Docenten die amoureuze relaties aanknopen met leerlingen of hen seksueel intimideren: een situatie die bij kunstopleidingen lijkt te horen, én tegelijk meer ongewenst is, zegt Aafke Romeijn. Hoe kunnen toneelscholen, conservatoria en kunstacademies hier mee omgaan?
Achttien was ik, toen ik compositie ging studeren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Op maandagavonden hadden we groepslessen, van acht tot tien. De lessen liepen steevast uit, waarna de meeste studenten nog even de kroeg in doken. Ik niet: ik moest nog met de trein terug naar Utrecht, waar ik op kamers woonde. Al snel ontdekte ik dat een van mijn hoofdvakdocenten dezelfde trein nam, en niet lang daarna besloten we dan maar samen te reizen. Na een paar maanden waren onze gesprekken van formele uitwisselingen veranderd in diepgaande dialogen. We praatten over veel, zo niet alles wat ons bezighield. Voor we de trein namen, kochten we nog snel vier halve liters bier bij de AH to go – wel zo gezellig. We roddelden over studenten en docenten. Het was wij tegen de rest van de wereld.
Tijdens een werkweek op de hei dronken we elke avond bier en maakten we eindeloos grapjes. Na thuiskomst stuurde ik na lang twijfelen een kort mailtje, iets met een praktische vraag. Vanaf die dag mailden we elkaar tientallen keren per etmaal, en ik begon langzaam in de war te raken. Aan het eind van het schooljaar spraken we uit dat we verliefd waren. Hij nam direct ontslag, zodat ik mijn studie af kon maken. We besloten elkaar een periode niet te zien, om goed na te denken en alles op een rijtje te zetten. Maar toen we elkaar na enkele maanden weer spraken, was er geen houden meer aan.
We zijn zeven jaar bij elkaar geweest. Na een paar maanden was ik al vergeten dat hij ooit mijn docent was geweest. Het leek een ver verleden, een toevallige samenloop van omstandigheden. Sommige geliefden komen elkaar tegen in de kroeg, wij op het conservatorium. Toen we uiteindelijk uit elkaar gingen, was dat omdat ik, inmiddels halverwege de twintig, steeds zekerder wist dat ik wilde samenwonen en kinderen wilde. Hij, halverwege de veertig, wist steeds zekerder dat hij daar geen behoefte meer aan had. Een pijnlijke gewaarwording, maar zo gaan de dingen soms. Ik kijk terug op onze tijd samen als een fijne herinnering.
Theaterschool Amsterdam
Vol verbazing volgde ik de ophef die vorige maand ontstond naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant, over affaires op de Theaterschool in Amsterdam (zie kader). Twee docenten zouden decennialang misbruik hebben gemaakt van hun positie om jonge studentes te verleiden, en ook weer te dumpen. Ik ben niet verbaasd dat dit gebeurt, of dat het – eindelijk – aan het licht komt, mijn verbazing zit ’m in de discussie die erop volgde. Nergens werd er naar het grotere plaatje gekeken. Als ik mijn eigen ervaring en de verhalen die ik in de loop der jaren van collega’s, vrienden en familie heb gehoord naast elkaar leg, dan ontstaat het beeld dat relaties tussen docenten en studenten op kunstopleidingen (conservatoria, toneelscholen, kunstacademies) vaker en sneller ontstaan dan op andere opleidingen. Is dat waar, en zo ja: hoe kan dat?
Het is niet ongebruikelijk om 4 jaar les te krijgen van dezelfde hoofdvakdocent. Dat creëert een afhankelijkheidsrelatie.
Bovendien ontstaat in de discussie rond de Theaterschool Amsterdam het idee dat elke relatie tussen student en docent per definitie schadelijk is, en dus onder misbruik valt. Er is echter een breed spectrum van seksuele verhoudingen, met als ene uiterste brute verkrachting, en als andere uiterste de constructieve liefdesrelatie, en tussen die twee ligt een groot, grijs gebied. Zaken die zich tussen student en docent afspelen, bevinden zich ergens op dat spectrum, maar zijn ze per definitie schadelijk?
