Rozen en tomaten
Twee meisjes met rubberhandschoenen aan pakken gave tomaten uit kisten en kneuzen die krachtig. Dat spettert straks lekkerder. Alle zitplaatsen op het terras van restaurant ‘Wijn of Water’ aan de Lloydpier in Rotterdam voorzien ze van een bakje met vruchten. Projectielen voor het publiek. Meer dan honderd twintigers en dertigers – allemaal autochtoon – zijn komen opdagen om zich deze avond te laten schofferen door vier schrijvers/performers. ‘Eenbenigen, homoseksuelen, ambtenaren, mensen die suiker in hun espresso doen, feministen – iedereen wordt beledigd,’ staat in de aankondiging van deze vierde zomervoordrachtavond aan de Maas.
Herman Koch treedt als eerste aan, gehuld in een driekleurig regenpak. Krenken is zijn opdracht. En dat doet hij. Weg met de Gay Pride, dat tuig in tangaslip. De eerste tomaten bereiken hun doel. Aan De Parade heeft hij een bloedhekel: een geheel blank festival, ‘hoogdrempeliger dan een witte school in Aerdenhout’. Meer tomaten. En dan de kunstenaars: half Nederland denkt er een te zijn. Ze maken de grootste rotzooi, maar van ónze belastingcenten. ‘Elke dag wordt in dit land wel een baby geboren met het talent van Harry Mulisch.’ Een waar bombardement volgt.
Schrijver Ernest van der Kwast schreef onder het pseudoniem Yusef-El-Halal Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken. Met uitgestreken gezicht vertelt hij over een bezoek van Yusef aan zijn oom in Marokko. Hij bevestigt grondig het ene vooroordeel over Marokkanen na het andere. De oom: ‘Ik heb een geit en een vrouw. Die geit zit ook aan een ketting. Wel een wat ruimere.’ Het publiek schatert en bedelft hem onder de tomaten. Nieuwe bakjes worden uitgedeeld. Het regenpak doet goede diensten. Als Wilfried de Jong aan de beurt is, is het podium al één grote kleddermassa. ‘Hallo doorgevlochten Hollands zooitje,’ begroet hij zijn gehoor. ‘Absolute studentikoze nietsnutten en mutsen met inlegkruisjes.’ Al gauw is het papier met zijn tekst rood doorweekt. Hij trekt zijn regenjack uit en trotseert het pandemonium met ontbloot bovenlijf. En hij gooit terug. Luid gejuich. Plezierdichter Quirien van Haelen wordt bekogeld – én aangevuurd: méér, méér – na een satanisch loflied op Albert Verlinde en Koos Alberts.
Behalve van tomaten is het publiek ook voorzien van rozen. Bedoeld voor de ‘wondermooie zangeres’ Agnes Goslings. Zij is, én zingt, inderdaad wondermooi. Binnen de kortste keren staat ze tot aan haar enkels in de rode rozen.
Martje Breedt Bruyn
Rectaal toucheren vóór de lunch
Gisteren ben ik geamputeerd. Een been eraf. Leuk hoor. Hangt Thom Hoffman boven je. Zegt ie: pak dat been of gooi het in de afvalbak.
Sandra zit rustig op haar stoel. Ze is figurant voor de serie De co-assistent, naar het boek van Anne Hermans. Gisteren lag ze als patiënt op de o.k. Vandaag speelt ze gewoon weer verpleegster.
Dat afgehakte been was trouwens van siliconen. Het zag er best geloofwaardig uit. Ik vond alleen het bloed te weinig. Uit een been komt toch veel bloed?
Kijk, lacht de man naast haar. Dit zijn mijn zustertjes. Hij strekt zijn armen uit en wijst naar de vrouwen om hem heen. De vrouwen zijn gehuld in een witte jas, aan hun voeten dragen ze witte klompjes. En ik ben de arts! Hij klopt zich op de borst.
