De zelfmoord van Aleksandr Dolmatov in Rotterdamse vreemdelingen
detentie lijkt het opnieuw aan te tonen: 
psychische zorg aan asielzoekers schiet tekort.

In oktober zat advocaat Pim Fischer een hele dag thuis met griep op de bank televisie te kijken. Op omroep Max zag hij een reportage over de hulp aan inwoners van Alphen aan den Rijn die getuige waren geweest van de schietpartij in hun winkelcentrum en last hadden van posttraumatische klachten.

Het lukte hem niet de cynische gedachte te onderdrukken: ‘Als je uit Azerbeidzjan of een ander oorlogsgebied bent gevlucht en hier asiel aanvraagt, krijg je die psychische hulp meestal niet, dan ben je een tweederangs burger.’

Fischer staat dagelijks uitgeprocedeerde asielzoekers bij die hulp nodig hebben. Een bed of voedsel kan hij bij een rechter vaak nog wel afdwingen, want dan klaagt hij gemeente of Belastingdienst aan, die dan op basis van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens in de bres moeten springen. ‘Maar voor psychische hulp is dat bijna onmogelijk, terwijl die asielzoekers allemaal trauma’s hebben.’ Dan staat hij tegenover particuliere zorginstellingen die door rechters zelden worden gedwongen patiënten op te nemen.

De zelfmoord van Aleksandr Dolmatov in de vreemdelingenbewaring bij het vliegveld van Rotterdam zorgt opnieuw voor aandacht voor de psychische nood bij veel asielzoekers. Net zoals vorig jaar april bij de zelfmoord van de zesendertigjarige Alain Hatungimana uit Burundi die zichzelf het leven benam om te voorkomen dat hij en zijn twee kinderen van twaalf en veertien zouden worden uitgewezen. Of nog een jaar eerder bij Kambiz Roustayi die na elf jaar procederen terug moest naar Iran en zichzelf op de Dam in Amsterdam in brand stak en overleed. Jaarlijks doen zo’n veertig asielzoekers in Nederland een zelfmoordpoging waarvan gemiddeld vier slagen, blijkt uit cijfers van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat getal is al jaren stabiel terwijl het aantal asielzoekers in Nederland de afgelopen jaren drastisch is afgenomen. Het probleem lijkt dus steeds groter te worden.

Afgelopen jaren verschenen tal van rapporten van net zoveel onderzoekers die opriepen tot meer aandacht voor de psychische nood van asielzoekers. ‘Vluchtelingen hebben vaak hulp nodig,’ zegt Annemieke Keunen, tot voor kort projectleider van een initiatief van vluchtelingenorganisaties onder de naam Zapp (Zorg voor Asielzoekers met Psychische Problemen). ‘Veel mensen hebben al afschuwelijke dingen meegemaakt als vervolging en marteling. Maar los daarvan worden ze in Nederland voortdurend doorverwezen, moeten ze steeds verhuizen, leven ze in voortdurende angst voor wat komen gaat. Dat werkt allemaal buitengewoon ontregelend.’

Als gevolg van de onderzoeken en de politieke aandacht voor het onderwerp is de afgelopen jaren wel het een en ander verbeterd. Zo is vóór de start van de asielprocedure een medische check ingebouwd om gezondheidsproblemen die van invloed kunnen zijn op de asielprocedure snel te signaleren. Maar op de kwaliteit van die check zou nogal wat zijn af te dingen. Bovendien moeten de betrokken instanties niet alleen aan het begin maar tijdens de hele procedure alert blijven. Annemieke Keunen zat regelmatig met hen om tafel om ze van de noodzaak van aandacht voor psychische problemen te doordringen. ‘Iedereen is dan vol begrip, maar of dat dan ook echt indaalt? Asielzoekers worden toch beschouwd als een buitengewoon ingewikkelde groep en niemand wil veel kosten maken.’

Groter wordt de nood nog als een asielzoeker is afgewezen. De Tweede Kamer ontwierp daarvoor in 2010 de ‘Spekmanroute’, genoemd naar de PvdA-voorzitter die als Kamerlid daarover een motie indiende. Voorkomen moest worden dat uitgeprocedeerde asielzoekers met psychische of medische problemen op straat gingen zwerven. Goedbedoeld, maar een ‘fopspeen’, zeggen betrokkenen. In de praktijk blijkt dat als gevolg van de bureaucratische procedure vrijwel niemand in aanmerking komt voor noodopvang. Asieladvocate Wilma Hompe vertelt over een uitgeprocedeerde asielzoekster uit Sierra Leone die slachtoffer was van mensenhandel. ‘Ze kreeg een angstpsychose en moest onmiddellijk worden opgenomen. Het duurde alleen zeven weken voordat ik de papierwinkel rond had.’

Aleksandr Dolmatov belandde na een zelfmoordpoging in een detentiecentrum, waar hij waarschijnlijk helemaal niet had mogen zitten omdat er nog een beroep tegen zijn afwijzing liep. De Nationale Ombudsman constateerde onlangs nog dat er in vreemdelingendetentie ‘veel psychische klachten ontstaan door spanning en depressie’, en een gebrekkige ‘individuele toets’ of opsluiting wel van iemand gevergd kan worden. Verantwoordelijk staatssecretaris Teeven nam afstand van de bevindingen. Van mensonwaardige omstandigheden in de centra zou geen sprake zijn. Ombudsman Brenninkmeijer reageerde als door een wesp gestoken: ‘Uw reactie – die ik ontving met grote vertraging – schiet ernstig tekort,’ schreef hij terug.

‘Hoe is het in godsnaam mogelijk,’ dacht Eduard Nazarski toen hij het nieuws van de zelfmoord van Dolmatov hoorde. Hij is directeur van Amnesty International in Nederland dat ageert tegen het gevangenzetten van vreemdelingen. Nazarski is blij dat Teeven een onafhankelijk onderzoek heeft aangekondigd. ‘Wie in Rotterdam aankomt ziet een streng zwart gebouw. Dan denk je toch echt: wat heb ik misdaan dat ik hiernaartoe moet.’ Dat zou niet mogen, zegt psychotherapeute Riëtte Mellink, betrokken bij de Vluchtkerk in Amsterdam waar momenteel ongeveer honderd twintig uitgeprocedeerde asielzoekers tijdelijk verblijven: ‘Die mensen hebben niets strafbaars gedaan. Voor de meeste asielzoekers werkt opsluiting echt hertraumatiserend. Ze worden letterlijk bang om gek te worden.’

Meer over Aleksandr Dolmatov: Sorry, slechts ‘een bepaalde onvrede met de maatschappij’