1. Als je valt, maak er wat van?’Van je gebrek kun je maar beter het beste zien te maken. Als er bij mij iets misgaat, ik struikel, of verspreek me op televisie, zal ik het nooit proberen te verhullen. Ik gebruik het juist, maak er mijn charme van. Misschien kan ik daardoor ook slecht overweg met mensen die zichzelf heel serieus nemen, de Koot & Bie-typetjes zonder zelfspot. Je kun zoveel lol hebben om jezelf! Ik kan ook heel erg de slappe lach krijgen als er iets ergs gebeurt. Vooral met mijn jongste zus, als ik haar dan aankijk, doe ik het al in mijn broek. Dat is ook van de zenuwen natuurlijk, het lachen om niet te hoeven huilen, maar het maakt het leven draaglijk. De balletdanseres Sonia Gaskell zei het altijd tegen haar ballerina’s, met zwaar Russisch accent: “Meisjes, als je valt, altijd wat van maken.” Het mooie is dat je zo de angst verliest om fouten te maken.’
2. Vergeving is het beste wapen
‘Mijn moeder had een lichtheid van leven, terwijl ze een groot deel van haar familie had verloren in de oorlog en zelf ondergedoken had gezeten. Maar daar sprak ze nooit met zwaarte over, het waren eerder spannende verhalen voor ons. Ze was vergevingsgezind en daar heb ik veel van geleerd, want je slaat je vijanden er alle wapens mee uit handen. Ik weet niet of het heldhaftig is, maar ik ben niet zo voor de strijd, eerder voor het de andere wang toekeren. Zelf heb ik gelukkig nog nooit zoiets ergs meegemaakt, maar ik hoop dat ik dan zo zou kunnen zijn als mijn moeder.’
3. Verbied de Hummer
‘Met verbijstering kijk ik naar wat er gebeurt in Nederland. De angst regeert, mensen zijn bang voor alles wat vreemd is. De Hummer vind ik een bizar voorbeeld daarvan: het is een soort tank waarin je rondrijdt, verheven boven de rest. Daarom vind ik: als ze de hoofddoek willen verbieden, dan ook de Hummer. Het is een rare gewaarwording dat ik, afkomstig uit een socialistisch nest, inmiddels tot een groep behoor waarop wordt neergekeken: ik ben links, lees vreselijk veel, vind het belangrijk dat mensen met kennis van zaken het land leiden. Er ontstaat een massa die het vertrouwen in politiek en gezag kwijt is, die vindt dat alles nu, meteen moet worden opgelost. Dat populisme van nu vind ik beangstigend.’
4. Werk niet voor een baas
‘Ik werk al zo lang voor mezelf dat ik me niet kan voorstellen hoe het is om iets te moeten doen van je baas. Toen ik een tijdje helemaal geen leuk werk aangeboden kreeg, heb ik dan ook gewacht; dan maar even op een lager pitje, dacht ik. En ik heb me als vrijwilliger drie jaar lang nuttig kunnen maken voor Vluchtelingenwerk. Idiote aanbiedingen voor Sterren op het ijs of wat dan ook sloeg ik beleefd af; ik kan niet iets doen waar ik niet achter sta. Mijn gezicht spreekt boekdelen, het presenteren is geen acteren, ik ben het echt zelf. Daardoor raak ik nooit gewend aan kritiek en blijven complimenten altijd heerlijk: ook die betrek ik op mezelf. Gelukkig associëren de meeste mensen mij met iets leuks, en heb ik verder een heel selectief geheugen. Problemen pak ik aan als ze er zijn, ik ben geen tobber.’
5. Durf te verdwalen
‘Ik wil geen TomTom in mijn auto. Uiteindelijk vind ik mijn bestemming toch wel, en ik maak graag een praatje onderweg. De lol van het zoeken, raampje omlaag draaien, mensen de weg vragen, ik zou het niet willen missen. Als ik ga wandelen in de waterleidingduinen vlak bij ons huis, doe ik dat ook kriskras zonder een route te volgen. Je komt altijd ergens uit, en anders zie je de zee wel weer verschijnen. De kinderen krijg ik tegenwoordig niet meer mee, omdat het altijd langer duurt dan “even een uurtje”. Ik houd van onverwachte ontmoetingen, en daarvoor moet je niet alles uitstippelen, maar lef hebben om van het pad af te gaan. Met verdwalen bedoel ik trouwens wel vrolijk verdwalen, niet in enge bossen waar je geen andere mensen tegenkomt.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.