Is 2018 het jaar waarin we stoppen met drinken?

Mijn zusje is 18 en in mijn ogen het lichtende voorbeeld van een nieuwe generatie. Waar ik me als tiener het leplazarus dronk om mijn acne te vergeten en stilletjes het ene na het andere pakje Gauloises leeg rookte, lijkt zij bijzonder onverschillig tegenover verslavende middelen te staan. Ze rookt niet, ze drinkt niet veel en gek genoeg wordt ze daar niet minder cool van. Sterker nog: het doet je twijfelen aan jezelf, zoals zij met haar glanzende haar en heldere ogen van haar appelsap nipt terwijl je als een willoos schaap je glas voor de zevende keer laat bijschenken door een even aangeschoten tante. ‘Dat is het vervelende van de feestdagen’, zuchtte mijn zusje op de ochtend na Kerst, terwijl ik zachtjes klagend een contactlens in mijn uitgedroogde kateroog probeerde te doen, ‘die soort van verplichte alcoholconsumptie’.

Een van de grote revelaties van 2017 was iets wat we eigenlijk allang wisten: alcohol is slecht voor je, ook al drink je maar een klein beetje, of alleen maar voor de gezelligheid. Ook een glas peperdure wijn draagt bij aan langzaam groeiende kankers, zwellende bloedvaten en knarsende hartkleppen. Ook die vier biertjes die je drinkt tijdens een lange, emotionele avond met je uit het oog verloren halfbroer brengen je dood dichterbij. Ook het feestelijke glaasje bonus-prosecco dat je in je handen krijgt gedrukt na het afronden van een opleiding is vergif.

Zo kwam alcohol ineens in een ander licht te staan, en daarmee de hele wereld. Want het is wonderlijk op hoeveel manieren we elkaar aanmoedigen om toch nog maar een glaasje te nemen. We doen er lacherig en besmuikt over, als tieners die giechelend wegsluipen van een schoolfeest om op de parkeerplaats een fles port leeg te drinken. Het verschil is dat we ons niet meer verstoppen voor een leraar, maar voor onze eigen gezondheid en verantwoordelijkheden.

Er blijven natuurlijk ook nog wel goede dingen over alcohol te zeggen: het verbroedert, het ontspant, het levert soms onverwacht goede ideeën op. Er zijn vast talloze kinderen die niet geboren zouden zijn als hun ouders zich niet op een avond genoeg moed hadden ingedronken om een praatje te beginnen. Maar ik vermoed dat het dit jaar steeds moeilijker wordt om onbekommerd mee te proosten.