Voor het vwo-eindexamen Nederlands, dat vandaag afgenomen wordt, haalde Aafke Romeijn als leraar nooit een tien. Een examen, vertelde ze haar leerlingen ook, dat is de vijand.
Vanmiddag was het weer zover: alle vwo-eindexamenleerlingen maakten hun examen Nederlands. Het meest omstreden examen van allemaal. Ieder jaar regent het klachten bij het LAKS, schrijven leraren Nederlands opiniestukken over wat er niet deugt aan het examen en aan het antwoordmodel, en wat er nou eigenlijk wel of niet getoetst wordt.
De afgelopen jaren heb ik als (oud-)leraar Nederlands steevast het examen zelf gemaakt en nagekeken. Gemiddeld kwam ik uit op een 8. Niet echt hoog, nee. Moet je eens proberen te verkopen als je docent wiskunde bent. ‘Ik had een 8, dus ik had 20 procent van de berekeningen fout.’ Me dunkt dat dat je geloofwaardigheid niet echt ten goede zou komen. Toch hebben veel leraren Nederlands zich verzuchtend neergelegd bij het feit dat je voor een taalvak nou eenmaal geen tien kunt halen.
Ooit gaf ik een tweedeklasser een tien voor een fantastisch geschreven essay. Toen een collega daar lucht van kreeg klonk het: ‘Maar dat betekent dat het essay perfect is, en perfectie bestaat niet wanneer het om taal of kunst gaat.’ Een veelgehoord argument.
Regeltjes overschrijven
Juist daar schuurt het wat het eindexamen Nederlands betreft. De toetsing van tekstbegrip kwam ooit voort uit ontevredenheid met examens waarbij leerlingen alleen een opstel en een samenvatting hoefden te schrijven. Het nakijken van dergelijk schrijfwerk zou te subjectief zijn, het resultaat te veel afhangen van individuele leraren. Daarvoor in de plaats moest een examen komen dat objectief zou meten of leerlingen in staat zijn een tekst te lezen, analyseren en begrijpen. Tot voor kort bestond het examen uit een geleide samenvatting en een deel tekstbegrip. Als leerling haalde ik een 5,2 voor mijn eindexamen Nederlands, omdat ik niet door had dat ‘geleide’ samenvatting betekent dat je als leerling niets anders hoeft te doen dan wat voorgeschreven regeltjes letterlijk overschrijven en aanvullen – alleen op die manier blijft zo’n samenvatting immers ‘meetbaar’ en past ‘ie in een antwoordmodel. Mijn lerares Nederlands belde me op en legde me uit: ‘Je hebt de tekst geparafraseerd. Feitelijk klopt alles, maar dat parafraseren mag niet van het antwoordmodel…’ Gelukkig had ik me al ingeschreven voor de studie Nederlands, anders was ik uit woede alsnog iets anders gaan doen.
Perfectie bestaat niet wanneer het om taal of kunst gaat
Inmiddels is ook de politiek erachter gekomen dat die geleide samenvatting een farce van jewelste was en wordt alleen tekstbegrip nog getoetst. Dat zou waterdicht moeten zijn. Gek toch, dat leraren Nederlands zelf er al geen tien voor lijken te kunnen halen. Als van één groep mensen vast zou moeten staan dat hun leesvaardigheid optimaal is, dan zijn zij het toch? Sterker nog: als leraren Nederlands een zogenaamd objectief meetbaar examen al niet foutloos kunnen maken, wie in godsnaam dan wel?
Als leraar Nederlands probeer je je leerlingen jarenlang op te leiden tot kritische lezers en zelfstandige denkers. Dat klinkt groot en dat is het ook. Natuurlijk moeten er bepaalde handige vaardigheden aangeleerd worden, zoals spelling en grammatica, maar uiteindelijk is het doel om leerlingen af te leveren die kritisch staan tegenover tekst, kunst en media. Ik weet dat mijn leerlingen soms moe werden wanneer ik weer eens zei: ‘je kunt het antwoord op deze vraag natuurlijk ook heel anders zien…,’ of ‘het is maar net hoe je het beargumenteert.’ Leerlingen willen graag weten wanneer iets goed of fout is, zodat ze zeker weten dat ze hun toets goed maken. Het kost enorm veel moeite om die reflex aan banden te leggen.
Zet alles wat ik je heb proberen te leren maar even aan de kant
Na zes jaar ploeteren is het dan zover: je hebt een examenklas voor je, waarvan op z’n minst een deel goed begrijpt dat een schrijver zelden één heldere bedoeling heeft met een tekst, dat een tekst nooit één vaststaande betekenis heeft en dat argumenten vaak betwistbaar en dubbelzinnig zijn. Vervolgens komt het eindexamen Nederlands langs, en moet je diezelfde leerlingen uitleggen dat dat examen een soort hoepeltje is waar doorheen gesprongen dient te worden, en dat er volgens het antwoordmodel maar één juist antwoord is op elke vraag. Zet alles wat ik je heb proberen te leren maar even aan de kant. Nee, een toelichting op je antwoord is niet mogelijk. Dat impliceert dat de hoge heren bij het Cito precies weten wat de enige juiste betekenis van de tekst is en dat ze de exacte gedachten van de auteur kennen.
Als docent restte me niets anders dan leerlingen uitleggen dat het eindexamen Nederlands een soort vijand was die we samen in de pan dienden te hakken. Een vijand die niets te maken heeft met kritisch denken, maar alles met geforceerde en nutteloze meetbaarheid. Dit eindexamen is alles wat het vak Nederlands lelijk maakt en alles wat maakt dat leerlingen een bittere bijsmaak overhouden aan dit ‘nutteloze’ vak. Ik zou zelfs zover durven gaan te stellen dat het huidige eindexamen Nederlands bijdraagt aan het teruglopende aantal leerlingen dat kiest voor een studie Nederlands.
Stel je voor: vier jaar lang trucjes aanleren om zonder argumentatie te mogen stellen dat alinea x geen toelichting is bij alinea y, maar wel een voorbeeld. Ik zou er ook niet aan beginnen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.