Interview
1. Doe wat je wilt
‘Ik kom uit een familie van baggeraars, mijn vader had een eigen bedrijf in de weg- en waterbouw. Ze maakten overal in de wereld dijken, havens en wegen. Net als hij ben ik een bouwer, ik houd van het maken van dingen. Mijn ouders hadden een mateloos vertrouwen in ons, ze geloofden dat het goed was wat wij kinderen deden, of het nu lukte of niet. “Jij komt er wel”, is ons altijd voorgehouden, ook al voerde je niets uit en ging je de hele dag met je brommer door de duinen scheuren. Bij mij werkte dat heel goed, ik werd geprikkeld, wilde van alles doen. En alles vonden ze goed, of ik nu toneelschool wilde doen of journalistiek. Zo heb ik leren geloven in mijn ideeën en dat heeft me zeker geholpen bij het opzetten van een eigen tijdschrift.’
2. Begin steeds opnieuw
‘”Meteen doen”, is mijn eerste reactie als ik een idee heb, of als iemand anders voor advies bij me komt. Ik kan moeilijk stilzitten en wil altijd bezig zijn, bemoei me overal mee. Toch zijn de beste ideeën ontstaan op momenten dat ik rustig thuis op de bank zat. Na een drukke baan bij De Telegraaf kreeg ik zo – moe thuis – de behoefte aan eenvoud en landelijk leven, weg uit de stadse drukte. Dat was het begin van het tijdschrift Seasons. Met Happinez is dat precies zo gegaan. Moe van het succes van Seasons ging ik op zoek naar innerlijke verrijking, en wat bleek: vele anderen hadden diezelfde behoefte en het blad vond zijn lezers. Maar in plaats van het onderhouden van een goedlopend blad, begin ik liever weer met iets nieuws. Ik ben benieuwd wat er nu weer gaat komen, thuis op de bank.’
3. Maak van het persoonlijke je werk
‘Maak het persoonlijk en de mensen willen het hebben, is mijn ervaring. Neem jezelf mee, maak het menselijk, want we hebben genoeg van het onpersoonlijke en het oppervlakkige. Voor Happinez fungeerde ik in mijn zoektocht naar diepgang en spiritualiteit als een brug tussen de spirituele wereld en het lezerspubliek. Mijn persoonlijke ontwikkeling en groei kon je terugvinden in mijn verhalen en editorials. Paradoxaal daaraan was dat het voor het blad heel goed was, maar voor mezelf eigenlijk iets minder. Even naar een sjamaan in Arizona vliegen, een interview afnemen, misschien nog een middag daar doorbrengen, dan snel terug naar huis en met een jetlag je stuk uittikken. Als je gaat voor het verhaal, klopt het, maar voor mezelf was het veel te vluchtig. De rust om zelf dingen te ontdekken komt pas nu ik stop met het blad.’
4. Mopper niet
‘Als je ervan uitgaat dat je het beste krijgt, dan lukt dat vaak ook. Ik vind dat veel mensen de nadruk leggen op wat niet lukt, er wordt veel gemopperd.
Zelf zie ik liever overal kansen, mijn dochter heeft dat ook. Als je dan je best doet, vind je die parkeerplek of dat mooie vakantiehuisje. Natuurlijk sla ik soms de plank ook vreselijk mis, zoals die keer dat ik voor een interview uit het vliegtuig stapte in Calgary waar toen de Olympische Spelen waren en een hele delegatie zag staan, compleet met auto met chauffeur. Dat is goed geregeld dacht ik nog, maar ik werd volkomen genegeerd, ze stonden daar voor een beroemde Zwitserse schaatsster.
Maar ook over teleurstellingen stap ik snel heen, ik heb een extreem positieve instelling. Het maakt het leven leuker, ik ben een soort Alice in Wonderland.’
5. Laat je kind los
‘Nu mijn dochter oud genoeg is om op eigen benen te staan, merk ik hoeveel tijd ik aan haar gaf toen ze nog thuis woonde. Ik ging toch liever naar huis dan met vrienden de kroeg in of uit eten. Je hoort vreselijke verhalen over het lege nest syndroom, maar je kind het huis uit is ook best fijn. Mijn sociale leven is er enorm van opgeknapt.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.