De jacht op Obama

Een subliminale boodschap heeft als doel mensen onbewust te beïnvloeden. Tijdens de vorige Amerikaanse verkiezingsstrijd was er een klein relletje vanwege zo’n vermeende boodschap: Bush’ campagneteam zou in een verkiezingsspotje, waar het woord democRATS in voorkwam, de laatste vier letters, ‘rats’, net iets langer hebben laten zien. Op die manier hoopten zij het onderbewuste van het Amerikaanse electoraat te bereiken en te beïnvloeden.

Barack Obama, de zwarte ­senator uit Illinois die zich deze week opwierp als officiële kandidaat voor de democratische nominatie voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, heeft te maken met minder geraffineerde lastercampagnes van conservatieve zijde.

Obama benadrukte zaterdag op de stoep van het parlement in Springfield, waar Abraham Lincoln in 1858 zijn strijd tegen de slavernij aankondigde, nogmaals zijn voorkeur voor terugtrekking van de Amerikaanse troepen. De Australische premier John Howard, gecommitteerd Bush-aanhanger, reageerde hierop door te verklaren dat Obama als president een geschenk voor terroristen zou zijn.

In eigen land is Obama’s naam al een aantal keer als Barack Osama uitgesproken, wordt zijn tweede naam, Hussein, vaak nadrukkelijk genoemd en in de bloggerswereld wordt er volop ­geroddeld over zijn opvoeding door moslims. Barack Hussein Osama, daar ga je het niet mee redden in het land van FOX News. Dat vehikel van de conservatieve propaganda­machine heeft onlangs nog een flinke duit in het zakje gedaan. Een hele uitzending stond in het teken van Barack Obama. Volgens John Gibson, een van de grote anchormen van Fox, heeft Obama een ‘dirty little secret’: hij rookt. Sigaretten. Oei. Tijdens de uitzending, die een flink Opsporing Verzocht-karakter had, werd er aan de kijkers gevraagd: ‘Would you vote for a smoker as president?’ en ‘What else do we not know about Barack Obama?’.

Obama lijkt nu al te moeten vechten tegen reputatie­schade. Voordat de voorverkiezingen zijn begonnen wordt hij geportretteerd als een politicus met islamitische wortels wiens naam bovendien grote gelijkenissen vertoont met de twee personificaties van het Kwaad. En als ook zijn karakteristieke maple syrup voice het begeeft door het gedwongen stoppen met roken, lijkt de weg naar het Witte Huis voor Barack Hussein Obama erg ver en haast onbegaanbaar. Hoewel, illustere Democraten uit het verleden, zoals Franklin Delano Roosevelt, John Fitzgerald Kennedy en William Jefferson Clinton, hadden ook een asbak op hun bureau staan.

Maurits Martijn

Het hondenschaapje

‘Twee maanden geleden was Emmie nog een huppelend lammetje van vier kilo. Nu is het al bijna een schaap. Wat een verschil met de groei van een mensenbaby.’ Vertaler Paul Beers en zijn vrouw Carla namen een verstoten lammetje mee naar huis en verzorgden het. (De Kleine Wereld, 13-01-07 en 27-01-07). Het beestje weegt nu vijfentwintig kilo. Paul: ‘De kinderbox in de keuken hebben we opgeruimd, ze komt het huis niet meer in. Ook mijn belendende werkhuisje niet, want ze heeft de draad van mijn toetsenbord naar de harde schijf losgerukt en zo mijn toetsenbord voorgoed onklaar gemaakt. Ze loopt overdag lekker in de tuin rond en begint van het nieuwe gras te eten.’

Emmeke krijgt nog drie flessen per dag: ‘Ongelooflijk hoe snel ze zo’n driekwart liter achter elkaar naar binnen slokt.’ Ze slaapt ’s nachts in een hoek van de hooischuur, waar ze heen gaat als het donker wordt, na de fles van zes uur. ‘Twee keer per dag gaan we met haar uit wandelen. Dat vindt ze prachtig: ze is zó op mensen gericht, ze weet niet anders dan dat wij bij haar horen: ze gedraagt zich een beetje als een hondenschaapje.’

