De Hollanders als nieuwe Walen
België hoeft maar even in de problemen te zijn, of de Nederlanders zijn er als de kippen bij met een portie leedvermaak en inhaligheid. Het levend cultureel-academisch magazine Spui 25 organiseerde vorige week een debat over ‘De kwestie België. Op weg naar een Herenigd Nederland?’
Marita Mathijsen, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde te Amsterdam, mag het spits afbijten met een stukje if history. Wat als het natuurlijke verbond tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden niet door een ongelukkige samenloop van omstandigheden was verbroken in de negentiende eeuw? Dat zou een zegen geweest zijn voor de muzikaliteit van onze taal, vermoedt Mathijsen. Haar Utrechtse vakbroeder Geert Buelens kijkt vernietigend. Komen ze weer aanzetten met ons ‘sappige taaltje’, denkt de in Nederland docerende Vlaming wellicht. Speculeren over een samengaan van Nederland en België vindt hij een zinloos intellectueel tijdverdrijf. ‘Op dit moment heeft België andere zorgen.’
Tot voor kort dacht Buelens dat zijn vaderland het wel zou redden. ‘Maar op dit moment zie ik het even niet meer zitten. Het heeft een envergure aangenomen die je een paar weken geleden nauwelijks voor mogelijk hield.’ Aan beide zijden van de taalgrens is een politieke elite opgestaan die nauwelijks meer in staat is te denken in het algemeen belang, vreest Buelens. En de twee bevolkingsgroepen staan met de rug tegen elkaar. De schrik slaat hem om het hart als hij het volk hoort razen op de fora van kranten. Alle Vlamingen zijn fascisten. Alle Walen zijn lui.
Geert Buelens is nog maar net uitgesproken, of de Vlamingen in de zaal bevestigen zijn gelijk. Een dame van de Vlaamse vertegenwoordiging in Den Haag vindt dat ‘de ontvangende partij’ – Wallonië dus – ook solidariteit moet tonen. Dagvoorzitter Wim Blockmans, ook een in Nederland woonachtige Vlaming, verwijst naar een stuk in het opinieweekblad Knack over de Waalse minister van Defensie Flahaut. Dat zou genoeg compromitterend materiaal bevatten om in Nederland twintig kabinetten te laten vallen. Ze hebben daar een heel andere politieke cultuur, concludeert Blockmans.
Nee, ook vandaag is er weinig kans dat de Vlamingen de hand uitsteken naar hun Waalse landgenoten. Is het dan misschien toch beter ze onder Groot-Nederlandse paraplu te brengen? De derde spreker, Limburger en literatuurwetenschapper Joep Leerssen, denkt van niet. De gedachte één land, één taal vindt hij heel eng. En mochten we God verhoede toch samengaan, dan begint de ellende pas goed. Het culturele en economische hart zou dan al snel in het zuiden komen te liggen, verwacht Leerssen. ‘De Hollanders worden de nieuwe Walen. Een arrogant, vernederd en nurks volk.’
Tomas Vanheste
Heleens jonge maagden
In een met zwarte pailletten bezaaide jurk, omringd door mannelijke modellen, luistert Heleen van Royen geamuseerd naar het praatje van haar ‘oud-buurvrouw’ Daphne Deckers. Die neemt vanavond in het Amsterdamse Hotel de Goudfazant het eerste exemplaar van het eenmalige tijdschrift Heleen in ontvangst. Deckers, haar eigen rol toelichtend: ‘De ondertitel van het blad was: nu nog stouter. Welke stoute vrouw zou in aanmerking komen voor een speech en een eerste exemplaar? Een vrouw als een vulkaan: ogenschijnlijk rustig, maar vanonder borrelt de lava …’ Ze knipoogt naar Heleen.
Het publiek grinnikt. De schuine opmerkingen volgen elkaar in een rap tempo op. ‘Dan de inhoud. SM voor beginners. Blijkt ineens dat je met een pollepel heel goed kunt spanken! En dat de keukentafel de favoriete afwerkplek van veel lezeressen is. Nou, ik denk dan eerder aan Glassex dan aan andere seks, maar da’s mijn manco.’
‘En kijk nou toch eens,’ zegt ze tot slot, wijzend naar de opeenhoping van televisiecamera’s, ‘het journaille loopt als loopse hondjes achter Heleen aan.’ Gelach.
Heleens tekst even later is minder dubbelzinnig: ‘Wat verkoopt er? Tieten! Dus wat moest er op de cover komen? Tieten!’
Een klein meisje met een schichtig gezicht giebelt gegeneerd. Haar moeder lacht heel hard. Karine (16) is een van de tweeënzeventig maagden die Thom Hoffman voor Heleen fotografeerde, meisjes tussen de twaalf en zestien in degelijk wit ondergoed. Vanavond begeven zij zich voorzichtig tussen Heleens wulpse ingewijdenen. Karine doet een vooropleiding pedagogiek, maar het is haar droom om door te breken, ‘als actrice of zangeres of danseres’. ‘Toen ik de advertentie in de krant zag staan, heb ik mij meteen voor de foto aangemeld.’ Heleen van Royen kent ze niet. ‘Dat maakt ook niet uit. Je moet gewoon zorgen dat je op de foto komt.’ Moeder: ‘Karine staat ook al ingeschreven bij een modellenbureau en het buurttheater. Dit is een happening waar de juiste mensen op af komen.’
Is Karine er trots op maagd te zijn? Daar gaat het niet om, antwoordt haar moeder, Karine wil beroemd worden. Ook de twee zenuwachtig giechelende vriendinnen die aan de muur gekleefd lijken, hebben geen mening over het thema maagd. En wie was Heleen van Royen ook al weer?
