Hoofdredactioneel
‘Ik ben van een generatie die graag en veel leest, maar dan moet het wel ergens over gaan,’ schrijft een lezer uit Utrecht. Hij vond een aantal zomerse omslagartikelen zo lichtvoetig dat hij meende daar verstrekkende conclusies aan te moeten verbinden. Vrij Nederland dient wat hem betreft een opinieblad te zijn dat vooral ingaat op de politieke actualiteit ‘met meer distantie en diepgravender dan een dagblad’.
Reportages over het reptiel als huisdier (leven met een luipaardgekko) of de nabije geschiedenis van house (veel beats en pilletjes) zijn aan hem niet besteed. Hopelijk wil hij nog wel de opening van het nieuwe politieke seizoen meemaken om met de nieuwe held van redelijk-liberaal Nederland, Alexander Pechtold (pagina 10), vast te stellen of het tenminste weer ‘ergens over mag gaan’.
Rupert Murdoch zal vermoedelijk geen tevreden lezer zijn. Het portret van deze mediamagnaat (pagina 44) is weinig vleiend. Het belooft weinig goeds voor de redactie van zijn laatste aanwinst, The Wall Street Journal. Maar nog erger misschien is dat het weer zo’n lang artikel is en dat dit nummer verder ook zo weinig ‘korte, krokante scoops’ bevat. Dat spot met zijn overtuiging dat de journalistiek alleen nog een toekomst heeft als zij zich toelegt op bevattelijke primeurs van het kaliber: ‘Minister was milieuterroriste’. Om de volgende dag te vervolgen met: ‘Actrice in ontwenningskliniek’. Met ingewikkelder verhalen moet je de mensen niet lastigvallen.
Maar goed, dan hebben we het ook niet over inhoud maar over ‘content’, wat blijkens het artikel een grondstof is ‘waarvan de waarde grotendeels bepaald wordt door de mate waarin het tot handelswaar kan worden gesmeed’. Ook al betekent het hetzelfde, ‘content’ heeft dus niets met inhoud te maken.
Murdoch begrijpt het, Vrij Nederland wil het maar niet begrijpen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.