‘Klein visje,’ mompelt rechercheur Carlo Parini terwijl hij de trap van het marineschip afsjokt. ‘Maar het is er wel één!’ voegt zijn Marokkaanse assistent Aziz eraan toe. Parini is al tien jaar het hoofd van het enige rechercheteam in Italië dat gespecialiseerd is in mensensmokkelaars. Sinds de vluchtelingencrisis ook in andere Europese landen aanzwelt, wordt de roep om het aanpakken van mensensmokkelaars luider. Maar hoewel op iedere EU-top plannen worden gemaakt om deze ‘trafficanti di morte’ (handelaren des doods) aan te pakken, opereren ze nog altijd probleemloos en vrijwel onzichtbaar over een traject van duizenden kilometers; van Zuid-Soedan tot Zweden.
Een paar uur eerder beantwoordde Parini, nog net zichtbaar achter hoge stapels papier op zijn bureau, zijn oude Nokia-telefoon met een brommend ‘pronto.’ Het is een telefoontje van de kapitein van het marineschip dat zojuist 420 migranten heeft opgepikt. Aan Parini’s gezicht is weinig af te lezen, terwijl hij twaalf keer achter elkaar ‘hm, hm’ zegt. De kapitein weet wat hij Parini moet vertellen. Wie bestuurde de boot? Wie gedroeg zich anders dan de andere passagiers? Is er een persoon van wie de rest bewust afstand houdt? Zijn er tekenen van mishandelingen aan boord? Al deze aanwijzingen kunnen leiden tot de aanhouding van de smokkelaar. Al benadrukt Parini dat ‘de smokkelaar’ niet bestaat. ‘Soms is het een migrant net als de rest. Een kerel die in ruil voor een gratis overtocht de boot bestuurt, omdat hij in de haven heeft gezegd ervaring te hebben. Soms krijgen ze een korte cursus om zo’n boot te besturen.’
Ook deze ‘scafisti dell’ultimo momento’ (last minute smokkelaars) worden door Parini’s team aangehouden op verdenking van begunstiging van illegale immigratie, maar vaak staan ze na een paar weken weer buiten. Het Openbaar Ministerie ziet bij die gevallen vaak af van vervolging, tenzij er geweld is gebruikt tegen de overige passagiers. Interessanter zijn de professionele bestuurders: Egyptenaren, Libiërs, Nigerianen of Tunesiërs die van deze overtochten hun werk hebben gemaakt. Met een diepe zucht besluit Parini: ‘Maar de echt grote vissen… die zijn niet zo gek om op zo’n boot te gaan. Die blijven rustig daar.’

Lucratieve business
Achter de stroom bootjes in de Middellandse Zee zit een ingenieus crimineel netwerk. Vanuit de meest afgelegen plaatsen in West-Afrika worden reizen georganiseerd tot aan het treinstation van München. Een reis die uit eindeloos veel etappes bestaat die iedere keer weer geld kosten. Officier van Justitie Carmelo Zuccaro doet vanuit het Siciliaanse Catania al vijftien jaar onderzoek naar het netwerk van mensensmokkelaars. ‘Op Sicilië hebben we al decennia te maken met dit fenomeen.’ Zuccaro heeft sinds de toename van bootjes door de onrust in verschillende landen in Afrika en het Midden-Oosten gezien hoe het systeem steeds professioneler wordt. Ook de passagiers van de bootjes zijn anders. ‘Eerst waren het vaak arbeidsmigranten op zoek naar illegaal werk in Italië. Nu zijn het ook veel mensen, vaak hele families, die vluchten voor oorlogen of gewelddadige dictaturen en dus in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning.’ En deze families hebben vaak meer geld over voor het bereiken van Europa, waardoor het de afgelopen jaren een zeer lucratieve business is geworden. Daarnaast heeft het omvallen van het regime van Khadaffi in 2012 een belangrijke horde weggenomen. De dictator had afspraken met de Italiaanse regering om de Libische kusten te bewaken. In het ontwrichte Libië hebben smokkelaars nu vrij spel. Havens zijn getransformeerd in terminals waar duizenden migranten wachten op de oversteek en de Libische kustwacht kijkt in ruil voor duizend dollar de andere kant op, als een boot de haven uitvaart.
