‘Daar hing het portret van de Paus. En pal eronder, achter die deur, ontdekte ik een onmetelijke drankvoorraad. Op de tv waren zes pornokanalen geprogrammeerd.’
Burgemeester Robert Biedron ontvangt zijn gasten aan een kleine tafel, met kraanwater, olijven en verse wortel. De ‘president’, zoals de burgemeester in Polen wordt genoemd, valt met zijn kwieke pas en moderne kostuum uit de toon in de donkere bestuurderskamer, met ramen van glas-in-lood en een staande klok die om het uur een ver Pools verleden weergalmt. ‘Op een ochtend heb ik de Paus teruggebracht naar de plek waar hij thuis hoort: naar de kerk. “Dank u wel, meneer de president,” zei de priester. En dat was dat.’
Opperste beroering
Het neogotische raadhuis is veruit het mooiste gebouw van Slupsk, een stadje in het uiterste noorden van Polen. Officieel telt Slupsk, dat je uitspreekt als ‘Swoepsk’, een kleine honderdduizend inwoners. Maar het oude marktplein, een asfaltjungle omringd door smakeloze naoorlogse architectuur, is uitgestorven. Het voormalige filmtheater Millennium vormt het hart van het plein: een blok beton van vergane communistische glorie waarin nu een supermarkt huist. Op elke hoek van de straat is een kebabtent waar je de Poolse stokbroodpizza zapiekanka kunt bestellen. Hoog in de lucht krijsen meeuwen om aandacht. De badplaats Ustka ligt twintig kilometer verderop, maar toch kun je de zee bijna ruiken.
Hoe onooglijk ook, sinds december is Slupsk dagelijks in het Poolse nieuws. De verkiezing van Robert Biedron tot burgemeester leverde zelfs internationale aandacht op. Voor het eerst in het katholieke voormalige Oostblokland kreeg een openlijke homoseksueel zo’n belangrijke functie. En nu het verkiezingstijd is, wordt Slupsk steeds meer gezien als keerpunt. Hier, in deze vergeten uithoek, kwam voor het eerst de onvrede naar voren die de Polen hebben met de regerende klasse.
Want ook de landelijke politiek is in staat van opperste beroering. Tot ieders verrassing werd in mei de tot voor kort volslagen onbekende Europarlementariër Andrzej Duda tot president gekozen. Hij was kandidaat namens de ultraconservatieve oppositiepartij Recht en Rechtvaardigheid. Zijn voorganger, de liberale Komorowski, wist tijdens de campagne niet waar hij het zoeken moest. Jarenlang stond het mantra ‘economische groei’ van zijn partij Burgerplatform garant voor kiezerssucces. Zelfs tijdens de diepe Europese economische crisis noteerde Polen immers positieve cijfers. Internationale media jubelden over een ‘Poolse gouden eeuw’. Premier Donald Tusk werd beloond met een prestigieuze benoeming tot president van Europa.
Biedron liep mee met de eerste ‘Mars voor Gelijkheid’ en richtte de Campagne tegen Homofobie op.
Toch werd de regering afgestraft. Talloze laaggeschoolden en jongeren profiteerden niet van het neoliberale Poolse regeringsbeleid. De opkomst bij de verkiezingen was extreem laag: slechts de helft van de kiezers bracht zijn stem uit. Inmiddels is de campagne voor de parlementsverkiezingen van eind oktober in volle gang. ‘Ik luister, ik begrijp en ik help,’ staat geschreven op een billboard aan de centrumring van Slupsk, waarop de opvolger van Tusk, premier Ewa Kopacz, druk in gesprek met gewone mensen is afgebeeld. ‘Veel te laat!’ schampert een voorbijganger, een heer op leeftijd. ‘Ze hebben ons bedrogen,’ vult zijn vrouw aan.
