Liever luisteren? Hoofdredacteur Ward Wijndelts heeft het verhaal ook ingesproken. 

Om elf uur ’s avonds heb ik afgesproken met ‘lichtspotter’ Symon Miedema om samen een rondje langs de Zuidas en het Amstelkwartier in Amsterdam te maken. Namens Urgenda, een stichting die zich inzet om de Nederlandse energietransitie te versnellen, inventariseert hij het lichtbeleid van bedrijven. ‘We willen graag het gedrag van de mens veranderen nu het nog kan.’

Terwijl ik mij naar de ontmoetingsplek begeef, kijk ik om me heen en valt het me ineens op: overal is licht, van reclameverlichting tot lantaarnpalen en verlichte etalages. ‘Waarom brandt het licht eigenlijk nog als er toch bijna niemand op straat is?’ vraag ik Miedema als we elkaar treffen. Hij slaakt een diepe zucht. ‘Had ik daar maar een antwoord op. Misschien omdat we zijn opgegroeid met licht, dat we niet anders meer weten. Licht geeft ons een veilig gevoel.’

De hoeveelheid licht neemt nog verder toe als ik met Miedema het Zuidplein inloop, het voorplein van station Amsterdam Zuid. Miedema houdt van de nacht, al sinds hij kind was. ‘Lichtvervuiling slokt de schoonheid van de sterrenhemel op, met alle gevolgen van dien,’ zegt hij. Hij maakt een armgebaar naar het kantoor tegenover ons. ‘Er zitten meerdere bedrijven, ook uit het buitenland. Bedrijven die een beleid hanteren gefocust op internationale werknemers en bijkomende tijdsverschillen. We leggen zo’n bedrijf uit waarom ze na werktijd het licht uit moeten uitdoen en geven tips hoe ze hun beleid kunnen aanpassen.’

Ook de portiekverlichting van appartementencomplexen voorziet Miedema van commentaar. ‘Wauw, kijk nou toch eens. Waarom wordt er niet gewerkt met bewegingssensoren? Waarom brandt hier altijd licht?’

Het licht doven

De dag erop zoek ik naar antwoorden. Nederland behoort met België en Puerto Rico tot de meest verlichte landen ter wereld. In 2020 publiceerde de Atlas Leefomgeving de nieuwe Lichtemissie-kaart, een kaart die elke drie jaar wordt geactualiseerd. Daarop is te zien hoe verlicht Nederland was in 2018. Er werd meer licht uitgestoten dan in Duitsland en Frankrijk. Ook op de NASA-satellietbeelden van Europa uit 2018 is goed te zien dat de Randstad met haar havens veel licht uitstoot in vergelijking met andere Europese landen. Alleen Vlaanderen, de Povlakte in Italië en de oude industrieregio’s in het Verenigd Koninkrijk, met Manchester en Liverpool als uitschieters, komen enigszins in de buurt.

Niettemin worden veel Nederlandse steden geleidelijk donkerder. Dat blijkt uit recent onderzoek van de Natuur- en Milieufederaties (NMF). De federaties maten het zogeheten ‘opgaande licht’ van de 54 grootste steden. ‘Door dat te meten, kregen we inzicht in de mate waarin gemeenten onnodig licht naar boven toe uitstoten,’ legt Mattheus Bleijenberg uit. Hij is NMF-campagnestrateeg en projectleider van het jaarlijkse evenement Nacht van de Nacht, een moment waarop honderden bedrijven en gemeenten het licht doven, dit jaar op 30 oktober.

‘Op deze manier willen we duurzame verlichting onder de aandacht brengen. Zoals lantaarnpalen dimmen als niemand op straat is, of het toepassen van nieuwe lichttechnieken.’ Het uiteindelijke doel is Nederland duurzamer en donkerder te maken. ‘Onnodige lichtuitstoot kost heel veel energie en onvoldoende duisternis is slecht voor iedereen.’

De NFM maten het licht aan de hand van Suomi NPP-satellietbeelden uit de jaren 2012 en 2018. Dunbebouwde gebieden doen het beter dan metropoolregio’s, ziet Bleijenberg: ‘Hoe dichtbevolkter een gebied is, des te meer lichtuitstoot.’