Een van de zusters zegt tegen Sandra: Thom speelt de cynische dokter. Die zegt dat soort rare dingen over benen weggooien.
Krijgt hij nou een affaire met Hanna Verboom? vraagt een meisje.
De vrouwen schudden hun hoofd. Ze weten het niet. Wat zou er vanmiddag gegeten worden tijdens de lunch? Gisteren waren er aardappeltjes in schil, zegt een oudere vrouw. Ze draagt een badjas, haar haren zitten piekerig. Met haar lange, rode nepnagels bladert ze vluchtig in een tijdschrift. En een schit-te-rende salade. Warme wafels met kersen en slagroom toe… Ze zucht.
Iets verderop wordt er ‘stilte’ geroepen, er wordt weer gedraaid. Hoofdpersonages Elin en Hugo, Hanna Verboom en Michiel Huisman, zitten met de andere co-assistenten in een kamer van het ziekenhuis. Ze luisteren naar twee mannen die een college geven over ‘verantwoord rectaal toucheren’. Dat zijn dingen die aankomende artsen moeten leren. Want: ‘Een vreemde vinger in de anus is op zijn minst een schok.’
Achter de lampen kijken leden van de crew mee op een televisiescherm. Er wordt gegniffeld om de dialogen. Sandra staat nu ook op de set. Ze heeft een vaas in haar handen. Tijdens het draaien moet ze heen en weer lopen. Op het televisiescherm is ze een vage schim achterin beeld. Waar de scène over gaat, weet Sandra niet. Maar dat geeft niet, ze doet dit voor de ervaring.
Vijf takes later staat de scène erop. Doktersjassen worden neergegooid, klompjes uitgeschopt. Alle crewleden haasten zich richting de liften. Bij de cateringbus wachten schalen met asperges, aardappelpuree en ham. Heerlijk, zegt de figurantdokter. Dit is toch waarvoor iedereen het doet.
Rachel Visscher
This War is a Lie
‘Deze oorlog is een leugen’, zie ik op een ouderwets spandoek, gespannen over een viaduct langs Interstate 80 in Berkeley, Californië. Naast mij in een afgetrapte Toyota een authentiek links stel: zowel hij als zij met blanke dreadlocks. Ook zij zien het spandoek en zo staan we samen in de file, twee weken voordat generaal David Petraeus zijn ‘benchmark report’ zal aanbieden tijdens een bezoek aan Washington om Bush en het Congres uit te leggen waarom de Amerikaanse troepen sinds januari wel degelijk succes hebben. In de provincie heeft Irak nog steeds opmerkelijk veel steun, maar niet in de progressieve Bay Area rondom San Francisco.
Daar aangekomen, heb ik even tijd voor mijn vlucht terug naar New York, die andere progressieve kuststrook, en dus drink ik koffie in Caffe Trieste in North Beach, het lokale little Italy en een thuishaven voor degenen voor wie de Democratische Partij nog iets te rechts is. Een oudere stamgast vraagt mij niet mijn meegebrachte New York Times te lezen ‘too moderate’ – dat wil zeggen: niet expliciet genoeg vóór onmiddellijke terugtrekking uit Irak. Zolang het Democratische Congres niet van plan is Bush’ aankomende verzoek om een periodiek oorlogsbudget van $147 miljard voor de oorlog simpelweg af te wijzen blijven de Democraten voor Trieste-gangers verdacht. Dan lees ik maar de San Francisco Chronicle. Op het SFO-vliegveld eet ik en kijk tegelijk CNN – dat hoort op een vliegveld – en zie senator Larry Craig zijn vertrek aankondigen wegens homoseksueel geflirt met een undercover-agent in een publieke wc, ergens op een ander vliegveld. Kan niet als je campagne voert tegen alles wat gay is en tegelijk Republikein bent uit zeer conservatief Idaho, de staat die – in vliegtermen – onderdeel is van de flyover states die ik zo dadelijk zal overbruggen. Oorlog en seks zijn nog steeds dé onderwerpen in de Amerikaanse politiek en het resolute besluit van de Republikeinse Partij Craig de Senaat uit te gooien wijst op nervositeit over ‘08’.
