Ricky Gervais onder vuur

Aan het eind van Princess Street bedekt een een glimmend wit doek de gevel van een kantoor­gebouw. Ricky Gervais at Edinburgh Castle is Sold Out, staat er in manshoge kapitalen. Daaronder, slechts marginaal bescheidener: What a pointless billboard. In Groot-Brittannië ligt de ooit als geniaal bestempelde komiek de laatste weken onder vuur. Het wereldwijde succes van de series The Office en Extras is hem naar de kop gestegen, zo menen de critici. Zijn show heeft de titel Fame en gaat over de wereld van de A-list celebrities waarin hij beland is na het succes van The Office, waarin hij de rol van de monsterlijke David Brent voor zijn rekening neemt. Of lijdt hij echt aan grootheids­waanzin? Waarom liet hij zich door zijn nieuwe vrienden verleiden tot bijrolletjes in Hollywood-films? Zijn acteerprestaties werden matig ontvangen. Is hij wel de originele geest die we in hem zagen? Tijdens het herdenkingsconcert voor Diana viel Gervais behoorlijk door de mand toen hij wat extra tijd moest opvullen. En nu deze megalomane gig op het kasteel. Elk jaar in augustus spelen de grote namen in comedy in Edinburgh. Vaak in kleine zaaltjes, een maand lang, iedere dag. Zo niet Ricky Gervais. Die heeft voor één dag de esplanade geboekt, het plein voor het kasteel, hoog boven de stad. For one night only, 26 augustus, de laatste dag van de Fringe. Op de tribunes waarop de hele maand bejaarde Amerikanen hebben gezeten voor de Military Tattoo is plaats voor achtduizend man. De kaartjes zijn met 37,50 pond de duurste uit de geschiedenis van de Fringe. In het programma­boek, dat al in mei gedrukt wordt, heeft Gervais ook een advertentie geplaatst: Ricky Gervais – Live at the Fringe! But you’ll never get a ticket so why not order the dvd instead.

Arrogant kun je het niet noemen om te anticiperen op een uitverkocht huis als je Ricky Gervais heet. Toen begin juni de kaarten in de verkoop gingen, lag de centrale meteen plat. Maar er zijn op Ebay alweer kaarten te krijgen. Mogelijk vanwege de slechte recensies: ‘Misschien moeten we concluderen dat Gervais geen stand-up comedian is,’ werd over Fame geschreven. In een andere recensie stond: ‘Robin Ince is de support-act van Ricky Gervais. Het zou andersom moeten zijn.’ Ook collega’s zijn kritisch over Gervais. Paul Merton, van Have I Got News For You, trekt tijdens zijn improvisatieshow een briefje uit de emmer met daarop ‘een koude, regenachtige avond op het kasteel’. Hij gaat op een stoel zitten, duikt ineen en rilt. Hij kijkt triest op en zegt: ‘I booked early for Ricky Gervais.’

Marie-José Kleef

In de geest van de Spreeksteen

Ze stonden er wat verloren bij, die zonnige zondagmiddag in het Oosterpark in Amsterdam: zes dichters en dichteressen ‘die geen blad voor de mond nemen’. Ze waren gekomen om hun ‘opruiende, politiek getinte, geëngageerde of anderszins betogende gedichten’ voor te dragen. Vanaf de Spreeksteen, de Nederlandse speakers’ corner, opgedragen aan Theo van Gogh, voorstander van het vrije denken en spreken. Theo van Gogh was er ook, in de vorm van een geschilderd portret dat was opgehangen aan een hoge metalen stellage. Op zijn T-shirt met cactusmotief de tekst: Freedom of Speech. Er was maar weinig publiek: vier man en een hond. Moedig beklom de eerste dichter de steen, Simon Mulder. Zijn lange zwarte krullen zwierden elegant om zijn hoofd terwijl hij ‘Protest tegen het despotisme’ voordroeg, maar hij sprak zacht. Zijn woorden werden overstemd door trams die om het park denderden en snaterende eenden in de vijver.