Meer vraag, hogere bedragen en het wegvallen van controle langs de kusten, hebben ervoor gezorgd dat het smokkelnetwerk is uitgegroeid tot een gigantische geoliede machine waar nauwelijks grip op is te krijgen. Al is van een uniforme criminele organisatie volgens Zuccaro geen sprake. ‘Het is een keten van criminele organisaties die de migranten aan elkaar doorgeeft gedurende het traject.’ Hij beschrijft hoe handlangers van smokkelaars in de meest afgelegen gedeelten van Afrika mensen rekruteren. ‘Smokkelaars hebben overal agents zitten die mensen met succesverhalen van zogenaamde broers die nu ingenieur in Zweden zouden zijn proberen over te halen.’
Smokkelaars vertellen dat iedereen een verblijfsvergunning krijgt en dat het vinden van een baan geen probleem is. Vanuit alle uithoeken van Afrika rijden er dwars door de Sahara terreinwagens afgeladen met migranten, die ieder tussen de twee- en vijfduizend dollar moeten betalen om Libië te bereiken. Overal langs de route zijn area managers die in dat land de reis coördineren. Zij doen niet het daadwerkelijke smokkelwerk, maar ze weten wie ze hiervoor moeten hebben. Ze corrumperen grensbewakers met het geld dat de migranten voor hun reis betalen aan de agenten.

Afpersing
Eenmaal begonnen aan de reis zijn migranten volledig overgeleverd aan de smokkelaars. Als postpakketten worden ze overgedragen aan de volgende smokkelaar, maar het gebeurt ook geregeld dat gewapende gangs een groep migranten gevangen nemen en pas weer vrijlaten als er hoge bedragen zijn betaald. De reis is vol gevaren. Christenen moeten bang zijn voor mishandelingen door islamitische militairen, en vrouwen moeten vrezen voor verkrachtingen: een verklaring voor het hoge percentage zwangere Afrikaanse vrouwen op de boten die de Siciliaanse kusten bereiken. Niet iedereen overleeft de tocht door de Sahara. Als een migrant niet kan betalen, wordt hij in de woestijn achtergelaten.
De 21-jarige Romeo kwam heelhuids aan in Italië, maar zegt de reis wel te hebben onderschat. Anderhalf jaar geleden vertrok hij uit zijn geboortedorp om naar Duitsland te gaan, maar het werd het Italiaanse Genua. Geld om verder te gaan, heeft hij niet. De reis duurde langer dan hem was beloofd: achttien maanden in plaats van twee weken. ‘En ik heb in plaats van zesduizend dollar in totaal negenduizend dollar moeten betalen. Niet betalen is geen optie. Het zijn erg strenge mannen.’ Meer wil hij er niet over kwijt, noch wil hij zeggen waar hij precies vandaan komt. Hij is bang dat de agents zijn familie iets zullen aandoen.
Dat is de kracht van het smokkelsysteem; doordat er overal handlangers zijn, kunnen dit soort dreigementen ook hard worden gemaakt. Onder die bedreigingen moeten migranten vaak extra bedragen betalen, en ook de familie die achterblijft wordt op die manier onder druk gezet om meer geld te sturen. Zuccaro en Parini kennen beiden talloze verhalen van migranten die door smokkelaars zijn afgeperst. Onder bedreiging moeten ze naar huis bellen om meer geld te vragen, ze moeten hun familie smeken meer geld te sturen terwijl hun afpersers ze een pak slaag geven en dreigen ze te zullen vermoorden als ze niet betaald krijgen. Zuccaro: ‘Een moeder die dat hoort, zal niet lang twijfelen.’
Twintigduizend dollar
Eenmaal afgezet in Libië hebben de meeste migranten geen cent meer over en moeten ze maanden werken om geld te verdienen voor de oversteek naar Italië. De Nigeriaanse Romeo werkte veertien maanden voor een smokkelaar in ruil voor een ticket naar Sicilië. De prijzen die betaald worden voor de oversteek verschillen per nationaliteit en per plaats aan boord. Afrikanen kunnen voor zevenhonderd dollar in het vooronder mee, Syriërs betalen minstens tweeduizend dollar voor een plaats op het dek. Onder smokkelaars is bekend dat de Syriërs met grote bedragen reizen. Rechercheur Parini: ‘Die worden helaas ook vaak belazerd.’