Ik deed een voorzichtige rondvraag in mijn omgeving, en meteen kwamen de verhalen los. Docenten met losse handjes, uitspattingen tijdens excursies, maar ook verhalen over vriendschappen en relaties. Al snel meldden zich ook mensen die ik niet kende, die al dan niet anoniem hun ervaringen wilden delen. Ik sprak voor dit artikel 29 mensen, onder wie een groot aantal (oud)-studenten, vier docenten en vijf opleidingsdirecteuren/decanen. Ze vertelden mij over hun ervaringen op de HKU (Utrecht), ArtEZ (Arnhem/Zwolle), de Toneelacademie Maastricht, de Theaterschool Amsterdam, de Gerrit Rietveld Academie (Amsterdam), AKV St. Joost (Den Bosch/Breda), het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Een aantal bronnen wilde anoniem blijven. De oudste verhalen stammen uit begin jaren negentig, de meest recente zijn afkomstig van studenten die nu nog studeren.
Samen vormen de getuigenissen een lappendeken van ervaringen. Ze geven een incompleet maar duidelijk beeld van hoe de sfeer en onderwijscultuur op kunstopleidingen bijdraagt aan een klimaat waarin de afstand tussen docent en student klein is, en waarin veel onder het tapijt geschoven wordt. Ik noem in dit artikel geen namen van docenten, omdat ik er niet op uit ben iemand aan de schandpaal te nagelen. Belangrijker lijkt het me om een context te beschrijven en een antwoord te vinden op de vraag hoe opleidingen het best kunnen omgaan met de innige band tussen docenten en studenten die nou eenmaal bij kunstonderwijs hoort.

Beoordeling
Toen ik studeerde, was de opdracht duidelijk: ik schreef composities, en aan het eind van het jaar had ik een overgangstentamen. Tijdens dat tentamen presenteerde ik al mijn composities aan de commissie van wijze mannen, die vervolgens besloot of ik over mocht naar het volgende jaar. Natuurlijk waren er een aantal bijvakken waarvoor voldoendes gehaald moesten worden, maar in de praktijk hing alles af van het overgangstentamen, en dat voelde als een grote druk. Op voorhand kreeg ik natuurlijk wel advies van mijn hoofdvakdocenten (die ook in de commissie zaten), maar écht goed voorbereid voelde ik me nooit.
Een dergelijk beoordelingssysteem wordt ook op veel andere kunstopleidingen gehanteerd. Op kunstacademies is er bijvoorbeeld de jaarlijkse ‘schouw’, waar studenten hun werk aan docenten laten zien. Sylvia* (HKU, 1988-1994): ‘Op een verdwaald tentamen kunstgeschiedenis na was je volledig afhankelijk van de mening van je docent.’ Waar je op de universiteit een groot aantal tentamens en papers dient te maken die aan strikte richtlijnen moeten voldoen, en die per stuk door verschillende docenten worden beoordeeld, ben je op een kunstopleiding dus vaak afhankelijk van het (al dan niet onderbouwde) oordeel van een klein aantal docenten. In het geval van een conservatoriumopleiding is het niet ongebruikelijk dat je vier jaar lang les hebt van een en dezelfde hoofdvakdocent. Het creëert een afhankelijkheidsrelatie waarin de student het gevoel kan krijgen dat hij of zij is onderworpen aan de grillen van één docent. Dat kan goed gaan, maar ook fout.
Uit nagenoeg alle hotelkamers van docenten rolden studenten. Het gemiddelde leeftijdsverschil: 20 tot 30 jaar.