Na twee dichteressen was het woord aan Jack Terrible, beeldend kunstenaar, zanger en psychiatrisch patiënt. Hij verhuisde zijn schilderij van Van Gogh naar de Spreeksteen. Het portret viel met een daverende klap op de grond, pas na veel gehannes kreeg hij het weer op zijn plaats. Hij bracht een ode aan zijn vermoorde held. Na elk kwatrijn blies hij een snerpend riedeltje op een mondharmonica. ‘Theo was zo vrij als een vogel. Tot die bewuste kogel,’ sprak hij met luide stem. .

Luid applaus van de tien toeschouwers kwam er voor de Belgische ‘volbloed liedjesgod’ Armando Dios. Hij is gehandicapt, verplaatst zich in een karretje: ‘U begrijpt, dat ik niet zo’n sprongetje naar de Spreeksteen maak.’ Zijn rap over extreem rechtse jongeren – ‘gebruikt zijn vuisten om te praten’ – viel in de smaak. Simon Mulders manifest, in de stijl van de tachtigers, tegen Lucebert en ‘het bevend-oude Vijftigerskoor’, niet. De jonge dichter Robin Block, die furore maakt in de poetry slam scene, zei dat Lucebert zijn allerfavorietste dichter is. En zo ontstond er die zondagmiddag toch nog een heus debatje. Tussen de dichters onderling, maar vooral tussen Mulder en Block. ‘Lucebert is wél ge­engageerd.’ ‘Nietes.’ ‘Hij is juist heel klankrijk.’ ‘Niet waar.’ ‘Ik denk bij jou aan Piet Paaltjens.’ ‘De tachtigers hadden tenminste nog een schoonheids­ideaal.’ De dichters spaarden elkaar niet. Geheel in de geest van de Spreeksteen: Voor het openbaren van gedachten of gevoelens heeft niemand voorafgaand verlof nodig.

Martje Breedt Bruyn

Kasteel in Californië

‘This castle will save you a trip to Europe,’ hoor ik naast me in die herkenbare mix van: ‘Amerika is weliswaar de baas, maar Europa is nog steeds ijkpunt waar het smaak betreft.’ Het Castello di Amorosa is een ‘authentiek’ Toscaans kasteel net buiten Calistoga, een stoer westerndorpje in het noorden van de Napa Valley.

Omringd door wijnranken en gebouwd door een wijnboermiljonair, is deze Toscaanse versie van Hearst Castle een heus kasteel uit een kinderboek, compleet met ophaalbrug met valhek, muren met kantelen en 107 spelonkachtige kamers.

Democratische leden van het Huis van Afgevaardigden doen hier verslag aan hun topdonoren over de eerste zes maanden ‘in power’ sinds hun Congressionele midterm-overwinning in november 2006. De Congresleden praten over het gevecht in Washington tussen – kort samengevat – de roep om meer security (Bush) en daar tegenover de bescherming van liberty (het Democratisch Congres) in een toepasselijk beschilderde kasteelzaal.

Italiaanse fresco’s gemodelleerd naar de schilderingen in het Palazzo Pubblico in Siena van de Renaissance-schilder Ambrogio Lorenzetti. Thema: ‘Allegorie van good and bad government’, en daar gaat het vandaag over.

Hoeveel macht de huidige president achterlaat voor diens opvolger – in snelle politieke praat tegenwoordig aangeduid als de presidential toolbox – wordt onder meer bepaald door John Conyers uit Detroit, voorzitter van de House Judicial Committee, de commissie die onder meer het ministerie van Justitie overziet.

De oude politicus, indertijd ondersteund door Martin Luther King, zegt omineus: ‘Het Bush-presidentschap is een aanval op het tripar­tiete systeem van ons federale stelsel. Niet alleen het departement van Justitie maar het hele federal government is gepolitiseerd.’