Vorige maand kwam in Augusta een ontredderde Syrische familie aan. De vader had voor het gezin van vier in totaal twintigduizend dollar betaald om een comfortabele, veilige overtocht te krijgen. Parini schudt zijn hoofd. ‘Die smokkelaars hadden hem een soort jacht beloofd. Bij vertrek kwamen ze erachter dat ze gewoon op een overvolle boot zouden worden gepropt.’ De vader werd woest en eiste een nieuwe boot. Smokkelaars zijn niet gediend van tegenspraak en zetten mensen die rumoer maken zonder enige scrupules overboord. In dit geval gooiden ze de koffers van de Syriërs in zee. Daarin zaten de insulinespuiten van hun jongste dochter, die de overtocht niet overleefde. Parini krabt woest onder zijn kin. ‘Die kerels krijg ik minstens vier jaar achter tralies, dat heb ik die vader beloofd.’

Getrokken geweren
Zuccaro kent het verhaal. ‘Hoe graag ik ook zou zeggen dat het beeld van de harteloze smokkelaar niet klopt… het is vreselijk hoe er met die mensen wordt omgegaan.’ Dat blijkt ook uit de afgeluisterde gesprekken van een aantal smokkelaarsbazen die de Siciliaanse justitie in het vizier heeft. Migranten worden aangeduid als ‘schapen’ of ‘hoerenkinderen.’ En zo worden ze ook behandeld in de haven van Zuwara in Libië, van waaruit de meeste boten vertrekken. De meeste migranten zijn dan al een paar maanden in Libië om te werken voor hun overtocht, contact te leggen met smokkelaars en vooral eindeloos te wachten. In pakhuizen worden ze, per nationaliteit gescheiden om onrust te voorkomen, vastgehouden in afwachting van hun reis. Ze mogen er niet uit en worden geslagen als ze in opstand komen.
Twee broers uit Gambia vertellen bij het opvangcentrum in Catania hoe ze wekenlang continu hoorden dat ze op het punt stonden om te vertrekken. Ze moesten wachten op een telefoontje dat ze naar het afgesproken punt op het strand moesten komen. Ze vertellen hoe ze er drie keer voor niets zijn heengelopen, in het holst van de nacht. ‘De boot ging dan toch niet, of er was geen plaats meer.’ Op 18 augustus mochten ze wel mee. ‘We kregen crackers en moesten allemaal nog langs de wc.’ De smokkelaars hopen op die manier het gewicht van de boot te laten zakken. Twee vrouwen uit Eritrea durfden niet met hun kinderen aan boord omdat ze de golven te hoog vonden. De boot lag iets verderop in het water en de passagiers moesten door het water waden tot aan hun oksels. De mannen op het strand trokken hun geweren en schreeuwden dat iedereen onmiddellijk aan boord moest. De smokkelroute naar Europa is eenrichtingsverkeer. Eenmaal op het strand, kan niemand meer terug.
De migranten krijgen bij vertrek een satelliettelefoon mee met de telefoonnummers van de Italiaanse kustwacht. Het is niet het doel de Italiaanse kust te bereiken. Boten hebben doorgaans niet eens voldoende benzine om die afstand te halen. De smokkelaars geven instructies om als de zon opkomt alarm te slaan en dan zullen ze worden opgepikt. De Gambiaanse broers kregen te horen dat ze stil moesten zitten in kleermakerszit. De bestuurder van de boot kreeg een stok en deelde tikken uit aan iedereen die toch opstond. ‘Wij zaten in het vooronder en mochten er niet uit totdat de Italianen ons eruit zouden laten.’
De boten zijn steevast overvol, om de simpele reden dat de organisatoren zo het meest verdienen. Dat blijkt ook uit de door de Siciliaanse politie getapte telefoongesprekken. Al jaren azen zij op Mered Medhanie, een 34-jarige Eritreeër, een van de belangrijkste bazen die in Libië de boottochten organiseren. Zo zachtaardig als hij aan de telefoon over zijn kinderen is, zo cynisch is hij wanneer hij het over zijn klanten heeft. In een van de afgetapte gesprekken vertelt hij hard lachend dat hij de boten inderdaad veel te vol laat vertrekken. Anders dan de drugshandel, waarbij de aankomst van de smokkelwaar van groot belang is, is de buit voor Medhanie immers al binnen op het moment dat een boot uitvaart. Hij vindt het hooguit vervelend voor zijn reputatie als ‘de generaal’, zoals hij zich graag laat noemen. ‘Ik heb de stijl van Khadaffi,’ zegt hij trots, ‘er is hier niemand zo machtig als ik.’