De donkerste steden zijn Stadskanaal, Emmen, Dronten en Heerenveen. In Friesland, Gelderland en Flevoland liggen de steden waar lichtuitstoot het snelst afneemt. Friesland heeft een convenant gesloten met Groningen om Noord-Nederland donkerder te maken, en de provincie beschikt ook over veel bossen en natuurgebieden. ‘Dat geldt ook voor Gelderland en Flevoland. Die provincies zien het belang van donkerte steeds meer in. Duisternis hoort bij de natuur en is belangrijk voor dieren en planten, daar willen ze op inspelen.’ In de afname van het ‘opgaande licht’ ziet Bleijenberg een keerpunt. ‘De afgelopen honderd jaar werd Nederland namelijk juist steeds lichter.’

Lichtvervuiling

Natuurlijk nachtleven

Er zijn aanwijzingen dat lichtbronnen effect kunnen hebben op flora en fauna, vooral in natuurgebieden. De afgelopen vijftien jaar deden onderzoekers van Wageningen University & Research, ecologen en anderen onderzoek naar de reactie van dieren op het steeds aanwezige licht in de nacht. Amateur sterrenkundige en lichtdeskundige Wim Schmidt van Sotto le Stelle verzamelt al twintig jaar data over de nachten van Nederland. ‘Kunstlicht kan de oriëntatie van vogels en nachtdieren beïnvloeden en het dag- en nachtritme verstoren,’ vertelt hij.

Ecoloog Kamiel Spoelstra, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), deed onderzoek naar de effecten van lichthinder op nachtdieren in bosranden en buitengebieden. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat licht op allerlei manieren invloed heeft op onze nachtdieren,’ zegt hij. ‘Zo verstoort kunstlicht het gedrag van bosmuizen, die zeer gevoelig zijn voor licht.’ Alleen in donkere nachten komen deze dieren tevoorschijn, anders lopen ze het risico om opgegeten te worden door bijvoorbeeld de bosuil.

‘Op termijn een probleem voor beide diersoorten,’ zegt Spoelstra. ‘Bosmuizen verliezen hierdoor hun habitat, en bosuilen hun jachtgebied, met populatieafname en een verandering van het ecosysteem als mogelijk gevolg.’ Ook koolmezen vertonen ander gedrag als ze in de buurt van lantaarnpalen leven. ‘Licht verstoort hun perceptie van daglengte en omgevingstemperatuur,’ zegt Spoelstra. ‘Waardoor ze in het koude voorjaar eerder broeden dan gepland.’

Dat nachtelijk kunstlicht het leven van nachtvlinders verstoort, werd de afgelopen jaren pas goed duidelijk.

Door het kunstlicht lijkt het alsof de dagen langer zijn. ‘Koolmezen denken dan dat het insectenseizoen al is begonnen. Daardoor worden eitjes te vroeg gelegd.’ Ook dit resulteert mogelijk in een populatieafname, omdat er dan te weinig voedsel is voor de jongen.

Voor veel nachtdieren speelt de kleur van verlichting ook een belangrijke rol. De meeste nachtdieren reageren volgens Spoelstra het sterkst op blauw licht. Daarom wordt er geëxperimenteerd met andere lichtkleuren. ‘Zo hopen we ze hun natuurlijke nachtleven terug te geven.’

Lichthinder

Ecologisch onderzoeksbureau Altenburg en Wymenga deed in 2010 onderzoek naar ruim honderd vogelsoorten die over de Noordzee trekken. Het licht op boorplatforms bleek een negatief effect te hebben op 58 van de 120 onderzochte soorten. Ze raken erdoor in de war. Door het gebruik van groen licht kan lichthinder met 80 procent worden teruggebracht. In samenwerking met Philips Lighting (sinds 2019 verlichtingsbedrijf Signify) ontwikkelde de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) daarom de vogelvriendelijke ClearSky-verlichting − groene verlichting die minder vogels aantrekt. Ook werd internationaal besloten om alle helikopterlandingsplaatsen, ook die van de boorplatforms, een groene kleur te geven. Maar hierdoor, zegt Spoelstra, kan daar geen groen licht meer worden toegepast. ‘Naar verluidt kunnen piloten bij slecht weer de groene landingsplaats niet goed meer onderscheiden wanneer de rest van het platform ook groen verlicht is.’

Vorig jaar publiceerde het NIOO-KNAW, in samenwerking met WUR, de Vlinderstichting en andere partners, een onderzoek over de afname van nachtvlinders en andere lokale populaties door kunstlicht. De nachtvlinderpopulatie in Nederland blijkt sinds 1980 met 30 procent te zijn afgenomen. Dat nachtelijk kunstlicht het leven van nachtvlinders verstoort, werd de afgelopen jaren pas goed duidelijk, aldus de onderzoekers. Zo wordt de aanmaak van seksferomonen door vrouwelijke nachtvlinders verstoord en paren ze aanzienlijk minder.