Met het dreigende verlies van de liberale regeringspartij lijkt de weg open voor de enige oppositie van belang: de partij van de nieuwe president Duda. Recht en Rechtvaardigheid is nauw gelieerd aan het ultraconservatieve deel van de katholieke kerk. Radio Maria en andere katholieke media staan pal achter de partij, die zich keert tegen abortus, euthanasie, ivf en de invloed van Brussel. Progressieve Polen zien de parlementsverkiezingen van eind oktober met angst en beven tegemoet. Een linkse tegenhanger ontbreekt in de Poolse politiek. Socialisme staat vanwege het communistische verleden nog altijd in een negatief daglicht.
Waterpretpark
De enige hoop is Robert Biedron. Een coming man, sinds december burgervader in Slupsk. Hij wordt gezien als de leider van een nieuw progressief Polen.
Ook in Slupsk waren de mensen het zat. Twaalf jaar lang maakte Maciej Kobylinski de dienst uit, een oud-communist met goede contacten in de lokale zakenwereld die nauwelijks communiceerde met de inwoners. Hij probeerde hen zoet te houden met de bouw van een reusachtig waterpretpark. Maar het project werd veel duurder dan verwacht en de gemeente kon de rekeningen niet meer betalen. Nu staat het bouwwerk er half klaar en onaangeroerd bij: het symbool voor een failliete overheid. De schuld van de stad is meer dan twintig miljoen zloty en niemand weet of het zwemparadijs ooit wordt afgebouwd. Ondertussen loopt de stad leeg, want jongeren zoeken hun heil elders. Er is geen werk en Slupsk lijkt volkomen vergeten door hoofdstad Warschau.
‘Eindelijk, verandering,’ was de slogan waarmee buitenstaander Biedron de kiezers op zijn hand kreeg. Zijn campagne werd gevoerd met een schijntje aan campagnegeld – slechts drieduizend euro – maar met veel enthousiaste vrijwilligers. ‘Hij liep huis aan huis de deuren plat. Schudde handen. Hij glimlachte en praatte met de mensen,’ beschrijft Iwona Chrapkowska, medewerker van de gemeente. ‘Dat was nieuw voor ons.’
‘Na zijn aantreden is het alsof we weer kunnen ademen,’ zegt Grzegorz Basarab van het Centrum voor Burgerinitiatief. ‘Robert Biedron is links, net als zijn voorganger. Maar hij heeft het hart ook echt aan de linkerkant.’
Biedron is een buitenstaander in Slupsk, in tegenstelling tot al zijn voorgangers. Hij werd in 1976 geboren in een klein stadje in het katholieke zuidoosten van Polen. In de bibliotheek las hij dat homoseksualiteit een ziekte is en toen hij na een mislukte zelfmoordpoging hulp zocht, zei de psychiater dat het wel over zou gaan. Tijdens zijn studie, toen Robert 19 jaar oud was, kwam de coming out. Biedrons moeder, die werkte voor de vakbeweging Solidariteit, was verdrietig, bang dat hij zijn leven alleen moest slijten en aan aids zou sterven. Biedrons vader, een communistische activist, zei niets.
In 2001 begon Biedron zijn politieke carrière door namens de socialistische partij SLD deel te nemen aan de lokale verkiezingen in Warschau. Hij liep mee met de eerste ‘Mars voor Gelijkheid’ in Warschau en richtte de Campagne tegen Homofobie op, waaraan hij acht jaar leiding gaf. Ewa Kopacz, toen parlementariër en nu Pools premier, sprak haar afschuw uit. ‘Deze man zou geen publiek beroep mogen uitoefenen en niet verkiesbaar mogen zijn.’