Afgetapte gesprekken
Eén iemand misschien: de Ethiopiër Ermias Germais, de andere grote baas. De boot die op 3 oktober 2013 zonk waarbij 359 Eritreërs en Somaliërs omkwamen, was een van zijn boten. Ook Germais komt regelmatig langs in de telefoongesprekken van handlangers op Italiaanse bodem die de Italiaanse politie afluistert. In een van die gesprekken drukt hij een smokkelaar die de migranten vanuit Sicilië verder helpt naar Noord-Europa op het hart ‘die lui niet te veel te laten bellen met zijn mobiele telefoon’, omdat het risico bestaat dat ze worden afgeluisterd. Hij legt uit: ‘We doen illegaal werk, we zijn niet de overheid die iedereen kan helpen en naar iedereen kan luisteren.’
Volgens Frontex gaat er inmiddels meer geld om in mensensmokkel dan in de drugsindustrie.
Een enkele keer geven smokkelaars in Afrika een interview, uiteraard anoniem. En de meeste details zijn niet te controleren, omdat er geen journalisten worden geduld op de plaatsen waar ze opereren. Zo zeggen ze stuk voor stuk de migranten met eerbied te behandelen, terwijl uit de verhalen van migranten en afgetapte gesprekken een totaal ander (en eenduidig) beeld naar voren komt. The Guardian sprak een paar maanden terug met smokkelaars Hajj en Ahmed (gefingeerde namen). Ze organiseren boten richting Italië, maar staan naar eigen zeggen een groot deel van hun verdiensten af aan een hogere baas. Ze verdienen nog wat bij door voor vijf dollar per stuk reddingsvesten te verkopen aan de passagiers. In het interview geven ze aan dat het steeds moeilijker wordt boten te vinden. Inmiddels vernietigt de Italiaanse kustwacht migrantenboten nadat ze de passagiers hebben opgepikt, hiervoor lieten ze deze in zee dobberen. ‘Onbegrijpelijk,’ vindt Hajj, ‘we gingen ze rustig weer oppikken en konden ze binnen een week weer oplappen en weer gebruiken voor een nieuwe overtocht. Nu begint er schaarste te ontstaan.’ Volgens hem is vis om die reden zo duur in Zuwara. Bijna alle vissersboten worden ingezet voor migranten; daar is nou eenmaal veel meer mee te verdienen. Om de plannen van de Europese Unie om de smokkelaarsboten in Libische havens te vernietigen, moeten ze smakelijk lachen: ‘Onmogelijk! Je zou dan alle havens hier tot op de grond moeten afbranden. Iedere boot is een potentiële smokkelboot.’
Libische jungle
De Italiaanse politicoloog Andrea di Nicola sprak voor zijn vorig jaar verschenen boek Confessioni di un trafficante di uomini (bekentenissen van een mensensmokkelaar) uitvoerig met een smokkelaar van hogere rang, in het boek El Mouly genoemd, die pendelt tussen Tunesië en Libië. Hij doet het werk nu al twintig jaar en hoeft zelf nauwelijks nog de deur uit. Zijn agenten doen alles voor hem. De meeste van zijn boten hebben Europa gehaald, maar een deel is gezonken. ‘Er zijn veel ouders die mij dood willen zien.’
Officier van Justitie Zuccaro verzucht dat uitlevering van deze mannen een utopie is. ‘Er is met Libië geen enkele samenwerking, zelfs geen enkel contact. Het is daar nu een jungle.’ Met Egypte en Tunesië gaat dat iets beter. ‘Zij delen informatie en helpen ons in ons onderzoek, maar zij zullen ook nooit mensen uitleveren aan ons.’ Als ik naar de samenwerking met andere landen op de route in Afrika vraag, moet hij lachen en haalt zuchtend zijn schouders op. ‘Tja.. dat zou mooi zijn hè, maar nee. Wij zijn volledig afhankelijk van wat wij hier binnen krijgen.’ Daarmee bedoelt hij de migranten en de bestuurders van de boten, de kleine visjes. Via hun verhalen probeert justitie dieper in de organisatie te komen. Volgens Zuccaro helpt het de Siciliaanse justitie dat zij ruime ervaring hebben met georganiseerde misdaad. ‘Er zijn overeenkomsten met Cosa Nostra, absoluut. En ook daar probeerden we via de handlangers steeds hoger in de organisatie te komen, in ruil voor lagere straffen.’ Maar vaak weten de bestuurders niet eens voor wie ze werken. Het zijn voormalige vissers die niets met de organisatie erachter te maken hebben. Rechercheur Parini: ‘Met hen schieten we weinig op, maar er zitten ook jongens bij die binnen de organisatie wel meer hand en spandiensten hebben verricht en ook bij het afpersen van migranten betrokken zijn. Medium visjes, laat ik ze zo noemen.’

