Een Bosniër in New York

‘Srebrenica is het been dat het Hof ons toewerpt.’ De Bosnische oud-ambassadeur Muhamed Sacirbey reageert verbitterd op de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in de zaak Bosnië versus Servië. Vorige week besloten de VN-rechters in een salomonsoordeel dat Servië geen volkenmoord in Bosnië heeft gepleegd, hoewel er wel sprake was van genocide in Srebrenica. Alleen was Servië daar niet verantwoordelijk voor, ook al had Servië verzuimd om de massamoord te voorkomen.

Muhamed – ‘zeg maar Mo’ – Sacirbey diende veertien jaar geleden de Bosnische aanklacht bij het Hof in Den Haag in. Reden voor veel bezoekjes aan Nederland. Daar combineerde Sacirbey het nuttige met het aangename. Jarenlang onderhield hij een verhouding met Mabel – nu prinses Mabel – Wisse Smit. De reizen naar Nederland zouden hem later opbreken. Vier jaar geleden beschuldigde de Bosnische regering Sacirbey van het verduisteren van overheidsgelden. Onzin, zei Sacirbey, elke cent was voor de Bosnische zaak. Maar Bosnië eiste zijn uitlevering en Mo zat acht maanden in New York in uitleveringsdetentie, tot hij op borg vrijkwam. Nu is de zaak in hoger beroep. En het einde is niet in zicht. ‘Ik geef het niet op,’ zegt de oud-ambassadeur strijdbaar. ‘Ik heb de Bosnische zaak bij het Gerechtshof in Den Haag ook doorgezet, hoewel ik van alle kanten onder druk stond om de aanklacht in te trekken.’

Die zaak heeft hij verloren. Spijt heeft hij niet, ook al heeft het hem persoonlijk veel gekost. ‘Je moet de confrontatie met het kwaad aangaan,’ vindt hij, ‘anders kun je nooit vergeven.’

De oud-ambassadeur, eens de darling van de media, leeft nu teruggetrokken met zijn vrouw Susan in Staten Island, niet ver van de veerboot naar Manhattan. Hij staat nog altijd onder gerechtelijk toezicht. ‘We gaan dit weekend naar Chicago,’ zegt Susan Sacirbey. ‘Daarvoor moesten we toestemming vragen aan de rechter.’ De Sacirbeys maken de reis per auto. Zelfs een binnenlandse vlucht kan problemen opleveren, omdat Sacirbey zijn Amerikaanse paspoort moest afstaan.

Mo Sacirbey heeft de laatste jaren veel nagedacht. Over Bosnië. En over Nederland. Beiden zijn ‘in denial’. Ze willen niet erkennen dat ze door Amerika zijn verraden. ‘Nederlanders doen me denken aan Iraniërs die zichzelf geselen met van die zwepen waar spijkertjes aan vast zitten. Het is makkelijker om jezelf te straffen dan om de confrontatie met je grootste bondgenoot aan te gaan.’

In de gevangenis had hij het plan opgevat om zijn memoires te schrijven. Is daar nog iets van gekomen? ‘Mijn verhaal,’ zucht hij, ‘is net als dat van de graaf van Monte Cristo. Als ik begin met vertellen dan zie ik mijn toehoorders denken: die man is óf hartstikke gek, óf hij misbruikt een zeker Colombiaans voedingssupplement.’

Freke Vuijst

‘Popje’ gaat echt te ver

‘We moeten ermee ophouden mannen te zeggen wat ze allemaal fout doen,’ vindt feminist Roos Wouters. Organisatie Women Inc., die elke maandagavond vrouwen ‘met een statement’ in Pakhuis De Zwijger een podium verschaft, gaf deze keer de microfoon aan de tweeëndertigjarige politicologe. Ze heeft twee kinderen en wil graag parttime werken, maar slaagt er niet in een baan op niveau te vinden. Verder heeft Roos een man, Joost, voor wie ze alleen maar een biertje uit de koelkast haalt als hij ‘moppie’ tegen haar zegt. ‘Popje gaat te ver,’ vindt Roos.