Dick Zijp (Theaterschool Amsterdam, 2006-2007) maakte mee dat een hele klas eerstejaars geen propedeusediploma kreeg. ‘Er werd gezegd dat de groepsdynamiek niet goed was, en dat we daarom met z’n allen bleven zitten. De meeste studenten hadden hun bijvakken en tussentijdse beoordelingen gewoon gehaald, maar dat maakte op dat moment niet uit. De docenten vonden dat we als groep niet functioneerden, en dat was het dan.’ Jan Zoet (directeur Theaterschool Amsterdam sinds 2012): ‘Het klopt dat je voor al je vakken een voldoende kunt halen, maar dat in de vergadering wordt besloten dat het toch beter voor je is om een jaar over te doen. Kunstonderwijs gaat over persoonlijke ontwikkeling. We proberen wel altijd zo duidelijk mogelijk te beargumenteren waarom een beslissing wordt gemaakt, onze beoordelingen moeten – net als op andere opleidingen – aan strenge eisen voldoen.’
Er is nog een belangrijk verschil tussen universiteiten en kunstopleidingen: de lessen. Waar je op de universiteit vaak colleges volgt in grote groepen, is het onderwijs op een kunstopleiding kleinschaliger, vaak zelfs individueel. Bovendien zijn de lessen persoonlijker: ze gaan niet over wetenschappelijke materie, maar over je persoonlijke ontwikkeling, al dan niet in de vorm van de kunst die je produceert. Toen mijn opa op sterven lag, kwam ik huilend bij mijn hoofdvakdocent op les. Ik kreeg niks uit mijn handen en we voerden een uitgebreid gesprek over de rol van verlies in kunst. Ik kan me niet voorstellen dat ik een dergelijk persoonlijk gesprek ooit gevoerd zou kunnen hebben tijdens mijn studie Nederlands aan de universiteit. Het opbouwen van een band met je docent is nodig wanneer je een ontwikkeling wilt doormaken als kunstenaar.
Gezellig meedouchen
Een dergelijke afhankelijkheidsrelatie zorgt voor een sfeer waarin studenten zich soms gedwongen voelen om over persoonlijke grenzen heen te gaan. Hella Peterse (Toneelschool Maastricht, 1992-1994): ‘Tijdens mijn toelating kreeg ik een “medische keuring”. Ik moest in mijn onderbroek voor een commissie verschijnen van docenten van wie ik later les zou krijgen. Ik moest allerlei bewegingen maken, zogenaamd om te kijken of ik fysiek niks achterhield. Ik voelde me er totaal niet comfortabel bij, maar ik deed het toch, omdat ik dacht dat het waarschijnlijk normaal was, en ik wilde heel graag toegelaten worden.’
Het overschrijden van eigen emotionele en fysieke grenzen om goedkeuring van docenten te krijgen, is iets wat in veel getuigenissen terugkomt, met name wanneer het over theateropleidingen gaat. Anne* (Toneelschool Maastricht, 2002-2006): ‘Het was de gewoonte om na de lessen samen te douchen, gemengd. De docent kwam er dan vaak ook “gezellig” bij staan, naakt. Ik herinner me een keer dat we onder de douche hele gesprekken over onze lichamen hielden, bijvoorbeeld hoe je je bekken het beste zou kunnen kantelen tijdens de les. Ik vond dat heel vreemd, en heel ongemakkelijk.’ Er iets van zeggen blijkt niet vanzelfsprekend. ‘Ik merkte dat vooral jongere studenten niets durfden te zeggen: ze waren bang om voor preuts door te gaan.’
Vooral op theateropleidingen lijkt een sfeer van exclusiviteit te heersen, alsof studenten en docenten zich in een vrijstaat bevinden. Peterse: ‘Men deed alsof er buiten kunst en acteren niets bestond, alsof theater het hoogste goed was. We zaten met z’n allen in een soort bubbel waar compleet andere normen en waarden heersten.’
Dick Zijp: ‘Het gaf een beetje een sektarisch gevoel. Er werd druk uitgeoefend om dag en nacht als groep door te brengen. Tegen mij werd gezegd dat ik het niet zou redden als ik niet zou meedoen met allerlei zogenaamd vrijwillige groepsactiviteiten.’