Overlevingsstand
Hoeveel smokkelaars betrokken zijn bij de aanhoudende toestroom naar Europa is moeilijk te zeggen. Alleen al dit jaar kwamen er meer dan vijfhonderdduizend migranten via smokkelroutes over land en zee naar Europa. Vermenigvuldigd met de bedragen die op dit moment worden betaald, is het zonder twijfel een miljardenbusiness. Volgens het Europese grensagentschap Frontex gaat er inmiddels meer geld in om dan in de drugsindustrie. Er is nauwelijks zicht op de geldstromen. Een groot gedeelte van de betalingen gaat volgens het antieke Hawala-systeem, een betalingssysteem gebaseerd op vertrouwen (‘hawala’ betekent vertrouwen in Hindi). Het geld wordt contant op tafel gelegd in een steunpunt, en overal ter wereld kan met een code in een ander steunpunt het bedrag worden afgehaald. Voordeel voor smokkelaars: het is niet te traceren. De geïnterviewde boss El Mouly bevestigt dit. ‘Met één telefoontje kan ik overal ter wereld mensen uit laten betalen.’ Officier van Justitie Zuccaro knikt. ‘Tja, maffiabazen hadden in ieder geval nog rekeningen, huizen, stapels cash, dingen die zichtbaar waren… Dit geldverkeer is totaal onzichtbaar. Lucht!’ Via tapgesprekken heeft hij inmiddels meerdere Hawala-punten in Italië gevonden. ‘En ze zitten ook in Nederland, maak je geen illusies. Op plekken waar je het niet verwacht: een bakker of een kapper bijvoorbeeld.’
En dus komt de meeste informatie over de structuur achter de smokkelindustrie van de migranten. Parini en Zuccaro proberen ze zo veel mogelijk te laten vertellen hoe hun reis was, met wie ze waar te maken hebben gehad, welke taal er werd gesproken. ‘Maar ze zijn bang,’ legt Parini uit, ‘ze hebben de meest vreselijke tocht achter de rug en vertrouwen niemand meer. Ze staan op overlevingsstand.’
Parini wordt ondersteund door tientallen tolken. Dit zijn vaak migranten die zich bij aankomst nuttig hebben gemaakt door te vertalen en daarna zijn blijven plakken, maar ook een Nigeriaanse ex-prostituee die na een korte arrestatie inmiddels full time als tolk werkt. Niemand spreekt zo veel dialecten als zij: meer dan twintig. De tolken proberen het vertrouwen van de migranten te winnen, maar ze infiltreren ook vaak in het opvangcentrum in de haven om zo zelf hun oor te luisteren te leggen.
Maffiabazen hadden nog rekeningen, huizen, stapels cash… Dit geldverkeer is totaal onzichtbaar.
Of Parini vandaag voldoende bewijs verzamelt tegen de Tunesiër om hem te kunnen arresteren, hangt af van de moed en welwillendheid van deze 420 migranten. Met trage stappen zakken de 420 Eritreërs, Soedanezen en Ethiopiërs de trappen van het schip af. Eerst de kinderen met hun moeders, gehuld in felgekleurde doeken, vervolgens de mannen, en als laatste een groep jongens in witte, bijna transparante pakken. Er wordt schurft bij hen vermoed. De tolken van Parini lopen tussen de rijen door. Parini kijkt met gefronste wenkbrauwen tegen de zon in. ‘Kom, we gaan beginnen, anders zijn we morgenochtend nog bezig.’ Een voor een worden de aangekomen migranten een verhoorkamertje in de haven binnengeroepen. De vrouwen eerst. Met witte verkrampte knokkels houden ze hun flesjes water vast, terwijl ze in de rij staan.
Staand slapen
In Libië wordt de migranten op het hart gedrukt geen namen te noemen en geen details te geven. Parini: ‘De smokkelaars verzinnen de idiootste verhalen: dat de migranten als ze informatie over hun reis geven zelf opgesloten kunnen worden, of dat hun families dan gevaar lopen.’ Als de reis min of meer voorspoedig is verlopen, hebben migranten ook weinig behoefte zich te keren tegen de mensen die hun tijdens de reis hebben begeleid. Het rechercheteam van Parini is het verst gekomen de keren dat er grof geweld is gebruikt aan boord. Blijkbaar wint het gevoel van rechtvaardigheid het dan van de angst. Trots vertelt hij over een groep Nigerianen die levenslang heeft gekregen, nadat maar liefst tweeëntwintig getuigen voor de rechter hun verhaal hadden gedaan, terwijl de verdachten ze met gefluister en blikken probeerden te intimideren.