Aan boord zie ik op het televisie scherm voor me de tekst ‘overgave is geen optie’. Een politiek spotje op FOX News propageert steun voor de Amerikaanse troepen en besluit met het bekende call your Congressman or Senator, gevolgd door telefoonnummers van het Capitool in Washington. Het wachten is op de ‘PR Blitzkrieg’ van David Petraeus.
Michiel Vos
Het 123-model
Het laatste écht klassieke model van Mercedes is het 123-type. Fors, rondborstig, met voorspatborden als de gewelfde dijen van een Rubensvrouw. Na 1985 werd Mercedes strak en hoekig, een Volvo-koekblik met buitenmodel bumpers. Geen velgen in de kleuren van het chassis meer, geen grootogige koplampen, geen schuifdak met handbediening; elektronica in plaats van onverwoestbare mechanica. De moderne tijd, net wat u zegt. Maar het gezin dat op weg naar Zwitserland van zijn geliefde ouwe blauwe Mercedes afstand had moeten doen, verdronk in melancholie. Ze wilden dezelfde wagen terug.
Maar hoe? Alle Amsterdamse 123-types droegen de sporen van twintig jaar oorlog met verdekt opgestelde Amsterdammertjes. De bestuurder voelde nog de pijn van de eerste kras in de lak, de vernedering van het eerste handgeschreven rijmpje onder de ruitenwisser: ‘Is deze voor de sloop, bel Ome Joop.’
Toen hij zijn derde achterlicht versplinterde tegen het stalen hekwerk waar Amsterdam zijn grachteniepen mee beschermt, belde hij Ome Joop. Ome Joop kende het probleem: de lampen van de 123 zaten te hoog, de bumpers waren te smal. Ome Joop hanteerde woekerprijzen: ‘Want, ja de 123 is schaars, omdat de Marokkanen ze in de woestijn afraggen als taxi. Koop toch een Volvo!’
Op een sloopterrein vlak bij Haarlem legden twee Marokkaanse broers er eer in om de 123 glimmend en wel op de Nederlandse wegen te houden. Zojuist ingevlogen handige Berberjongens plamuurden, lasten, spoten ‘Ouwe Blauwe’ weer strak. De broers hielden velgen voor Ouwe Blauwe achter, ook al vonden ze dat de eigenaar soms zeurde: lichtblauw of donkerblauw, maakte dat nou uit? Toen de centrale vergrendeling van de deuren niet meer werkte, legde een vriend van de broers als een paardenfluisteraar zijn oren en lippen tegen de bekleding van de portieren tot hij het lek in het luchtdruksysteem boven water had. Toen ‘Ouwe Blauwe’ zich niet meer liet besturen, zaten de broers even met de handen in haar, want ook zij waren door hun vitale tweedehands onderdelen heen. Uiteindelijk ging de klusbroer met steigerpijp en moker aan de slag. Voor de reparatie – volgens een reguliere garagist ‘einde verhaal’ – rekenden hij vijftig euro.
Na de rampenvakantie rouwden de broers mee, maar aan een nieuwe ouwe konden ze niemand helpen: ‘De markt is gek geworden.’ Het 123-type – ooit eens proletenwagen, later een Turkenbak – bleek thans het statussymbool voor hippe vrijgestelden, de nieuwe Citroën DS. De zakelijke broer lachte: ‘Omdat het nu bijna allemaal oldtimers zijn. Hollanders betalen liever veel geld voor een belastingvrije auto, dan weinig geld voor een auto die nog in de wegenbelasting zit.’
De ex-bestuurder van Ouwe Blauwe moest maar in Duitsland of Zwitserland gaan zoeken. Maar, als dat te ver was of vanwege pijnlijke herinneringen gevoelig lag, was Limburg of Brabant ook een optie.
Jan Eilander
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.