Onenightstands op werkweken
Het resultaat is een onderwijsklimaat waarin veel kan en mag, en veel gebeurt, van onschuldig lijkende flirts tot intimidaties. Hella Peterse: ‘In mijn tweede jaar woonde ik in een huis met andere theaterstudenten. Op een nacht bleef het maar luidruchtig in de kamer naast mij. Toen ik er iets van ging zeggen, zag ik daar een oudere docent zitten, omringd door studenten. Dronken. Hij vroeg waarom ik er niet gezellig bij kwam zitten. Toen ik aangaf dat ik dat niet van plan was, zei hij dat ik saai was. Ik kreeg het gevoel dat mijn normen en waarden blijkbaar afweken van wat gangbaar was.’
Het onderwijsmodel op kunstopleidingen staat in zekere zin gelijk aan de kat op het spek binden.
Maar niet alleen theateropleidingen hebben te maken met grensoverschrijdende docenten. Daan* (ArtEZ hogeschool voor de kunsten Arnhem, 2003-2007): ‘Er was een docente Vrij Tekenen die vrij ernstig contact zocht met de paar jongens in onze klas. Ze kwam zo dicht bij me zitten dat ze praktisch bij me op schoot zat, terwijl ik daar echt geen behoefte aan had.’ Sylvia: ‘Ik herinner me een excursie naar Londen. ’s Nachts ging het brandalarm af, iedereen moest naar buiten. Uit nagenoeg alle kamers van docenten rolden studenten. Het gemiddelde leeftijdsverschil: twintig tot dertig jaar.’ Tijdens mijn jaren op het conservatorium was er een docent die bekend stond om zijn onenightstands met studentes op werkweken. De laatste werkweek waar ik zelf meeging, kwam zijn vrouw ’s avonds zelfs langs. ‘Om te controleren of hij niet weer met een student in bed eindigde,’ legde mijn ex later uit. Hij vertelde ook dat er door docenten onderling grapjes werden gemaakt wanneer er weer een studente huilend de kamer van de betreffende docent uitkwam: ‘Wie is er aan de beurt om te troosten?’
Sommige docenten gaan nog verder. Daan Gielis (AKV St. Joost Den Bosch, 2010-2014): ‘Een meisje uit mijn klas had een kortstondige affaire met een veel oudere docent. Toen ze daarna een relatie kreeg met een vriend van mij, begon de docent haar intimiderende mails te sturen waarin hij te kennen gaf dat haar nieuwe vriendje een enorme loser was, en dat ze maar snel met hem moest kappen.’
Keuze
Je zou kunnen stellen dat het onderwijsmodel op kunstopleidingen in zekere zin gelijkstaat aan de kat op het spek binden. Toch zou je van docenten mogen verwachten dat ze weten welke verantwoordelijkheid ze op zich nemen wanneer ze voor het onderwijs kiezen. Maarten* (werkplaatsbeheerder Gerrit Rietveld Academie): ‘Als werkplaatsbeheerder sta je vaak vlak naast je studenten, je helpt ze met fysiek werk. Er lopen genoeg mooie jonge meisjes rond. Soms spoken die ’s nachts door je hoofd, absoluut, maar het is een keuze om vervolgens een studente te benaderen en een situatie buiten de les te creëren waar iets kan gebeuren. Elke docent heeft de keuze om dat wel of niet te doen.’ Zelf gaf hij eenmaal toe aan de verleiding. ‘Het betrof een studente van de avondopleiding, ze was net zo oud als ik. Ik heb haar gemaild. Dat kan eigenlijk natuurlijk echt niet.’
