Foto’s van beroemdheden in thermodekens op een benefietavond van Ai Weiwei veroorzaken in Berlijn ophef. Wanneer is iets te obsceen om nog effect te hebben?

Ik kan niet ophouden naar deze foto te kijken. Het is een beetje als kijken naar een horror scène: je wil je hoofd afwenden, maar de aantrekkingskracht van de afschuw, de lust van de horreur is te groot.

In Berlijn organiseerde kunstenaar Ai Weiwei maandag een benefietavond voor de vluchtelingen. Eerder had hij al de pilaren van het Konzerthaus bekleed met oranje reddingsvesten, deze keer koos hij voor goudkleurige thermodekens. In een glamouromgeving doet dat het ongetwijfeld beter. Aan alle beroemde gasten werden ze uitgedeeld.

Ze hebben ze vrolijk omgeslagen, op deze foto van The Guardian. Rechts zien we overduidelijk Charlize Theron, model turned actress turned activist, die voor de Berlinale waarschijnlijk toch al in de stad was en dus eenvoudig even langs kon komen. Vaak wordt aan het talent van model-actrices getwijfeld, maar ook als ik alle andere foto’s van de avond zorgvuldig bekijk kan ik op haar gezicht nergens een greintje ongemak bespeuren. Dan moet je toch iets kunnen.

Over de foto’s is in Berlijn flinke ophef ontstaan. Wethouder van Cultuur Tim Rinner bekritiseerde het evenement in een Facebook-post gisteren fel. ‘De reddingsvesten aan de pilaren waren misschien niet subtiel, maar wel effectief en gerechtvaardigd,’ zo schrijft Renner. ‘Maar als beroemdheden door de organisator worden aangemoedigd thermodekens om te slaan voor een groepsfoto, dan heeft dat, zelfs als het als solidariteitsactie bedoeld is, iets obsceens.’

Dat ‘iets’ had hij natuurlijk wel weg kunnen laten. Tegelijk zal de opschudding juist de opzet zijn geweest van Weiwei. Twee weken geleden zorgde hij al voor soortgelijke ophef, door als Aylan Kurdi te poseren op het strand van Lesbos. Ook dat vond iedereen niet even smaakvol, anderen noemden het juist moedig en krachtig, en de rest van de mensen kon waarschijnlijk uit ongemak niet stoppen met naar de foto te staren.

https://twitter.com/dabeard/status/693708916396560385

Net als naar de foto’s van gisteravond. Met een beetje mazzel worden ze door meer mensen gezien dan de met reddingsvesten bedekte pilaren. Die actie noemde Renner ‘niet subtiel, maar wel effectief’. Kunst mag shockeren, graag zelfs, wanneer het maar effect heeft. Maar niks lijkt voor Renner verder van een oplossing voor het vluchtelingenprobleem af te staan dan een stel beroemdheden in goudfolie. Alleen, dat effect, hoe meet je het dat? Zijn het de aantallen mensen die de foto zien, de hoeveelheid die ze aan het denken zetten, de mate van afschuw? Met het afdoen van de deken stopt het beroemde engagement. Maar naar de foto blijf je kijken, uit walging, aversie, uit puur ongemak; maar je kijkt.

Ondertussen stroomde de Instagram-account van Weiwei gisteren overigens al weer vol met foto’s vanaf Lesbos. We zien op de kust aangespoelde kleding, verwaaide tentenkampen, huilende kinderen en een hoop goudfolie. Droevig stemmende foto’s. Maar obsceen zijn ze allang niet meer.

Pas later ontdekte ik dat de middelste figuur op de selfie-foto kunstenares Nadya Tolokonnikova is, die als lid van Pussy Riot een tijdje in een Russisch strafkamp zat opgesloten. Het maakt de foto nog net iets absurder. Ook Tolokonnikova lijkt zich weinig te generen voor de situatie, al zie ik op andere foto’s haar gezicht af en toe in een grimas veranderen. Wellicht is dat het moment dat het obscene van de poses toch even tot haar doordringt. Soms kan de obsceniteit het echte effect misschien ook teniet doen.