Het klinkt als uit een conversatie tussen Deep Throat en Bob Woodward tijdens Watergate en Conyers herhaalt hiermee een veelgehoord oordeel over het huidige Witte Huis: Bush kiest altijd voor loyaliteit boven kwaliteit en weet zo in weerwil van een vijandige publieke opinie toch min of meer zijn gang te gaan.

De aanwezige donoren zijn voornamelijk andere rijke ­hobbyboeren in de wijn. Het stel achter mij, waarvan zij ooit, onder Clinton, de ambassadeur in Wenen was, laat hun nieuwe wijnboerderij voor honderd miljoen bouwen door architect Frank Gehry.

Ze vormen een contrast met sympathiek Congreslid Earl Blumenauer uit Oregon, met rood metalen fietsje op de revers van zijn jasje, die mij tijdens de lunch uitlegt wat Amerikanen kunnen leren van de ‘Dutch way of working’. Zijn voorbeeld is het Nederlandse antwoord op de door hem moeiteloos aangehaalde ‘great flood of 1953’.

Dát is volgens hem good government.

Michiel Vos

Palmen aan het IJsselmeer

Het waait aan het IJsselmeer. Op de dijk voorbij Durgerdam buigen de grashalmen alle kanten op, het water in het meer rimpelt. Twee fietsers trappen tegen de wind in, de omgeving oogt verlaten.

Onder aan de dijk, in de kroeg van camping De Badhoeve, wordt luidkeels gezongen.

‘We zijn ze niet vergeten, de liedjes van weleer! Ze zijn nog niet versleten en daar gaat ’ie nog een keer..!’

Jan: ‘Wacht, deze is ook leuk jongens. “We gaan niet voorbij zoeven, zonder een bezoek aan De Badhoeve!”’

‘Gabbers, wie is er aan de beurt?,’ vraagt Johan.

Campingeigenaar Flip krijt zijn keu. Hij glimlacht.

‘Ik natuurlijk’, zegt hij. Hij buigt zich voorover en stoot, de biljartballen rollen over de tafel.

Carolien kijkt naar het spel van de mannen. Ze steekt een sigaretje op. Haar huid is diepbruin. Nee, niet van de zon. Maar over het weer gaat Carolien niet lopen meieren. Het is mooi zoals het is.

Wat zou er ook te emmeren zijn? Het café hier, haar woninkie daar. En ze kent iedereen: Witte Willem, Japie G., Jan.

En allemaal kennen ze haar.

‘Mijn huisje op de camping is mijn trots. Hebben we al onze spaarcentjes in gestoken.

Ja, als er iets misloopt, gaan we naar de gallemieze!’

Carolien lacht. ‘Volgend jaar koop ik palmbomen,’ zegt ze. ‘Echte palmbomen voor op het terras. Want dat is toch wel het mooiste wat er is.’

De kleine huisjes heten Happy Days, Woempie en ’t Trefpunt. Voor de ramen hangen ?gordijntjes, de tuinen staan ?vol prullen en opgedroogde fonteinen.

Bij Henk en zijn vriendin staat de televisie aan, The A-team schalt door de kamer. Vanuit zijn rolstoel kijkt Henk over het grasveldje. Een groepje Italianen zet stumperig de ?tent op.

‘Er zit wel ’s een stonede toerist bij die stennis schopt. Maar verder niks hoor,’ zegt hij. ‘Met alle vaste bewoners is het net een grote familie.’

In de keuken braadt zijn ?vriendin het vlees. ‘Als je ’s om iets verlegen zit, klop je zo bij je buurtjes aan,’ zegt ze. ‘Waar maak je dat nog mee?’

Het begint te schemeren.

In de kroeg staat Carolien op.

Ze moest maar weer eens naar haar hondjes gaan kijken, die zitten op haar te wachten.

Ze loopt over het terrein van de camping. Jan zei nog: ga je nou alweer naar die monsters met hun mond- en klauwzeer, mop? Carolien glimlacht. Ja, hier op De Badhoeve is het nog écht ?gezellig.

Rachel Visscher