Biedron voerde stevig campagne voor homorechten, zijn pijlen steevast gericht op de conservatieve broeders Kaczynski, die namens Recht en Rechtvaardigheid het land jarenlang onder een conservatieve knoet bestierden. Tweemaal, in 2004 en 2005, verboden zij de gay pride in Warschau. De homoactivist kreeg verschillende rechtszaken aan de broek vanwege vermeende belediging van de kerk of de politie. In 2011 stelde hij zich kandidaat voor het nationale parlement namens de progressieve partij Palikot in het district Gdynia, nabij Slupsk. Hij werd verkozen, waarmee hij geldt als de eerste openlijk homoseksuele parlementariër van Polen. Hoe omstreden zijn deelname aan de politiek nog steeds is, blijkt uit de opmerking van voormalig president en Nobelprijswinnaar Lech Walesa, die twee jaar geleden opperde dat homoseksuele parlementariërs achterin de zaal moeten plaatsnemen. ‘Ze moeten beseffen dat ze een minderheid zijn.’
Exorcisme-ritueel
Biedron groeide uit tot een celebrity, raakte bevriend met de bekende filmregisseur Agnieszka Holland en de beroemde Amerikaans-Poolse actrice Joanna Krupa, bekend van de televisieshow Polands next top model. Begin dit jaar liet hij zich voor modeblad Elle glamoureus fotograferen, minnekozend met zijn partner Krzysztof Smiszek op het strand van Slupsk. Een jaar geleden kreeg hij de kans om nabij zijn thuishaven Gdynia te strijden voor een echte bestuurdersfunctie: burgemeester in Slupsk. In de tweede ronde behaalde hij een daverende overwinning: bijna zestig procent van de kiezers stemde op hem.
Biedrons geaardheid was geen thema tijdens de campagne, zeggen de inwoners van Slupsk. ‘Zelfs oude dametjes struikelden niet over zijn seksuele oriëntatie,’ zegt Grzegorz Basarab. ‘Hij is knap, hij glimlacht en is open. Homo? Prima, whatever, we willen verandering!’ Anders was het voor de landelijke media. ‘Ik hoefde er niet over te beginnen. Het was een dagelijks thema,’ zegt Biedron zelf. ‘We leven nog steeds in een homofoob land.’ In juli werd partnerschapsregistratie voor homostellen opnieuw in stemming gebracht in het parlement; de grote meerderheid stemde tegen – niet alleen de conservatieven, ook de meeste liberalen zeiden ‘nee’.
In Slupsk voerde een lokale politica met een groep ouderen zelfs een exorcisme-ritueel uit bij het huis van de burgemeester. Maar de meeste inwoners staan onverschillig tegenover Biedrons geaardheid. ‘Wat hij thuis doet, moet hij zelf weten,’ zegt een bezoeker van de mis in de Mariakerk, een man van rond de veertig. ‘Ik stemde op hem omdat hij goede contacten in Warschau heeft. Dat is goed voor Slupsk.’
‘Biedron werd niet gekozen omdat hij homoseksueel was,’ beaamt Agnieszka Jarzewicz, onderzoeker en docente aan de Academia Pomeraniensis van Slupsk. ‘Maar toch is zijn verkiezing revolutionair. Zijn geaardheid bleek namelijk ook geen belemmering voor kiezers om op hem te stemmen.’ Volgens Jarzewicz heeft Biedrons verkiezing het gesprek op gang gebracht. ‘Drie jaar geleden zeiden een paar studenten van me dat homo’s gedegenereerde mensen zijn. Ik was geschokt dat de huidige generatie, geboren in een vrij Polen, zulke dingen denkt. Nu praten studenten heel anders. Biedron is een homoseksueel met politiek succes.’

