Reportage / Telefoontaps, opsporing en blokkades
De telefoon gaat bij de telecomaanbieder: het is een opsporingsambtenaar van de politie met de mededeling dat een 06-nummer onmiddellijk getapt en gelokaliseerd moet worden. Er is een jonge vrouw in gevaar. Iedere minuut telt. Nee, iets op papier krijgen dat lukt nu niet. Iedereen is al naar huis. Maar wil jij het op je geweten hebben dat haar iets overkomt? De medewerker van het telecombedrijf staat voor een moeilijke beslissing. Nooit gedacht dat hij na zijn opleiding informatica ooit voor dit soort beslissingen zou komen te staan. Moet hij vertrouwen op de stem aan de andere kant van de lijn of alleen in actie komen bij een officieel bevel van de officier van justitie?
Meestal wordt er meegewerkt en vaak gaat de medewerker van het telecombedrijf met een ongemakkelijk gevoel naar huis. Was het de juiste keuze? Wat als het formele bevel er over drie dagen nog niet is? Wie had ik eigenlijk precies aan de lijn? Maar ook: stel dat ik had geweigerd en er iets vreselijks was gebeurd?
‘Morele chantage,’ zegt Gert Wabeke, manager Justitieel Aftappen & Monitoren bij KPN. ‘Het gebeurt. Wij willen toch zeker niet aan de kant van pedofielen, criminelen en terroristen staan? Ze vinden je al snel te strikt of zeikerig. Een bevel van de officier van justitie zijn wij verplicht op te volgen, ook als dat bevel mondeling wordt gegeven en pas later wordt opgevolgd door een schriftelijk bevel. Maar als een opsporingsambtenaar belt met een tapverzoek zonder de officier van justitie in te schakelen, bijvoorbeeld omdat er geen aanwijzingen zijn voor een strafbaar feit, dan is het aan ons om een zelfstandige afweging te maken. We zijn volgens de wet namelijk ook verplicht de privacy van onze klanten te beschermen. Alleen onder bepaalde condities mogen wij daarop inbreuk maken. We moeten daarom een aantal checks uitvoeren, want laten we wel wezen, iedereen kan wel bellen.’
Spoedtaps
Een telecomaanbieder kan er voor kiezen zich strikt aan de wet te houden en nooit in te gaan op verzoeken van opsporingsambtenaren die niet worden ondersteund door een fiat van justitie. Maar voor die houding moet je sterk in je schoenen staan. Wabeke: ‘Denk aan de situatie van een geestelijk gehandicapt kind dat door een busje op de verkeerde plek is afgezet en nu hulpeloos ergens rondzwerft. Je kunt dan gaan rondrijden met politieauto’s, maar wij kunnen aan de hand van de verkeersgegevens van de mobiele telefoon die de jongen op zak heeft, een indicatie geven van de locatie. De rechter-commissaris geeft daar geen handtekening voor af omdat er geen sprake is van een strafbaar feit, maar natuurlijk wil je helpen dat jochie terug te vinden. Wij werken dan mee op basis van vrijwilligheid.’
Het bepalen van de locatie van de mobiele telefoon van een vermiste is een van de diensten die steeds vaker verlangd worden van de telecomproviders. Aan de hand van de sterkte van het telefoonsignaal dat de verschillende UMTS-masten opvangen, kan de locatie van een mobieltje worden bepaald. Maar in welke situaties moet je voldoen aan een verzoek en wanneer niet? KPN, goed voor ruim een derde van de Nederlandse telecommarkt, wil daarover duidelijke afspraken maken met de politie. ‘Bij ons kwam eens het verzoek binnen om de locatie te bepalen van de mobiele telefoon van een vermiste vrouw,’ vertelt Wabeke van KPN. ‘Zij was door haar man als vermist opgegeven. Op basis van eigen onderzoek hebben we toen geoordeeld dat er te veel onduidelijkheid was. We hebben de gegevens daarom – ondanks druk van politie – uiteindelijk niet geleverd. Later hoorden we van onze contactpersoon bij de politie dat de vrouw in een blijf-van-mijn-lijfhuis zat.’