Voor Zuccaro is het de grootste uitdaging om migranten getuigenverklaringen te laten afleggen voordat ze doorreizen naar Noord-Europa. ‘Velen zijn binnen een paar dagen vertrokken, sommigen al dezelfde avond.’ De migranten worden door de smokkelaars in Libië geïnstrueerd hoe ze te werk moeten gaan als ze in Noord-Europa terecht willen komen. Het dringende advies: ‘Geef geen naam, geef geen vingerafdrukken.’ Alleen dan kun je volgens de huidige Europese wetgeving doorreizen naar Noord-Europa zonder het risico te lopen teruggestuurd te worden. Daarnaast krijgen ze telefoonnummers mee van zogeheten ‘passeurs’: mensen die ze verder kunnen vervoeren naar het land van keuze. Het is moeilijk om namen en telefoonnummers te krijgen van migranten die verder willen reizen, maar een enkele keer lukt het. Zo kregen ze de naam door van Asghedom Ghermay, meestal aangeduid met ‘amice’. Een vluchteling uit Ethiopië die in 2013 per boot uit Libië terecht is gekomen in het asielzoekerscentrum van Mineo, in de heuvels ten zuidwesten van Catania. In een afgetapt gesprek met de eerdergenoemde boss Ermias legt hij uit dat hij in het asielzoekerscentrum ‘een soort business’ is gestart. Hij brengt migranten voor 150 euro naar Rome en houdt daaraan 50 euro per persoon over.
De meeste landsmokkelaars binnen Europa zwermen rond bij asielzoekerscentra. Omdat het een kwestie van vertrouwen is, geven migranten er de voorkeur aan de nummers te bellen die zij in Libië hebben gekregen. Bij boss Ermias dringt Ghermay erop aan zijn contactgegevens te geven als de passagiers de boot pakken in Libië. Trots vertelt hij in een van de gesprekken dat hij tweehonderd migranten vasthield in een leegstaand huis (‘ze slapen hier ook staand’). Pas als er extra geld zou zijn nagestuurd, zou hij ze verder vervoeren. In april van dit jaar is hij gearresteerd.

Grootschalige onderzoeken
Sinds twee jaar is er een speciale internationale taskforce om de smokkelaars binnen Europa aan te pakken. Zuccaro heeft naar eigen zeggen wekelijks contact met zijn internationale collega’s, ook met Nederland. Er vinden grootschalige onderzoeken plaats waar hij weinig over kwijt wil. ‘Ik zeg alleen: bedenk dat in ieder land waar vluchtelingen doorheen reizen en waar ze uiteindelijk terecht komen smokkelaars zitten. In ieder land dus.’ Ook in Nederland zijn in september twee Syriërs aangehouden in Eindhoven op verdenking van mensenmokkel. De mannen organiseerden het transport voor honderden Syriërs die vanuit Italië door wilden naar Noord-Europa. Tijdens het maandenlange onderzoek volgde justitie hun contacten met smokkelaars in het buitenland. De marechaussee maakte bekend dat het ging om vaste locaties in Milaan, Athene, Wenen en Boedapest waar vluchtelingen verbleven. De Nederlandse marechaussee heeft naar eigen zeggen in 2014 en 2015 honderdtachtig verdachten aangehouden op verdenking van mensensmokkel.
Op Sicilië zijn dat er alleen al dit jaar meer dan negenhonderdvijftig. En daar komt er na zeven uur verhoren in de haven van Augusta één bij. Carlo Parini rekt zich uit en ordent zijn papieren. De wallen onder zijn ogen lijken er een kring bij te hebben gekregen. Hij denkt de zaak wel rond te krijgen, maar het blijft ‘een pesce piccolo’ lacht hij meewarig. En als Europa nou prioriteit maakt van het aanpakken van mensensmokkelaars, zoals op iedere EU-top de conclusie is? Met het voor Sicilianen bekende tikken van de tong tegen de voortanden waarmee zij ‘nee’ zeggen, haalt Parini me uit de droom. Hij kijkt over het pikzwarte water van het kanaal van Sicilië: ‘Zo lang er daar nog mensen zijn die naar Europa willen, zullen er smokkelaars zijn.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.