De nieuwe multinationals propageren een constante start-up-cultuur. Dat betekent de vrijheid je drieduizend slagen in de rondte te werken.

Dat krijg je met innovatieve bedrijven: die blijven lekker doorinnoveren. Vanochtend bracht Uber naar buiten dat ze in Nederland een nieuwe dienst gaat lanceren. In plaats van met de gewone man, gaat Uber hiervoor werken met ‘echte’, dat wil zeggen: professionele, chauffeurs.

Een taxidienst met echte chauffeurs: dat mensen daar niet eerder opgekomen zijn! Alleen: ‘echte’ chauffeurs, dat zijn voor Uber nog steeds mensen die in alle vrijheid zelf hun eenmansbedrijfje onder de Uber-vlag runnen. En dus nog steeds geen vast inkomen of verzekeringen hebben. Flexibiliteit en autonomie, dat zijn de slagwoorden waarmee Uber dat model verkoopt.

Iets soortgelijks doet Uber al een tijdje een Duitsland. Begin mei stopte het bedrijf daar met de dienst UberPop, na een voortdurende stroom van boetes. Sindsdien werft Uber er enthousiast nieuwe chauffeurs, door hun volledige opleiding te betalen. Vervolgens kan men dan meteen als onafhankelijk Uber-chauffeur aan de slag.

Klinkt fijn. Werklozen kunnen op kosten van Uber fijn taxichauffeur worden en zo binnenlopen. Inderdaad: klinkt. Want in de praktijk blijkt dat ook als ‘officieel chauffeur’ het werken voor Uber weinig voordelig uitpakt. Wil je er echt van kunnen leven, dan moet je altijd stand-by zijn en je drieduizend slagen in de rondte werken, leert de ervaring in Duitsland. Dezelfde ervaring hebben vele Uber-chauffeurs in Amerika, die in een rechtszaak verwikkeld zijn om als officieel werknemer erkend te worden.

Waarom zou je er dan in hemelsnaam voor willen werken? Goede vraag. Dit weekend publiceerde de New York Times een ontluisterend verhaal over de bedrijfscultuur bij internetwinkel Amazon. Een soort werkkamp schijnt het daar te zijn, waar je constant kritiek op elkaar moet geven, tot diep in de nacht stand-by moet zijn en men om de haverklap in huilen uitbarst.

Waarom zou je daar in hemelsnaam willen werken? Goede vraag. Toch is het juist het succes van zijn zogenaamde ‘startup culture’ waarom Amazon eerder zo bewonderd werd. Een werkomgeving waarbij alle onderdelen zijn gedecentraliseerd, werknemers zelf grote verantwoordelijkheid dragen en ze door een constante afrekencultuur tot het uiterste gedreven worden om te presteren. Werknemers zijn bij Amazon allemaal eigen baasjes, die keihard werken om iets van de grond te krijgen. Behalve dan dat hun werk natuurlijk toch vooral bijdraagt aan de winst van het moederbedrijf.

Het zijn de de flexibiliteit en ondernemerschap die de toekomst van het werken moeten zijn. De illusie van de vrijheid je eigen onderneming te runnen onder de vlag van een groot bedrijf, is dan wat Amazon aantrekkelijk maakt. Ergens is dat vergelijkbaar met Uber. Zelfs als ze min of meer binnen de wet gaat werken met gediplomeerde chauffeurs, blijven de chauffeurs van Uber allemaal kleine ondernemertjes. Chauffeurs hebben de volledige vrijheid zich drieduizend slagen in de rondte te werken. Net als de werknemers van Amazon.

Amazon en Uber laten allebei zien hoe de start-up-cultuur werkt als het wordt uitgerold naar een bedrijf van megaformaat. Het is misschien niet eens zozeer het volstrekt negeren van de regels, waardoor de ‘disruptive innovation’ zoals van Uber zo succesvol is. Het is veeleer het verheerlijken en stimuleren van een werkcultuur van eigen kracht, ondernemerschap en verantwoordelijkheid. Iedereen zijn eigen onderneming, maar de winst in één pot.