Bij Tele2, met anderhalf miljoen klanten ook een grote speler in de telecommarkt, wordt volgens Günther Vogelpoel, directeur consumentenmarkt, ‘zonder de vereiste handtekening absoluut niet’ meegewerkt aan tapverzoeken van politie. ‘In het geval van tapverzoeken met spoed gelden er wel afwijkende regels. In dat geval moet de tap direct gezet worden en krijgen we een paar dagen later de schriftelijke vordering met de handtekening van justitie.’ Het tappen is bij Tele2 een taak van de afdeling fraudemanagement. ‘Sommige taps kunnen geregeld worden door een switch om te zetten in de computer, maar anderen moeten fysiek geplaatst worden in zo’n kastje in de straat. Daar staat dag en nacht een technicus voor paraat.’
Vogelpoel vindt het idioot dat volgens de wet ook voldaan moet worden aan mondelinge vorderingen. ‘Wij hebben ’s nachts toch ook iemand paraat staan? Dan moeten zij ook maar regelen dat ze ’s nachts ergens een handtekening vandaan kunnen halen.’ De irritatie over de ‘wij vragen, u draait’-houding van de politie is groot. ‘Het is niet onze verantwoordelijkheid om mensen te redden of misdaden te voorkomen. Wij moeten gewoon uitvoering geven aan de wet. Als je gaat voldoen aan mondelinge vorderingen zonder rechtsgrond, dan dreigt het gevaar van willekeur, dan overschrijd je sneller grenzen. De regels zijn er niet voor niets.’
Maar in de praktijk blijkt het moeilijk om ‘nee’ te verkopen aan een politieambtenaar die ervan overtuigd is dat ernstig leed kan worden voorkomen met een simpele druk op de knop bij een telecombedrijf. Om de telecombranche van dit morele dilemma te verlossen, zou Gert Wabeke van KPN Security graag ook voor noodsituaties afspraken op papier krijgen. Maar zijn schriftelijke voorstel om ook voor spoedtaps zonder rechtsgrond de medewerking te regelen, wordt vooralsnog afgewezen door het KLPD (Korps Landelijke Politiediensten). KPN wil de vrijwillige medewerking beperken tot situaties met concrete aanwijzingen voor acuut levensgevaar en ter bevestiging dan in ieder geval per fax de handtekening van de korpschef ontvangen. Wabeke: ‘We willen echt wel helpen, maar we kunnen het net niet zomaar openzetten.’
Vrijwaring
‘Een mondelinge vordering van de officier van justitie moet altijd opgevolgd worden door een schriftelijk bevel,’ aldus Wabeke. ‘Gevallen waarbij het schriftelijke bevel niet arriveert, meld ik bij de officier van justitie van het landelijk parket.’ Het lijkt misschien onnodig wantrouwig van KPN en Tele2 om zo te staan op het verkrijgen van de juiste papieren. Politie en inlichtingendiensten zijn er toch voor onze veiligheid, en in hoeverre is het de taak van een commercieel bedrijf om te controleren of de overheid rechtmatig bezig is? Maar in de Verenigde Staten zijn telecombedrijven ernstig in de problemen gekomen door klakkeloos aan verzoeken van politie en justitie te voldoen.
‘Bij AT&T, een van de grootste telecomaanbieders daar, waren ze echt fout bezig,’ weet woordvoerder Niels Huijbregts van internetprovider XS4ALL. ‘Die hadden op aandringen van de National Security Agency (NSA) een dubbele wand in hun centrale laten bouwen. Daarachter werd van werkelijk alles wat over hun netwerk ging een kopie gemaakt voor de inlichtingendiensten. En die hadden daar vrij toegang toe. Dat was geen wettelijke verplichting, maar een een-tweetje met justitie.’ Om te voorkomen dat AT&T en andere telecombedrijven die vergelijkbare deals zijn aangegaan met de NSA, failliet gaan aan de schadeclaims van hun klanten, bereidt de regering-Bush nu wetgeving voor om telecombedrijven altijd en bij voorbaat te vrijwaren voor overtredingen op de privacywetgeving die zijn begaan in opdracht van de overheid.
