Hoofdredactioneel

‘Van achteren kijk je een koe in zijn kont’, was volgens de Texelse Courant (opgericht in 1887) de reactie van de wethouder van financiën op de commotie over de acht miljoen euro die het eilandbestuur bij de omgevallen IJslandse bank had weggezet.

Als we de koe toch nog even van achteren benaderen, wordt duidelijker hoe het zover heeft kunnen komen met deze crisis. Uit mijn favoriete krant blijkt dat Texel in 2006 vierentwintig miljoen heeft geleend bij de Bank Nederlandse Gemeenten ter financiering van enkele grote projecten zoals een nieuwe school, een gemeentehuis en een nieuw gebouw voor politie, brandweer en ambulancedienst.

Het geld was niet direct nodig, maar de rente bedroeg nog geen 4,2 procent en dat buitenkansje wilden de ambtenaren op de afdeling financiën niet laten lopen. Na zo’n anderhalf jaar te hebben aangespekt op een aardig, maar toch wat braaf deposito, kwam het geld weer vrij. Nog te vroeg, want de gebruikelijke procedures hadden geleid tot de gebruikelijke vertragingen in de grote werken. En dus gingen de ambtenaren iets creatiever te werk. Zij schakelden een geldmakelaar in en die wist ze te overreden wat grootser te denken: een deel ging naar een Ierse bank, een ander naar een Deense bank en de laatste acht miljoen werden gestald in IJsland tegen bijna 6 procent rente. Alles keurig volgens de regels, bleef de wethouder van Texel roepen in het koor van andere gedupeerde wethouders en provinciebestuurders.

De wethouder zelf had zich overigens niet met de transacties beziggehouden. De gemeenteraad had immers al jaren geleden besloten geldzaken geheel aan de ambtenaren over te laten. Op 1 augustus werd het Texelse geld naar IJsland overgemaakt. De eerste berichten over de crisis in de IJslandse bankensector verschenen al in april, ook in de Nederlandse pers. De koe is oud en achterwaarts de sloot in geduwd.

[email protected]