‘Ja maar, ik ken Joost. Hij zegt dat met een vette knipoog,’ riep een bekende vanuit het publiek. Het beloofde een gezellige bijeenkomst te worden, met veel huiselijke details.

Wat we in de loop van de avond over Joost te weten kwamen – waar was hij eigenlijk? Moest hij thuis bij de kinderen blijven? – was dat hij de boodschappen doet, de kinderen van school haalt, kookt, kortom: Joost is zo’n Moderne Man die een Negen zou scoren op de meetlat van Cisca Dresselhuys.

Roos wil dat vrouwen als zijzelf en mannen als Joost samen optrekken om de samenleving klaar te maken voor parttime werkende ouders. Ze bepleitte een revival van Man Vrouw Maatschappij. ‘De nieuwe strijd is samen,’ vindt Roos. Grootste obstakels: feministische topvrouwen – ‘verzuurde vrouwen die het jou zo moeilijk mogelijk maken omdat ze het zelf ook moeilijk hebben gehad’ – en een onwillige overheid. Joost kreeg maar twee dagen kraamverlof toen Roos moest bevallen. ‘Daarna werd hij teruggestuurd naar zijn werk.’ Joost had er, blijkbaar, niet één vrije dag voor over om bij vrouw en baby te zijn.

Met dat man bashing valt het in de praktijk trouwens erg mee, vertelde een vader. ‘Als ik eerder van een vergadering wegga omdat ik mijn kinderen moet ophalen, vindt iedereen dat schattig.’

Bovendien zijn, zeker bij werk dat niet aan een specifieke werkplek is gebonden, flexibiliteit en bereikbaarheid tegenwoordig belangrijker dan fysieke aanwezigheid. Zelfs veel mensen met een fulltime baan zijn daarom in staat hun kinderen op te halen van school en het befaamde kopje thee met ze te drinken. Die mensen, mannen én vrouwen, werken ’s avonds gewoon wat langer door. Dat hebben ze helemaal zelf bedacht en geregeld. Zonder overheid.

Ideetje, Roos?

Malou van Hintum

Verstoten halfschaapje

Emmie, het verstoten lammetje dat door vertaler Paul Beers en zijn vrouw Carla in huis is genomen, is een Bentheimer. ‘Niet verwonderlijk,’ zegt Beers, ‘want even over de grens met Bentheim vonden we haar.’ Het kenmerk van dat ras: opvallend lange oren die sierlijk afhangen, hoog op de poten en een lange staart. Emmie was dan ook voor Carla een foto-object van jewelste. ‘Zaterdag twee weken geleden hebben we haar in de auto, naast Carla op de achterbank, weggebracht naar haar nieuwe verblijfplaats bij de kudde van de bevriende hobbyboer,’ vertelt Beers. ‘We namen melkpoeder en lammerenkorrels mee. En haar knuffel, een warm dekentje. Aanvankelijk bivakkeerde ze in een houten schuurtje met een rieten dak. Daar verbleven ook de ooien die pas gelammerd hadden. De kleintjes mochten nog niet naar buiten, en daarom moest ook Emmie nog even binnenblijven.’

De pleegouders zoeken hun protegee regelmatig op. ‘Ze woont aan de Waal, vlak voor Tiel, op een plaats waar wij altijd langskomen als we in die stad iets te doen hebben. De deur van het hok staat open. Afgelopen tijd was het slecht weer, de schapen bleven, heel verstandig, binnen. Maar als wij bij Emmie op bezoek gaan, reageert ze onmiddellijk op ons, ze springt meteen te voorschijn. Wij herkennen ook háár geluid. Bij zo’n bezoek nemen we versnaperingen mee. Ze is dol op gemengd graan voor de kippen. Ook de andere schapen krijgen natuurlijk hun deel.’