Snoeihard bezuinigen
‘Veel mensen moeten wennen,’ zegt Grzegorz Basarab. ‘Je vroeg me zojuist iets over zijn partner, en ik dacht “oef”. Zo diep zit de weerstand blijkbaar, zelfs bij mij – namens mijn stichting geef ik nota bene jongeren training over discriminatie.’ Basarab vertelt over zijn conservatieve broer, die onlangs trouwde en per se niet wilde dat Biedron het huwelijk sloot. ‘Veel stellen komen juist naar Slupsk om door onze burgemeester getrouwd te worden,’ reageert gemeentemedewerker Iwona Chrapkowska trots, ‘hetero stellen, welteverstaan.’ ‘Misschien moeten we een boot inrichten,’ oppert Basarab, ‘net als voorheen de abortusboot, waar homo’s – op zee, in wettelijk niemandsland – legaal kunnen trouwen.’ ‘Als Recht en Rechtvaardigheid straks de verkiezingen wint,’ roept Chrapkowska, ‘dan maken we van Slupsk een progressief eiland, waar elke linkse Pool mag komen wonen. Dan worden we alsnog een miljoenenstad.’
De discussie aanwakkeren, dat doet president Biedron graag. Hij verwijderde de Paus uit de bestuurderskamer op het moment dat het publieke debat in Polen wordt beheerst door de rol van de kerk in het politieke bestel. ‘De kerk heeft het recht zich te mengen in politieke discussies,’ vinden de conservatieven van Recht en Rechtvaardigheid, naar aanleiding van een wetsvoorstel over ivf. ‘Ik wil niet in een religieuze staat wonen,’ bitst premier Ewa Kopacz. In Slupsk wordt de zaak afgedaan met humor. In Café Kafeina hangt een cartoon van de Poolse bisschop, die plechtig verklaart het portret van Robert Biedron uit zijn kantoor te hebben gehaald.
Maar de problemen van Slupsk zijn te groot om op te lossen met symboliek. De nieuwe burgemeester moet de komende vier jaar snoeihard bezuinigen. ‘Er gaan geruchten dat Biedron moest huilen toen hij werd verkozen,’ zegt de lokale journalist Krzysztof Przygoda. ‘Dat geloof ik niet,’ zegt Jacek Szuba, voorzitter van Stichting Indygo die actief is in de culturele sector, ‘maar hij is absoluut bang geweest.’ De eerste kritiek klinkt inmiddels door, bij monde van Robert Kujawski, de leider van de lokale afvaardiging van Recht en Rechtvaardigheid, de conservatieve oppositie. ‘Biedron houdt veel persconferenties om aan zijn imago te werken, maar hij vergeet zijn meerderheid in de gemeenteraad te gebruiken om veranderingen door te voeren,’ vindt hij.
Junkcontracten
Het grootste probleem van Slupsk: de jeugd vertrekt. ‘Er is hier helemaal niets. Geen vertier en geen werk,’ zegt Aleksandra Niedziolka, de negentienjarige barvrouw van Kafeina, het enige café in de stad met goede koffie. ‘Mijn vrienden willen allemaal weg.’ Aleksandra is sinds een paar maanden terug uit Londen, waar ze een paar jaar op school zat. Haar zus werkt er als schoonmaakster. ‘Vanaf september ga ik sociologie studeren in Slupsk. Maar daarna ga ik ook vijf jaar werken in Engeland.’ Ook al heeft ze nu een baan in het café, haar salaris is schamel: negen zloty per uur, iets meer dan twee euro. Haar vriend werkt bij de bioscoop en verdient nog minder: zeven zloty. ‘Daarmee kunnen we ons net een appartementje veroorloven. Mijn vrienden wonen noodgedwongen bij hun ouders. Wij zijn dus vrij, alleen hebben we geen vrije tijd.’
We moeten Slupsk zo aantrekkelijk maken dat diegenen die weggaan uiteindelijk terugkeren.
In Polen werken de meeste jongeren met zogeheten junkcontracten, vertelt Aleksandra. ‘Je hebt geen enkele zekerheid en elke dag kan de laatste zijn.’ In Engeland verdiende ze als schoonmaakster zeven pond per uur (tien euro). ‘De burgemeester is cool. Laatst ging hij ’s nachts boemelen met studenten. Geweldig! Maar hij moet voor werk zorgen. Misschien kom ik dan ooit terug naar Slupsk.’