Ook heeft het grote invloed op hun eetlust. Minder eten resulteert in een kortere levensduur, wat weer leidt tot een kortere voortplantingstijd. Om experimenteel te bepalen of kunstlicht inderdaad een negatief effect heeft op de populaties, zijn er op acht plekken in Nederland lantaarnpalen in bosranden geplaatst met verschillende lichtkleuren.

Vrijwilligers hebben daar nachtvlinders gevangen, geteld en weer losgelaten. De afgelopen vijf jaar maten ze een afname van veertien procent. Dat is problematisch, stellen de onderzoekers, want nachtvlinders zijn een belangrijke schakel in de Nederlandse voedselketen. Van bestuiving tot voedsel voor vogels en vleermuizen.

Niet alleen dieren, ook mensen kunnen last hebben van overtollig lichtverbruik in de nacht. Uit onderzoek van het RIVM (2013) blijkt dat vijf procent van de Nederlandse bevolking ernstige lichthinder ondervindt en drie procent slaapverstoring. Dit kan onder meer leiden tot verstoring van het bioritme, aldus de onderzoekers. Ook het herstelvermogen wordt verstoord. ‘Donkerte is belangrijk voor onze rustfase, het regelt onze slaap. Door al dat licht slapen we minder goed,’ zegt lichtdeskundige Wim Schmidt. De afgelopen eeuw zijn mensen gemiddeld een uur minder gaan slapen.

Goede verlichting − met een donkere rustperiode van acht uur − kan de melkproductie met 8 tot 9 procent verhogen en heeft een positief effect op de groei van jongvee.

Bovendien maakt ons lichaam in het donker het hormoon melatonine aan, een hormoon dat de weerstand versterkt. Het heeft bijvoorbeeld een remmend effect op hart- en vaatziekten en diabetes.

Meer melk

Waar komt al dat licht in Nederland toch vandaan? Om te beginnen staan Noord- en Zuid-Holland nog steeds vol met kassen en glastuinbouw, hoewel het aantal glastuinbouwbedrijven in Nederland de afgelopen dertig jaar fors is afgenomen. In het Besluit activiteiten leefomgeving staan rijksregels die ervoor moeten zorgen dat lichthinder door kassen voorkomen wordt. Niettemin verlaat ook bij energie-efficiënte teelt een groot deel van de verlichting de kas. Wim Schmidt: ‘In Medemblik staat de grootste kas van Nederland. In die kas wordt evenveel licht geproduceerd als in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bij elkaar. Dat is toch te bizar voor woorden.’

Ook in de veehouderij wordt veel licht ‘verbruikt’. ‘Onze koeien staan regelmatig in het licht, zodat ze meer melk produceren,’ zegt Schmidt. Goede verlichting − met een donkere rustperiode van acht uur − kan de melkproductie met 8 tot 9 procent verhogen en heeft een positief effect op de groei van jongvee. Maar het is ook een bron van overtollig licht in de nacht. ‘Veel melkveestallen hebben open zijgevels omdat in stallen schadelijke gassen als ammoniak en methaan worden geproduceerd.’

Hoe kunnen provincies omwonenden tevreden houden? En hoe kunnen melkveehouders ervoor zorgen dat de lampen niet van buitenaf te zien zijn? Door de stalmuren niet meer wit te verven, bijvoorbeeld, zegt Schmidt. ‘Wit weerkaatst 80 tot 90 procent van het invallende licht.’

Lichtuitstoot uit melkveestallen krijgt gelukkig steeds meer aandacht. ‘De provincies Friesland en Groningen hebben het thema inmiddels op de agenda gezet,’ zegt Schmidt. ‘Bij de inrichting van een melkveestal wordt terdege rekening gehouden met lichtinval.’

Lichtvervuiling

Las Vegas

Of Nederland de komende twintig of dertig jaar donkerder wordt, zal verder voornamelijk afhangen van bedrijven. ‘Meer dan zeventig procent van de bedrijven in Nederland laat ’s nachts de verlichting aan staan. Dat kost evenveel elektriciteit als 150.000 huishoudens − net zoveel als de gemeente Arnhem − bij elkaar in één jaar,’ zegt Mattheus Bleijenberg van de NMF. ‘LED-verlichting is een stuk duurzamer, waardoor de energiekosten lager uitvallen. Bedrijven zijn daardoor geneigd om verlichting gedurende de nacht aan te laten.’

