In Slaap stapelen de gruwelijke gebeurtenissen zich op. Is spanning het allerbelangrijkste?

Alexander Ahndoril (1967): ‘Suspense is essentieel, we willen mensen entertainen. Maar onze boeken hebben hopelijk meer diepgang dan een James Bond-verhaal.’

Alexandra Coelho Ahndoril (1966): ‘We willen ook iets zeggen over de wereld waarin we leven. Over morele dillema’s, heldendaden en de Zweedse samenleving.’

Wat wilt u dat de lezer van Slaap ziet?

ACA: ‘In Zweden gebeuren veel nare dingen. Er is bijvoorbeeld sneller dan waar ook ter wereld geprivatiseerd. De kritiek die we daarop hebben en de invloed die het heeft op de maatschappij, schemert door in al onze boeken. Sociaaldemocraten hebben lange tijd aan het roer gestaan, maar toen de rechtse partijen het overnamen, hebben ze alles veranderd: scholen, ziekenhuizen, alles. We herkennen ons land niet meer. In Slaap halen we de vluchtelingenproblematiek aan. Zweden behandelt hen monsterlijk.’

AA: ‘Ons land is zo groot en de bevolking zo klein, waarom kunnen we niet wat meer vluchtelingen verwelkomen? Onbegrijpelijk.’

Jullie schreven romans voordat jullie aan Hypnose begonnen, de eerste van inmiddels vier thrillers.

AA: ‘Op het moment dat bekend werd dat we een thriller hadden geschreven (tot drie weken na verschijning hield het echtpaar zijn identiteit geheim – KB), lieten mensen uit de literaire wereld blijken dat ze ons sell-outs vonden. Alsof we even wilden cashen!’

ACA (zucht): ‘Belachelijk! Het schrijven van een thriller is juist moeilijker. Het kost meer tijd, bijvoorbeeld omdat de plot moet kloppen. Onderzoek is veel belangrijker. Na het verschijnen van Hypnose in 2009 regende het klachten. We hadden een huis een andere kleur gegeven dan het in werkelijk was. Lezers van thrillers willen graag dat het klopt.’

AA: ‘In ons eerste boek schreven we literairder, wat omslachtiger eigenlijk. Dat doen we niet meer want het gaat ten koste van de spanning. De focus ligt op de plot.’

ACA: ‘Hoe beter we het genre leren kennen, hoe enthousiaster we worden. We dachten eerst dat we er twee zouden schrijven, dat werden er vier en nu willen we even niets anders meer. We zijn verslaafd. Het lijkt of we in een symbiotische wereld leven met onze lezers. De spanning die zij ervaren, ervaren wij ook. Soms zitten we huilend achter onze computers.’