‘We willen graag actrice worden en daarmee bekend worden,’ zegt de een (14). ‘Minstens zo bekend als Heleen van Royen,’ zegt de ander (15).
Carolina Lo Galbo
Heimweetournee door Duitsland
Wat heerlijk om weer terug te zijn in Berlijn. Ik kwam hier vaak, in de tijd van de DDR. Ik sliep altijd in Hotel Mitropa, het voorgeborchte der USSR. De vieze bedden; de Baltische hoeren. ‘Meneer, wilt u een ring kopen?’ Dat was de code voor betaald copuleren. Een ring kopen. Met een pak koffie kon je heel wat.
God, wat wordt een mens oud. Ik heb een hotelletje achter de herbouwde synagoge. Ernaast is een tentoonstelling over Lemberg, tegenwoordig Lviv. Een mooie stad. Tijdens het ontbijt eet ik me ongans aan worstjes. Even verderop is een Thaise massagesalon. Geen viezigheid, maar medisch. Met warme handdoeken op het eind. Gelegen op mijn buik kijk ik door een gat in de tafel, met daaronder tropische bloemen in een bak met water. Kosten: 68 euro. Ik geef tachtig.
Als ik die avond in het Literaturhaus een lezing houdt over mijn Duitse bruiloft, kan niemand dat aan me zien. Van die worstjes; die massage. Ik laaf me aan Unter den Linden en aan de kerstsfeer in het Kaufhaus des Westen. Wat is Berlijn alom goedkoop! Voor wat ik betaal voor mijn hok achter het Kremlin woon ik hier in een paleis.
Berlijn zou swingen. Maar ik heb de hele tijd het idee dat er een belangrijke voetbalwedstrijd wordt gespeeld. Waar zijn de mensen? Het verkeer? Ook de tweede dag wordt er kennelijk een belangrijke voetbalwedstrijd gespeeld. In vergelijking tot Moskou is Berlijn een enigszins doodse stad.
Via Wolfsburg kom ik met de Deutsche Bahn aan in Leipzig. Een vriendin belt uit Petersburg. ‘Het sneeuwt hier! Heerlijk! Wanneer ben je er weer?’ Snel, zeg ik.
Seaside Park Hotel, tegenover het station. Op mijn bed ligt de Leipziger Volkszeitung van die dag. Naast een stuk over Astrid Lindgren (honderdste geboortedag) staat er een recensie over mijn boek. Dit is het dus; beter kun je het in de literatuur niet treffen. De Duitsers zijn zo wellevend.
‘Kijk, in die boekhandel signeert Grunberg vaak!’ zegt Jan, zoon van het Saksische land, organisator van letterkundige evenementen. En de liefste mens op aarde. Terug in Moskou denk ik vooral aan hem. ‘O, ik ben zo dronken, zo vreselijke dronken!’ Bach kon de galm in zijn graf horen. Om die dingen gaat het. Zogenaamde literaire roem stelt geen flikker voor. Maar dat wist ik al. O ja, en ik heb heimwee naar de DDR.
Pieter Waterdrinker
Assepoester met hangoren
Het verhaal van het schaap Emmie lijkt wel het sprookje van Assepoester. Nog maar tien maanden geleden was ze een zieltogend lammetje, nu is ze ‘een lange, vrolijke meid’.
In januari berichtte ‘De Kleine Wereld’ een paar keer over het wel en wee van het verstoten lammetje dat vertaler Paul Beers en zijn vrouw Carla aantroffen in een weiland in the middle of nowhere. Ze namen het pasgeboren dier mee naar hun huis in de Betuwe en brachten het groot met de fles. Ze noemden haar Emmie.
In de lente werd het schaapje opgenomen in de kudde van een bevriende hobbyboer. Hoe is het nu met haar? Paul Beers: ‘De wei waar Emmie zich bevindt, ligt gunstig op onze route naar Tiel. We zoeken haar zeker twee keer per week op. Ze is meteen herkenbaar aan haar hangoren.
We roepen haar en ze komt onmiddellijk naar ons toe hollen, ze loopt harder dan alle andere lammeren. Logisch, ze is iets ouder. Wij staan tegen een ijzeren hek met spijlen dat tot borsthoogte reikt.
Emmie is groter dan de andere schaapjes, zij is de enige die met haar voorpoten de hoogste spijl kan bereiken. Daardoor krijgen wij de kans om speciaal haar te verwennen.
We hebben altijd schapenbrokken bij ons, krachtvoer, dat vindt ze superlekker. Natuurlijk krijgen de andere schapen ook brokken. Het valt ons op dat Emmie zo netjes eet als wij haar de bak voorhouden. Wij verbeelden ons dat dat komt doordat ze door mensen is opgevoed.
De andere schaapjes zijn enorme rouwdouwers, die slobberen er geweldig op los, je moet de bak stevig vasthouden.’
De toekomst van Emmie zal in overleg met de hobbyboer worden bepaald. Carla krijgt in ieder geval haar eerste vacht. ‘Zij heeft in vroeger jaren gesponnen, en maakte van de wol warme jasjes voor de kinderen. Misschien breit ze nu wel warme sokken voor mij. Maar dan wél linksgedraaide, ha ha.’ Ze missen het dier niet echt.
‘Dit is de natuurlijke gang van zaken. Het is heel goed zo. Toen ze eenmaal te groot was geworden voor de kinderbox in de keuken en ’s nachts sliep in een hoek van de hooischuur was het al veel minder gezellig. We hebben er nu een poesje bij. Op de een of andere manier heeft ze zich in mijn werkhuisje naar binnen gewerkt. Ze was ondervoed. Het is een leuk cypers meisje, jong, klein en pittig. Ze hoort nu bij de familie.’
Martje Breedt Bruyn
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.