‘Immuniteit voor telecombedrijven: dat is heel eng,’ zegt Gert Wabeke van KPN Security, ‘en nergens voor nodig. We moeten gewoon goede afspraken maken en ons daaraan houden.’ Ook Günther Vogelpoel van Tele2 vindt immuniteit niet nodig. ‘We zijn een professionele organisatie. We kunnen op een verantwoorde manier met onze verplichtingen omgaan.’ Toch staat er op de schriftelijke vordering waarvoor Wabeke en Vogelpoel de opsporingsambtenaren zo achter hun broek zitten, een standaardzinnetje waarmee de telecomaanbieders per verzoek worden gevrijwaard van rechtsvervolging.
Voor de kleinere providers met maximaal tienduizend klanten, van wie er in Nederland een paar honderd zijn, ligt het anders. ‘Zij zouden heel blij zijn met een algemene immuniteit,’ zegt Arnout Veenman, die optreedt als vertegenwoordiger van de providers die in grootte variëren van één tot dertig werknemers. ‘Voor hen is het veel te duur om een juridisch medewerker in dienst te nemen om te checken of het allemaal klopt. Zij voldoen aan verzoeken van politie, vertrouwen erop dat die te goeder trouw handelt en hopen er nooit meer iets van te horen.’
Freeze-bevel
Gert Wabeke maakt zich zorgen over het oprekken van de wettelijke kaders zonder dat daar een maatschappelijke discussie of parlementaire toetsing aan voorafgaat. ‘Neem het freeze-bevel. Daarbij wordt van ons gevraagd om alle operationele gegevens in een bepaald gebied rondom bijvoorbeeld de locatie van een schietpartij apart te zetten en veilig te stellen. Of de vordering mastgegevens, waarbij voor een bepaald tijdsvenster alle verkeersgegevens in een bepaald mobiel gebied worden opgevraagd. Uit die informatie is te halen welke mobieltjes zich rond het tijdstip van het misdrijf in de buurt bevonden.’
Wabeke wil niet suggereren dat de politie de eigenaren van die mobiele telefoons ook meteen als verdachten ziet en spreekt alleen nog van de mogelijkheid van het via een sms oproepen van mogelijke getuigen. Maar er zitten risico’s aan. De mogelijkheid dat er ook iemand zonder telefoon of met een uitgeschakelde telefoon langs kan zijn gekomen, kan gemakkelijk vergeten worden. Bovendien is niet bekend hoe betrouwbaar de registratie van de gesprekslocatie is. Telecombedrijven doen daar geen onderzoek naar omdat die informatie voor de bedrijfsvoering niet relevant is. Zij meten uitsluitend de bereikbaarheid en kwaliteit van het netwerk.
De telecombedrijven zijn er dan ook niet gelukkig mee dat hun databestanden steeds vaker als bewijsmateriaal in strafzaken worden gebruikt. Wabeke: ‘Onze systemen zijn niet gebouwd om wettelijk bewijs te leveren. Wij slaan belgegevens op om de juiste rekeningen te kunnen versturen. Hoe een rechter onze databestanden interpreteert, is niet onze verantwoordelijkheid, maar ik denk dat we de bewijskracht ervan ernstig in twijfel moeten trekken.’
Blokkeren websites
Ook internetproviders krijgen te maken met steeds hongeriger opsporingsambtenaren. Bij internetproviders is het aantal vorderingen voor verkeersgegevens van e-mail- en surfgedrag explosief toegenomen. Daarbij krijgen internetproviders vaker verzoeken om websites te blokkeren. ‘Het KLPD kwam met een lijst met URL’s van meer dan vijfhonderd te blokkeren websites,’ zegt Margreth Verhulst, bij XS4ALL verantwoordelijk voor het verwerken van de informatieverzoeken van politie en justitie. ‘Het zou om een kinderpornofilter gaan. Er staat niets in de wet over een verplichting tot het blokkeren van websites, dus wij zagen het als een verzoek waaraan we wel of niet konden meewerken. De lijst was echter niet getoetst door een rechter en ook niet openbaar. Moeten wij al die sites openen en beoordelen of het om kinderporno gaat? Daar zijn we niet voor opgeleid. Daarbij is het strafbaar om naar kinderporno te kijken. Uit de media hebben we vernomen dat op een soortgelijke lijst in Noorwegen ook sites waren gezet waarop illegale mp3’tjes worden uitgewisseld. En de Nederlandse regering zou graag sites blokkeren waarop staat hoe je bommen maakt. Maar daar is geen rechtsgrond voor en als wij niet kunnen controleren wat we blokkeren, dan doen we niet mee.’ Daarbij is het blokkeren van websites volgens XS4ALL niet heel zinvol. Verhulst: ‘Binnen no-time staat diezelfde informatie weer ergens anders. Je lost het probleem er niet mee op.’