De krimp zie je terug in de plaatselijke universiteit. Het aantal studenten daalde van 12.000 studenten tien jaar geleden tot slechts 2.500 nu. Het lijkt wel alsof alle jongeren in het Noord-Poolse stadje hun toekomst zien in Groot-Brittannië of elders in West-Europa. Werkloos zijn is in Polen een schrikbeeld; met een uitkering van krap 150 euro per maand kun je niets. De uitgeweken Polen hebben na vijf jaar werken in Engeland recht op pensioen. Aantrekkelijk vanwege de schrale oudedagsvoorziening in Polen zelf.
‘Het is niet vreemd dat veel mensen zich verloren voelen na de democratische ommezwaai van begin jaren negentig,’ zegt docente Agnieszka Jarzewicz. ‘De regering pocht over de groeiende economie, maar die gaat ten koste van de arbeiders. Wat betekent vrijheid voor degenen die gedwongen werden te emigreren?’
‘Wat ik kan doen, is zorgen dat we Slupsk zo aantrekkelijk maken dat diegenen die weggaan uiteindelijk terugkeren,’ zegt burgemeester Biedron. ‘Om vervolgens met hun vaardigheden en kennis, in het buitenland opgedaan, een eigen onderneming te beginnen.’ Biedron richt zich op de verbetering van het onderwijs, met name de technische middelbare scholen. ‘We moeten alumni terughalen om op school les te geven en tegelijkertijd in een bedrijf aan de slag te gaan. Al zijn het maar tien mensen.’ Tegen de junkcontracten kan Biedron weinig beginnen. ‘Ik probeer bedrijven naar Slupsk te trekken die beter met hun mensen omgaan. Bijvoorbeeld uit Zweden – autobedrijf Scania heeft hier een vestiging. En we moeten mensen opleiden met hoogwaardige banen.’
Om de kosten te verminderen, heeft Biedron inmiddels een aantal gemeentelijke topmanagers ontslagen en de salarissen verlaagd. Daarnaast haalde hij Beata Maciejewska, prominent lid van de Groene Partij, naar Slupsk. Zij stelde vijf mensen aan die burgers gaan adviseren op het gebied van groene energie. ‘Allemaal vrouwen, want ik ben feministe,’ zegt Maciejewska trots. ‘Met zuiniger energiegebruik kunnen de stad en de inwoners geld besparen. Over drie jaar is Slupsk bezaaid met zonnepanelen. Want Polen moet af van de verslaving aan steenkool.’

Goede propaganda
‘Voor Biedron is politiek een missie,’ zegt Agnieszka Jarzewicz, ‘omdat hij persoonlijk moeilijke dingen heeft meegemaakt. Dat is zijn sterke punt. Want de meeste politici gebruiken hun macht nog steeds om de eigen zakelijke belangen te dienen. Zodra ze gekozen zijn, denken ze niet meer aan hun kiezers.’ Het verklaart volgens haar de extreem lage opkomst bij verkiezingen in. ‘De gemakkelijkste manier om de teleurstelling van de burgers te kapitaliseren, is door hen te mobiliseren met religie. Dat doet Recht en Rechtvaardigheid.’
‘Na de omwenteling hebben het kapitalisme en het individualisme toegeslagen,’ verzucht burgemeester Biedron, die er graag op los analyseert. ‘Het gaat om carrière en geld verdienen voor je eigen clan. Als je een Pool vraagt wat het belangrijkste is in zijn leven, zegt hij z’n familie. Als ik die houding hier lokaal kan veranderen, zou dat geweldig zijn.’ Onderlinge solidariteit vergroten tussen de burgers ziet hij als zijn missie. ‘Ik spreek vaak mensen die een weg willen bij hun huis. Mijn antwoord is dan ‘maar anderen willen ook een weg’. ‘Wat kan mij de weg van die ander schelen?’ is dan vaak de reactie. Na de omwenteling is er geen structuur gekomen waardoor mensen met elkaar in gesprek kunnen gaan. Dus krijgt nu degene die de beste lobby heeft of die de burgemeester kent zijn zin.’