Over een dag of tien maken Emmie en haar pleegouders een écht lange wandeling. Het beestje is welkom bij kennissen in de buurt die een groep hobbyschapen houden. Waarom mag ze daar niet nu al naartoe? Beers: ‘De schapen zijn drachtig. Als we Emmeke er nu al bij zouden plaatsen, is het risico groot dat die schapen daar achterdochtig op reageren. Maar hebben ze eenmaal gelammerd, dan hebben de dieren al hun aandacht nodig voor hun eigen kinderen. We verwachten dat Emmie dan meer kans maakt om soepel in de groep te worden opgenomen.’

Natuurlijk gaan Paul en Carla hun wollige pleegkind daar opzoeken. ‘Onze kennis zei dat we altijd de wei in mogen: “Roep haar maar! Ze is zo op jullie gesteld, ze komt vast.”’

Dat zou mooi zijn. Maar eerst zien wat de kudde ervan denkt.

Martje Breedt Bruyn

De president en baby Pelosi

George Bush is dichtbij en dus staat de nauwe gang naar de hotelkeuken vol met enorme geheim agenten. Op een van de vloertegels glimt iets vettigs en een van de oortjes maant een kok het onmiddellijk op te dweilen. Met de kok aan onze voeten wachten wij op de president, die ons heeft ontboden zodat hij baby Paul kan zien.

Backstage staan we tussen nooduitgang, boilerkamer en betonnen trappenhuis in een anoniem hoekje van dit hotel in Williamsburg, Virginia. Iedere stap die de leader of the free world zet, is voorgeproduceerd door de pr-afdeling van het Witte Huis. Ingeklemd tussen rode exit-bordjes, hangende emmers en bezems vormen twee staande Amerikaanse vlaggen en een van het plafond hangend zwart doek een verplaatsbare fotostudio. De fotografen volgen de president altijd en overal, ook hier, op de jaarlijkse Democratische retraite voor tweehonderd Congresleden. Op uitnodiging van de nieuwe Speaker zal de Republikeinse president vertellen hoe hij na zes jaar Republikeins Congres denkt te gaan samenwerken met de nieuwe Democratische meerderheid in Huis en Senaat.

Bush komt binnen door de openzwaaiende keukendeur, loopt resoluut op Speakers kleinkind af en met een snel ‘mag ik?’ neemt hij hem uit mijn armen. Terwijl ik nog net ‘Mr. President’ weet te stamelen, is hij al honderdtachtig graden gedraaid naar een gereedstaande camera en roept over zijn schouder: ‘I haven’t lost my touch!’ Bush ten voeten uit: zelfverzekerd vrienden maken met de parlementaire vijand terwijl hij politiek kapitaal in zijn armen vasthoudt. De baby is vandaag de in een luier gestoken verbinding tussen de president en de Democratische Speaker van het Huis. De moeder van de baby, die ooit een documentaire maakte over W., krijgt een handje en dan is Bush klaar voor het echte werk.

Na dit geregisseerde moment betreedt hij het podium en met zijn karakteristieke zelfvertrouwen zegt hij tegen de naast hem staande Speaker: ‘Fijn om je kleinkind te ontmoeten. Ik ken zijn moeder goed. Als het kind zoveel spunk heeft als zijn moeder he’s going to have a fantastic life.’ Het is op dit moment dat ik besef dat mijn zoontje Paul door Bush wordt gebruikt als het perfecte rekwisiet om de Democraten de hand te reiken. Met zijn historisch lage opiniepeilingen heeft hij iedere vriend nodig die hij kan krijgen. De kleinzoon is hét symbool om de Democraten duidelijk te maken dat hij ‘in de laatste vijfentwintig procent van zijn presidentschap’, iets voor elkaar wil krijgen. Zijn politieke erfenis staat op het spel en iedereen weet: de weg naar de Democratische Speakers hart loopt via haar kleinkind.

