Toen Tijs van den Brink (42) in 1996 bij de EO begon, werd hij al direct verslaggever, bij het politieke radioprogramma Wandelgangen. Kort daarna ging hij ook voor televisie werken, bij Twee Vandaag.
‘Een goed interview op de radio verschilt nauwelijks van een tv-interview. Je moet iets meer letten op kleding, op mimiek. Toen ik begon, kwamen er veel reacties op mijn uiterlijk, op mijn kleding en op het brilletje dat ik toen droeg. Nu heb ik op tv lenzen in, en is er een mevrouw die kleding voor me uitkiest. Bij radio speelt dat allemaal geen rol. Al heeft de webcam daar ook volop zijn intrede gedaan.
Presenteren is praten tegen de luisteraar, interviewen is praten met de gast. Ik vind mezelf veel meer een interviewer. Van interviewen word ik echt gelukkig. In feite draait het om goed luisteren en om een goede voorbereiding. Het is heel moeilijk te leren. Je kunt het of je kunt het niet. Bij nieuwe mensen voel je dat onmiddellijk: hij snapt waar het om gaat, hij begrijpt wat hij moet vragen en vooral ook wannéér. Ik streef altijd naar een golfbeweging in gesprekken; dan weer spanning en dan weer even een lach. Bij geschreven interviews speelt dat minder een rol. Bij ons moet het in tien minuten gebeurd zijn. Zo niet, dan is het gebéurd met je gesprek. Radio is per definitie intiemer, maar tv heeft weer een veel grotere impact. Dat is toch ook aantrekkelijk. Tv voegt ook iets toe aan een gesprek: een traan, iemand die wegkijkt.
Ik vind Dolf Jansen in Spijkers met Koppen vaak erg verrassend. En Ger Jochems slaagt er geregeld in om me aan het lachen te maken. Maar de beste vind ik Lucella Carasso; zij is het meest compleet en het meest gedegen.’
Meer radiopresentatoren vindt u hier.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.