Bedrijven laten het licht vaak aan om inbraak te voorkomen. Dat is een voorwaarde die verzekeringsmaatschappijen stellen. Maar ook hier is een eenvoudige oplossing voor, zegt Bleijenberg: ‘In de praktijk worden bewegingssensoren gebruikt om inbrekers af te schrikken. LED-verlichting met sensoren maakt een bedrijf ook een stuk zuiniger.’
Een goed voorbeeld hiervan is de richtlijn die ProRail hanteert. Op kleine stations in de buitengebieden dimt de spoorwegbeheerder de lampen als er niemand is en gaat het licht pas aan als iemand het perron betreedt.

Licht onbenut laten branden is zonde van de energie en CO2-uitstoot, zegt Anne-Marie Pronk, projectleider energiebesparing bedrijven bij Urgenda. Urgenda-directeur Marjan Minnesma stelde in 2019 een 54-maatregelenplan op waarmee Nederland 17 Mton energie kan besparen. Een CO2-reductieplan dat te vergelijken is met de aanleg van ruim 6 miljoen hectare nieuw bos. ‘Een van die punten is dat bedrijven en winkelpanden geen onnodig licht meer laten branden en na werktijd het licht uitdoen.’

Zowel Pronk als Bleijenberg werken met lichtspotters, vrijwilligers en energiecoöperaties die proberen bedrijfsverlichting ’s nachts − van 24:00 uur tot 06:00 uur − te verminderen. Met bewustwording als onderliggende boodschap. De campagne Mag het Licht Uit van stichting Urgenda ging in het najaar van 2020 van start, maar net toen ze de smaak te pakken kregen, gooide het coronavirus roet in het eten.

Pronk: ‘Nieuwe projecten vragen om improvisatie of staan zelfs stil. De destijds ingevoerde avondklok maakte het lichtspotten ook moeilijker uitvoerbaar. Toch staat de teller nu op bijna zevenhonderd bedrijven die meedoen.’ Onlangs is Pronk nog gaan spotten in Enschede en Hengelo waar nieuwe winkelboulevards zijn. ‘Het leek wel alsof ik in Las Vegas was. Alle reclameborden en lantaarnpalen op de grote verlaten parkeerplaatsen stonden nog aan. De moed zonk me in de schoenen.’

Vierentwintiguurseconomie

Zichtbare energieverspilling en lichtvervuiling maakt veel Nederlanders moedeloos, zo blijkt uit onderzoek dat de NMF liet uitvoeren onder ruim duizend Nederlanders. Acht van de tien Nederlanders willen dat reclameverlichting en verlichting van bedrijven ’s nachts uitgaat. Vijf van de tien vinden dat de overheid nachtelijke reclameverlichting en verlichting van bedrijven zelfs moet verbieden.

De Franse overheid besloot in 2013 dat de verlichting in bedrijven, kantoren en winkelpanden ’s nachts verplicht uit moet. ‘In Nederland is er nooit zo’n verbod ingesteld,’ zegt Anne-Marie Pronk. ‘Dat zou wel het snelst werken.’

‘Waarom zou een bedrijf de verlichting ’s nachts uitdoen als de buurman dat niet doet?’ zegt Mattheus Bleijenberg. ‘Dat, in combinatie met een vierentwintiguurseconomie, zorgt ervoor dat bedrijven niet opschieten met hun lichtbeleid.’

Pronk vindt het sowieso opmerkelijk dat gedurende de lockdown het licht aanbleef. ‘Er was niemand op kantoor, dus wat was de gedachte daarachter? Jij doet toch ook ’s avonds het licht uit als je als laatste de deur uitgaat? Mensen investeren in isolatie, warmtepompen en zonnepanelen, maar zien intussen overal roekeloos het licht branden. Daar word je moedeloos van. Dat gevoel van machteloosheid tegengaan is een van de uitdagingen in het oplossen van de klimaatcrisis. Mensen hebben de neiging om te denken dat ze in hun eentje het probleem moeten oplossen, dat het vechten tegen de bierkaai is. Maar zo houden we elkaar juist gevangen. Daarom is het belangrijk om in actie te komen.’

‘Het lijkt een soort emancipatieslag. Alsof gemeenteraden hebben besloten om de regio te verrandstedelijken.’