Michiel Vos

Bejaarden-bubbelbad

Onrust in de recreatiezaal van het Willem Dreeshuis. Aan tafel zitten mevrouw Petersen (96) en mevrouw Van Mourik (89), bewoners, en Edwin Bult, manager. Het nieuwe bubbelbad deugt voor geen meter, vindt mevrouw Van Mourik. ‘Je kunt dat paneel niet lezen. Of ga jij met je bril op in bad?’ Ze kan niet bij het alarm als er iets misgaat en ze weet ook niet waar ze haar zeep kwijt moet. Op een hulpstuk dat ze nog gaan bouwen, sust Bult. Hij zal de technische dienst benaderen. ‘Maar het probleem is dat we te weinig mensen hebben.’

Eerder, op zijn kantoor, noemde Bult het bubbelbad juist als hét voorbeeld van de geslaagde overlegcultuur binnen het Willem Dreeshuis. ’s Lands eerste sociaal-democratische verzorgingshuis vierde afgelopen week zijn vijftigjarig jubileum. Vroeger mochten alleen ouderen met een lidmaatschap van de vakbond, PvdA, VARA of Het Vrije Volk hier tot rust komen, na ‘een leven van werken en strijden’. Die eis wordt aan de huidige bewoners niet meer gesteld. Al komt de Telegraaf nog steeds het huis niet in en zingt het koor elke dinsdagochtend trouw de Internationale – uit het hoofd. In de gang staat een borstbeeld van Drees. ‘De bewoners dragen hem in hun hart,’ zegt Bult. ‘Wij snappen niet hoeveel de AOW voor die generatie betekende. Dat ze niet meer hoefden te sappelen, dat het armenhuis niet meer hoefde.’

In plaats daarvan kregen ze dit S-vormige gebouw in de Watergraafsmeer. De bewoners wonen er zelfstandig, maar eten in een gezamenlijke ruimte. Het Dreeshuis heeft een cliëntenraad, een gangoverleg en een medelevingsfonds, bestaande uit mevrouw Van Mourik. In het kader van de solidariteit doet mevrouw Petersen, kwiek nog, boodschappen voor haar buren. En toen er een nieuw bubbelbad moest komen, werden de leveranciers ontboden om de wensen van de gebruikers aan te horen. In het katholieke Sint Jacob op de Plantage Middenlaan was dat anders gegaan, zegt Bult. ‘Daar is de cultuur: de paus beslist. Hier beslissen we alles samen.’

Het is lastig om een verzorgingshuis draaiende te houden, zegt Bult. Job Cohen zei in zijn jubileumspeech: 1957 was het begin van de verzorgingsstaat, maar een halve eeuw later zit die in een dipje. De manager gruwt van het ‘doelmatige werken’ dat hem wordt opgelegd. ‘Dat je je financieel moet verantwoorden, vind ik terecht. Maar het grote geld van de gezondheidszorg gaat naar de bureaucratie,’ klaagt Bult. ‘En ik heb steeds minder handen aan één bed.’

Laat staan aan één bubbelbad. Er zijn geen verzorgers om de bewoners in bad te helpen, geen technische dienst om te zorgen dat ze er zelfstandig in kunnen. ‘Vroeger hadden we Edwin en Joop voor dit soort klusjes,’ zegt Bult. ‘Tegenwoordig is alleen Edwin nog over. En als je hem wilt gebruiken, moet je dat eerst vragen aan het bestuur. ’t Is veel zakelijker geworden.’ ‘Vroeger was er meer saamhorigheid,’ beaamt mevrouw Petersen, ‘maar we hebben nog steeds een fantastische manager.’ ‘We gaan hier tijd en zorg in stoppen,’ belooft Bult. ‘Ik hoop dat ik dat nog meemaak,’ zegt mevrouw Van Mourik.

Maartje Duin