Het KLPD reageert bij monde van woordvoerder Ed Kraszweski alleen op de kwestie van de lijst met url’s van kinderpornosites: ‘In het geval van het blokkeren van kinderporno is het naar onze mening het doel dat de middelen heiligt. Er is inderdaad geen wet die telecomproviders verplicht die sites te blokkeren. Wij vragen hun op basis van vrijwilligheid mee te werken. Als ze dat niet doen, betreuren we dat. Dat ze menen ons te moeten controleren, betreuren wij ook. Wij hebben experts die – het is geen prettig werk – de hele dag naar dat soort sites zitten te kijken. Wij zouden een wet verwelkomen die het ons mogelijk maakt de telecombedrijven te verplichten mee te werken aan het blokkeren van kinderpornosites.’
Als het gaat om tapverzoeken, lopen internetproviders tegen dezelfde problemen op met opsporingsambtenaren als de telecombedrijven. ‘Ik word regelmatig heel boos,’ zegt Verhulst. ‘Ze horen via de afgesproken kanalen te gaan, maar geregeld belt er eentje gewoon naar de receptie. Soms beginnen ze daar al flink uit te wijden over de details van een zaak. Of ze faxen vorderingen die niet kloppen. Bijvoorbeeld met een verzoek op basis van een verkeerd wetsartikel. Ik weiger best vaak.’ Niet zelden wordt haar dan voor de voeten geworpen dat zij een belangrijk onderzoek frustreert. ‘Als ze beginnen dat ik moet weten dat het hier wel om een vreselijke verkrachter gaat, dan word ik pas echt kwaad. Het is niet aan mij om een morele afweging te maken. De papieren moeten kloppen. Of ze zeggen: ‘Waar maak jij je nou druk om? Je bent toch gevrijwaard van rechtsvervolging! Maar daar gaat het mij niet om. Ze komen er bij mij gewoon niet mee weg.’
Pijnlijke fout
Over het feit dat onrechtmatig verkregen bewijs in een later stadium door de rechter naar de prullenbak zal worden verwezen, maken de opsporingsambtenaren zich kennelijk niet al te druk. Misschien omdat ze weten dat slechts een heel klein deel van alle opgevraagde gegevens ooit als bewijs in een rechtszaak door de rechter getoetst zal worden. Misschien omdat het voor de verdediging lastiger is geworden iemand vrij te krijgen op basis van een vormfout en misschien ook wel omdat ze denken achteraf alsnog met het juiste papiertje op de proppen te mogen komen als de informatie interessant blijkt.
Een voorbeeld van die laatste truc kwam aan het licht toen misdaadjournalist John van den Heuvel ontdekte dat zijn telefoon was getapt in verband met een ontvoering in Hells Angels-kringen. ‘Dat is een zeer pijnlijke geschiedenis,’ zegt Gert Wabeke van KPN. ‘Wij kregen het verzoek binnen de verkeersgegevens over vier dagen van het betreffende telefoonnummer door te sturen.’ Er waren aanwijzingen voor een strafbaar feit en er was een handtekening van een rechter-commissaris, dus met het verzoek was niets mis. Ook journalisten mogen worden afgeluisterd als er mensenlevens in gevaar zijn. Maar deze keer ging het op een andere plek mis in het proces. Wabeke: ‘De opsporingsambtenaar belde dat de gegevens niet waren aangekomen. Dat ging nog met floppy’s in die tijd. We hebben die gegevens vervolgens opnieuw gestuurd, maar toen niet de gegevens van vier dagen, maar van vier maanden. Een fout waarvan wij de oorzaak niet meer kunnen traceren. Toen het uitkwam, waren we drieënhalf jaar verder. Bij de opsporingsdienst waar de floppy arriveerde, hebben ze natuurlijk meteen gezien dat we te veel geleverd hadden, maar ze hebben ons daar nooit van op de hoogte gesteld. Omdat de bellijst van John van den Heuvel blijkbaar zo interessant was, werd er – in plaats van het teveel geleverde materiaal te vernietigen – met terugwerkende kracht een machtiging voor het opvragen van de gegevens van vier maanden bij de rechter-commissaris gehaald.’
