Bijna veertig jaar geleden, in januari 1959, viel, in een woestijn in het zuidwesten van Texas, de zwangere Audrey Hepburn van een paard en brak vier rugwervels. Het gebeurde tijdens een opname voor de film The Unforgiven, een soort western waarin ze de rol van jong indiaans meisje speelde; daarom reed ze ook zonder zadel. Het paard, een witte hengst met de fiere naam Diablo – al Audrey’s biografen beweren dat hij het lievelingspaard was geweest van de nét uit Cuba weggejaagde dictator Batista – schrok zo heftig van een regie-assistent dat hij stokstijf bleef staan, zijn kop omlaag deed en tegelijk de filmster vóór hem op de grond zag smakken.

Mét de pijn vlamde een dubbele angst door haar heen: dat ze totaal verlamd zou raken én dat er ‘iets’ met het kind zou zijn; de artsen in het ziekenhuis stelden haar geheel gerust. Tegen haar man, Mel Ferrer, die uit Hollywood opbelde, zei ze met nadruk – hij zou zich dat nog lang herinneren als typerend voor Audrey Hepburn – dat hij...