Op de website lichtuitvoorhetklimaat.nl van Urgenda kunnen mensen een melding achterlaten waarna er contact wordt opgenomen met het bedrijf. Op maghetlichtuit.nl kan iedereen foto’s plaatsen van overbodige verlichting, bouwlampen die hinder veroorzaken of bedrijven die de hele nacht licht laten branden en waar je als omwonende last van hebt. Bleijenberg: ‘Sinds de oprichting van ons meldpunt zijn er 355 meldingen van lichthinder binnengekomen. Ruim driekwart van deze meldingen ging over bedrijfsverlichting. De rest ging over gemeentelijke verlichting als lantaarnpalen en sierverlichting.’

Pronk ziet zeker verandering als stichting Urgenda bedrijven confronteert met de hoeveelheid licht die ze uitstoten. ‘Een goed voorbeeld is EY. Hun hoofdkantoor aan de Zuidas reageerde direct positief en paste hun lichtbeleid aan om aan de “Paris Proof”-doelstelling te voldoen.’

Maar niet alleen de Randstad stoot veel licht uit, ook andere regio’s in Nederland laten het licht branden. ‘Het lijkt een soort emancipatieslag,’ merkt Pronk. ‘Ik ben opgegroeid in een Twente dat ’s nachts donker was. Maar het lijkt erop dat gemeenteraden hebben besloten om de regio te verrandstedelijken. Bedrijventerreinen en winkelcentra lijken ineens de vrije hand te krijgen om zoveel mogelijk op te vallen. Ook ’s nachts.’

Sterrenhemel

Het aanpakken van lichtvervuiling wordt vooral aan de provincies en gemeenten overgelaten. Opvallend, zeggen Bleijenberg, Schmidt en Pronk. Vanuit de centrale overheid is er nauwelijks aandacht geweest voor dit probleem.

Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), het belangrijkste Nederlandse onderzoeksinstituut op het gebied van energie, berekende in 2012 dat er 536 miljoen kWh aan elektriciteit bespaard kon worden als verlichting na werktijd regelmatig werd uitgedaan. ‘Maar er is te weinig capaciteit om hierop te handhaven,’ zegt Pronk. ‘De grote bedrijven worden gemonitord, maar kleine bedrijven zijn bij elkaar opgeteld ook van grote invloed.’

Tot dusver gebeurde er op landelijk niveau nog weinig, al zijn er wel provincies die het heft in eigen handen nemen, zoals Groningen. Natuur- en Milieufederaties bracht in 2020 een rapport naar buiten waarin werd gesteld dat meer dan de helft van de Groningse bedrijven onnodig veel licht uitstoot, net zoveel als het landelijke percentage. De lichtuitstoot in steden in Groningen, Overijssel en Drenthe neemt relatief ook het meest toe. Dat willen ze veranderen. ‘We willen de duisternis, een kernkarakteristiek van onze provincie, graag terugbrengen en behouden,’ zegt Gerben Bergstra, beleidsmedewerker duurzame ontwikkeling bij de provincie Groningen. ‘Bijvoorbeeld door de aanpassing van openbare verlichting. De laatste jaren zijn veel oude lampen en armaturen vervangen door nieuwe LED-lampen, waardoor lichthinder- en vervuiling afneemt. Ook het aantal lantaarnpalen werd fors teruggebracht.’

Net als Friesland heeft Groningen een Dark Sky Park. Vijf jaar geleden kreeg het Nationaal Park Lauwersmeer dat predicaat toegekend van de International Dark-Sky Association (IDA), een organisatie die (het kunnen zien van) de sterrenhemel stimuleert en beschermt. Ook de Boschplaat op Terschelling heeft zo’n predicaat.

‘Een Dark Sky Park is een gebied waar de duisternis behouden blijft en bezoekers de sterrenhemel kunnen ervaren,’ legt Gerben Bergstra uit.

Ook het waddengebied wordt alsmaar donkerder. Met behulp van projecten onder de noemer Donkerte van de Wadden wil de provincie inwoners, toeristen en recreanten kennis laten maken met de schoonheid van duisternis. Bergstra: ‘Echte duisternis wordt steeds zeldzamer in Europa. De donkere wadden zijn uniek in Nederland, maar ook in Europa. Nergens in Europa is een gebied met zoveel duisternis te vinden. Op deze manier hopen we meer bewustwording te creëren onder de bevolking. Het stimuleren en beschermen van duisternis in Groningen en het waddengebied is voor zowel de mens als de natuur ontzettend belangrijk. Want we raken veel kwijt als we in Nederland geen heldere sterrenhemel meer kunnen zien.’