Circus Waltz
Het verhaal van Waltz is rauw en ruig, net als de seks. De karakters zijn complex en zwart. De onopgesmukte, realistische verbeelding maakt de serie bijna documentair. Maar over alles ligt een dekentje van weemoed en mededogen met de personages in dit familiedrama.
Regisseur Norbert ter Hall: ‘Het circus leek me zo’n mooie arena voor een serie over mensen die een hard leven leiden, intens met elkaar verbonden zijn en tegelijkertijd teruggeworpen op zichzelf. Maar het wordt pas iets als je er een verhaal van kunt maken. Van zo’n familie, de tradities en hiërarchische verhoudingen, het bijna-dorpse van dat reizende eiland waar iedereen probeert te overleven. In de plakboeken van mijn grootvader en zijn oom Henri ter Hall, die ooit een eigen revuetheater had in Den Haag, zie je de shows op de aanplakbiljetten elk jaar grootser en mooier worden. Dat element van make believe, de wereld van zelfgemaakte pracht en praal, vind ik mooi. Die revue ís natuurlijk niet grootser dan de vorige, maar je zégt het. Als je serieus over het circusleven nadenkt, zeg je: stoppen. Nu! De mensen van het circus zeggen: morgen wordt het beter. Ik verkoop zo’n serie óók met de belofte dat het prachtige televisie wordt. Dat geloof praat ik mezelf aan. Ik ben precies zo’n zichzelf in stand houdend mechanisme. Zonder een beetje bluf geen evolutie, toch?’
Schrijver Alberdingk Thijm: ‘Een jaar of acht geleden heb ik collega-schrijvers wel eens gevraagd of zij iets met dat circusidee van Norbert wilden. Norbert en ik hadden al veel samengewerkt, maar ik wilde dat niet meer. Ik vond het lastig, ook omdat we partners zijn. We hadden allebei een drang om piketpaaltjes te slaan. Ik schrijf, jij regisseert. Het circus, met dat theatrale, sprak me ook totaal niet aan. Dat ik, jaren later, toch gezwicht ben, heeft beslist te maken met mijn ontwikkeling. Tijdens een herfstvakantie in Frankrijk kregen we het over al die Nederlandse series die voornamelijk op series leken en niets inhielden. Ik was erg onder de indruk van The Sopranos en Six Feet Under, daar sprak een soort tijdsgevoel uit. Over wegvallende zekerheden, het met jezelf moeten doen, alsof iedereen een freelancertje is. Dat je niet weet waar je volgend jaar bent. Ooit was het van belang waar je bij hoorde, nu gaat het erom wie je bent. Met dat gevoel, die tijdgeest, wilde ik iets maken. Toen zei Norbert: dat is nu precies wat ik met die circusserie wil.’
Toen bekend werd dat (voorheen) Nederland 3 op zoek was naar nieuw Nederlands drama, meldden de twee zich meteen met hun circusidee. ‘We hebben Waltz als plan van ons tweeën ingediend,’ vertelt Ter Hall. ‘Toen kwam de vraag: Norbert, hoe zie jij jouw functie? Vind je het mooi als de serie gemaakt wordt, of wil je per se zelf regisseren? Ik voelde wel dat ze op dat moment niet op mij zaten te wachten. Het was toch een vorm van koppelverkoop. Mijn cv zag er misschien niet zo indrukwekkend uit, maar ik had genoeg vlieguren en weet heus hoe het moet. Robert zei meteen: het is óns plan. We doen het samen of niet. Toen was het goed. Ik zal gvd laten zien dat ik het kan. Raar genoeg heb ik het verhaal vanaf het begin heel helder voor me gezien. Het is niet anders geworden. Nu de serie klaar is, denk ik wel: ik zou het niet meer kunnen. Die gigantische set, al die wagens. We filmden op plekken waar alles óf heel groot was óf juist claustrofobisch klein. Zo’n caravan is niet groter dan een caravan. Regie, assistent, camera, geluid: als slangenmensen wurmden we ons in hoeken en onder tafeltjes om de scènes te filmen.’
‘Ik probeer voor elke productie een passende stijl te vinden,’ zegt Ter Hall. ‘Het moet elke keer anders zijn. Mevrouw de Minister was opera-achtig, esthetisch, pompeus. Dat politieke drama zag ik ook meteen in zwart-wit. Waltz moest een “fysieke” serie worden. Het gaat over lichamelijke prestaties, verval, leven, werken, seksualiteit. Het moest rauw zijn, dicht op de huid van de acteurs, de camera handheld. De samenwerking met Robert was de eerste waarvan we ook gelukkig werden. Vroeger was ik zó krampachtig mezelf aan het bewijzen. Niemand mocht zien waar ik mee bezig was, bang dat anderen zich ermee wilden bemoeien. Die paniek is weg. Bij ons allebei. Als Robert en ik samenwerken, is het altijd een overgangsproductie. Meneer Rommel was mijn eerste televisieregie en Roberts eerste zelfstandige scenario, De Buurtsuper was onze eerste comedy, Monte Carlo onze eerste film, Waltz is Roberts eerste grote drama voor volwassenen. Allebei hebben we weer een stap gezet.’
‘Ik had King Lear voor ogen,’ zegt de scenarioschrijver. De koning met zijn drie dochters. Hier is het Willy Waltz, de vader die bang is onttroond te worden. Bruno, de zoon wiens seksualiteit niet gezien wordt, Felix, de zoon die zich achtergesteld voelt, Enrico, de wilde benjamin. Ik heb Willy Waltz een tumor gegeven om hem later, na een operatie, blind te laten worden. Mooi, zegt Hilversum, hongerig naar plots: dan krijg je een strijd tussen de drie broers. Voor mij gaat het over dat circus. Er wordt iets van hen verwacht wat ze niet aankunnen.
