onderzoek kwam presenteren.

Dit onderzoek, dat in vijf Europese landen is gedaan, laat zien dat mannen wel wat meer zijn gaan zorgen, maar lang niet zoveel meer als vrouwen betaald zijn gaan werken.

Bovendien doen mannen wat zorg betreft alleen de leuke dingen: in de weekends koken (dan hoef je je niet te haasten), met de kinderen op stap (gezellig), voor buren en kennissen goed zichtbare klussen uitvoeren (kijk mij eens!). ‘De wc-pot poetsen is er niet bij,’ benadrukte Duyvendak.

Behalve als er echt geen vrouw is die het doet, waarschijnlijk. Op de wc van het Vadercentrum was niet veel aan te merken.

Malou van Hintum