De rechter stond het gebruik van de informatie uiteindelijk niet toe als bewijs, maar de onrechtmatig verkregen telefoonlijst van de misdaadjournalist circuleerde wel drieënhalf jaar op de burelen van de opsporingsdiensten. Voor een journalist die noodgedwongen werkt met anonieme bronnen is het natuurlijk funest als bekend wordt dat de politie zijn telefoon aftapt.
Bewaarplicht
Binnenkort zullen ook al uw bel-, mail-, surf- en Google-gegevens voor lange tijd worden opgeslagen. De Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens verplicht telecombedrijven om van al hun klanten alle verkeersgegevens op te slaan en ontsluitbaar te maken voor politie en inlichtingendiensten. Wie wat bewaart, heeft wat, dat gaat in ieder geval op voor de bewaarplicht, waardoor van iedere Europese burger straks tot anderhalf jaar terug kan worden uitgezocht waar hij uithing.
‘Is er ooit een onderzoek stukgelopen omdat de verkeersgegevens niet beschikbaar waren?’ is de retorische vraag van Bert-Jaap Koops, hoogleraar regulering van technologie aan de Universiteit van Tilburg. ‘De idee is dat je misdaden oplost of voorkomt door zoveel mogelijk gegevens te verzamelen, maar dat is een misvatting. Het hangt nog steeds af van mensen, van interpretatie, analyse en capaciteit.’ Op diezelfde lijn zit Jacob Kohnstamm, voorzitter van het toezichthoudende College Bescherming Persoonsgegevens. ‘Als je terugkijkt, moet je constateren dat politie en justitie al veel informatie hadden over Mohammed B. en de Hofstadgroep. Een tekort aan informatie was niet het probleem. Kennelijk is er op de beschikbare informatie geen goede analyse losgelaten,’ aldus Kohnstamm. ‘Het opslaan en opvragen door politie en justitie van data over onverdachte mensen is een breuk met een belangrijk principe in onze rechtsstaat, namelijk dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen. Het verzamelen van zoveel gegevens over onverdachte mensen heeft geen toegevoegde waarde. Ze hebben zich op sleeptouw laten nemen door het idee dat het misschien nuttig zou kunnen zijn. Je kan best zeggen dat ik als adviseur op dit gebied een beetje gefrustreerd ben geraakt omdat er niet naar ons wordt geluisterd.’?Als het niet baat, kan het dan wel schaden? ‘Het probleem is dat Nederlanders te veel vertrouwen hebben in de overheid,’ zegt Kohnstamm. ‘Ze denken dat het hun niet zal overkomen dat ze ten onrechte worden dwarsgezeten. Maar als je de overheid zo’n enorme berg privégegevens van onverdachte mensen in handen geeft, dan kun je er donder op zeggen dat vroeg of laat mensen ten onrechte in een verdachte hoek worden geplaatst.’
Hoogleraar Bert-Jaap Koops: ‘Als je ooit een keer gebeld hebt met een misdadiger, kun je al in een onderzoek terechtkomen en via koppeling van gegevens daar een keer last van krijgen. IP-adressen worden door providers na opzegging bijvoorbeeld ook weer aan nieuwe abonnees doorgegeven. Er zijn in het verleden al invallen geweest bij onschuldige mensen door digitale persoonsverwisseling.’
Het oordeel van de telecom- en internetproviders over de bewaarplicht laat zich raden. Ze maken zich zorgen over de zorgvuldigheid en vinden het onterecht dat zij voor de kosten opdraaien. De impact van de bewaarplicht voor providers wordt volgens XS4ALL-woordvoerder Niels Huijbregts onderschat: ‘We zullen onze servercapaciteit moeten verdubbelen. En waarvoor? Negentig procent van al het e-mailverkeer is spam. Dat wordt bij de klant afgevangen door een spamfilter, maar wij kunnen dat niet scheiden van het overige e-mailverkeer. Van iedere tien servers die we extra moeten neerzetten, zitten er straks dus negen vol spam.’