Emmie merkt niets van de ontwenning waar de pleegouders zo op aansturen. Paul: ‘Het halfschaapje is niet een zielige wees die staat te jammeren over de afwezigheid van ons, haar pappie en mammie. Maar ja, haar verblijfplaats ligt zo op onze route, dan houd je die band met haar aan. Ze voelt zich gelukkig op haar gemak met de jonggeborenen van nu, de oudste ervan loopt al met haar op in de wei.’

De pleegouders van het lammetje denken dat Emmie het eerste jaar niet zal worden geschoren of gedekt – ook al is ze, wat dat laatste betreft, drie maanden ouder dan de lammetjes van nu. ‘Met de boer en de boerin is afgesproken dat we contact houden,’ zegt Paul. ‘Maar ja, wat is de normale leeftijd voor zo’n dier? Vijf jaar? Ik heb geen idee. Wie weet, misschien mag ze ook haar oude dag bij ons doorbrengen.’

Martje Breedt Bruyn

Antony pikt een parfum

Ze zijn weer even in het land, de ongrijpbare, wonderlijke zusjes Bianca en Sierra Casady. Met hun freakfolkgroep CocoRosie spelen ze in een afgeladen, benauwd Desmet in Amsterdam. De bedoeling is om de release hun nieuwe cd, The Adventures of Ghosthorse & Stillborn, luister bij te zetten. Sierra is weer haar engelachtige zelve, met haar lange zwarte haar, het getekende traantje onder haar linkeroog en de eeuwige glimlach. Bianca blijkt te zijn veranderd in een kruising tussen Dick Trom en Pietje Bell: een bolle toet, kort, blond geverfd haar, met daarop een petje uit de jaren vijftig.

Het concert is business as usual: chaos, stilte, chaos, lange stilte, en af en toe echte magie. De meeste indruk maakt de Franse human beatboxer die, tussen zijn ritmische mond-manoeuvres door, ook nog eens ‘Kiss’ van Prince blijkt te kunnen zingen. De toegift is een mooie uitvoering van ‘Sunshine’, onderbroken door een unisono door de dames gerapt citaat uit de hiphopgeschiedenis. Na afloop wijst het gekir je de weg naar de kleedkamer. Onverwacht beteuterd doet Bianca open: dit was het slechtste optreden ooit. Ze had het podium wel af willen lopen, maar ja, dan had ze ruzie met haar zus gekregen. Dus kom alsjeblieft op 11 april naar de revanche in Brussel.

Sierra lacht nog steeds. Ze haalt haar schouders op bij de opmerkingen van haar zus, die haar pet verruilt voor een ouderwets soort schaatsmuts. ‘Weet jij misschien iets van de Dutch Masters? Ben ik zo niet net het Melkmeisje?’

Aan Sierra de vraag of ze haar goede vriend Antony, die van die geweldige stem en van Antony and The Johnsons, recent nog heeft gesproken. Sure. Daarna verschijnt snel een pruillip: ‘There has been a little rift between us.’ Het zit zo: Sierra Casady gaf een feestje bij haar thuis, waar Antony ook was. Daar moet hij haar parfum hebben gezien. De volgende dag betrapte ze hem namelijk in haar favoriete luchtjeszaak in Manhattan, grabbelend in het rek van háár merk. Ja, zo gaan vrienden niet met elkaar om – een beetje elkaars geurtjes stelen. ‘Ik probeer er cool onder te blijven, maar…’

Even later maakt iemand in de kleedkamer een pesterige opmerking over het voorval. Sierra’s gezicht betrekt, en haar ene schoen staat al in de stampvoethouding. ‘Wat zei je nu net zelf?’ zegt haar zus serieus. ‘Cool blijven!’ Kinderen zijn het, maar bijzondere kinderen.

David Kleijwegt