Als student kun je ook nee zeggen, al blijkt dat niet voor iedereen even gemakkelijk. Eva* (St. Joost, jaren ’90): ‘Tijdens mijn opleiding werkte ik vaak ’s avonds in mijn atelier. Op een avond kwam een docent langs. Hij bleef hangen, we begonnen te kletsen. Al snel ontstond er een vreemd sfeertje: hij begon hypothetische vragen te stellen in de trant van: “Stel dat ik je zou voorstellen om seks met me te hebben. Hoe zou jij dan reageren?” Ik probeerde hem af te poeieren, maar hij bleef bij me staan, zelfs toen een collega-docent langsliep en hem op zijn gedrag aansprak. Hij begon zelfs locaties voor te stellen, stelde voor om het op de toiletten te doen. Ik bleef maar nee-zeggen, uiteindelijk is hij afgedropen. Later bleek dat dit zijn methode was om studentes te versieren, en dat een aantal anderen voor de bijl is gegaan.’
Schadelijk
Veel bronnen geven aan de seksuele toespelingen, intimidaties en relaties ervaren te hebben als destructief, sommigen zijn zelfs gedesillusioneerd of depressief geraakt en/of gestopt met de opleiding. Hella Peterse: ‘Gedurende het tweede jaar raakte ik in verwarring. Ik merkte dat de sfeer en de cultuur van de school een steeds grotere invloed op me kregen, terwijl ik tegelijkertijd mezelf wilde blijven en niet over grenzen wilde gaan. Maar ik kon me er niet aan onttrekken.’
Sommigen proberen het intern aan te kaarten. Soms lukt het studenten om op deze manier verandering teweeg te brengen, maar vaker stuiten ze op een muur van onwil en onbegrip. Sylvia: ‘In mijn tweede jaar ben ik gaan klagen bij de vertrouwenspersoon. Zij gaf aan dat het nou eenmaal de cultuur was, en dat er weinig aan te doen viel.’
Naar buiten treden met een misbruikverhaal is moeilijk. Vaak is het werkveld na de opleiding begeeft zo klein dat het onmogelijk is om een docent niet tegen te komen. Bovendien zijn docenten op kunstopleidingen zelf vaak invloedrijke spelers in het wereldje: als je na je opleiding aan het werk wilt, kun je maar beter je mond houden.
Toch is het te makkelijk om alle seksuele interacties tussen docent en student af te doen als intimidatie of misbruik. Het betreft immers volwassen mensen van wie je tot op zekere hoogte mag verwachten dat ze hun keuzes bewust kunnen maken. Als ik kijk naar mijn eigen verhaal, dan is het aangaan van een relatie met mijn docent een keuze geweest die ik met volle overtuiging heb gemaakt. En zo zijn er veel meer voorbeelden: docenten en studenten die elkaar ontmoeten op een opleiding en (een deel van) de rest van hun leven samen doorbrengen. Het zou rigide zijn om dit aan te merken als ongepast.
Waar wel steeds weer naar gekeken moet worden, is de invloed die misbruik én gezonde relaties hebben op de opleiding van de student. Zoals ik al zei, gaven veel bronnen aan gedesillusioneerd te zijn geraakt, of zelfs depressief. Maar ook ik heb de gevolgen gevoeld van de keuze die ik maakte. Mijn ex nam ontslag als docent, dit werd mij door de andere docenten en medestudenten niet in dank afgenomen. Bovendien achtervolgden de roddels over mijn zogenaamde verleidingstactieken in de leslokalen me nog jaren.
Stappen in de goede richting
Kunstonderwijs is een groot goed, en veel (oud)-studenten geven aan dat het goed is dat er ruimte is voor persoonlijk contact, individueel onderwijs en persoonlijke ontwikkeling. Tegelijkertijd creëert een dergelijk opleidingsklimaat ruimte voor relaties tussen docenten en studenten die verder gaan dan het strikt professionele. Aanpassing van het beoordelingsbeleid zou ervoor kunnen zorgen dat studenten niet langer het gevoel hebben afhankelijk te zijn van de grillen van één of enkele docenten. De afgelopen vijf jaar lijken er voorzichtige stappen in de goede richting te worden gezet. De inspectie heeft de beoordelingseisen flink aangescherpt, en er wordt steeds meer beoordeeld aan de hand van competenties die voor studenten inzichtelijk zijn. Nel van Dijk (hoofd kwaliteitszorg AHK): ‘Aan het eind van elk jaar worden studenten integraal beoordeeld. Bij ons mogen sinds kort studenten aanwezig zijn bij de vergadering. Ze mogen ook iemand van buitenaf meenemen, als ze dat prettig vinden.’