De kleine providers hebben al helemaal geen idee wat hun boven het hoofd hangt. ‘Ze wachten de boete wel af,’ zegt hun vertegenwoordiger Arnout Veenman. ‘Ze weten niet wat er van hen verwacht wordt en of ze aan de bewaarplicht zullen kunnen voldoen. Je moet wel bedenken dat zij niet zoals de grote jongens met mensen van de ministeries om de tafel zitten. Als de bewaarplicht per 1 januari volgend jaar een feit is, hebben zij een probleem.’
Bij Tele2 weten ze dat het een verloren strijd is en maken ze zich alleen nog sterk voor een reële verdeling van de kosten. ‘Vroeger kregen we een vergoeding van duizend euro per tap. Dat is nu dertien euro,’ zegt Günther Vogelpoel, verwijzend naar de Telecomwet van 2004. Daarin is vastgelegd dat alleen nog minimale administratiekosten zouden worden vergoed, of er nu midden in de nacht een technicus op pad moet of niet. ‘De bewaarplicht gaat ons miljoenen kosten. Maar het gaat niet alleen om geld. Het beheren van een database met privacygevoelige gegevens is een grote verantwoordelijkheid. We kunnen het wel, maar of de kosten daarvan in verhouding zijn met de beoogde resultaten valt te betwijfelen. Je zult met de bewaarplicht alleen heel onnozele criminelen pakken, die geen gebruik maken van encryptie of anonymizers. Maar het ergste is dat niet duidelijk is vastgelegd wat er allemaal met die gegevens van onverdachte burgers gedaan mag worden. Dit is echt opsporing 2.0, een aardverschuiving.’
Vernietigend rapport
Het hardste oordeel over de digitale opsporingspraktijk komt uit onverwachte hoek. De conclusies uit het rapport ‘Data voor daadkracht’, dat op initiatief van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken, Defensie en Justitie geschreven werd en dit voorjaar geruisloos van de drukker kwam, liegen er niet om. Voor het onderzoek werden meer dan honderd personen geïnterviewd die betrokken zijn bij het inwinnen van gegevens uit externe databases voor opsporing en vervolging; van de hoofden van de vragende instanties als AIVD, MIVD en KLPD, via officieren van justitie en korpschefs, tot informatieleveranciers als Gert Wabeke van KPN.
De conclusies zijn een bijna oneindige opsomming van geconstateerde gebreken van een systeem, dat volgens het rapport geen systeem genoemd mag worden omdat niemand precies weet aan welke wetten en regels hij zich moet houden. ‘De Adviescommissie Informatiestromen Veiligheid heeft onderzoek gedaan naar de systematiek van het inwinnen van gegevens uit externe databases door inlichtingen- en opsporingsdiensten. Zo’n systematiek blijkt niet te bestaan.’ Iedereen doet maar wat en dat heeft ernstige gevolgen: ‘Aan de normen op het gebied van maatschappelijke zorgvuldigheid, effectiviteit en doelmatigheid wordt niet voldaan. (…) Het gevaar is niet denkbeeldig dat de overheid onder verwijzing naar de strijd tegen het terrorisme de bevoegdheden van inlichtingen- en opsporingsdiensten zodanig uitbreidt dat het evenwicht in de balans tussen privacy en veiligheid verdwijnt.’