Toen ik research ging doen, kreeg ik de inzichten. Ik ben in Duitsland op bezoek geweest bij Alberto Althoff van Circus Althoff. En stelde hem ook vragen over school, aan tafel gaan, de gordijnen in de caravan – ’s avonds open of dicht – het gezinsleven. Hoe zijn pensioen geregeld is. Zijn echtgenote sprong daar meteen op in. Een mooi circus hadden ze. Maar aan later dacht meneer niet. Haar zoontje van acht mocht níets doen in het circus. Daar was ze heel stellig in. De jongen ging gewoon naar school. Hij zou niet, als vanzelfsprekend, het circus in gaan. Hij moest zijn eigen keuze kunnen maken.
Mevrouw Strassburger van Circus Strassburger deed vroeger de paarden in het eigen familiecircus. Haar kinderen stuurde ze naar een internaat. Later stopten de Strassburgers met het circus en begonnen een benzinepomp. Tot verdriet van de zoon, die het familiebedrijf graag had voortgezet, maar nu maatschappijleer doceert.
Overal waar ik kwam, ook bij Mullens en Boltini, hoorde ik prachtige verhalen. Met weinig romantiek en veel strenge regels en protocollen.
Voor ik me aan het schrijven zette, heb ik goed naar The Sopranos gekeken. Om te zien hoeveel verhalen je in één aflevering kon vertellen. Het bleek het ene losse eindje na het andere, behalve in emotionaliteit van het personage. Zó zag ik dat ik veel vrijer kon schrijven dan ik dacht. Dit is volwassen drama. In meer opzichten. Er zit weinig geweld in Nederlands drama, of het is onzingeweld. In Waltz wordt nogal eens gevochten en gemept. In het circus wordt geslagen. In Waltz dus ook. Dat fysieke, directe, het geworstel en onvermogen, wilde ik laten zien.’
Bruno, de oudste zoon in de Waltz-dynastie, gespeeld door Theo Maassen, is homoseksueel. In een even onverwachte als geloofwaardige scène rijdt de bink met zware bakkebaarden te paard naar een afgelegen parkeerterrein, op zoek naar anonieme seks. ‘Homoseksualiteit is voor ons zo vanzelfsprekend,’ zegt Ter Hall. ‘Het is ook geen issue in de serie. Bruno is gewoon iemand die homo is en daarnaast heel veel andere dingen. Ik wil laten zien hoe mensen zijn. Hoe mooi dat is. Als er iets is waarop ik altijd hoop, is het verdraagzaamheid. Niet iedereen is zoals jij of ik.’
Alberdingk Thijm: ‘Wij zijn burgers. De circusfamilie staat buiten de maatschappij. Dat valt op als ze naar het ziekenhuis gaan, waar vader ligt, of naar de kerk die hen verbiedt op zondag te spelen. Als ze niet op eigen terrein zijn, voelen ze zich ongemakkelijk, spreken ze een andere taal. Net als bij de koninklijke familie, inclusief de onderlinge verhoudingen, is het in de circusadel een en al traditie. En ook in die families heb je homoseksuelen.
In mijn puberteit wou ik zó graag hetero zijn. Homo zijn betekende eenzaamheid. De ervaring die ik toen had, was stiekem gedoe. Het is vooral een strijd in jezelf, niet dat niemand het mag weten. Bruno’s vader wil het domweg niet zien. Ik vond het indertijd afschuwelijk om het te moeten vertellen. Het was geen geheim, maar iets van míj. In de serie geeft Waltz zijn zoon een klap als hij homo-erotische porno vindt. Theo vroeg: hoe moet ik reageren? Lach er maar een beetje om, zei Norbert. Het is pijnlijk en gênant. Daar heeft Norbert een enorm gevoel voor.’
De makers Norbert ter Hall (l) en Robert Alberdingk Thijm (r)
Regisseur Norbert ter Hall (1966), opgeleid tot grafisch vormgever, begon als decorontwerper voor theater en televisie. In 1990 ontmoette hij rechtenstudent Robert Alberdingk Thijm (1965). Niet lang daarna regisseerde hij Meneer Rommel, een kinderserie voor de VPRO. Het script was van zijn inmiddels bijna afgestudeerde vriend. Alberdingk Thijm schreef op het gymnasium al sketches voor de musicals en het cabaret waarin hij zelf meespeelde. En terwijl hij zich aan de Universiteit van Amsterdam specialiseerde in auteursrecht, ging voor hem een grote droom in vervulling: scenario’s schrijven voor Hilversum. Om te beginnen voor In De Vlaamsche Pot. De melige Veronica-serie betekende voor hem een buitengewoon leerzame periode, vooral door de lessen van acteur en co-auteur Edwin de Vries. Daarna schreef hij onder meer afleveringen van de Vara-serie All Stars, was hij bedenker en auteur van de tiendelige VPRO-jeugdserie De Daltons en maakte drie seizoenen lang de NPS-hit Dunya & Desie. Alles nationaal en internationaal geprezen en bekroond. Ter Hall werkte voor verschillende omroepen en leeftijden. Met de VPRO-serie Mevrouw de Minister uit 2002 verwierf hij twee buitenlandse onderscheidingen. Samen met Alberdingk Thijm maakte hij in de jaren negentig De Buurtsuper, een comedyreeks voor Veronica, en de stripachtige avonturenreeks Zeeuws Meisje voor de VPRO.
Op 1 oktober wordt tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht een ‘Waltz-premièremarathon’ gehouden in bioscoop Camera/Studio, 11.00-18.30 uur, informatie: www.filmfestival.nl en www.waltz.nl
Vanaf 10 november, 21.00 uur is ‘Waltz’ te zien op het ‘verdiepende kwaliteitsnet’ 2
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.