’Kijken naar kunst zonder tekstbordjes, zonder witte muren en zonder moeie voeten: dat kon eind vorig jaar ineens, bij De Grote Kunstshow in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Vanuit een theaterstoel bewonderde het publiek dit keer niet Halina Reijn of Gijs Scholten van Aschat, maar werk van kunstenaars als Charlotte Schleiffert, Mark Manders en Charlotte Dumas. Tien minuten per presentatie met een toelichting van een kunsthistoricus of een schrijver dan wel muziek van een dj.
‘Een wake-up call voor de klassieke kunstmusea,’ noemt organisator Johan Idema (41) De Grote Kunstshow die hij ook dit jaar weer wil opvoeren, samen met curator Nina Folkersma. ‘De traditionele musea gaan uit van het kunstwerk,’ zegt Folkersma. ‘Johan denkt vanuit het publiek. Soms gaat hij daarin naar mijn idee te ver, zoals in het project Museum Minutes, waarvoor hij museumbezoekers op loopbanden en ligstoelen naar kunst liet kijken in de Kunsthal.’
Toen Idema als dertienjarige jongen met school voor het eerst in het Concertgebouw kwam, was dat een openbaring. Later maakte Jacob Derwig indruk met zijn monoloog als de idealistische Markies van Posa in het toneelstuk Don Carlos. ‘Dat sloeg keihard in, alsof ik live getuige was van het begin van de Ver lichting, honderden jaren geleden. Dat soort intense ervaringen streef ik na.’
Hij groeide op in het Veluwse Nunspeet, waar de enige podiumkunst het zondagse kerkbezoek was. ‘Er is een parallel tussen kunst en religie: de instituten hebben het zwaar, maar de spirituele behoefte blijft onveranderd aanwezig.’
‘Voor hetzelfde geld kan je worden ontroerd, getroost, tot nieuwe inzichten gebracht’
Na een opleiding tot industrieel ontwerper in Delft studeerde hij kunstmanagement in New York. Bij zijn culturele innovaties steunt Idema op wetenschappelijk onderzoek. ‘Uit enquêtes blijkt dat museumbezoek relatief weinig indruk maakt. Het is voor velen niet meer dan een uitje. Terwijl je voor hetzelfde geld kan worden ontroerd, getroost, tot nieuwe inzichten gebracht.’
De Grote Kunstshow, die ook werd vertoond aan professionals uit de museumwereld, is een van de showcases waarmee Idema de sceptici wil overtuigen. ‘Het is bedoeld als stimulans voor musea om te ontdekken hoe het ook kan. Want hoe vaak kijk je in een museum nu tien minuten naar één kunstwerk?’
Het Louvre onderzocht ooit hoe lang mensen nu eigenlijk naar de Mona Lisa kijken: vijftien seconden, inclusief het lezen van het tekstbordje. Die kijktijd kan omhoog, vindt Idema. ‘Als je tien minuten lang met driehonderd man om een kunstwerk gaat zitten, beleef je dat werk veel intensiever. Het is bovendien een collectieve ervaring.’
Hij schreef Beyond the Black Box and the White Cube. De beste alternatieven voor introverte cultuurgebouwen en werkt nu aan een ‘handleiding’ voor het nieuwe museumbezoek: How to Visit an Art Museum. ‘Kunst kijken lijkt nu vaak op het luisteren naar verhalen van je opa – saai en af en toe onbegrijpelijk,’ zegt Idema. Hij wil dat kunst ontsnapt aan de witte kubus. ‘De Grote Kunstshow zou pas het begin moeten zijn. Het Stedelijk en andere musea zien er hopelijk een interessant format in.’
‘Het is voor kunstinstellingen van levensbelang om te experimenteren met nieuwe vormen’
De kunstwereld laat zich niet zomaar opschudden, breken met de status quo zorgt behalve voor bijval ook voor weerstand. ‘Sommige kunstenaars, zoals Rineke Dijkstra, zeggen: mijn werk spreekt voor zichzelf, alles wat er aan wordt toegevoegd is overbodig. Dat respecteer ik, maar ik denk ook dat je dan een kans mist.’
Volgend jaar opent het door Idema geïnitieerde Parademuseum. Dat kunstpaviljoen zal drie zomers lang meereizen met het theaterfestival De Parade. ‘Musea die ik benaderde vroegen vaak: wat hebben wij te zoeken op de Parade? Terwijl daar driehonderdduizend mensen komen die in cultuur geïnteresseerd zijn! Dat is toch een geweldige kans – al moet het ook weer geen Efteling worden.’
‘Hoge’ kunst wordt nog steeds gepresenteerd zoals dat in de negentiende eeuw in zwang was, zegt Idema. ‘Ik ben nu bezig met een concert-app, waarmee je ook tijdens een concert een verhalende ondertiteling kunt krijgen over de muziek die je hoort. Er zijn steeds minder mensen die twee uur stil willen zitten luisteren naar eeuwenoude muziek, en ook de parate kennis van klassieke muziek is minder groot dan vroeger.’
Idema beschreef in Present! – Rethinking Live Classical Music hoe het anders kan. Hij benaderde een aantal klassieke concertpodia voor zijn experiment. ‘Allemaal prachtige instituten, maar ook steeds meer musea voor klassieke muziek met een steeds kleiner publiek. Ze wilden niet meewerken, een tweede scherm in de concertzaal schuurt met hun etiquette. Nu werk ik samen met het Muziekgebouw aan het IJ. Daar begrijpen ze wel dat het voor kunstinstellingen van levensbelang is om te experimenteren met nieuwe vormen.’
De radicale vernieuwers zijn mensen en organisaties die hun ideeën over sociale en duurzame vernieuwing in de praktijk brengen, vaak tegen de stroom in. Een jury onder leiding van ontwerper Daan Roosegaarde heeft uit meer dan 200 inzendingen de 14 beste vernieuwers van het jaar gekozen. De winnaars van deze tweede editie vindt u hier.
Onze ‘radicale vernieuwers’-pagina vindt u hier.
Radicale vernieuwers is een initiatief van Vrij Nederland en Kennisland, denktank voor sociale vernieuwing, en wordt ondersteund door Stichting DOEN, fonds voor duurzame, culturele en sociale initiatieven.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.