Minstens zo belangrijk is het creëren van een veilige omgeving waarin studenten hun verhaal kunnen doen, waarin onderlinge relaties, in welke vorm dan ook, bespreekbaar zijn. Je kunt honderd protocollen opstellen waarin duidelijk omschreven staat wat wel en niet wenselijk is, maar regels drukken onderlinge relaties alleen maar verder de taboesfeer in. Studenten en docenten moeten niet alleen op wetten en regels gewezen worden, maar moeten het gevoel hebben openlijk en zonder gevaar voor hun carrière te kunnen praten over gevoelens, twijfels en relaties.
De HKU en ArtEZ geven in hun reacties aan dat er binnen hun opleidingen vertrouwenspersonen zijn waar studenten te allen tijde terecht kunnen. Toch blijkt de drempel om naar een vertrouwenspersoon toe te stappen voor veel studenten nog hoog. De Gerrit Rietveld Academie laat in een reactie weten: ‘In ieder geval de laatste acht jaar is er geen beroep gedaan op onze regeling voor klachten die betrekking hebben op ongewenst seksueel getint gedrag van docenten jegens studenten.’ Betekent dit dat er niks is voorgevallen? Dat durf ik te betwijfelen.
Jan Zoet (directeur Theaterschool Amsterdam): ‘Daar is inderdaad nog ruimte voor verbetering. Misschien moeten we een coachingstraject voor eerstejaars instellen waarin we studenten duidelijk maken dat ze écht in vertrouwen hun verhaal kunnen doen.’
De kwestie Theaterschool
Op 16 juli verscheen op de voorpagina van de Volkskrant een bericht waarin twee prominente docenten van de Theaterschool Amsterdam werden beschuldigd van het stelselmatig aanknopen van relaties met studenten, waarbij ze misbruik maakten van hun machtspositie. Onder de bronnen bevonden zich een aantal prominente actrices, zoals Karin Bloemen en Mylou Frencken. Een van de docenten, Jappe Claes, was op dat moment al met stille trom vertrokken, na een intern onderzoek. De andere docent, Ruut Weissman, stelde na 1990 niet meer in de fout te zijn gegaan en is er nog steeds werkzaam. In het artikel werd ook aangekondigd dat actrice Anne van Veen momenteel werkt aan een roman over de affaire die ze tijdens haar studie had met docent Jappe Claes.
Er volgden direct reacties op de onthullingen. Oud-student Diederik Ebbinge schreef op zijn Facebookpagina dat het verhaal van Jappe Claes niet te vergelijken was met dat van zijn goede vriend Weissman. ‘Het lijkt er meer op dat Karin Bloemen met een lastercampagne bezig is, moeiteloos gefaciliteerd en bijgestaan door de twee journalisten van deze krant, vermoedelijk uit scoringsdrang.’ Johan Fretz, eveneens oud-student, nam het op zijn website ook op voor Weissman, en noemde het Volkskrant-artikel ‘karaktermoord’.
De ombudsvrouw van de Volkskrant beriep zich in een reactie op de ophef op de uitspraak van de voorzieningenrechter. Weissman spande een kort geding aan om publicatie van het stuk tegen te houden, maar werd in het ongelijk gesteld. ‘De journalisten hebben voldoende zorgvuldig onderzoek verricht,’ zo oordeelde de rechter.
Aafke Romeijn
Aafke Romeijn (1986) is journalist en muzikant. Ze studeerde Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht en compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ze heeft twee cd’s uitgebracht, schrijft over muziek en onderwijs en werkt aan een derde album dat begin volgend jaar uitkomt.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.