Hoe denkt het ministerie daar zelf over? In een eerste reactie op de klachten van de telecombedrijven laat Binnenlandse Zaken weten dat minister Ter Horst naar aanleiding van dit verhaal in Vrij Nederland, heeft besloten het verstrekken van gegevens zonder gerechtelijk bevel per onmiddellijk te verbieden. Een mondelinge vordering door een opsporingsambtenaar waarbij de papieren van het OM later komen, mag ook niet meer. Ieder tapverzoek, ook met spoed en ook ’s nachts, moet – mondeling of schriftelijk – vanaf nu altijd komen uit de hoek van justitie. Dit alles wordt momenteel aan alle diensten meegedeeld.’ Dat klinkt alsof alle gebeden verhoord worden. Maar bij nader inzien blijkt er niks te verbieden te zijn. Frank Wassenaar, woordvoerder van het ministerie, komt met de officiële reactie: ‘Aftappen op grond van het Wetboek van Strafvordering in het kader van noodhulp door de politie is niet mogelijk. Wel kan de politie de telecomproviders vragen vrijwillig gegevens te verstrekken over de positie van een bepaald mobiel telefoontoestel. Van aftappen in de zin van het Wetboek van Strafvordering (art 126m Sv) is dan geen sprake.’
Gert Wabeke verzucht daarop: ‘Tja, dan verandert er dus weer niets. Vorderingen op basis van vrijwilligheid mogen altijd worden ingediend, maar als je daarover niets op papier zet, dan blijft het zo dat wij een afweging moeten maken over het risico.’
Voor degenen die weigeren te geloven in de feilbaarheid van politie en justitie, is er nog deze conclusie: ‘Er kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de mate waarin de bevraging van externe databases afdoende is afgeschermd tegen onbevoegden.’ Misschien heeft u niets te verbergen voor de opsporingsambtenaar die op zoek is naar criminelen en terroristen, maar misschien wel voor de baas, de ex, de tabloidjournalist, de crimineel en de terrorist.V
Eén op tien Nederlanders verdacht
Sinds 2004 mag iedere opsporingsambtenaar (behalve politieambtenaren ook boswachters, parkeerwachters en ambtenaren van milieu-, arbeids- en voedsel- en wareninspecties) identificerende informatie (NAW-gegevens) opvragen en dat hebben de providers geweten. Om te voorkomen dat medewerkers van telecomaanbieders en internetproviders er een dagtaak aan zouden hebben hun ledenbestand door te ploegen voor de meest basale informatie, worden de abonneegegevens – de naam en het adres die horen bij een telefoonnummer, e-mail- of IP-adres – van alle providers centraal opgeslagen. Iedere opsporingsambtenaar heeft vanaf zijn eigen pc toegang tot deze centrale databank, die wordt beheerd door het zogenaamde CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie). Uit de rapportages van het CIOT blijkt dat de vraag om identificerende communicatiegegevens de laatste jaren explosief is toegenomen. Werd de bank in 2003 nog 772.000 keer geraadpleegd, in 2006 was dat al 1,8 miljoen keer.
Wie belt en mailt met wie?
Taps
Over het aantal taps (het kopiëren van de inhoud van communicatie ten behoeve van derden) dat de telecom- en internetproviders plaatsen, mogen zij geen uitspraken doen. Alleen over 1998 zijn de cijfers ooit in de Tweede Kamer boven tafel gekomen: 10.000, waarvan 3000 vaste en 7000 mobiele telefoonnummers. Dit was vóór de aanslagen in New York, Madrid en Londen. De evaluatie van de Wet BOB (Bijzondere Opsporingsbevoegdheden) uit 2004 noemde een totaal aantal van 7500 tapbevelen in zeven (van de 25) regio’s in 2003, met de constatering dat ‘overal het aantal tapbevelen explosief gestegen is ten opzichte van het jaar 2000’.
Verkeersgegevens
Na 9/11 hebben de telecombedrijven en internetproviders een explosieve toename geconstateerd van het aantal verzoeken om lijsten met verkeersgegevens (wie belt en mailt met wie, wanneer, hoe lang en waar? Welke websites worden bezocht).
Encryptie en anonymizers
Bij encryptie worden gegevens gecodeerd (of versleuteld) op basis van een bepaald algoritme. Deze versleutelde gegevens kunnen nadien met – bij zender en ontvanger bekende – sleutels weer ontcijferd worden zodat zij de originele informatie weer terugkrijgen.
Een anonymizer verschaft je een anoniem bestaan op het internet. Telkens wanneer je een pagina opvraagt, stuurt de anonymizer het verzoek via een eigen site, zodat jouw eigen IP-adres niet zichtbaar is voor de bezochte site.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.