‘Polen hebben de neiging om zich af te keren van de politiek. Maar de problemen zijn van ons allemaal.’
Op uitdagende toon legt de burgemeester de bal bij de burger. ‘Polen hebben de neiging zich af te keren van de politiek. Maar de problemen van de stad zijn van ons allemaal. We moeten samen oplossingen verzinnen.’ Biedron verwacht veel van de zogeheten sociale dialoog, waarvoor gemeenteambtenaar Iwona Chrapkowska verantwoordelijk is. Wekelijks ontmoeten inwoners ambtenaren, niet alleen om te spreken over hun persoonlijke situatie maar vooral over hun eigen ideeën. Burgers mogen hun eigen plannen indienen, waarvoor een budget beschikbaar is gesteld. ‘Er zijn 77 voorstellen binnengekomen,’ zegt Chrapkowska, die het loeidruk heeft sinds Biedron aantrad. ‘De hele dag heb ik mensen aan de telefoon die hun eigen project willen bediscussiëren.’
‘Voor mij is Biedron de reden om hier te blijven en te proberen iets te veranderen,´ zegt journalist Krzysztof Przygoda. ‘De burgemeester heeft zijn steun toegezegd voor het filmfestival dat ik wil organiseren voor amateurfilmers. Hij heeft zijn vriendin, regisseur Agnieszka Holland, gevraagd om mee te doen. Geld heeft hij niet. Maar Biedron is goede propaganda. De rest regel ik zelf wel.’ ‘Biedron heeft ons gevraagd om zelf een voorstel te schrijven hoe hij met burgerinitiatieven om moet gaan,’ zegt activist Grzegorz Basarab. ‘Dat hebben we gedaan en hij accepteerde het. Dat is ongelofelijk motiverend. De gemeente moet haar burgers vertrouwen en andersom. Biedron biedt een basis voor dat vertrouwen.’
Barre jaren
Dat Robert Biedron de landelijke politiek in zou willen, blijft hij zelf halsstarrig ontkennen. ‘Alsjeblieft, wordt onze leider,’ smeekte Jan Hartman, een befaamde linkse professor uit het Zuid-Poolse Krakau, die onlangs een platform oprichtte om versplinterd progressief Polen bijeen te brengen. ‘Dat is een rare vraag aan mij,’ reageert Biedron stoïcijns. ‘Ik houd van Slupsk en ben de mensen hier veel verschuldigd. Als je het niet erg vindt, ga ik nu op weg naar Gdansk. Bedelen om geld voor sociale huurwoningen.’ Dat er veel op het spel staat, erkent de progressieve burgemeester. Na de verkiezing van de conservatieve Duda tot president vreest hij dat Polen barre jaren tegemoet gaat. ‘Bij Recht en Rechtvaardigheid hebben ze een fascinatie voor de regeerstijl van de Hongaarse premier Viktor Orbán en de Turkse president Erdogan. Dat zijn mannen die de grondwet aan de kant schuiven en morrelen aan de scheiding van de machten – een doodzonde in de politiek. Dat is gevaarlijk,’ zegt hij fel.
De mensen om hem heen twijfelen niet. ‘Ik vind dat Robert over vijf jaar moet gaan voor het presidentschap,’ zegt Biedrons rechterhand Beata Maciejwska beslist. ‘De mensen willen hem.’ ‘Iedereen weet dat Biedron hier tijdelijk is,’ zegt Jacek Szuba. ‘Slupsk is zijn parachute om uiteindelijk in de landelijke politiek terecht te komen. Dat is prima, zolang het goed voor ons is. Als hij ons misbruikt, zullen we hem uit het stadhuis trappen. Dan kan hij zijn eigen politieke toekomst vergeten. Maar als hij een succes maakt van Slupsk, wacht hem een grootse toekomst.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.